Abonneer Log in

Wanneer de patiënt op zichzelf teruggeworpen wordt

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 11 tot 12

De coronacrisis zal littekens nalaten in de psychiatrische sector.

Het is wat een crisis kan doen. Een ongelooflijke bundeling van krachten; snelle veranderingen én een totale focus. Het heeft iets bevrijdends, het kan dus toch: met vereende krachten voor een gezamenlijk doel. Elke crisis heeft opportuniteiten, we wisten het al, we beleven het nu.

Maar toch, focus heeft zijn gevaarlijke kantjes. Zien we het totaalbeeld nog? Hebben we voldoende zicht op averechtse effecten? Op de collateral damage?

Het antwoord zullen we misschien nooit, dan wel ten vroegste kennen eenmaal het virusstof gaan liggen is. Het zal boeiend zijn diepgravende analyses te lezen over wat goed was, wat beter kon en wat te vermijden was. Over wat positief was, maar ook over wat negatief was. Te vroeg dus voor antwoorden. Maar toch. Doorheen de hectiek van de crisis sijpelen de eerste verontrustende geluiden al door, met als rode draad: kwetsbare groepen worden andermaal het grootste slachtoffer van deze crisis. Kwetsbare groepen worden proportioneel veel harder getroffen.

We hoorden jeugdrechters getuigen van schrijnende situaties waarin ze moesten kiezen tussen de pest (de kinderen 'opgesloten' houden zonder contact met hun familie) of de cholera (de kinderen terug voltijds naar een familie laten gaan zonder dat dit al veilig genoeg is). We hoorden al leerkrachten over de schoolachterstand waarmee kwetsbare kinderen geconfronteerd zullen worden. Gaande van geen positieve ondersteuning thuis, tot gebrek aan essentiële zaken als computer of internet tot uiteraard een onaangepaste huisvesting. We hoorden al artsen die getuigden over chronisch of acuut zieken die niet meer naar de huisarts of de spoeddienst durven gaan, en dus afwachten, met risico op het verergeren van hun gezondheidsproblemen. En we hoorden al waarschuwingen voor toenemend interfamiliaal geweld, daar waar er al spanningen in een gezin waren, de structuur wegvalt en iedereen 24/24 bij elkaar zit. Is er onder de oppervlakte een stil bloedbad bezig?

Het valt te voorspellen dat gelijkaardige verhalen nog de kop op zullen steken. Neem patiënten met een psychiatrische problematiek. Risicofactoren voor hen zijn: doorbreken van de regelmaat, geïsoleerd zijn, geen dagstructuur, geen flankerende begeleiding en zorg, situaties die angst veroorzaken, geen zicht op de duurtijd van de maatregelen… Zaken die het coronavirus met zich meebrengt.

De lockdown trof ook de psychiatrische ziekenhuizen of psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen. Gevolg: geen bezoek meer toegelaten, geen in-en-uit meer toegelaten, dagopname-afdelingen of dagactiviteitencentra worden (grotendeels) gesloten. Patiënten worden voor de keuze gesteld: ofwel volledige opname in het ziekenhuis zonder bezoek; ofwel volledig naar huis. Ook de kinderen. Geen evidente keuze, een keuze tussen pest en cholera.

De zorgteams doen er alles aan dit zo goed mogelijk te ondersteunen, maar ook zij moeten roeien met de riemen die ze hebben, of die ze mogen gebruiken in deze coronatijden. Mobiele teams komen enkel indien echt nodig fysisch langs in de thuisomgeving, zoveel mogelijk contacten gebeuren telefonisch of via video-applicaties. Ook dagelijkse contacten van ondersteunende diensten zoals thuiszorg of poetshulp vallen vaak weg, net als regelmatige bezoekjes van vrienden of familie. De huisarts is bij voorkeur enkel nog telefonisch bereikbaar, de psycholoog en maatschappelijk werker per Skype,… Lovenswaardig dat op die manier geprobeerd wordt contact te houden. Maar ideaal is het niet. Telefonisch of digitaal contact zuivert of elimineert veel belangrijke contextinformatie en lichaamstaal. Informatie die voor zorgverleners in psychologische zorg vaak zeer belangrijk is.

Kortom: de zorg is minimaler, er wordt nog meer beroep gedaan op het netwerk van de patiënt (als die er al is, en vaak ook op afstand) en de patiënt wordt meer op zichzelf teruggeworpen.

Waar dit in sommige gevallen moeilijk doch haalbaar is, is het in andere gevallen ronduit alarmerend. Denk aan een gezin met kinderen, waarvan de mama met een manisch-depressieve aanval in dagopname zit. In een normale week gaan de kinderen overdag naar school, en heeft de mama ook haar dagactiviteiten en haar dagelijkse zorg. In de coronaweken is de mama ofwel volledig afgesloten van haar gezin, ofwel zit ze thuis op een moment dat ook de kinderen continu thuis zitten. Het hoeft geen tekening dat dit bijzonder zwaar is, ook voor de kinderen, en al zeker als het gaat om jonge kinderen die nog moeilijk kunnen plaatsen wat er gebeurt en wat er met hun mama aan de hand is.

Of neem een puber die met een verslavingsproblematiek ambulant intensief wordt opgevolgd. De zorg valt grotendeels stil, en de puber wordt teruggeworpen op zijn gezin, waar vaak al een lange historiek voor spanningen heeft gezorgd.

Of neem een kindje met autisme dat goed wordt opgevolgd, zowel op school als met aanvullende begeleiding door een multidisciplinair team. Een duidelijke structuur, geen onverwachte wendingen, ... is wat zo'n kindje nodig heeft. Corona denkt daar anders over.

'We proberen echt op te volgen, alarmsignalen te detecteren en met oplossingen te komen,' luidt het bij verschillende hulp- en zorgverleners. 'Alleen zijn de oplossingen nu vaak alles of niets, zwart of wit. Daar waar wij meestal zeer grijs en genuanceerd moeten denken en werken. Dat is moeilijk. De risicofactoren voor een verergering van de problematiek zijn zeer aanwezig. Het is niet evident. Dit zal sporen en littekens nalaten.'

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 4 (april), pagina 11 tot 12