Abonneer Log in

In de vuurlinie

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 20 tot 25

Solidariteit begint met begrip voor elkaars situatie. Hoe meer we van elkaar beseffen in welke realiteit we leven, hoe beter we zullen kunnen samenwerken om de uitweg te vinden. Daarom dit overzicht wat de coronacrisis zoal teweegbrengt op de werkvloer.

Het coronavirus hakt niet alleen in op ons gezondheidssysteem en op de economie, maar ook op onze dagelijkse realiteit, gevoelens en angsten. Op momenten als deze is solidariteit belangrijker dan ooit, en we zien ook vele voorbeelden daarvan spontaan opborrelen.

Maar net zo goed is er ook veel ongerustheid en onbehagen, en beleeft iedereen de crisis een beetje vanuit zijn of haar eigen cocon. De media volgen is daarbij niet altijd even geruststellend.

Solidariteit begint met begrip voor elkaars situatie. En laat het feit nu net zijn dat we elkaars situatie momenteel niet altijd even goed kennen. Daarom hebben we de afgelopen weken ons oor te luisteren gelegd bij de experten van de werkvloer: de vakbondsdéléguées en -secretarissen die overspoeld worden met vragen en noodkreten. We vroegen hen wat deze crisis teweegbrengt op de werkvloer en waarmee mensen vanuit de realiteit van heel verschillende beroepen worstelen. Dat velen van hen te midden van alle drukte de moeite hebben genomen om te antwoorden op die vraag, toont dat ze het ook belangrijk vinden om hun verhalen te delen. Hoe meer we van elkaar beseffen in welke realiteit we leven, hoe beter we zullen kunnen samenwerken om de uitweg te vinden. Wat volgt is een weerslag en momentopname van die verhalen, en die is per definitie onvolledig en in evolutie. Het geeft de situatie weer op 26 maart.

DE VERZORGER: OP ONBESCHERMD RISICOGEBIED

Er is uiteraard veel ongerustheid bij het zorgpersoneel. De hele crisis voelt voor hen nog het meest als een oorlogssituatie, waarbij men zich moet voorbereiden om te vechten tegen een onzichtbare vijand. Met lede ogen kijkt men naar de evolutie in het buitenland, bang wachtend op de piek.

Er zijn al veel inspanningen gebeurd, maar toch blijft het niet eenvoudig. Niet alleen om de evidente redenen zoals de druk om patiënten met deze nieuwe ziekte te verzorgen, maar ook omdat er niet overal voldoende beschermingsmaatregelen voor het personeel zelf kunnen worden genomen. Er is vaak te weinig van dat soort materiaal voorhanden en ondanks de aanvoer van 6 miljoen extra maskers blijft de vraag naar goede bescherming weerklinken. De snelheid waarmee de crisis heeft toegeslaan, maakt dat veel verzorgers momenteel werken onder omstandigheden die men normaal gezien nooit zou pikken. Dat maakt hen niet alleen extra bezorgd voor hun eigen veiligheid, maar ook voor die van hun families en alle mensen waarmee ze in contact komen. Ook in de zorg die buiten de ziekenhuizen gebeurt, zoals de thuiszorg, is dit een probleem.

Er wordt ook volop bekeken of personeel van deelsectoren waar nu plots minder vraag is, kan worden overgezet naar daar waar er ondercapaciteit dreigt. Zo is er momenteel minder vraag naar de dagopvang voor mensen met een handicap, omdat zij ingevolge de richtlijnen thuisblijven, en meer vraag in de thuiszorg. Door de nieuwe vraagfinanciering vallen daarmee vaak ook de middelen voor de instelling weg die de dagopvang voorziet. De persoonsvolgende financiering koppelt immers rechtstreeks de bezetting aan middelen en als cliënten niet komen brengen ze ook geen 'rugzakfinanciering' mee. Het personeel wordt opgedragen om recup te nemen of onbetaald verlof.

In functie van acute noden worden mensen gevraagd om elders in te springen, maar zonder afspraken over de arbeidsvoorwaarden. Bijvoorbeeld op het vlak van bescherming of hun rechten inzake terbeschikkingstelling. We dreigen daar in een grijze zone terecht te komen die op individueel niveau voor de verzorger in het geval het misloopt erg negatief kan uitdraaien. Mensen zijn bereid om te helpen waar ze kunnen, maar als ze een risico lopen moeten ze ook beschermd zijn.

