Abonneer Log in

Op zoek naar helende safe spaces

Zomerreeks - Hoop 2019

Er dient een centrum gecreëerd te worden dat racismeslachtoffers niet louter juridisch, maar ook psychologisch kan opvangen.

Bij overweldigende gebeurtenissen hebben veel mensen geen woorden voor wat er gaande is. De verkiezingsuitslagen van 26 mei 2019 waren een kaakslag voor alle mensen die van deze superdiverse samenleving een betere plek willen maken. Vele van die burgers, waaronder mezelf, zagen hun jarenlange strijd verdwijnen in het niets. Het voelde aan als een rouwproces, van een kind dat je al jarenlang geleden was verloren. De krantenkoppen wonden er geen doekjes omheen: 'Een aanzienlijk deel van het noorden van het land kiest voor een discours van anti-migratie, anti-establishment en Vlaams nationalisme.' (NRC, 26 mei 2019).

Het eerste waar vele mensen aan denken is: 'Migratie was om onze kinderen een betere toekomst te geven; wat staat er onze kinderen te wachten?' Wat onderzoek maar ook de gesprekken die ik had met ouders de laatste maanden mij vertelt, is het volgende: ouders (en uiteraard kinderloze burgers meegerekend) zitten met veel vragen wat betreft de superdiverse samenleving en hoe ze de volgende generatie kunnen voorbereiden. Of het nu gekleurde ouders van gekleurde kinderen zijn, witte ouders met gekleurde kinderen, gekleurde ouders met witte kinderen, het maakt niet uit. Ze stellen zich allemaal vragen en ze zijn allemaal bezorgd over wat de toekomst voor hun kinderen zal brengen. Concreet zijn dat vragen die alle ouders zich stellen: gaan ze evenveel kansen krijgen om een goede toekomst op te bouwen als elk ander kind? Gaan ze op hun talenten of op hun afkomst beoordeeld worden?

Nooit eerder kwamen zoveel ouders met vragen over racisme-ervaringen in mijn praktijk als psychologe. Over wat zij hun kind kunnen meegeven, over hoe zij hun kind kunnen beschermen tegen racisme, over hun schuldgevoelens dat dit hun kind overkomt, enzovoort. Wanneer ouders weten door welke pijn hun kind gaat en ze herinnerd worden aan hun eigen racismepijnen, ontstaat een soort freeze-ervaring, waardoor ze niet altijd kunnen reageren. Op die momenten hullen ze zich in een ijzige stilte, ook al schreeuwen ze het van binnen uit van de pijn.

Niemand zal ontkennen dat dit terechte bezorgdheden zijn in deze tijden. Alleen liggen de antwoorden niet voor het rapen. Er is geen kant-en-klare gids die hen vertelt hoe ze meer mindfull (lees: bewust) kunnen omgaan met het huidig klimaat, waarin het normaliseren van racisme zichtbaarder wordt. Alleen al de verkiezingsuitslagen en de wijze waarop er over wordt bericht, spreekt boekdelen. Bovendien hebben veel ouders het gevoel dat ze hierin alleen staan, of durven er op weinig plaatsen over te praten. De 'safe spaces' zijn dun gezaaid. Ze zitten diep verborgen in de samenleving of zijn niet erg zichtbaar voor diegenen die er nood aan hebben. Hoor ik je daar zeggen Centrum voor racismebestrijding (nu Unia)? Juist ja, dat centrum doet haar werk. Maar als we spreken over de dagelijkse racisme-ervaringen van vele burgers, dan heeft het centrum vaak geen juridische antwoorden klaar. Juist omdat de dagelijkse ervaringen stille vormen van racisme zijn, die niet meteen juridisch kunnen worden bewezen. Er dient zo nodig een centrum gecreëerd te worden dat slachtoffers niet louter juridisch, maar ook psychologisch kan opvangen. In mijn praktijk bied ik dit aan, maar dit zou op grotere schaal en ook gratis moeten worden aangeboden. De samenleving is het de mensen die dit dag in dag uit moeten doormaken, verschuldigd.

Dus als ik denk aan hoop, dan denk ik: racisme kan misschien niet de wereld uit geholpen worden, maar misschien kunnen we wel manieren vinden om te helen. Liefde, zo blijkt, is een sterke antidotum tegen racisme. Akkoord, klinkt melig. Maar jongeren melden tijdens anti-racismesessies dat hun ouders hun superhelden waren en dat zij zich gesterkt voelden door hun liefde, wanneer ze met racisme geconfronteerd werden. Het zwijgen of niet communiceren over racisme-ervaringen, zo blijkt onder andere uit onderzoek, zou moeten worden doorbroken. Dat kan mogelijk worden gemaakt binnen 'safe spaces', waarvan we niet moeten verwachten dat die spontaan zullen ontstaan. Daar moeten we als samenleving extra ondersteunend in zijn, of het nu als burger is of als beleid. Die safe spaces creëren wij tezamen. Hoop is dus iets dat op collectief en individueel schaal mogelijk gemaakt wordt.

De hoop voor de toekomst ligt verborgen in onze kinderen, zoveel is zeker. Wanneer we een liefdevolle sterke band kunnen meegeven, geven we hen bovendien een sterk wapen mee om te strijden tegen de negatieve ervaringen. Hoop is niet machteloos weggeblazen worden bij elke nieuwe negatieve ervaring van discriminatie en racisme, maar de sterkte en de creativiteit vinden om oplossingen te zoeken. Hoop is weten dat dit een crazy world is, en er toch niet moedeloos van worden. Hoop is dat de nieuwe generatie, naast het verdriet van hun ouders, ook een glimp van een lichtpunt kunnen opvangen. In tijden van racisme mag er meer plaats voor liefde zijn.

'Maak je dromen niet kleiner, maar vooral groter.
Hoe meer wanhoop, hoe groter de dromer in ons wakker geschud moet worden.
Maak jezelf niet kleiner, maar groter. Maak jezelf niet minder, maar meer.
De wereld is een groot verhalenboek, hoop laat zich tussen de regels lezen.'

Deze bijdrage verscheen in de SamPol-zomerreeks Hoop 2019