Abonneer Log in

Bestaat de kunstensector straks nog?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 26 tot 27

Blijkbaar hebben we prioritair nood aan doe-het-zelfcentra, containerparken en tuincentra. Niet aan musea, boekhandels en kunst.

De culturele sector is van nature een voorhoedespeler: altijd de eerste om de rimpeling die door het water trekt te detecteren en erop te reageren. Dat was met de coronacrisis niet anders. Op het moment dat de voetbalbond nog aan het schreeuwen was dat het ondenkbaar was dat er niet gespeeld zou worden, waren alle cultuurhuizen allang dicht. Ondanks de veel grotere economische kwetsbaarheid van hun medewerkers, zowel cultuurwerkers als kunstenaars, en van de huizen zelf. Tegelijkertijd was de sector de eerste om zich – flexibel en creatief als altijd – aan de nieuwe situatie aan te passen. Leesclubs gingen digitaal, operahuizen en theaters streamden voorstellingen, auteurs en dichters lazen voor, op internet en via telefoonhulplijnen, literaire tijdschriften zagen het levenslicht, orkesten zoomden met z'n allen een muziekstuk bij elkaar, zangers zongen op hun balkon. Hier en in het buitenland. Allemaal met dezelfde bedoeling: hoop, verbondenheid en warmte uitsturen. Want zoals in elke crisis bleek dat algauw een grote nood: eenzaamheid, angst en een allesomvattend gevoel van vervreemding counteren met schoonheid. Of reflectie.

Dat is mooi, en ook typerend. De kunstsector is nu eenmaal flexibeler dan veel andere sectoren, en nieuwsgierigheid naar maatschappelijke verandering maakt deel uit van ons creatief DNA. Dus of het nu het bouwen van bruggen in een multiculturele samenleving of het verzachten van de isolatie van de quarantaine betreft, wij maken van elke uitdaging een opportuniteit. De overheid heeft dit goed begrepen, en outsourcet de zachte zorg in de samenleving (sociaal-cultureel werk, leesbevordering, integratie, zingeving) maar al te graag naar de kunstensector, maar wel zonder daar financieel iets tegenover te zetten. Ook nu.

Want zowat al deze initiatieven waren gratis. Meer nog: de sector, die zelf – dat is geen geheim – al in zware financiële crisis zit sinds de laatste besparingsronde (de instellingen blijven 3 tot 6% gekort, zelfs al heeft minister Jambon intussen toch bijkomende fondsen gevonden voor de projectsubsidies, en schuift de focus in zijn nieuwe visienota wel op in de richting van de individuele kunstenaar), startte ook meteen een aantal sociale initiatieven op om projecten voor sociaal zwakkere groepen te ondersteunen. Tegelijkertijd was het van meet af aan duidelijk dat de overheid nauwelijks zou bijspringen om de financiële verliezen van de sluitingen en gecancelde producties te dragen. Enorme verliezen, want laat ons wel wezen: we sloten eerst, en zullen laatst weer opengaan. Vrijwel alle huizen vroegen hun publiek dan ook de gecancelde tickets niet te laten terugbetalen, maar het geld te schenken aan de instellingen. Daarnaast doken allerlei crowdfunding- en fundraisinginitiatieven op.

Laat dat even doordringen: terwijl de overheid miljarden vrijmaakt om de getroffen luchtvaartmaatschappijen te redden (ten koste van de klant, die zijn ticket niet of pas binnen 18 maanden terugbetaald zal krijgen, want het redden van de bedrijven gaat voor op het belang van de burger, en ten koste van het milieu, want ecologische belastingen zullen door de crisis niet mogelijk zijn en vliegen zal eerder aangemoedigd dan ontmoedigd worden), mag de burger de cultuursector redden. Of nog: de overheid redt privébedrijven, de burgers betalen voor het overleven van de openbare sector.

Over naar Duitsland. Al meteen in de eerste week van de crisis maakte Angela Merkel 54 miljard vrij voor de creatieve sectoren cultuur en media. Duits Cultuurminister, Monika Grütters (CDU), motiveerde dat als volgt: 'Onze democratische maatschappij heeft haar uniek en divers cultuur- en medialandschap nodig in deze historische situatie, die tot voor kort ondenkbaar was. De creatieve moed van kunstenaars kan ons helpen deze crisis het hoofd te bieden. We moeten de kans aangrijpen om goede dingen te creëren voor de toekomst. Daarom geldt: kunstenaars zijn niet alleen onmisbaar, maar van levensbelang, zeker nu.' Ze kondigde beurzen, leningen en stimuleringssubsidies aan, en projectsubsidies voor niet-gerealiseerde projecten zouden niet moeten worden terugbetaald, en waar nodig zou er extra geld worden bijgepast om ze alsnog te kunnen realiseren. Het geld, voegde ze er nog aan toe, zou in de eerste plaats gaan naar kleine galerijen, freelancers en individuele kunstenaars, en verdeeld worden met zo weinig mogelijk financiële rompslomp. Wie geen (sluitend) statuut had, zou het komende half jaar toch in de technische werkloosheidsregeling kunnen vallen. Want 'we kennen de problemen en de wanhoop van de sector.'

