Abonneer Log in

Eigen volk eerst in een Europa der volkeren

De internationale politiek van extreem-rechts

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 9 (november), pagina 11 tot 22

Inleiding

Tijdens de voorbije 25 jaar heeft het Vlaams Blok/Vlaams Belang gestaag een prominente plaats verworven in het Vlaamse partijsysteem.1 Met ruim 24% van de stemmen is de antisysteempartij in 2004 zelfs uitgegroeid tot de grootste politieke partij in het Vlaamse parlement. Zijn electorale aantrekkingskracht dankt het Vlaams Blok voornamelijk aan zijn uitgesproken antimigrantenstandpunten, zijn antipolitieke vertoog en zijn klemtoon op criminaliteit. Meer algemeen is de antivreemdelingenpartij er in de jaren negentig almaar beter in geslaagd om haar radicale uitsluitingsagenda op een specifieke wijze vast te hechten aan een populistische ideologie, mobilisatiestrategie en stijl. Naargelang de onderzoekstraditie vatten politieke wetenschappers deze verknoping van cultureel-etnische uitsluiting en populisme onder de noemers van nationaal-populisme, rechts-populisme, uitsluitingspopulisme of xenofoob-populisme.
In de (inter)nationale literatuur is de werking en doctrine van deze vorm van populisme al voorwerp geweest van heel wat onderzoek. Opvallend in de gangbare benaderingen is echter de eenzijdige aandacht voor de nationale politiek van neo-populistische partijen en bewegingen in de gevestigde democratieën. De beperkte aandacht voor de (wijzigende) internationale agenda van de hedendaagse populistische bewegingen is verbazend, omdat hun opkomst in tal van analyseschema’s nauw verbonden wordt met de alledaagse gevolgen van de internationalisering en globalisering, zowel op politiek, cultureel als economisch vlak. Aangezien er in de wetenschappelijke en populaire analyses nagenoeg geen aandacht wordt geschonken aan de, doorheen de tijd veranderde, inhoud van het Europese en internationale programma van het Vlaams Blok, trachten we deze lacune in dit artikel enigszins op te vullen.

Het onrechtstreekse belang van de internationale politiek

Hoewel het Vlaams Blok in de loop der jaren meer aandacht is gaan schenken aan Europa en de buitenlandse politiek, worden internationale kwesties zowel in het publieke vertoog als in de electorale strategie van de partij slechts in beperkte mate en voornamelijk onrechtstreeks aan de orde gesteld. De partij schenkt relatief weinig aandacht aan Europa, terwijl ook de Vlaams Blok-kiezer niet echt wakker ligt van de internationale politiek in de strikte zin. Toch slaagt de partij erin om het internationale niveau (onrechtstreeks) binnen te brengen in de electorale arena, door de uiteenlopende lokale gevolgen van de ingrijpende sociale veranderingen van de laatmoderniteit te kapitaliseren. Steeds gekaderd in een vertoog over Vlaamse volkseigenheid en overgoten met een uitgesproken populistische anti-establishmenthouding tegenover de Europese Unie, worden tal van lokale problemen gekoppeld aan de erosie van de nationale grenzen.
Cruciaal is de handige toepassing van de jumping of scales-strategie, waarbij de globale complexiteit wordt herschaald tot lokale eenvoud. Meer concreet worden sociale en politieke fenomenen die zich op het internationale of globale niveau voltrekken, zoals internationale migraties, georganiseerde misdaad en internationaal terrorisme, geherdefinieerd tot nationale of lokale problemen, die door de partij makkelijker uitlegbaar en manipuleerbaar zijn. Juist door de globale complexiteit van globalisering en internationalisering te vertalen tot bevattelijke en tastbare kwesties, verdichten deze complexe veranderingen zich tot een tastbare bedreiging van de verworven welvaart, rechten en macht en kan deze complexiteit vereenvoudigd worden tot de allesbepalende populistische tegenstelling tussen gevestigden en buitenstaanders. Een centrale rol in deze translatie spelen de figuren van de traditionele politici en de (nieuwe) migranten, die de eenheid van de volksgemeenschap van binnenuit in gevaar brengen of van buitenaf bedreigen.
Het onrechtstreekse belang van de internationale context voor de populistische partijstrategie blijkt uit de mogelijkheden om processen van economische en culturele globalisering en politieke internationalisering te koppelen aan de (nationale) kernissues van het Vlaams Blok, meer bepaald migranten, criminaliteit en antipolitiek. Als de partij de kans ziet, mobiliseert ze het ressentiment omtrent het gevoerde asielbeleid en de Europese uitbreiding. Maar daar houdt het niet bij op. Hoewel de vrijheid van godsdienst geen politiek strijdpunt is in de Belgische politiek, beklemtoont de partij bij elke gelegenheid de (vermeende) dreiging van de islam. Kortom, de partij put uit een groot reservoir van angst en ongenoegen. Om de diverse vormen van ressentiment te (kunnen) kapitaliseren, heeft het Vlaams Blok migranten, asielzoekers en vluchtelingen in de figuur van de bedreigende vreemdeling geherdefinieerd tot een externe volksvijand, die de gedaante aanneemt van de sociaaleconomische concurrent op de arbeidsmarkt, de grafdelver van de nationale verzorgingsstaat, de profiteur van de gemeenschapsvoorzieningen, de ordeverstoorder van het stedelijke leven, de criminele allochtoon én de culturele indringer die de volkseigenheid van het Vlaamse heartland bezoedelt en bedreigt.

