Abonneer Log in

De nieuwe minderheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 8 (oktober), pagina 76 tot 79

Het vraagt politieke moed om duidelijk te maken dat in de superdiverse stad ook de bewoners zonder migratieachtergrond aan zet zijn, in plaats van steeds meer verantwoordelijkheid op de schouders van nieuwkomers te leggen.

De nieuwe minderheid

Maurice Crul & Frans Lelie
VU Universiteit, Amsterdam, 2023

In 2013 publiceerden de Nederlandse onderzoekers Maurice Crul, Jens Schneider en Frans Lelie ‘Superdiversiteit. Een nieuwe visie op integratie’. Daarmee introduceerden ze het concept ‘superdiversiteit’ van Steven Vertovec in Nederland. Dat deden in Vlaanderen ook Jan Blommaert en Dirk Geldof met zijn boek Superdiversiteit (Acco, 2019). Superdiversiteit betekent niet dat diversiteit ‘super’ zou zijn, maar wel dat ‘er sprake is van diversiteit in de overtreffende trap’. Inwoners van superdiverse steden of wijken komen uit meer verschillende herkomstlanden dan ooit tevoren. Ze verschillen op veel andere manieren van elkaar. Ook mensen met eenzelfde geografische afkomst verschillen naar opleidingsniveau, gender, seksuele voorkeur, inkomen, migratiegeschiedenis, gezinssamenstelling, enzovoort. Misschien nog belangrijker dan dat mensen op al deze aspecten van elkaar kunnen verschillen, is dat zij zich op één of meer van deze aspecten met elkaar verbonden kunnen voelen.

We zijn immigratiesamenlevingen geworden. Hoe die migratie onze samenleving verandert, blijkt uit vele studies. In Nederland spreekt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) van ‘Samenleven in verscheidenheid’, maar we blijven er mee worstelen. Een positief realistisch discours ontbreekt te vaak, waardoor integratiepessimisme lijkt te overheersen.

Na veertig jaar discussie, onderzoek en beleid gericht op migranten, hun kinderen en hun kleinkinderen, verleggen Crul & Lelie nu de focus. Hun boek gaat over de volgens hen ‘vergeten groep’ in het integratiedebat: mensen zonder(!) migratieachtergrond. Zij vormen ‘de nieuwe minderheid’ in majority-minority-steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, of Brussel, Antwerpen, Vilvoorde en Genk bij ons. Al blijven mensen zonder migratieachtergrond er nog wel de grootste groep tussen alle andere minderheidsgroepen.

Hun zeer leesbare boek is het eindresultaat van het onderzoeksproject ‘Becoming a Minority’, een internationaal onderzoek naar de ervaringen van mensen zonder migratieachtergrond in superdiverse steden, gebaseerd op interviews met bewoners van meerderheid-minderhedenbuurten in Amsterdam, Rotterdam, Antwerpen, Malmö, Hamburg en Wenen. In deze wijken en steden groeien kinderen zonder migratieachtergrond steeds vaker op in situaties op school, op het sportveld of op straat waarin zij een numerieke minderheid zijn. Het klassieke integratieverhaal doet geen recht meer aan de situatie waarin zij opgroeien. We kunnen integratie en assimilatie dan ook niet langer zien als eenzijdig processen die alleen mensen met een migratieachtergrond aangaan. Geïntegreerd zijn in superdiverse steden betekent: kunnen leven met verschil, aangepast aan de superdiverse context.

Het boek legt hier een paradox bloot. In superdiverse wijken en steden ziet een ruime meerderheid diversiteit als een verrijking: bijna driekwart van de autochtone mensen met een hoger onderwijsdiploma en bijna de helft van de mensen zonder hoger onderwijsdiploma. Maar, dat vertaalt zich niet naar de kennissenkring van de meeste stadsbewoners zonder migratieachtergrond: die blijft wit en bestaat voornamelijk uit mensen die net als zij geen migratieachtergrond hebben. Van hoger opgeleiden in superdiverse wijken heeft slechts één op de zes een kennissenkring die net als hun buurt voor meer dan de helft bestaat uit mensen met een migratieachtergrond. De kennissenkring van de witte bewoners van superdiverse wijken is gesegregeerder dan die van de wijkbewoners met een migratieachtergrond.

De kennissenkring van de witte bewoners van superdiverse wijken is gesegregeerder dan die van de wijkbewoners met een migratieachtergrond.

Veel mensen zonder migratieachtergrond hebben (nog) niet van jongs af aan geleerd om met diversiteit om te gaan. Wie in zijn jeugd weinig in contact kwam met de superdiverse samenleving heeft een achterstand in te halen, concluderen Crul & Lelie. Zij missen de ervaring van mensen, zowel met als zonder migratieachtergrond, die in superdiverse buurten zijn geboren en getogen en op gemengde scholen schoolliepen.

Ook hoe we steden ontwerpen en inrichten, speelt een rol. Architectuur en stedenbouw kunnen samenleven in een superdiverse buurten mogelijk maken of bevorderen. Succesvolle praktijken van samenleven kenmerken zich door veel prettige en weinig onplezierige interetnische interacties in de openbare ruimte, zoals op straat en in winkels en parken. Drie factoren zijn daarbij belangrijk: de kwaliteit van het contact met buren met een migratieachtergrond, de mate waarin mensen van verschillende etnische achtergrond elkaar tegenkomen in verschillende activiteiten als werk, sport of vrije tijd, en of de kinderen naar basisscholen met een gemengde leerlingengroep gaan. Telkens gaat het er om dat er een betekenisvol interetnisch contact ontstaat. Geslaagde praktijken van samenleven ontstaan terwijl je samen andere dingen doet. Ze slagen omdat we dan de vele verschillende identiteiten van iedere mens (h)erkennen. Naast de etnische identiteit zijn andere identiteiten, afhankelijk van de context, even belangrijk of juist belangrijker.

