Abonneer Log in

Hedendaagse antiverlichting

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 76 tot 78

Hedendaagse antiverlichting

Ico Maly
Ico Maly - epo, Berchem, 2018

Ico Maly schreef met Hedendaagse antiverlichting een prikkelend essay waarin hij een ogenschijnlijke tegenstelling verklaart. In deze tijden van digitalisering en artificiële intelligentie verwijzen onze politici vaak naar een stroming die driehonderd jaar geleden alles veranderde: de verlichting. Die dient in discussies als benchmark voor hoe onze samenleving zou moeten zijn vormgegeven of als argument om aan te tonen dat sommige voorstellen niet passen in een hedendaagse maatschappij met respect voor vrijheid en universele mensenrechten.

Maly ontrafelt echter hun redeneringen. Hij toont hoe deze politici eigenlijk antiverlichtingsdenkers zijn gezien ze net de aanval op de democratie en de mensenrechten hebben ingezet. Hij stelt om te beginnen vast dat zowel links en rechts de verlichting uitdragen alsof het een neutraal gegeven is. En ze claimen allen 'de verlichting' terwijl het ging en gaat om een heel diverse beweging met denkers die heel verschillende standpunten verdedigen. Daarom drukt Maly er op dat we duidelijker moeten zijn over wat we precies begrijpen onder de erfenis van de verlichting. De dominantie positie in Vlaanderen, zo stelt Maly vast (p. 44), is dat de verlichting een ondeelbare set van waarden is die ons 'verlicht' maken en die ten allen prijze moet worden verdedigd. Het verlichtingsdenken gaat net over nieuwe principes, nieuwe concepten en nieuwe constitutionele veranderingen met als doel een betere wereld te creëren.

Maly stelt ook dat we het onderscheid moeten maken tussen een 'radicale' en een 'gematigde' verlichting. De radicale verlichtingsdenkers – en Maly rekent zichzelf tot hun school – hanteerden als kernidee dat we allen gelijk zijn en allen dezelfde rechten hebben. Mensenrechten die universeel en onvervreemdbaar zijn, en die moeten worden gegarandeerd door sterke, daadkrachtige instituties. En net deze radicale ideeën worden tegenwoordig uitgehold of zelfs openlijk verworpen – wat deze politici eigenlijk antiverlichters maakt. Zo beschrijft Maly hoe de huidige opmars van het nationalisme de verlichting claimt en ook nog eens in stelling brengt tegen migranten. Ze verdedigen het onderscheid tussen legale en illegale burgers als 'noodzakelijk' en Maly schetst hoe hierbij mensenrechten worden veroverd door 'de natie'. Dit leidt tot meer rechtelozen in deze superdiverse samenleving waar onze nationale politici kritiek van transnationale instituties over het niet-garanderen van mensenrechten 'naast zich neer leggen'. Of ze stellen belangrijke internationale verdragen die rechten van vluchtelingen garanderen openlijk in vraag (p. 64).

Zo wordt de verlichting geherdefinieerd. Wie nu de universaliteit van mensenrechten benadrukt, wordt afgeschilderd als een 'gutmensch' die tracht te 'deugdpronken' en zijn eigen superioriteit wil bewieroken. Mochten ze vandaag leven en verlichtingswaarden verdedigen dan zouden verlichtingsdenkers als pakweg Nicolas de Condorcet, die onverkort tegen slavernij streed en zich inzette voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, worden weggezet als een gevaar of utopische radicaal (p. 65).

Maly ontsluiert ook voortreffelijk hoe bijvoorbeeld Bart De Wever vaak naar Edmund Burke teruggrijpt om zijn redeneringen te onderbouwen – terwijl Burke eigenlijk een antiverlichtingsdenker was. Hoewel Burke vandaag wordt gezien als een strijd voor het volk, was hij in wezen iemand die opkwam voor een hele kleine elite. Het volk en de natie vult hij namelijk anders in dan bijvoorbeeld in het socialistische discours gebeurt (p. 69). Volgens Burke moet de wereld bestaan uit etnisch-culturele naties. Supranationale instellingen en staten zijn in zijn gedachtegang problematisch. Vanuit zijn Engels nationalisme vond hij dat de eeuwenoude rechten van de Engelsen moesten worden hersteld en daarom streed hij voor de 'Glorious Revolution' en expliciet tegen de abstracte rede, de universele mensenrechten en de democratische ideologie. Niet omwille van de tijdsgeest, zoals verdedigers van Burke soms poneren, wel omdat hij bewust tegen de idee streed dat de mens vrij is om een samenleving te creëren, op zoek naar geluk.

Met die kennis snap je beter de aanvallen tegenover de mensenrechten vandaag. Het 'wir schaffen das' van Angela Merkel bijvoorbeeld werd door allerlei rechtse partijen en politici, zoals de brexitcampaigners in het Verenigd Koninkrijk en het AfD in Duitsland, gebruikt en centraal geplaatst in hun verkiezingscampagnes. Ze draaiden daarbij oorzaak en gevolg om. Merkels humanitaire beslissing werd in hun discours plots de oorzaak van stijgende migratie. Merkel werd zo de ultieme bedreiging van Europa en zijn naties, als de ondergang voor het Avondland (p. 94). Zonder schroom verdedigen deze politici ondertussen pushbacks – expliciet verboden door internationale verdragen – als oplossing voor migratie. Of ze stellen het zogenaamde Australische model voorop terwijl asielzoekers er in werkelijkheid slecht worden behandeld en hun mensenrechten zwaar worden geschonden.

Maly roept ons op tot een 'democratische revolutie' (p. 130). Hij omschrijft die als een strijd voor ideeën, per definitie een sociale en politieke strijd die neerkomt op het ondersteunen en zo op een hoger niveau tillen van kleinere, gerichte acties. Dit samen met het vormen van netwerken en coalities op een globaal niveau met de ondersteuning van digitale technologie. 'Mensen aller landen, verenigt u. Organiseer en strijd', geeft Maly de lezer een vriendelijke schop onder de kont.

Als Maly u niet de strijd doet aangaan, kijk dan eens naar wat tieners als Anuna De Wever, Greta Thunberg, Ambrien Moeniralam, Emma Gonzalez en Ahed Tamimi bereiken. Met hun krachtige boodschappen over geweldloze scholen, een klimaatvriendelijke toekomst, mensenrechten voor iedereen, geholpen door de kracht van sociale media, slagen zij er in de media te beheersen en duizenden anderen te inspireren, en die sociale en politieke strijd aan te gaan.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 2 (februari), pagina 76 tot 78