Hoe anders klonk de reactie hier. Vlaams minister van Cultuur, Jan Jambon, toeterde al meteen dat er eigenlijk geen geld was, en het noodfonds verdeeld zou moeten worden tussen cultuur, sport en landbouw. Nog veel problematischer is de toewijzingsmethode: het geld zal naar de instellingen gaan, die het vervolgens moeten verdelen onder de kunstenaars. Wie geen statuut heeft, zal daardoor tussen de mazen vallen. Want het is nog maar de vraag of de huizen geneigd zullen zijn de pot te delen; ook zij hebben niet bepaald een overschot aan middelen. Er is toch ook geen mens die het aan noodlijdende bedrijven toevertrouwt werkloosheidsuitkeringen te verdelen? En vooral: 200 miljoen voor drie sectoren? Dat is, alweer, een Belgenmop. Zelfs gidsland Nederland, cultuurkaasschaver-bij-uitstek, maakte 300 miljoen vrij voor de kunsten alleen.

Eigenlijk was de insteek voor dit stuk: wat voor moois kan er van alle huidige culturele initiatieven overblijven in post-coronatijden? Een mooie vraag, want net door deze crisis is het opnieuw duidelijk hoe fundamenteel en betekenisvol de rol van de kunsten in de samenleving is. Net daarom is het zo triest dat de perspectieven zo somber zijn. Want als er geen structurele steun komt voor de kunstensector, zal die er na deze crisis eenvoudigweg niet meer zijn. Neem de letteren: talloze uitgeverijen en boekhandels vrezen voor hun voortbestaan. (En dat terwijl experts benadrukken dat lezen het uitgelezen middel is om de leerachterstand op te vangen.) Wie toch wil overleven, moet commercialiseren: boeken die geen breed publiek aanspreken, zullen de komende maanden (jaren?) minder worden gedrukt. Niet bevorderlijk voor het landschap. (Misschien staat in de marge van de crisiseconomie wel een avant-garde op, een nieuwe dissidentenliteratuur, maar daarop kunnen we alleen maar hopen.)

Wat er van de kunsten zal worden na deze crisis, is onderhevig aan dezelfde wetten als de andere mogelijke veranderingen: beter na corona wordt het alleen als we uit deze crisis lessen trekken over wat wezenlijk van belang is in onze maatschappij, en haar naar dat model hertekenen. Anders zal de heropbouw opnieuw leiden tot een besparingseconomie, die de keuzes die ons naar deze crisis hebben geleid alleen maar zal herhalen. Dan krijgen we een 2.0 met precies dezelfde systeemfouten. En is er, vrees ik, weinig hoop. Tenzij we onze accenten wezenlijk verleggen en opteren voor een wereldbeeld dat socialer, ecologischer, duurzamer, multicultureler en vrouwvriendelijker is. Een maatschappij waarin ook een wezenlijke, structureel ingebedde rol is weggelegd voor cultuur als zingevende en zorgende speler in de maatschappij. En waarin de waarde van cultuur ook financieel wordt gewaardeerd. Maar om eerlijk te zijn: ik zie het somber in. Blijkbaar heeft de Belg volgens de regering prioritair nood aan doe-het-zelfcentra, containerparken en tuincentra. Niet aan musea, boekhandels en kunst. En zelfs in de maatschappelijke bakens die worden uitgezet door de #BeterNaCorona-media en -denktanks komt het woord cultuur niet voor. Ook aan progressieve zijde wordt kunst blijkbaar als een niet-essentieel luxeproduct aanzien. Zolang dat niet verandert, is alles vergeefs, en zal de cultuursector straks, net als vele andere sectoren die nu in de eerste lijn staan, zoals de (ouderlingen)zorg, opnieuw de rekening betalen in plaats van beloond te worden voor de rol die ze in deze crisis opgenomen hebben.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 26 tot 27