Crul & Lelie pleiten vanuit hun onderzoek voor ‘een nieuw politiek en beleidsmatig raamwerk voor de praktijk van het samenleven’. Het concept van integratie voldeed zolang sprake was van relatief kleine minderheidsgroepen die in een grote meerderheidsgroep integreerden. De demografische ontwikkelingen in de grote West-Europese steden zorgen ervoor dat de oude meerderheidsgroep steeds vaker geen meerderheid meer is, maar een minderheid tussen vele andere minderheidsgroepen.

De auteurs adviseren om het oude concept van integratie los te laten en pleiten voor een nieuwe politiek die zich richt op de praktijk van het samenleven. Dat vergt van beleidsmakers een mentale en een politieke omzwaai van het beleid ten aanzien van integratie. Ze roepen op om ook na te denken over hoe de mensen zonder migratieachtergrond (gaan) meedoen in de superdiverse stad. Het vraagt politieke moed, zeker in deze gepolariseerde tijden, om duidelijk te maken dat in de superdiverse stad ook de bewoners zonder migratieachtergrond aan zet zijn, in plaats van steeds meer verantwoordelijkheid op de schouders van nieuwkomers te leggen.

Voor een geslaagde praktijk van het samenleven is het belangrijk dat ook die mensen die in feite een gesegregeerd leven leiden uit hun eigen kringetje komen en meedoen. Zij zijn medeverantwoordelijk voor de uitkomst van het samenleven in de superdiverse stad. Het onderzoek leert dat wanneer bewoners zonder migratieachtergrond actief meedoen aan de superdiverse stad, zij er ook met meer plezier wonen. Hierbij gaat het niet zozeer om wat mensen verschillend maakt, maar om wat zij doen om de praktijk van het samenleven in een superdiverse buurt te laten slagen. Dat vereist niet per se dat mensen op elkaar lijken, dat ze dezelfde meningen hebben of de Vlaamse of Nederlandse canon kennen. Het gaat om het vermogen om ook met mensen die van je verschillen (plezierig) samen te leven. Verbinders of mensen die in de praktijk het interetnische weefwerk in de buurt en de stad onderhouden, bieden een belangrijk tegenwicht tegen haat en intolerantie.

Steden worden steeds superdiverser, maar er zullen steeds meer mensen zijn die het ‘doen van diversiteit’ van jongs af aan hebben geleerd en dit als de norm beschouwen. Dat is hoopvol, maar klinkt soms ook te optimistisch en communautaristisch. Crul & Lelie gaan er te gemakkelijk aan voorbij dat praktijken van goed samenleven haalbaarder zijn wanneer mensen niet vanuit armoede in overlevingsmodus worden gedwongen. Die structurele kant vereist meer investeringen in betaalbaar wonen, in betere ondersteuning van scholen en in actieve bestrijding van armoede en werkloosheid. Het vraagt om actief jeugd- en sportbeleid, en om een management van veilige ontmoetingen in de publieke ruimte. Het gaat beter wanneer overheden geen dakloosheid organiseren, zoals vandaag met de politiek georganiseerde opvangcrisis van asielzoekers in België.

Dit boek biedt een positief antwoord op extreemrechtse omvolkingsdenkers en integratiepessimisten die we ook steeds meer aan de linkerzijde lijken te vinden.

Maar ook al ontbreekt dit structurele luik, dit is een boek dat progressieven moeten lezen, om beter te begrijpen hoe onze superdiverse steden (kunnen) werken. Het boek geeft aanzetten voor een andere visie op superdiverse steden en wijken. Het opent perspectieven op een migratie- en integratiebeleid dat een positief antwoord biedt op extreemrechtse omvolkingsdenkers en integratiepessimisten die we ook steeds meer aan de linkerzijde lijken te vinden. Vanuit de realiteit van het samenleven biedt het perspectief op een ander, meer verbindend discours en beleid, dat zich niet alleen richt op de verantwoordelijkheden van nieuwkomers of landgenoten met een migratieachtergrond. Het biedt een toekomstgericht perspectief op de demografische veranderingen in onze migratiesamenleving.

Kortom, een ‘must-read’, niet alleen voor wie zich in Molenbeek niet helemaal in België voelt, maar voor al wie in steden en gemeenten op zoek is naar vernieuwende en progressieve manieren om met de groeiende diversiteit en superdiversiteit in onze samenleving op een verbindende manier om te gaan. Bovendien is het gewoon online raadpleegbaar. Dus geen excuses om het niet te lezen. Benieuwd of en wanneer dit ook in Vlaanderen wordt opgepikt.

Dirk Geldof

Samenleving & Politiek, Jaargang 30, 2023, nr. 8 (oktober), pagina 76 tot 79

Abonneer je op Samenleving & Politiek

abo
 

SAMPOL ONLINE

40€/jaar

  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
MEEST GEKOZEN

SAMPOL COMPLEET

50€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
 

SAMPOL STEUN

100€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*
 

SAMPOL SPONSOR

500€/jaar

  • Je ontvangt het magazine in de bus
  • Je leest het magazine online
  • Je hebt toegang tot het enorme archief
  • Je krijgt een SamPol draagtas*

Het magazine verschijnt 10 keer per jaar; niet in juli en augustus.
Proefnummer? Factuur? Contacteer ons via info@sampol.be of op 09 267 35 31.
Het abonnementsgeld gaat jaarlijks automatisch van je rekening. Het abonnement kan je op elk moment opzeggen. Lees de Algemene voorwaarden.

Je betaalt liever via overschrijving?

Abonneren kan ook uit het buitenland.

*Ontdek onze SamPol draagtas.