Een confederaal Europa der volkeren

Aangezien de extreem-rechtse kerngedachten omtrent de internationale politiek het duidelijkst tot uitdrukking komen in de stellingnamen over Europese integratie, starten we de inhoudelijke toetsing met een uiteenzetting over de houding van het Vlaams Blok tegenover dat proces. In de Grondbeginselen (1980; 1990), het verkiezingsprogramma ‘Baas in eigen land’ (1999), de congresteksten ‘Staatsgedachte’ (2001a) en ‘Europa’ (2001b), het dossier ‘Europa: vloek of zegen’ (2004a) en, vooral, het Europese verkiezingsprogramma ‘Vlaamse staat, Europese natie’ (2004b) poneert het Vlaams Blok dat het zich constructief, doch kritisch opstelt tegenover de Europese Unie.
Het Vlaams Blok is een principiële voorstander van Europese samenwerking, maar is evengoed een rabiate tegenstander van de huidige Europese Unie. Concreet dient het huidige Europa der staten op termijn door een Europa der volkeren vervangen te worden. De kern van een zulk Europa der volkeren is dat de soevereiniteit niet bij Europa, noch bij de huidige staten, ligt, maar bij de diverse etnische gemeenschappen.2 Essentieel in de extreem-rechtse constructie is het zelfbeschikkingsrecht van de volksgemeenschap. Dit betekent dat niet de huidige ‘onvolkse’ staten de bouwstenen vormen voor het toekomstige Europa, maar dat Europese integratie alleen kan geschieden op basis van samenwerking tussen de vrije Europese volkeren (1990; 2004b). Aan de ene kant bepleit de partij een confederatie van volksgemeenschappen die de soevereiniteit van alle (Europese) culturele volkeren respecteert en wijst ze een federaal Europa, gekenmerkt door een Europese grondwet en Europees burgerschap rabiaat af. Aan de andere kant laat het pleidooi voor een Europa der volkeren het Vlaams Blok als volksnationalistische partij toe om het streven naar een eigen Vlaamse staat te verbinden met de Europese agenda. Zo eist het Vlaams Blok voor de toekomstige staat Vlaanderen een rechtmatige plaats op binnen de Europese constructie.
In het Europe of the fatherlands worden het nationale en Europese belang bijgevolg verzoend. Elke verdere politieke eenmaking in de richting van een federale statenbond beschouwt het Vlaams Blok evenwel als onnodig, gevaarlijk en schadelijk. Een United States of Europe is immers een ernstige bedreiging voor de soevereiniteit van de lidstaten. Het vormt op termijn een gevaar voor de culturele diversiteit van de Europese volkeren en de Europese superstaat dreigt een bureaucratische moloch, of anders gesteld, een (verafschuwd) België in het groot te worden. Het Vlaams Blok hekelt de Europese voogdij en laakt het verlies van nationale soevereiniteit aan de gecentraliseerde Europese bureaucratie. De EU kan in de ogen van extreem-rechts geen aanspraak maken op een grondwetgevende bevoegdheid: ‘de EU is geen staat en mag dat voor ons ook nooit zijn. Ook grondwetten kunnen enkel worden opgesteld door en voor staten’ (2004a; 2004b).
Daarnaast ijvert de partij sinds 1989 op krachtdadige wijze voor een consequente en radicale toepassing van het subsidiariteitsprincipe binnen de Europese Unie. ‘Wij zullen niet naar een Europees niveau overhevelen wat door onszelf beter kan gedaan worden’.3 Het verlies van nationale soevereiniteit mag niet de prijs zijn van de Europese integratie. Onder andere om die reden verwierp het Vlaams Blok het Verdrag van Maastricht. Het verdrag creëert in de ogen van de partij één grote ondoorzichtige superstaat. ‘Het anti-Europa treedt aan (…) want de gespleten tongen van Maastricht zeggen subsidiariteit, maar bedoelen en willen hypercentralisme. Ja, het anti-Europa van Maastricht is uit op de dood van Europa’s volkeren en zo van Europa zelf’.4 Bepaalde onvervreemdbare beleidsdomeinen moeten deel blijven uitmaken van de nationale besluitvorming. Zeker de bevoegdheden en beslissingen die inherent verbonden zijn met de nationale identiteit van elke taal- en cultuurgemeenschap, zoals cultuur, onderwijs, ordehandhaving, justitie, sociaal beleid en sociale zekerheid, dienen in handen te blijven van de nationale staten, zo stelt het Vlaams Blok (2001b; 2004b).
Het eerste en voornaamste argument tegen de overheveling van deze onvervreemdbare bevoegdheden naar het Europese niveau is de overtuiging dat er nooit een Europese demos of een Europees volk kan en zal bestaan. Ofschoon de partij gelooft in een gemeenschappelijke Europese beschaving, blijft Europa - voor het Vlaams Blok - in de eerste plaats een lappendeken van volkeren, ieder met hun eigen culturele identiteit en eigen belangen. Aangezien een minimale consensus over fundamentele principes op vele vlakken afwezig is, heeft het volgens de partij absoluut geen zin om te streven naar een Europese federale superstaat (2001b). Op basis van gelijkaardige argumenten wijst het Vlaams Blok nog steeds principieel het Europees burgerschap af, waarbij alle personen - waar ze zich ook bevinden - met de nationaliteit van één van de Europese lidstaten stemrecht hebben bij de Europese en gemeenteraadsverkiezingen. Om de afschaffing van het lokale stemrecht voor EU-burgers te realiseren, eist de partij een grondige herziening en inperking van het Verdrag van Maastricht. Politieke rechten moeten immers, aldus het Vlaams Blok, rechtstreeks gekoppeld blijven aan staatsburgerschap of nationaliteit: ‘Ieder heeft het recht om op ‘eigen grond’ meer politieke rechten te doen gelden dan waar de gasten aanspraak op kunnen maken’ (2004b).
