Abonneer Log in

Lessen uit Gent: stemmen op 16

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 39 tot 43

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van vorig jaar organiseerde het Gentse stadsbestuur ook verkiezingen voor 16- en 17-jarigen. Onderzoek toont aan dat jongeren zich meer gingen informeren over lokale politiek, en dat ze ook in staat zijn om bij de 'juiste' partij uit te komen.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2018 pakte de stad Gent uit met een uniek experiment. De inwoners van 16 en 17 jaar oud kregen een uitnodiging in de bus om ook hun stem uit te brengen. Voor alle duidelijkheid: het ging hier uiteraard niet om een officiële stem, maar eerder om een beperkt experiment. In het parlement zijn al een aantal wetsvoorstellen ingediend om de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen tot 16 jaar, maar voorlopig is daar geen werk van gemaakt. Het stadsbestuur van Gent besliste dan maar op eigen houtje een experiment op te zetten, waarbij ook de 16-jarigen werden uitgenodigd hun stem uit te brengen. Die innovatiedrang past in een lange traditie: men zal zich herinneren dat het Gentse stadsbestuur in 1997 één van de eerste gemeentelijke referenda in Vlaanderen inrichtte. Dat referendum ging over de plannen om aan de voet van het Belfort – waar nu de fraaie stadshal prijkt – een grote parking aan te leggen. De stad Gent heeft dus een traditie hoog te houden als het over democratische innovatie gaat. In de zomer van 2018 ging er wel wat media-aandacht naar het initiatief, maar het uiteindelijke resultaat ging enigszins de mist in. De resultaten van de jongeren werden aangekondigd op 14 oktober 2018, op het ogenblik dat iedereen eerder uitkeek naar de uiteindelijke samenstelling van de gemeenteraad. Bovendien viel de opkomst van de 16-jarigen eerder tegen, waardoor het leek alsof het hele experiment niet veel had opgeleverd.

Dat is een gemiste kans, omdat het experiment ons toch heel wat heeft geleerd over de vraag of het al dan niet een goede zaak is de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen tot 16 jaar. In zowat alle Europese landen is dat een belangrijke beleidsvraag, en tot dusver hebben alleen Oostenrijk en Estland de stap gezet. Enkele maanden geleden stelde de Raad voor Openbaar Bestuur in Nederland dat het zinvol zou zijn om verder te experimenteren met het verlagen van de kiesleeftijd tot 16 jaar. Het debat leeft dus wel degelijk, en we kunnen een aantal argumenten aanbrengen op basis van wat er gebeurd is in Gent. Onmiddellijk na de verkiezingen van 14 oktober 2018 kregen alle inwoners van Gent tussen de leeftijd van 15 en 21 een vragenlijst in de bus, met daarin een aantal vragen over hun politieke voorkeur en hun stemgedrag. In totaal stuurden 2.373 onder hen de vragenlijst ook terug, waardoor we een betrouwbaar beeld krijgen van de politieke houdingen van deze leeftijdsgroep. Het onderzoek laat ons ook toe meer te zeggen over de vraag of stemrecht op 16 al dan niet een goed idee is.

TE JONG OM TE STEMMEN?

In het debat over de vraag of het stemrecht moet worden verlaagd tot 16 jaar, zijn er inderdaad een paar argumenten die telkens terugkomen. Het eerste argument is dat jongeren op die leeftijd nog niet zoveel belangstelling hebben voor politiek, waardoor je hen daarmee ook niet moet lastig vallen. Het tegenargument daarbij is dat je de kar voor het paard spant: heel veel mensen krijgen juist belangstelling voor politiek omdat ze hun stem moeten uitbrengen. Als je toch niet moet gaan stemmen, wat voor zin heeft het dan uitvoerig informatie in te winnen over alle mogelijke politieke partijen en kandidaten? Dat lijkt een beetje een discussie over de kip en het ei, maar het heeft in dit verband verstrekkende gevolgen. Als je gelooft dat politieke interesse een vastliggende eigenschap van het individu vormt, dan heeft het weinig zin om het stemrecht uit te breiden naar groepen die zich nauwelijks informeren. Als het omgekeerde waar is, namelijk dat mensen zich gaan informeren als hun mening wordt gevraagd, dan is dat juist een reden om ook jongeren van 16 stemrecht te verlenen. Een tweede belangrijk argument in de discussie is dat jongeren van die leeftijd nog helemaal niet klaar zijn om hun stem uit te brengen. Juist doordat ze weinig politieke kennis hebben, kunnen ze immers niet op een doordachte manier hun stem uitbrengen. Ze zullen zich dan maar laten leiden door de kandidaten die het grappigst uit de hoek komen, of die het meest 'cool' lijken. Als dat inderdaad het geval is, dan is dat een goede reden om hen geen stemrecht te verlenen. Er is nu al veel bezorgdheid over eerder oppervlakkig en wispelturig stemgedrag, en daarom lijkt het eerder riskant om ook niet-geïnteresseerde jongeren te laten deelnemen aan verkiezingen. Op basis van het onderzoek naar aanleiding van de verkiezingen in Gent, kunnen we een echter goed antwoord formuleren op beide argumenten.

