Abonneer Log in

Rebelse plekken

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 81 tot 83

Walter Lotens wil met concrete voorbeelden uitleggen waarom municipalisme en commons passen in de zoektocht naar alternatieven voor het neoliberale wereldbeeld.

Rebelse plekken

Walter Lotens
Gompel & Svacina, Antwerpen, 2019

Walter Lotens, onvermoeibaar globetrotter, Latijns-Amerika kenner en moraalfilosoof is niet aan zijn eerste boek over basisbewegingen en democratie van onderuit toe. Hij heeft al meerdere publicaties op zijn naam, maar naar eigen zeggen schrijft hij altijd hetzelfde boek over hoe kleine en grote ervaringen in basisdemocratie, coöperatie, zelforganisatie een voorafspiegeling van een ander soort samenleving kunnen zijn. Rebelse plekken wil met concrete voorbeelden uitleggen waarom municipalisme en commons passen in de zoektocht naar alternatieven voor het neoliberale wereldbeeld.

Dit is geen saai boek over hooggestemde theorieën. Wat Lotens doet is een coherent geheel van ideeën over coöperatieve economie en commons, basisdemocratie en municipalisme toetsen aan de kleine en minder kleine voorbeelden van waar men die ideeën in de praktijk probeert te brengen. Hij legt uit wat commons en municipalisme betekenen, en vergeet daarbij niet de link met niet-kapitalistische coöperatieve experimenten te leggen. Het is geen hoeraverhaal, want tegelijkertijd wijst hij voortdurend op de lange weg die nieuwe maatschappelijke vormen en gedachten af te leggen hebben en hoe die nieuwe vormen en gedachten ook regelmatig mislukken. Dat relativerende realisme ontbreekt wel eens in hooggestemde utopische traktaten. Dat Lotens het hoofd steeds koel houdt, is een van de sterktes van het boek.

De reden daarvoor is waarschijnlijk dat hij alle voorbeelden, van klein tot groot, van Frankrijk, over Spanje tot Latijns-Amerika ook werkelijk ter plaatse heeft bezocht. Met zijn grote theoretische bagage, geïllustreerd door het uitgebreid notenapparaat en een lange bibliografie, bekijkt hij hoe concepten over een andere maatschappelijke ordening het er in de praktijk vanaf brengen. Hij heeft daarbij ook oog voor de kritische stemmen uit het eigen kamp van de wereldverbeteraars. Dat tempert echter niet het inzicht dat van onderuit een ander soort van bestuur met diverse vormen van deliberatieve democratie mogelijk is. De verhalen over Barcelona en Comù of over Ahora Madrid/Màs Madrid of over kleine Franse gemeenten, met een basisdemocratisch bestuur als Saillans of Loos-en-Gohelle zijn enthousiasmerend, maar het blijft ook voor Lotens te allen tijde nodig om een kritische blik te behouden.

Het boek gaat dus essentieel over municipalisme en commons, en over de realiteit achter deze theoretische concepten.

Municipalisme (of communalisme wanneer het over kleinere entiteiten gaat) kan worden omschreven als een beweging van onderuit, in de stedelijke of gemeentelijke omgeving, die een alternatief wil bieden voor de klassieke representatieve democratie op gemeentelijk of stedelijk niveau. Het gaat om nieuwe vormen van democratie waarbij de basis rechtstreeks bij het beleidsproces wordt betrokken. De auteur geeft enkele voorbeelden van vernieuwend bestuur in enkele kleine Franse gemeenten maar ook in de grote provinciestad Grenoble. Daarna reist hij naar Spanje waar hij ook even een zijsprong maakt naar de kleine Andalusische dorp Marinaleda, waar een communist van de oude stijl een soort van Sovjet-democratie leidt. Het Spaanse hoofdstuk gaat echter vooral over de rebelse grootsteden Barcelona en Madrid. Lotens beschrijft het ontstaan van Barcelona en Comù en Ahora Madrid als uitlopers van grote volksbewegingen. In Barcelona was dat de beweging tegen de huisuitzettingen en in Madrid de Indignadosbeweging, die zich massaal manifesteerde met de bezetting van het Puerta del Solplein. Na de verkiezingsoverwinningen onder leiding van boegbeelden tegen wil en dank, Ada Colau in Barcelona en Manuela Carmena in Madrid, konden beide grootsteden aan hun municipalistisch experiment beginnen. Lotens beschrijft de verwezenlijkingen van beide alcaldesas (burgemeesteressen), maar ook de grote obstakels die ze ondervonden, vanuit de centrale Spaanse staat maar ook van weerbarstige economische factoren, zoals de grote financiële schuld die het vorige rechtse stadsbestuur in Madrid had achtergelaten en de desastreuze gevolgen van de geëxplodeerde toerisme-industrie in Barcelona én Madrid.