Het tweede argument van het Vlaams Blok tegen een al te verregaande bevoegdheidsoverdracht is het enorme democratische deficit dat in de ogen van de partij met een federaal Europa gepaard zou gaan. Op populistische wijze kapitaliseert het Vlaams Blok anti-establishmentgevoelens die voortvloeien uit de democratische paradox die inherent is aan het moderne democratiebegrip. Het conflict tussen de populistische directe volksdemocratie en de representatieve liberale democratie komt in vier spanningsvelden tot uitdrukking: tussen populaire wil en constitutionele democratie, tussen beloftes versus realiteit, tussen volkswil en vertegenwoordiging, en tussen transparantie en complexiteit. Volgens het Vlaams Blok ontbeert het de Europese instellingen aan democratische legitimiteit.
Ten eerste wordt de Europese constitutionele democratie in vraag gesteld. Zo klaagt de partij de overdreven bemoeizucht en ‘regelitis’ van de Eurobureaucratie, evenals het institutionele kader van checks and balances, aan. Ten tweede speelt het Vlaams Blok in op de onvermijdelijke tegenstelling tussen het democratische ideaal van goed bestuur en de politieke praktijk van het feitelijke Europa. ‘Wanbeheer is haast de regel’ (2004b). De partij beklemtoont keer op keer het wanbeleid, de spilzucht, het wanbeheer, het profitariaat, de corruptie en de vriendjespolitiek binnen de Europese instellingen. De oplossing ligt, aldus het Vlaams Blok, in een drastische verstrenging van de anticorruptiemaatregelen, maar vooral in een doorgedreven sanering van de politieke instellingen en een vermindering van het aantal EU-ambtenaren.
Ten derde buit het Vlaams Blok de structurele en onoverbrugbare kloof uit tussen burgers en politieke vertegenwoordigers. Belangrijke beslissingen over de toekomst van Europa zouden keer op keer boven het hoofd van de modale Europeaan genomen worden. De hang naar een plebiscitaire democratie wordt treffend geïllustreerd door de heftige reactie in de kwestie Turkije. ‘Het is een schande dat het zover is kunnen komen zonder dat er ooit een debat ten gronde is gevoerd over de mogelijke toetreding van Turkije, laat staan dat de bevolking in Europa hierover is geraadpleegd. De Turkse kwestie symboliseert perfect de kloof tussen het ‘echte’ Europa en de officiële EU’ (2004b). Voor beslissingen over essentiële zaken bepleit het Vlaams Blok de invoering van bindende referenda als rechtstreekse uitdrukking van de wil van het volk. Tot slot eindigt het Vlaams Blok zijn aanval tegen de Europese instellingen steeds met hetzelfde verwijt: Europa is te complex en de instellingen zijn niet transparant. Zonder een alternatief te bieden, beantwoordt dit populistisch appel aan een steeds luider klinkende roep om verlossende duidelijkheid, eenvoud en overzicht, waarbij de subtiliteit van het overleg het moet afleggen tegen de gespierde taal van de eenvoud.
Ondanks deze sceptische houding, kan het Vlaams Blok niet zonder meer als anti-Europese partij gekwalificeerd worden. De populistische kritiek op Europa richt zich immers hoofdzakelijk op het gevestigde establishment, maar in tegenstelling tot sommige andere West-Europese populistische bewegingen vormt het anti-Europeanisme sui generis geen onderdeel van het populistisch appel van het Vlaams Blok. Zo onderschrijft de partij een confederaal Europa met een gemeenschappelijk beleid t.a.v. beleidsdomeinen waarin Europa een meerwaarde kan bieden.
In haar conceptie is het institutioneel verenigde Europa dan ook (slechts) een intergouvernementeel samenwerkingsverband op het vlak van een aantal welomschreven aangelegenheden, die allen verbonden zijn met grensoverstijgende problemen. Aan de ene kant gaat het om materies zoals de interne markt, milieu, transportinfrastructuur en consumentenbescherming. Hoewel het Vlaams Blok soms de vrees uitdrukt dat de Europese Unie al te veel een economische unie is, met te weinig respect voor de talen en culturen van de verschillende Europese volkeren, kan een efficiënt economisch beleid, milieubeleid en infrastructuurbeleid voor het Vlaams Blok alleen maar slagen in een Europees kader. De goedkeuring van de modaliteiten ervan vereist, aldus het Vlaams Blok, slechts een (gekwalificeerde) meerderheid op Europees niveau. Aan de andere kant houdt de partij tevens een krachtig pleidooi voor een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid, defensiebeleid en immigratie- en asielbeleid. Hier dienen de beslissingen op Europees niveau echter unaniem genomen te worden, gezien de enorme impact ervan op het nationale belang (2001b).