Als we om te beginnen kijken naar het niveau van politieke interesse, dan stellen we inderdaad vast dat de 16-jarigen inderdaad niet al te veel belangstelling hebben voor het politiek gebeuren. Toch zou het verkeerd zijn om te stellen dat jongeren volledig apathisch blijven: ze maken wel degelijk een verschil naargelang het specifieke politieke thema. Als we de 16-jarigen vragen of ze de campagne voor de provincieraadsverkiezingen van oktober 2018 hebben gevolgd, dan is het antwoord een overweldigend 'neen': slechts 13,5% van de 16-17-jarigen zegt hiervoor enige belangstelling te hebben. Als het dan gaat over de gemeenteraadsverkiezingen, dan stijgt dit percentage echter al meteen tot 32,8%. Jongeren hebben dus wel al voldoende politiek inzicht om geen aandacht te besteden aan provincieraadsverkiezingen, die over het algemeen als eerder saai worden beschouwd, en de gemeenteraadsverkiezingen, die in Gent felbevochten waren.

MAMA, OP WIE STEM JIJ?

Maar het meest duidelijke resultaat zien we als we gaan kijken naar discussies over politiek binnen het gezin. Dat is een belangrijke indicator, omdat we weten dat jongeren op die leeftijd toch vooral nog met hun gezinsleden praten als ze hun mening willen vormen over belangrijke maatschappelijke problemen. Dat deze discussies vooral een gevolg waren van het Gentse experiment, kunnen we eenvoudig aantonen door precies te kijken naar wat gebeurt als de Gentse jongeren 16 worden. Diegenen die net een maand ouder waren dan 16 op de dag van de verkiezingen, kregen immers de uitnodiging binnen, terwijl diegenen die toen net te jong waren dat niet kregen. De geboortedatum van 14 oktober 2002 is dus cruciaal om na te gaan wie deel uitmaakte van het experiment en wie niet. In FIGUUR 1 rangschikken we de respondenten volgens hun leeftijd en zien we dat diegenen die waren opgenomen in het experiment inderdaad vaker over politiek discussiëren. Het mooie is bovendien dat als we dezelfde vraag stellen aan de ouders van de respondenten (de stippellijn in de figuur) dat we dan net dezelfde breuk zien, juist op die leeftijd van zestien jaar. De logische conclusie is dan ook dat die jongeren meer met hun ouders zijn gaan praten over politiek omdat ze een uitnodiging voor hun experiment hadden ontvangen.1

Anderzijds wordt ook duidelijk dat we geen wonderen mogen verwachten van een dergelijk experiment. Voor andere indicatoren, zoals politiek vertrouwen, zagen we geen enkel significant verschil tussen 15- en 16-jarigen. Het is dus zeker niet zo dat het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd in één klap de ietwat problematische relatie tussen jongeren en politiek helemaal zal oplossen. Het is ook belangrijk dat jongeren blijkbaar vooral met hun eigen ouders gaan praten als ze met een dergelijke vraag geconfronteerd worden. In de media krijg je wel eens het beeld alsof jongeren vooral aandacht hebben voor hun eigen vriendenkring, waarmee ze voortdurend contact hebben via sociale media. Als dat al het geval zou zijn: blijkbaar is het toch nog altijd binnen het eigen gezin dat er gepraat wordt over politieke en maatschappelijke problemen. Uit eerder onderzoek weten we trouwens dat de politieke opvattingen van jongeren en ouders over het algemeen niet zo ver van elkaar liggen.

