Abonneer Log in

De moed van Amina en Jamesson

Zomerreeks - Hoop 2019

De strijd is nog niet gestreden. Niet binnen de jeugdbewegingen, en al zeker niet binnen de samenleving.

° Toen Chiroleidster Amina vandalisme op haar Chiroheem kwam aangeven bij de politie, kreeg ze te horen: 'Jouw achternaam, dat is geen naam van hier, hé? Maar ik moet toegeven: je spreekt wel goed Nederlands. En je bent zelfs verantwoordelijke van de jeugdbeweging? Dat zou ik nu nooit verwachten van mensen van jouw soort.' Jawel, de agente zei effectief 'jouw soort'. De Chiro was voor Amina een veilige omgeving.

° Toen Jamesson 'aspi' was, werd hij gepest in zijn Chirogroep. Zijn huidskleur gaf pesters munitie. Het n-woord werd niet geschuwd en racistische opmerkingen rondgestrooid. Dankzij de juiste reactie van de leidingploeg voelde Jamesson zich gesteund. Later werd hij zelf leider.

Verhalen zoals die van Amina en Jamesson geven mij hoop. Dat lijkt in de eerste plaats misschien vreemd omdat het gaat over negatieve voorvallen, maar de hoop zit mij vooral in de gelaagdheid van de verhalen. Sta me toe dit uit te leggen.

In de eerste plaats vertellen Amina en Jamesson hun eigen verhaal, waarmee ze tegelijk oproepen mee te stappen in de mars tegen racisme. Zo'n getuigenis valt niet te onderschatten. Ze stellen zich kwetsbaar op. Ze spreken mensen aan op hun gedrag en vragen verandering aan het beleid. In een samenleving die de haatspraak niet schuwt, vergt dit veel moed en een olifantshuid. De hoeveelheid bagger die jonge mensen bij het vertellen van hun verhaal over zich krijgen, is enorm. Voor sommige beleidsmakers is racisme relatief. Maar sociale media kunnen echte beerputten zijn, zeker op een moment waarop iemand zich kwetsbaar opstelt. Met veel respect kijk ik dus naar de jonge generatie die haar verhaal durft te brengen. Ze laat niet over zich heen lopen en is een mix van mensen met allerlei achtergronden: Amina en Jamesson, maar ook Youssra, Wouter, Annelies en Tina, Yasmien en Illias, Megan, Sander en Lotte, Anuna en Kyra, Don enzovoort.

Ik put ook hoop uit de tweede laag van het verhaal van Amina en Jamesson: die van de Chirogroepen zelf. In beide gevallen reageerde de leidingploeg op een beschermende manier. Ik blijf daar met verbazing naar kijken. Niet zozeer omdat ik dat niet had verwacht– er voor elkaar zijn zit in onze pedagogische methodiek – maar wel hoe verantwoordelijk de leiding dit opneemt. We spreken hier over vrijwilligers van 18 tot 25 jaar zonder enige professionele ervaring. Ze slagen er in om zulke problematieken vast te pakken, hen te laten bijstaan en er voor te zorgen dat iedereen weer mee kan. Ze laten niet toe dat dit soort praktijken zich herhalen.

Als laatste put ik hoop uit het feit dat een jeugdbeweging als Chiro mee de verhalen versterkt van Amina en Jamesson. Ze steekt de nek uit om een politieke boodschap te verspreiden. Dat is – voor wie de jeugdwerksector kent – vrij ongezien. Chiro spreekt zich uit over racisme, het wegsturen van kinderen, de beeldvorming van Zwarte Piet, enzovoort. 'Klassieke' jeugdbewegingen zullen dat niet snel doen. Sinds de jaren 1990 zijn ze namelijk gedepolitiseerd en voorzichtig om gelinkt te worden aan politieke boodschappen. Jeugdbewegingen zijn daarnaast een minisamenleving an sich, gestructureerd in tussenlagen en een nationaal niveau met elk hun mandaten. Probeer binnen zo een structuur maar eens het gedachtegoed van 112.323 mensen in dezelfde richting te krijgen (ter vergelijk: de stad Leuven telt 101.624 inwoners). Niet evident. Het feit dat jeugdbewegingen er steeds meer in slagen om van onderuit een politiek standpunt naar buiten te brengen, geeft mij hoop. Zeker als het gaat over standpunten die we vandaag niet onmiddellijk zouden toeschrijven aan die jeugdbewegingen.

Die gelaagdheid in de verhalen breng ik uiteraard met een bescheidenheid. Ik zie veel positieve zaken, maar tegelijk ligt er nog veel werk op de plank: inzake diversiteit in onze werkingen, inzake het opnemen van onze politiserende rol, enzovoort. Het feit dat het verhaal van Jamesson zich in een Chirocontext voordoet, betreur ik. En ik zie ook soms dat onze achterban zelf de aanstoker is van zulke praktijken.

Persoonlijk zijn mijn gevoelens van hoop een rollercoaster. Soms gaan de armen in de lucht, andere momenten slinger ik naar de afgrond richting wanhoop. Sinds de verkiezingen van 26 mei neemt de wanhoop regelmatig de bovenhand. Ik zie een samenleving met uitersten. Verhalen van racisme worden genormaliseerd, met bitter weinig tegenreactie vanuit het beleid. De jongere generatie en de jeugdbewegingen en het jeugdwerk reageren echter wel, en dat stemt me hoopvol. Tegelijkertijd wil ik me er niet op blindstaren. Er sluipt immers een gevaar in. Als ik enkel naar mijn hoop zou kijken, zou ik kunnen verglijden in het ontlopen van mijn verantwoordelijkheid. Ik zou gemakshalve mijn activisme op pauze kunnen zetten omdat ik weet dat er anderen klaarstaan en dat niet meer aan mij is om te handelen. Dat zou fout zijn. Dit geldt niet enkel voor mij. Ik roep iedereen op om kritisch te blijven en om blijvend actief te werken aan een verbindende samenleving. Als mens, als jeugdwerker, als jeugdwerkorganisatie of als eender welke andere organisatie. Verstop je niet achter het argument dat het 'niet aan ons is om daarmee bezig te zijn'. De verhalen van Amina en Jamesson tonen aan dat de strijd nog niet is gestreden. Niet binnen de jeugdbewegingen, en al zeker niet binnen de samenleving.

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019