Buitenlands beleid, defensiebeleid, immigratie- en asielbeleid

In het licht van de geopolitieke uitdagingen van de eenentwintigste eeuw zijn een gezamenlijk buitenlands beleid, een krachtdadige Europese defensiepijler en een streng gemeenschappelijk immigratie- en asielbeleid de voornaamste krachtlijnen van de Europese Unie zoals het Vlaams Blok die ziet. Met betrekking tot het buitenlands beleid stelt de extreem-rechtse partij dat ‘Europa met één stem in de wereld moet spreken’ (2004b). Het huidige buitenlandse beleid van de EU zou al te weinig tegengewicht bieden tegen de wereldheerschappij van de Verenigde Staten en al te zeer gekenmerkt worden door interne gespletenheid, gebrek aan geloofwaardigheid en daadkracht, zoals de oorlog in Irak treffend heeft aangetoond. Toch formuleert het Vlaams Blok nagenoeg geen, laat staan eenduidige en krachtige, inhoudelijke standpunten met betrekking tot de Europese diplomatie.
In het algemeen wordt de houding tegenover de transatlantische politiek gekenmerkt door dubbelzinnigheid, die het gevolg is van interne verdeeldheid. Aan de ene kant waarschuwt men ervoor om de Verenigde Staten niet kritiekloos achterna te lopen en stelt de partij het feitelijke Amerikaanse wereldleiderschap openlijk ter discussie. Het Vlaams Blok streeft immers een organische volksgemeenschap en een Europese volkerengemeenschap na, die zowel het Amerikaanse individualisme als het communistische collectivisme verwerpen (1990). Aan de andere kant blijft men de Verenigde Staten toch zien als de natuurlijke bondgenoot in dit ‘tijdperk van de botsing der beschavingen’.5
De ambivalente houding van de partij tegenover de Verenigde Staten blijkt uit de visie op het militaire bondgenootschap NAVO. Hoewel de partij beseft dat de Verenigde Staten tijdens de koude oorlog bescherming boden tegen een mogelijke dreiging van de Sovjet-Unie, voegt de partij er in haar grondbeginselen onmiddellijk aan toe dat Europa zo snel mogelijk zelf initiatieven dient te nemen om zichzelf te beschermen tegenover zowel Amerika en Rusland. In de jaren tachtig formuleerde de partij het als volgt: ‘Het Vlaams Blok staat op het standpunt dat een toekomstige Europese politiek erop gericht dient te zijn de zelfstandigheid en onafhankelijkheid van Europa te bekomen en te handhaven. (…) Als overgang hiertoe en zolang Europa niet één geworden is en zelf niet beschikt over de nodige macht om die eigen politiek door te voeren, is het zonder meer duidelijk dat van de verschillende kwalen de onvermijdelijke handhaving van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie het kleinste euvel is. Het Vlaams Blok staat derhalve op het standpunt dat een één geworden Europa tevens een sterk, weerbaar en gewapend Europa dient te zijn, in staat zijn vrijheid te beschermen en zichzelf te verdedigen’ (1980). Tijdens de koude oorlog luidde het officiële standpunt eendrachtig: zolang er geen Europese defensiemacht is uitgebouwd, moet Europa in de NAVO blijven. De NAVO moest immers bescherming bieden tegen het imperialisme van de voornaamste externe vijand van het Vlaams Blok in die periode, meer bepaald het communisme van de Sovjetunie.6
Na de val van de muur weerklonk echter voor het eerst de roep om uit de NAVO te stappen. Karim Van Overmeire, die nu in het Vlaams parlement zetelt, stelde het in 1993 zo: ‘Er zijn vandaag geen excuses meer te bedenken om de Verenigde Staten nog verder te volgen of zelfs het leiderschap van de VS in de wereld te erkennen. ‘Het Westen’ bestaat niet. Weliswaar kunnen Noord-Amerika en Europa dikwijls dezelfde belangen hebben die ze samen moeten behartigen, maar even dikwijls hebben ze tegengestelde belangen’.7 In zijn recentste Europese verkiezingsprogramma (2004b) herhaalt het Vlaams Blok zijn pleidooi voor de uitbouw van een eigen onafhankelijke Europese defensiemacht, buiten de NAVO en Verenigde Staten om. De achterliggende idee is dat zonder een politiek-militaire unie de Verenigde Staten de internationale agenda zullen blijven bepalen, zowel in Europa als elders in de wereld. Concreet denkt de partij aan een Europese defensiegemeenschap op basis van een intergouvernementeel verdrag, dat bepaalt dat de lidstaten van de EU hun legerinspanningen op elkaar afstemmen en elkaar bijstaan indien één van hen wordt aangevallen. Het Vlaams Blok is alvast bereid om het defensiebudget op z’n minst te verdubbelen, want: ‘de wereld is geen vredig dorp. Het is een jungle waarin alleen het recht van de sterkste geldt. Zonder goed gemotiveerde en modern bewapende strijdkrachten kan geen enkel land zijn vrijheid, zijn welvaart en zijn onafhankelijkheid behouden’ (2004a).