DE 'JUISTE' PARTIJ

Het tweede argument is dat jongeren nog onvoldoende kennis zouden hebben om te weten op wie ze moeten stemmen. Ze zouden zich dan laten leiden door oppervlakkige reclamecampagnes of door de vraag wie er dan niet hip uitziet. Het klopt inderdaad dat jongeren wat betreft hun kiesgedrag wat trendgevoeliger zijn dan oudere kiezers. Dat is ook logisch: stel dat iemand al dertig jaar lang op partij X stemt, dan zal die kiezer aarzelen om op een nieuwe partij Y te stemmen, ook als die nieuwe partij duidelijk de wind in de zeilen heeft. Voor een jongere kiezer spelen die banden uit het verleden minder een rol, en die kiezer zal dan ook vlugger de stap naar Y zetten. Maar wil dat ook zeggen dat jongeren van 16 zich gewoon laten leiden door oppervlakkige indrukken? Om dat te testen gebruiken we de theorie van de Amerikaanse politicoloog Richard Lau over het 'weloverwogen stemmen'. Hij bedoelt daarmee dat als we kunnen aantonen dat de partijkeuze ook duidelijke ideologische voorkeuren weerspiegelt, dat het hier dan gaat om een 'correcte' stem, die niet wordt beïnvloed door bijvoorbeeld het uiterlijk van de kandidaat. Als we kijken naar de stemmotieven van de 16- en 17-jarigen, dan blijkt dat zij over het algemeen bij de 'juiste' partij terecht komen. Diegenen die het leefmilieu belangrijk vinden, komen keurig uit op een keuze voor Groen, de jongeren die zich zorgen maakten over armoede en ongelijkheid kwam uit bij de sp.a, en diegenen die immigratie en diversiteit als belangrijkste probleem vermeldden, vonden zonder meer de weg naar Vlaams Belang. Met andere woorden: de jongeren stemden net op dezelfde manier als de generatie van hun ouders. Dat is een belangrijke conclusie omdat een klassiek beeld is dat de kiezer zich volop zou moeten documenteren voordat men naar het stemhokje trekt. Uiteraard kunnen we als politicologen alleen maar aanmoedigen dat iedereen de partijprogramma's zou lezen, maar we weten tegelijk ook dat niemand dat zal doen. Bovendien blijkt ook dat dit niet echt noodzakelijk is: ook met een relatief weinig politieke kennis, zien mensen heus nog wel het verschil tussen Vlaams Belang en Groen, of tussen Open VLD en sp.a. Veel meer dan dat heb je blijkbaar toch niet nodig om een 'weloverwogen' stem uit te brengen.

Het Gentse experiment zorgt dus voor boeiende resultaten: jongeren blijken te reageren op het feit dat hun mening wordt gevraagd, en die mening is even 'weloverwogen' als die van hun ouders. Wat dat betreft zien we dus geen reden om te stellen dat 16-jarigen niet 'rijp' genoeg zouden zijn om hun stem uit te brengen. Tegelijk maakt het Gentse experiment ook duidelijk dat gewoon één keer gaan stemmen niet alle problemen zal oplossen. Gaan stemmen heeft niet zo'n belangrijke betekenis dat het een echt ritueel zou kunnen worden om de overgang naar een volwassen status te maken. Als men zou beslissen de kiesgerechtigde leeftijd te verlagen tot 16, is het dan ook belangrijk om tegelijk ook op andere manieren er voor te zorgen dat jongeren het gevoel hebben dat er echt naar hun stem wordt geluisterd. Het is daarom belangrijk dat het nieuwe Gentse stadsbestuur ook expliciet zou antwoorden op de vele vragen die door jongeren werden gesteld naar aanleiding van dit experiment. Als andere steden en gemeenten in 2024 een gelijkaardig initiatief zouden nemen, dan is het ook belangrijk te beschikken over een echt draaiboek, om het project in goede banen te leiden. Vorig jaar lanceerde bijvoorbeeld ook het stadsbestuur van Kortrijk een gelijkaardig experiment, maar dat gebeurde op weinig doordachte wijze. Het is ook belangrijk dat ook de scholen dan meewerken om hun 16-jarige leerlingen goed voor te bereiden, en dat er voldoende goed pedagogisch materiaal ter beschikking. De resultaten van het Gentse experiment zijn overwegend positief, en alles pleit er dan ook voor deze initiatieven te veralgemenen in 2024.

VOETNOTEN

  1. Voor de meer gedetailleerde statistische analyse verwijzen we naar 'All in the Family? The Reaction of Parents on the Enfranchisement of their Adolescent Children', Paper presented at the 115th Annual Meeting of the American Political Science Association, Washington, D.C., August 29-September 1, 2019, downloadbaar op https://verkiezingen.gent.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 39 tot 43