Abonneer Log in

Tijdelijke werkloosheid: Blanc, Bleu, Belge?

Hoe uniek is het 'Belgische' systeem van tijdelijke werkloosheid? Of is het zoals de meeste 'streekproducten' in souvenirwinkeltjes?

Wat een geluk! De automatische stabilisatoren werken (voorlopig) nog. Net zoals bij de economische crisis in 2008, schoot ook nu tijdens de Coronacrisis het Belgisch systeem in actie. En de eerste prijs ging naar het systeem van ‘tijdelijke werkloosheid’. Daarom zouden wij, de Belgen, veel minder onder deze crisis lijden dan zij, in het buitenland.

De ‘Belgische tijdelijke werkloosheid’ kan in de souvenirwinkel naast de ‘Belgische chocolade’ of ‘Brusselse wafels’: lokaal, kwaliteitsvol en vooral, enkel hier te verkrijgen. Maar iedereen die al meer dan drie luchthavens aandeed weet één iets: de ‘lokale’ toeristische souvenirs lijken verdacht veel op elkaar in verschillende landen. Laten we ons dus niet rollen in zelfgenoegzaamheid en ons systeem eens afzetten tegen de systemen in het buitenland.

HOE 'BELGISCH' IS TIJDELIJKE WERKLOOSHEID?

Een collega op het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) stelde zich dezelfde vraag en ging in alle Europese landen op zoek naar vergelijkbare systemen van tijdelijke werkloosheid. Die collega is een Duitser en de reden voor zijn studie is dezelfde waarom dit stuk geschreven wordt: ook in Duitsland bestaat er een ‘uniek’ systeem van tijdelijke werkloosheid, genaamd Kurzarbeit.

Zo uniek blijkt dat systeem echter niet te zijn. Met Google Translate als zijn vaste partner voor enkele dagen vond hij in niet minder dan 21 van de 28 EU-landen (we rekenen het VK er nog even bij) systemen die lijken op de ‘Belgische’ tijdelijke werkloosheid of de ‘Duitse’ Kurzarbeit.

De souvenirwinkel van het economisch beleid in Europa in de gang ‘streekproducten’ is gevuld met sterk op elkaar lijkend beleid.
Het basisidee idee is, kort gezegd, dat bij een significante (en waarschijnlijk tijdelijke) daling van de economische activiteit een onderneming haar werknemers tijdelijk ‘werkloos’ kan maken. Deze werknemers krijgen dan een werkloosheidsuitkering (en vaak een toeslag). Het voordeel van dit systeem is dat werkgevers snel hun personeelskosten laten dalen zonder dat ze hun personeel moeten ontslaan. Ze moeten dus geen opzegperiodes respecteren en kunnen, eens de economie weer aantrekt, hetzelfde personeel opnieuw tewerkstellen zonder dat ze mensen moeten aanwerven. Voor de werknemers is het voordeel dat ze hun job (en inkomen) niet verliezen. Macro-economisch functioneert de tijdelijke werkloosheid als stabilisator, omdat de koopkracht van werknemers grotendeels behouden blijft en de economische vraag dus niet instort. Ook het herstel zou sneller gaan.

Maar het is niet omdat de verpakking op elkaar lijkt, dat de inhoud van dezelfde kwaliteit is. Dus laten we daarom even verder kijken dan de kleurrijke titels (Kurzarbeitshilfe, Arbejdsfordeling, Lomautus, Activité partielle, Noodfonds overbrugging werkgelegenheid, Permittering, etc).

HOEVEEL BEDRAAGT DE VERGOEDING?

In België bedraagt de vergoeding 65% van het brutoloon. Naar aanleiding van de coronacrisis is dit verhoogd tot 70% van het brutoloon. Maar dat brutoloon wordt begrensd op € 2.754,76. Je krijgt dus iets rond de 1.900 euro. Daarnaast is er een dagelijks ‘coronasupplement’ van € 5,63 per dag. Vaak komt daar een supplement bovenop betaald door het sectoraal fonds voor bestaanszekerheid of door de werkgever zelf. Men komt zo aan een percentage tussen 70% en 80% van het loon. Maar voor mensen die meer dan € 2.754,76 verdienen, kan het percentage een stuk lager uitkomen.