Het verhaal over de municipalistische revolutie in beide grootsteden eindigt in dit boek spijtig genoeg vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van het voorjaar van 2019, zodat het een beetje te vroeg werd afgebroken. Ada Colau heeft zich door een ingewikkeld spel van coalitievorming ondertussen kunnen opvolgen als burgemeester. Manuela Carmena en Màs Madrid verloren het burgemeesterschap.

Het tweede thema van boek is 'commons'. Terwijl municipalisme vooral gaat over hoe een gemeenschap basisdemocratisch kan worden bestuurd, gaat het bij commons om materiële en immateriële hulpbronnen die in gemeenschapsbezit zijn en door de gemeenschap worden beheerd volgens door de gemeenschap ontwikkelde regels over het gebruik van die hulpbronnen. Om een levend voorbeeld van commons te beschrijven, trekt Lotens naar het dorpje LLangahua in het Andesgebergte, waar een kleine inheemse gemeenschap overleeft door een op gemeenschappelijk bezit van een deel van de productiemiddelen gebaseerde plaatselijke rurale economie. Een economie die draait op commons, waarbij wederkerigheid een centraal gegeven is: iedereen draagt bij aan het onderhoud van de commons door gemeenschapswerk. Het is een aansprekend voorbeeld van hoe een alternatieve op commons gebaseerde coöperatieve productiewijze in moeilijke omstandigheden een hele gemeenschap een leefbaar inkomen kan bezorgen.

Vanuit dat voorbeeld is het een kleine stap naar de rol die coöperatieven kunnen spelen, als democratisch georganiseerde productiewijze, waarin alle deelnemers zeggenschap hebben. Maar coöperatieven worden door Lotens niet voorgesteld als hét alternatief voor de kapitalistische productiewijze. Ze kunnen evengoed binnen een kapitalistische winstlogica functioneren, waardoor het ook mogelijk is dat coöperanten inboeten op het vlak van sociale verworvenheden.

De auteur maakt in het deel over Latijns-Amerika een interessante parenthese over het debat dat in een aantal landen wordt gevoerd over het concept Buen Vivir, het goede leven, waarin het wederkerigheidsprincipe van de commons van geven en ontvangen en onderlinge solidariteit de centrale rol speelt. Buen vivir is opgenomen in de nieuwe grondwetten van Bolivië en Ecuador, twee Andeslanden met een grote inheemse bevolking. Dat heeft alles te maken met het belang van commons in de inheemse tradities in beide landen. Zonder ook hier niet onmiddellijk in een hoerastemming te vervallen, over de gevolgen van de grondwettelijke verankering van de commonsgedachte voor het dagelijkse leven van de gewone Bolivianen en Ecuadorianen, is dit voor Lotens een belangrijke ontwikkeling, die op termijn zijn vruchten kan afwerpen en internationale weerklank kan krijgen.

In onze eigen samenleving zal het er vooral op aankomen om de commonsgedachte als tegenpool van de overheersende neoliberale ideologie in de praktijk gestalte te geven. Het municipalisme, als bestuur van onderuit, dat in kleinere, middelgrote en zeer grote entiteiten ondertussen met vallen en opstaan voet aan de grond krijgt, geeft een sterke drijfveer aan het wat 'recommoning' wordt genoemd: het heroveren van gemeenschapsbezit op de neoliberale privatiseringswoede. Die band tussen municipalisme/communalisme en commons is overigens ook al bepleit door George Monbiot in zijn spraakmakend Out of the Wreckage (zie SamPol, maart 2018), als basis van een alternatief politiek en maatschappelijk project dat mensen in beweging zet naar een betere samenleving.

Walter Lotens begint zijn boek met een verhaal over het Boomse gehucht Noeveren, dat zich inzet voor een recommoning van de plaatselijke leefgemeenschap in verzet tegen bouwpromotoren die het dorpsweefsel aantasten. Het is een aansprekend en aangrijpend voorbeeld, waarin de plaatselijke kunstenaar Camiel Van Breedam een iconische sleutelfiguur is. Recommoning gaat over het behoud en herleven van een leefomgeving, waarin solidariteit en wederkerigheid centraal staan. En dat kan op microschaal, zoals in Noeveren, net zoals het als grondwettelijk principe is omschreven in Bolivia en Ecuador. Buen vivir in Boom als het ware.

Wat Walter Lotens in Rebels Plekken heeft beschreven, is geen beëindigd verhaal. Het is de beschrijving van een recente en minder recente geschiedenis, die hij zelf in een recent interview met Rafa Grinfeld op de podcast van de klimaatactiegroep Climaxi besluit met 'wordt vervolgd'.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 8 (oktober), pagina 81 tot 83