DE MEDEWERKERS KINDEROPVANG: BOVEN WATER BLIJVEN

In de kinderopvang is het gebrek aan beschermingsmateriaal voor het personeel even groot als in de rest van de zorgsector. Begin er trouwens maar eens aan om peutertjes uit te leggen op welke manier ze het veiligste niezen…

Daarnaast is er ook de materiële onzekerheid. De instellingen blijven open maar draaien op verlies. Logisch want aan de ene kant moet je openblijven om opvang te verzekeren, maar aan de andere kant komen er niet genoeg kinderen om rond te komen. Er was overleg met de bevoegde minister Wouter Beke. Van de hinderpremie die reeds beslist werd, kan de social-profit sector geen gebruik maken. Zullen we dan ook nog onze job verliezen, vraagt men zich af. In de laatste week van maart kwam het nieuws binnen dat er ook voor deze sector een regeling rond compensatie van de economische schade zal worden voorzien.

DE LEERKRACHT: WAT MET MIJN NODEN?

Het onderwijzend personeel zit in een bijzondere situatie. Enerzijds zijn de scholen 'dichtgegaan', anderzijds is er wel de verplichting om opvang te voorzien, eerst algemeen en later voor een aantal specifieke groepen. Ook hier nemen leerkrachten hun verantwoordelijkheid op, maar dat betekent niet dat alles zomaar vanzelf gaat. Er zijn immers nog heel wat onduidelijkheden en net als iedereen hebben leerkrachten ook elk een privécontext.

Veel vragen die binnenlopen gaan dan ook daarover. 'Ik behoor als zestigplusser met medische problemen tot de risicogroep en mag mijn eigen kleinkinderen niet meer opvangen. Maar ik word wel gevraagd om present te tekenen voor de opvang op school. Ik wil gerust helpen, maar hoe weet ik of het wel veilig is voor mij? En wat als ik me niet meer veilig voel, mag ik dan weigeren om te komen?'

Onduidelijkheid is er ook als het gaat over hoe de regels toegepast moeten worden. In de ene school verwacht men dat het hele leerkrachtenteam elke dag aanwezig is, op andere gaat het om beurtrollen. Vaak wordt er gesproken van 'opgevorderd' worden, wat tot de meest uiteenlopende theorieën leidt. 'Mijn directeur zegt dat wij ook kunnen worden opgevorderd om in een ziekenhuis te gaan werken, klopt dat?'

Soms is er ook wrevel omdat leerkrachten gevraagd wordt om hun verantwoordelijkheid te nemen, terwijl niet alle ouders zich even plichtsbewust opstellen. 'Vandaag kregen we kleuters aan de schoolpoort waarvan de moeder zei dat ze moest werken en dat de vader de kinderen niet wou opvangen. Het ging niet over een gescheiden gezin, de vader zat gewoon thuis. Gelukkig werd hier ingegrepen door de directie.'

DE GEMEENTEAMBTENAAR: BEZIG BLIJVEN, WORDT HULPVERLENER

Een deel van het gemeentepersoneel moet aan de slag blijven, om wezenlijke publieke dienstverlening te blijven garanderen. Maar net zo goed worden ze her en der gevraagd om andere taken op te nemen. We krijgen vragen van mensen die aan de slag zijn als redder in een zwembad of medewerker in de bib, die nu de facto geen werk hebben en die gevraagd worden om in callcenters vragen over corona te beantwoorden. Dit gebeurt op vrijwillige basis. Voor velen is het de eerste keer dat ze eerstelijnshulpverlening moeten doen.

DE BUSCHAUFFEUR: EEN VLAG DIE MEER LADINGEN DEKT

De term 'buschauffeur' dekt eigenlijk verschillende beroepen. Je hebt buschauffeurs die rijden in kader van het openbaar vervoer, maar ook autocarchauffeurs die andere, commerciële ritten doen en ten slotte ook chauffeurs van schoolbussen.

De chauffeurs van de lijnbussen moeten veelal aan de slag blijven. Zij zorgen ervoor dat heel wat mensen die noodzakelijke verplaatsingen moeten doen, geraken waar ze moeten zijn. De meeste vragen en klachten gingen hier aanvankelijk over een tekort aan beschermingsmaatregelen. Zo was er ook hier te weinig ontsmettingsmiddel en handgel ter beschikking. Ondertussen is dat probleem voor een stuk opgelost. Toch blijft het voor velen niet zo eenvoudig en zijn er zorgen over de veiligheid. Je zal maar op de radio horen hoe het gebruik van het openbaar vervoer wordt afgeraden, terwijl het jouw job is om het elke dag te laten rijden.