Maar ondanks het pleidooi voor een autonome Europese defensiepijler getuigt het Vlaams Blok niet van ondubbelzinnig anti-Amerikanisme. Terwijl het Vlaams Blok de Verenigde Staten tot 1989 als een bondgenoot beschouwde in de strijd tegen het wereldcommunisme, ziet de partij de Verenigde Staten nu als een partner in de strijd tegen het oprukkende terrorisme, het islamfundamentalisme en de proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapentechnologie (2004b). Na de val van de muur werd het communisme als externe bedreiging, gestaag en vooral na 9/11, vervangen door de islam (2004a; 2004b). In de strijd tegen dit nieuwe gevaar verdedigt het Vlaams Blok een verregaande samenwerking tussen de EU en de VS, als gelijkwaardige partners en op basis van een associatieverdrag. Kortom, de Verenigde Staten worden gezien als de natuurlijke bondgenoot, maar tegelijk hekelt het Vlaams Blok de suprematie van deze grootmacht en de verdrukking van Europa in de NAVO.
Op een ietwat andere wijze roept het Vlaams Blok op om tevens de Verenigde Naties af te schaffen. De partij uit in haar kritiek populistische anti-establishment grieven, maar gaat uiteindelijk veel verder: ze erkent de legitimiteit en het gezag van de VN niet. ‘De onredelijke stemverhoudingen. De onlogische samenstellingen van de Veiligheidsraad. De logge bureaucratie. Het chronische geldgebrek. Het democratisch deficit. Al die factoren maken de VN tot een onwerkbare, onbetrouwbare en ongeloofwaardige organisatie (…) Maar eigenlijk zijn het slechts symptomen van een kwaal die veel dieper is. Het concept achter de VN deugt niet. Er bestaat niet zoiets als een wereldgemeenschap’.8 Uit dit citaat blijkt dat het Vlaams Blok absoluut geen geloof stelt in het bestaan van een wereldgemeenschap of een internationale rechtsorde. Volgens de partij bestaat er immers geen internationale consensus over fundamentele begrippen als democratie, rechtvaardigheid, vrijheid en mensenrechten. Nog minder hoop stelt het Vlaams Blok in de mogelijkheid om zo’n rechtsorde daadwerkelijk af te dwingen. Zeker de VN is voor die taak totaal ongeschikt, omdat de organisatie uit een meerderheid van niet-westerse en ondemocratische landen bestaat, zo stelt de partij. ‘De VN gaat gebukt onder een hele reeks onoplosbare tegenstrijdigheden (…) Als het Westen stand wil houden in een vijandige en barbaarse wereld, zal het op eigen kracht moeten rekenen. Wij mogen ons recht op zelfverdediging niet ondergeschikt maken aan de beslissingen van de VN’.9 Voor het voortbestaan van Europa bepleit het Vlaams Blok dan ook een internationale politiemacht in handen van uitsluitend westerse landen.
Omdat Europa geen ‘opendeurzone voor de Derde Wereld’ mag worden, verdedigt het Vlaams Blok een streng Europees immigratie- en asielbeleid, met gemeenschappelijke regels en een lijst van ‘onveilige landen’.10 Het Vlaams Blok eist alvast betere waarborgen van de nieuwe lidstaten, met name dat ze hun buitengrenzen afdoende bewaken om de instroom van illegalen en criminelen uit de niet-lidstaten in Oost-Europa tegen te gaan. Op het vlak van het asielbeleid zet de partij de lidstaten ook aan om het territorialiteitsprincipe in de Conventie van Genève in te schrijven. Dit zou impliceren dat het statuut van vluchteling enkel nog toegekend wordt aan Europese staatsburgers. In afwachting daarvan eist het Vlaams Blok een lijst van politiek onveilige landen. Aanvragen voor politiek asiel uit landen die niet op deze lijst voorkomen zouden dan automatisch onontvankelijk zijn. In verband met economische vluchtelingen pleit de partij voor een snelle, kordate en vastberaden repatriëring en kandidaat-vluchtelingen moeten in de toekomst in de buurlanden van het land van herkomst opgevangen worden. Aan de basis van dit strenge migratie- en asielbeleid dient een gezamenlijk Europees buitenlands beleid te liggen, waarbij initiatieven op het vlak van ontwikkelingssamenwerking gekoppeld worden aan een terugname van illegalen (2004b).
Hieruit blijkt dat het Vlaams Blok ontwikkelingshulp vooral kadert in haar vreemdelingenbeleid, meer bepaald in het voorkomen van internationale migratie én in een actief terugkeerbeleid.11 Zo pleit de partij voor een drastische concentratiepolitiek, zowel geografisch als thematisch, waarbij ze bijna het gehele budget voor ontwikkelingssamenwerking wil investeren in de herkomstlanden van de meerderheid van de hier aanwezige niet-Europese vreemdelingen, zoals Marokko, Turkije en Kongo.