Hoe staat het in het buitenland? Volgens een vergelijking opgesteld door het WSI zou België met (ongeveer) 70% van het brutoloon eerder aan de onderkant van het Europese peloton hangen. In Denemarken, Nederland en Ierland wordt het bruto- of nettoloon voor 100% gecompenseerd. De meeste andere landen zitten rond de 80%. Enkel de compensatie in het Duitse en Portugese systeem zou iets lager liggen (maar ook daar zijn er veel sectorale systemen). Met denktank Minerva pleitten we er dan ook voor om het bedrag voor tijdelijke werkloosheid te verhogen van 70% naar 80% van het brutoloon.

Zoals gezegd, deze percentages zijn relatief want ze zijn gelinkt aan bepaalde ‘loongrenzen’. In België ligt die loongrens op € 2.754,76 bruto per maand. In andere landen ligt die grens een heel stuk hoger. In Nederland, gaat het over niet minder dan € 9.538 euro per maand, in Frankrijk is het 70% van maximum 4.5 keer het minimumloon of ongeveer € 7.000. In Oostenrijk is er een getrapt systeem waar je maximaal 80% krijgt van een maximumloon van € 5.370 bruto.

ONTSLAGBESCHERMING

In België is er tijdens de tijdelijke werkloosheid geen bescherming tegen ontslag. De enige bescherming is dat, voor werknemers die ontslagen zijn (of worden) tijdens deze periode, de opzegperiode opgeschort wordt. Men kan, met andere woorden, de opzegperiode niet verhalen op de sociale zekerheid. In vele andere landen bestaat er wel een bescherming tegen ontslag tijdens de tijdelijke werkloosheid. Dat is het geval in landen als Denemarken, Ierland, Frankrijk, Nederland, Noorwegen, Oostenrijk en Spanje.

HOEVEEL KEER WORDT HET GEBRUIKT?

De kernvraag is natuurlijk hoeveel werknemers van dit systeem gebruikmaken. Op papier mag alles er dan mooi uitzien, het is de praktijk die telt. Volgens nieuwsberichten zouden in België rond de 1 miljoen werknemers vallen onder de tijdelijke werkloosheid, ofwel zo’n 21,5% van de totale Belgische werkende bevolking (4,5 miljoen volgens Eurostat).

België staat niet alleen in het enorme gebruik van tijdelijke werkloosheid. Correcte cijfers vinden is vooralsnog moeilijk. We moeten vertrouwen op nieuwsberichten. In Duitsland zou het aantal ‘door het plafond gaan’ in april: volgens schattingen zouden bijna 2,5 miljoen werknemers gebruikmaken van de Kurzarbeit, ofwel 5,9% van alle werknemers. In Oostenrijk zou het gaan over ongeveer 400.000 werknemers of zo’n 9,8% van de werkende bevolking. In absolute cijfers ligt Frankrijk op kop met niet minder dan 3,6 miljoen aanvragen op 1 april, of 13,6% van de werknemers.

Eén van de verschillen tussen het Duitse systeem enerzijds en het Franse en Belgische systeem anderzijds is het gemak waarmee een onderneming tijdelijke werkloosheid kan aanvragen. In België wordt tijdens de coronacrisis elke aanvraag voor ‘overmacht’ aanvaard, in Frankrijk kan een aanvraag al voor ondernemingen die 1 werknemer 1 uur op tijdelijke werkloosheid willen zetten. In Duitsland daarentegen moet het systeem op minstens 10% van de werknemers in een bedrijf toegepast worden.

ZOALS BELGISCH BIER

Verdient het Belgische systeem van tijdelijke werkloosheid een plaats in onze souvenirwinkel of in een folder van top-exportproducten? Een eenvoudig onderzoek leert dat bijna alle andere EU-landen een vergelijkbaar systeem hebben. In vele landen ligt de vergoeding hoger en is er een bescherming tegen ontslag, maar in weinig landen wordt er meer gebruikt gemaakt van het systeem dan in België. De ‘Belgische’ tijdelijke werkloosheid is eerder te vergelijken met onze bieren: bier maken ze overal, maar overal smaakt het anders en over smaken discussiëren is altijd moeilijk.

Deze bijdrage verscheen eerder bij Denktank Minerva.