Ook blijft de houding van sommige passagiers echt een probleem, vooral als het gaat over geen afstand houden. Soms worden de linten die gebruikt worden om afstand te verzekeren zelfs gewoon kapotgetrokken om dichterbij te komen en aan de chauffeur iets te vragen.

Bij de autocarchauffeurs horen we heel andere klachten. Daar zien we net dat het aantal ritten sterk terugvalt omdat alle reizen en uitstappen geannuleerd worden. Normaal gezien begint vanaf maart voor hen het drukke seizoen en dat is ook de periode waarin ze veel inkomsten binnenkrijgen. Bij deze mensen is er dus vooral een grote bezorgdheid om hoe ze de rekeningen gaan betalen.

De schoolbuschauffeurs zijn dan weer vaak halftijds tewerkgesteld en zitten in een extra precaire positie.

DE KAPPER: HOE ESSENTIEEL IS UW COUPE?

Marc Van Ranst zei het al: het is onmogelijk om vanop de veilige afstand van 1,5 meter iemands haar te knippen. Toch is er heel wat discussie geweest over of kappers mochten openblijven of niet. Uiteraard is dat een belangrijk punt voor wie een kapperszaak heeft, maar er zijn ook heel wat kappers die in loondienst werken. Zij konden geen beroep doen op tijdelijke werkloosheid en kregen bovendien van hun baas wel eens te horen dat die wel wilde sluiten, maar dat het niet kon omdat er geen compensatie was voorzien voor kapperszaken. Bovendien zijn ook de klanten niet altijd even correct en vriendelijk, en dringen die wel eens aan om zeker de afspraak te laten doorgaan.

Uiteindelijk kwam dan het bericht dat ook kapsalons een vergoeding krijgen ter compensatie van de economische schade (de hinderpremie) en de werknemer heeft dan recht op een uitkering. Bij het neerpennen van deze tekst kwam het nieuws binnen dat de regering intussen besliste (op aandringen van vakbonden, maar ook van Unizo) dat de kappers bovendien volledig moesten sluiten.

DE WERKNEMER IN DE CHEMIE: IEDEREEN GELIJK VOOR DE WET?

De scheikundesector werd geclassifieerd als essentiële sector. Dat wil zeggen dat wie daar werkt aan de slag kan blijven omdat er levensnoodzakelijke zaken worden geproduceerd. Een voorbeeld daarvan zijn bestanddelen voor medicijnen.

Over die beslissing ontstond al gauw heel wat ongerustheid. Het is inderdaad niet zo moeilijk om bepaalde voorbeelden te bedenken van waar de scheikundesector een essentiële rol speelt. Anderzijds zijn er ook heel wat beroepen en activiteiten waarvoor dat niet zo vanzelfsprekend is. De vraag wierp zich dus al snel op of de lijst met cruciale activiteiten niet te breed werd opgevat. Een kaarsenmaker, een parfumfabriek, verfproductie… zijn die allemaal van levensbelang, of toch in die mate dat het het risico in kader van de coronamaatregelen rechtvaardigt? En wat met specifieke functies binnen de verschillende bedrijven; neem nu de laborant versus de inpakker, is hun aanwezigheid tijdens de periode met voorzorgsmaatregelen allemaal even cruciaal? Dat zijn belangrijke vragen als je mensen maximaal wil beschermen tegen de risico's en toch de meest cruciale activiteiten wil laten doorgaan. Bovendien betekent op de lijst van cruciale activiteiten staan ook dat werkgevers in principe niet verplicht zijn om de brede aanbevelingen te volgen, bijvoorbeeld die rond zo veel als mogelijk thuiswerk voorzien. En verder kunnen de beschermingsmiddelen, zoals mondmaskers en speciale kleding, die nu worden voorzien voor bepaalde niet zo essentiële bedrijven in deze sector misschien beter elders ingezet worden, of zou er kunnen worden nagedacht over tijdelijke heroriëntering van de productieactiviteiten in functie van het bestrijden van de crisis. Het overleg over al die zaken is op het moment van schrijven volop aan de gang en eenvoudig is het niet. De vakbonden besloten ondertussen om hun eisen kracht bij te zetten via een campagne onder hashtag #jobcrucial.

DE WERKLOZE WAT MOET IK, WAT MAG IK?