De Europese uitbreiding en de Turkse kwestie

Ook m.b.t. de Europese uitbreiding is de houding van het Vlaams Blok uitermate dubbelzinnig. De partij zit hier gewrongen tussen ideologie en praktijk. Zo droomt de partij nog steeds van een verenigd Indo-Germaans Europa van de Atlantische Oceaan tot de Oeral. Dat de EU de Oost-Europese landen de hand reikt, vindt de partij dan ook in abstracto een goede zaak, te meer omdat dit verhindert dat Rusland hen terug in zijn invloedssfeer brengt. Toch heeft de partij kritiek op de praktische haalbaarheid van de uitbreiding en op de condities waaronder de toetreding van de tien nieuwe lidstaten heeft plaatsgegrepen. Het Vlaams Blok meent dat de uitbreiding van de Europese Unie te snel en te ‘massaal’ is doorgevoerd. Overhaast heeft men te veel landen willen opnemen, terwijl de meeste nieuwe lidstaten er volgens het Vlaams Blok nog niet klaar voor waren. Met onopgeloste problemen tot gevolg: zo vreest het Vlaams Blok een nieuwe massale immigratiegolf, een toename van de misdaad, een sociaal bloedbad, een ongezien democratisch deficit en een toenemende ontworteling van de volksculturen (2004b).
Een nieuwe golf van immigratie en misdaad beschouwt de partij als het meest rampzalige gevolg van de Europese uitbreiding. Heel wat Oost-Europese bendes en terroristische netwerken hebben, volgens de partij, vrij spel gekregen nu de criminelen op het grondgebied van de Unie wonen. Om die reden is het Vlaams Blok tegen een vrij personenverkeer binnen de EU en is het voorstander van de herinvoering van strenge grensbewaking aan de binnengrenzen van de EU (een voorstel dat vooral gericht is tegen de nieuwe lidstaten). Deze maatregel moet het vrije verkeer van personen beperken gedurende een bepaalde periode, meer bepaald zolang dat de economieën van de nieuwe lidstaten niet het niveau van de andere EU-landen benaderen. Met deze inperking van het vrije verkeer van personen wil het Vlaams Blok ook vermijden dat de gevestigde lidstaten overspoeld worden door een golf van nieuwe gastarbeiders. De partij vreest immers een enorme toename van de werkloosheid, een verstoring van de sociale verhoudingen en een sociale ramp ten gevolge van de onderlinge Europese concurrentie: ‘De Vlamingen dreigen voor de ongebreidelde toetredingspolitiek van de Europese Commissie tweemaal de rekening te betalen. Eerst als nettobetaler aan de EU en daarna als concurrentieslachtoffer’ (2004b).
Verder maakt het Vlaams Blok ook op democratische gronden voorbehoud tegen de overhaaste uitbreiding. Aan de ene kant dreigt de EU uit te groeien tot een moloch die niet langer in staat is om goede beslissingen te nemen voor alle lidstaten, aan de andere kant zou de democratie in de meerderheid van de nieuwe lidstaten allesbehalve behoorlijk werken en zouden de politieke systemen van vele landen vooral door corruptie getekend zijn. Tot slot bedreigen de uitbreiding en de immigratie volgens de partij ook de interne culturele én economische cohesie van de Europese samenlevingen. In de ogen van het Vlaams Blok geraken volksgemeenschappen ontworteld en het vreest dat de conflicten en tegenstellingen in de schoot van de uitgebreide EU door de grote sociaal-culturele verschillen en de verscheidenheid in het welvaartsniveau alleen maar zullen toenemen.
