Abonneer Log in

Het einde van het kantoor­tijdperk?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 9 tot 10

Trotseren we straks weer vijf dagen per week files, pendeltreinen, en weer en wind?

Waar volgens een in 2018 door de FOD Mobiliteit gepubliceerde studie slechts 17% van de Belgische werknemers af en toe eens aan telewerk doet, werd dit vanaf 18 maart plots de norm. Dezelfde studie bracht aan het licht dat de terughoudendheid voor telewerk vooral bij de werkgevers lag: 30% van de niet-telewerkers gaf aan het zelf wel te willen, en een nog wat hoger percentage vond zijn/haar job geschikt voor telewerk, eventueel mits lichte aanpassingen.

Sinds de lockdown werden er in sneltempo systemen opgezet om kantoorwerk van thuis uit te doen. Aan dossiers werken, klanten te woord staan, vergaderen, opleidingen volgen en ja, ook smalltalk, roddelen, gezamenlijke koffiepauzes: plots kan het allemaal vanuit de keuken, logeerkamer of tuin. Na het wilde experimenteren en improviseren van de eerste weken hebben de meeste kantoorwerkers de nodige infrastructuur en vaardigheden in huis, en hebben bedrijven en diensten hun werkorganisatie aangepast. Het zou vreemd zijn als daar na de coronacrisis niets van blijft hangen.

De maatschappelijke voordelen van telewerk voor milieu en mobiliteit liggen voor de hand, daar gaan we niet verder op in. Vanuit werknemersoogpunt zijn de meest in het oog springende voordelen een aanzienlijke tijdswinst en een flexibelere combinatie met gezins- en privéleven. Dit was al een drijfveer voor sporadisch telewerk, maar bij (bijna) voltijds telewerk wordt die flexibiliteit nog een stuk groter omdat ze kan worden ingebouwd in dagroutines. Dit biedt opties voor een comfortabeler, aangenamer en gezonder leven: een wandelingetje of wat tuinieren tussen de middag, even naar de fitness voor het werk, de kinderen thuis laten komen voor de lunch, enzovoort. Daartegenover staat het verlies van direct contact met collega's. De ervaring in coronatijd leert echter dat contacten met collega's in veel gevallen gewoon doorgaan, zij het via videocall in plaats van fysiek. Het eventueel verlies aan sociale contacten op het werk kan ook worden gecompenseerd door een uitbreiding van de mogelijkheden om sociale contacten te onderhouden buiten het werk, met buren, vrienden en gezin. Zo bekeken kan veralgemeend telewerk juist voor een rijker sociaal leven en minder isolement zorgen. Anderzijds krijgen mensen die sowieso al sociaal geïsoleerd zijn of die in een stresserende of gevaarlijke gezinssituatie zitten het wellicht nog extra hard te verduren door het wegvallen van het werk als vluchtheuvel. Gezien de dominante plaats van de werkkring in het (sociaal) leven zou veralgemeend telewerk voor veel kantoorwerkers een drastische verschuiving betekenen. Dat is geen fundamenteel bezwaar, maar wel een reden om telewerk zeker niet op te dringen en om aandacht te besteden aan de emotionele en psychologische impact. Preventiediensten hebben hierbij een rol te spelen. Hun werkmethoden zouden bij veralgemeend telewerk trouwens hoe dan ook moeten worden herbekeken.

Aan werkgeverskant was de koudwatervrees waarschijnlijk deels toe te schrijven aan wantrouwen: zouden werknemers thuis wel echt aan het werk zijn? Voor kantoorwerkers is de tijd die ze op kantoor doorbrengen hoe dan ook geen betrouwbare indicator voor productiviteit. Er gaat nogal wat werktijd op aan sociale media, het lezen van nieuwsberichten, kletsen met collega's, enzovoort. Wat iemand echt presteert is voor een werkgever veel relevanter dan de op kantoor doorgebrachte tijd, en dat is net zo moeilijk of gemakkelijk na te gaan op kantoor dan bij telewerk.

Een manifest voordeel voor werkgevers is de besparing op kantoorruimte. Thuis of op een andere locatie werken kost natuurlijk ook geld, onder meer voor verwarming, uitrusting en communicatie, maar dat zal in principe niet duurder zijn dan op kantoor. En omdat er fors bespaard wordt op onroerend goed en verplaatsingskosten, valt het totale plaatje een stuk goedkoper uit. Er moeten wel duidelijke afspraken gemaakt worden over wie wat betaalt, en ook over zaken zoals bereikbaarheid, werkuren, gegevensbescherming, veiligheid en gezondheid. Voor deze afspraken bestaat reeds een kader in de vorm van CAO 85 van 9/11/2005 betreffende het telewerk (gewijzigd door CAO 85 bis van 27/2/2008). De urgentie van de coronacrisis liet geen ruimte voor degelijke onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden, maar dit kan later worden rechtgezet. Belangrijk daarbij is dat die onderhandelingen het individuele niveau overstijgen en zoveel mogelijk collectief worden gevoerd, om ervoor te zorgen dat kosten en baten billijk verdeeld worden en dat ook zwakke werknemerscategorieën aan degelijke voorwaarden kunnen telewerken.

Zou veralgemeend telewerk afbreuk doen aan de solidariteit en de vakbondswerking bemoeilijken? Men voelt zich wellicht nauwer verbonden met iemand waarmee men dagelijks een praatje slaat bij het koffieapparaat dan met iemand waarmee men hoogstens via chat of videocall communiceert. Anderzijds is het aantal mensen waarmee men een persoonlijke relatie onderhoudt veel kleiner dan het aantal collega-werknemers die in hetzelfde schuitje zitten en waarmee men een gemeenschappelijk belang deelt. Het aanwakkeren van solidariteit op basis van gemeenschappelijke belangen is één van de communicatie-uitdagingen waarmee vakbonden zich geconfronteerd zien bij veralgemeend telewerk. Die uitdaging is evenwel lang niet nieuw, net zomin als de uitdaging om verspreid werkende leden te bereiken en te betrekken en om alternatieve actievormen te ontwikkelen. De communicatietools die door de coronacrisis versneld ingang vonden komen niet enkel de werkorganisatie maar ook de syndicale organisatie ten goede.

Of de coronacrisis zal leiden tot een belangrijke stap in de veralgemening van telewerk is nog niet zeker. Wat wel zeker is, is dat ze er de voorwaarden voor geschapen heeft. Werknemers die er vragende partij voor zijn hebben nu een uitgelezen kans om hun wens te realiseren, en hetzelfde geldt voor werkgevers. Als die kansen op grote schaal gegrepen worden dan staan we voor een revolutie in de arbeidsorganisatie en is het einde van het kantoortijdperk misschien in zicht. Dit zou gevolgen hebben voor zowat alle aspecten van het maatschappelijk leven.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 9 tot 10