Zeker bij het begin van de regeringsmaatregelen die werden afgekondigd, was de onduidelijkheid erg groot voor wie werk zoekt. 'Kan ik nog gaan solliciteren? En is dat wel veilig?' De richtlijnen van de overheid waren ook niet altijd even duidelijk. Zo kregen mensen op dezelfde dag bericht van de RVA die aankondigde dat de verhoren inzake controle van werkzoekenden om veiligheidsredenen niet meer zouden doorgaan, terwijl de VDAB net aangaf dat ze wel zouden blijven doorgaan. In de snelheid van de gebeurtenissen niet onbegrijpelijk, maar wel te vermijden. Gelukkig konden we via overleg tot een oplossing komen en werd de richtlijn duidelijk: dit is momenteel geen prioritaire verplaatsing.

Werkzoekenden moeten momenteel in principe wel nog solliciteren en dus de bewijzen daarvan bijhouden. Opleidingen zijn geannuleerd, maar indien ze een stage lopen in een bedrijf gaat die wel nog door en worden ze ook geacht daar aanwezig te zijn. Anderzijds komen er ook signalen dat alle stages zouden worden afgelast. Veel mensen zijn daarover bezorgd. Ben ik verplicht om voor een beperkt bezoldigde stage van enkele weken of maanden momenteel mijn huis uit te komen? En anderzijds: als het stopt, wat met mijn inkomen? Dan val ik weer terug op mijn (dalende) uitkering.

DE LEERLING DUAAL LEREN: NAAR DE LES OP EIGEN RISICO?

In het systeem van duaal leren volgen leerlingen van het secundair onderwijs een deel van de week les en combineren dat met leren op de werkvloer door te werken in een bedrijf en daar ook vaardigheden op te doen. Toen de coronamaatregelen verstrengd werden, werden de trajecten en stages echter opgeschort. Voor heel wat jongeren is dat geen fijn nieuws. Ze volgen het duaal leren vaak omdat ze sneller van de schoolbanken naar de arbeidsmarkt willen en zo'n uitstel is dan wel een streep door de rekening. Anderzijds zijn er natuurlijk ook heel wat bezorgdheden en wil men ook geen risico lopen.

Probleem is wel dat de schorsing niet opgaat voor de reeds aangehaalde cruciale sectoren. Daar kon men zelf beslissen of het duaal leren blijft doorgaan. In de scheikundesector is daarrond reeds een afspraak gemaakt: er komen momenteel geen leerlingen op de werkvloer. In de andere cruciale sectoren, zoals de zorg en de voeding, ligt die vraag nog open.

DE WERKNEMER MET BIJBEROEP: TWEE KEER GERAAKT?

Heel wat werknemers oefenen naast hun hoofdberoep ook een bijberoep uit op zelfstandige basis en ook zij zitten met vragen. Door de coronacrisis kan het voorvallen dat je in je hoofdberoep in economische werkloosheid terechtkomt, maar wel je bijberoep nog kan uitoefenen (bijvoorbeeld wanneer je dat van thuis uit kan doen). In dat geval kan je via je bijberoep misschien toch een deel van het loonverlies uit het hoofdberoep goedmaken. Om eventueel misbruik te voorkomen is er echter de algemene regel dat de inkomsten uit het bijberoep bepaalde grenzen niet mogen overstijgen en als ze dat wel doen wordt dit verrekend in de uitkering die de persoon krijgt voor tijdelijke werkloosheid. Ook mag je in principe niet werken in bijberoep op die dagen waarop je economisch werkloos bent. Omwille van de uitzonderlijke omstandigheden worden deze regels echter momenteel tijdelijk opgeschort (of beter: tijdelijk niet gecontroleerd). Maar ook hier blijft er onzekerheid. Het is bijvoorbeeld niet duidelijk of je niet achteraf alsnog een check op de inkomsten kan krijgen waardoor je toch nog een stuk van de uitkering zal moeten terugbetalen.

WORDT VERVOLGD…

Zoals gezegd zijn dit slechts enkele voorbeelden van de vragen die bij de vakbond terechtkomen. Voor een blik op meer beroepen kan je een blik werpen op de blog www.abvv-experten.be waar we regelmatig aanvullingen zullen brengen. Maar belangrijk om tot slot mee te geven is dat achter elk van de vragen en moeilijkheden die je hier kan lezen ook mensen zitten die hard werken aan de oplossingen en de antwoorden. In ons geval zijn dat de vele medewerkers, déléguées en secretarissen van de vakbond die tijdens deze storm druk in de weer zijn om mensen gerust te stellen, hen houvast te bieden, hun belangen te verdedigen en oplossingen te onderhandelen.

Ben je werknemer of werkzoekende en heb je vragen over de gevolgen van de coronacrisis voor jouw situatie? Dan vind je een boel informatie verzameld op http://www.abvv.be/corona.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 20 tot 25