Over de gewenste omvang van de Europese Unie blijft de partij evenwel onduidelijk, te meer daar niet iedereen binnen de partijtop hieromtrent op dezelfde golflengte zit. Wel verzet het Vlaams Blok zich eenduidig en openlijk tegen een verdere ongebreidelde en snelle uitbreiding. Daarnaast is de partij er ook stellig van overtuigd dat de uitbreiding van de EU beperkt moet blijven tot de volkeren die behoren tot de Europese cultuurgemeenschap. Het Vlaams Blok ziet Europa namelijk in de eerste plaats als een beschavingsgemeenschap: ‘Om tot een zinvolle samenwerking te komen, moeten alle partners een aantal fundamentele waarden delen’ (2001a).
De aanvaarding van Turkije als kandidaat-lidstaat is dan ook een grote misstap, zo stelt het Vlaams Blok. Naast de kritiek dat Turkije geen democratie is, de mensenrechten schendt, economisch niet verzoenbaar is met de EU en bij toetreding een immense financiële aderlating voor de EU betekent, is het voornaamste bezwaar dat het islamitische Turkije nooit tot de Europese cultuurgemeenschap kan behoren. Met de Europese familie deelt Turkije immers niet dezelfde waarden. ‘Er is geen enkele reden, religieus, politiek, historisch, economisch noch cultureel om Turkije als lidstaat van de EU te aanvaarden. (...) Wie vandaag de deur openzet voor Turkije, verlegt de grenzen van Europa naar Syrië, Irak en de Kaukasus en zet de poort wagenwijd open voor een nieuwe, noodlottige immigratieschokgolf’ (2004b). Een dergelijk doemscenario is dé reden waarom het Vlaams Blok zich met hand en tand tegen de toetreding van Turkije verzet: het is niet alleen op zich onwenselijk, het is tevens een gevaarlijk precedent. ‘In een mum van tijd zullen Tunesië en Marokko ook aan de deur kloppen en hun kandidatuur als lidstaat van de EU stellen’ (2004b). Het Turkse geval vormt in de ogen van het Vlaams Blok dan ook een onderdeel van de ruimere clash of civilizations of de confrontatie tussen enerzijds de Europese en/of westerse beschaving en anderzijds de islamitische wereld.
Gezien de ernst van de zaak eist het Vlaams Blok dat de Turkse kwestie in elk van de huidige lidstaten met een bindend referendum beslecht wordt. In dat referendum moeten de Europeanen zich niet alleen kunnen uitspreken over de toetreding van Turkije tot de EU, maar ook over de Europese grondwet en de verdere uitbreiding van de EU. ‘De enige manier om catastrofes te vermijden, is door de democratie te laten spelen en in alle lidstaten een referendum te houden over de toetreding van Turkije. Niet binnen tien jaar, maar nu!’.12 Met deze vraag en de organisatie van strijdmeetings in de grote Vlaamse steden n.a.v. de mogelijke Turkse toetreding bespeelt het Vlaams Blok op populistische wijze de anti-establishment- en anti-islamgevoelens en laakt het de onwil van de gevestigde politieke klasse om de (rechtstreekse) uitdrukking van de volkswil i.v.m. de (verdere) integratie van Europa in rekening te brengen.

Tussen volksgemeenschap, Indo-Europese cultuurgemeenschap, Europese rijksgedachte en westerse alliantie

Uit voorgaande schets blijkt dat de positie van het Vlaams Blok in internationale kwesties niet eenduidig is. Kort gesteld, schippert de partij tussen de eigen (Vlaamse) volksgemeenschap, een Europa der volkeren, een sterk Europa en een westerse alliantie. Merkwaardig is dat de roep om een sterk en weerbaar Europa wordt afgewisseld met klachten over te veel Europa, terwijl een krachtig anti-Amerikanisme in sommige beleidsdomeinen gecombineerd wordt met pleidooien voor meer transatlantische eenheid.
De ambivalentie van het internationale gelaat van het Vlaams Blok komt vooral tot uitdrukking in zijn houding tegenover het proces van Europese integratie én de Europese uitbreiding. Vooreerst ziet de extreem-rechtse partij in het project van de Europese integratie zowel een bedreiging van de Vlaamse volkseigenheid als een mogelijkheid om het ware Europa in de vorm van de nagestreefde Indo-Europese erfenis te realiseren. De extreem-rechtse visie op Europa is immers een poging om de eigen volksgemeenschap te koppelen aan de Europese cultuurgemeenschap, waarbij ‘eigen volk eerst’ aangevuld wordt met ‘Europa aan de Europeanen’. Tegenover het doorgedreven integratieproject van de Europese Unie stelt het Vlaams Blok le droit à la différence of het recht van het Vlaamse volk op een eigen culturele identiteit, waarbij het volksnationalisme het ideologische kader vormt om een eigen autonome en volwaardige plaats voor de verschillende volksgemeenschappen op te eisen in Europa.13 Centraal in deze differentialistische of etnopluralistische visie staat de essentiële ongelijkheid en onvergelijkbaarheid van verschillende culturen en het voornaamste doel is de eigen Vlaamse identiteit te (kunnen) beschermen en te bewaren binnen Europa.14
De volksnationalistische partij wijst het Europese construct als zodanig echter niet af. Naast het gevaar voor een aantasting van de eigen volksaard, biedt de Europese eenmaking in de ogen van het Vlaams Blok immers ook een kans voor de wederopstanding van de Europese cultuur, meer bepaald van de oorspronkelijke en wezenlijke Indo-Europese of Indo-Germaanse cultuurgemeenschap (2004b).15 Deze overkoepelende cultuur of mentaliteit zou, aldus de partij, de gemeenschappelijke oorsprong van de Europese volkeren of le heartland par excellence onderstrepen en moet daarom actief verdedigd worden tegen de cultuurinvasie van Rusland, de Amerikaanse ‘nepcultuur’ en de islam.16
Dergelijke uitsluitende politiek gebaseerd op een etnische of culturele gemeenschap omschrijft de Engelse politicoloog Paul Taggart als politics of the heartland.17 Het heartland berust op de verbeelding en reconstructie van een vergane harmonieuze gemeenschap die nog gekenmerkt was door deugdzame burgers en (culturele) eenheid. De betekenis van het Europese heartland wordt geïllustreerd in volgend citaat: ‘Ons inzien ware Europa [beter] opgebouwd vanuit de grootheid van het verleden, gezuiverd van alle schuldcomplexen, en het besef van een gemeenschappelijke cultuur en beschaving (…) Wij willen Europa de grootheid van zijn verleden niet laten verliezen, in een tijdsgewricht waarin op wereldvlak een gemeenschappelijk optreden van levensbelang is’.18 Hieruit blijkt treffend waarop het Europeanisme van de partij gebaseerd is. Aan de ene kant is er een ideologisch fundament, meer bepaald de gedeelde Europese waarden of de Europese beschaving. Aan de andere kant is het verenigde Europa een praktische noodzaak om externe dreigingen af te houden.
Zoals elke radicaal-nationalistische partij ondervindt het Vlaams Blok echter moeilijkheden om de eigen gemeenschap te verbinden met Europa. Zo blijkt het Vlaams Blok twee types van heartland te koesteren: de eigen Vlaamse volksgemeenschap én de Indo-Europese cultuurgemeenschap. Maar over de onderlinge verhouding tussen het Vlaamse en Europese heartland is het nationalistische Vlaams Blok glashelder: het eigen volk heeft altijd voorrang op het Indo-Europese volk. Zo pleit het Vlaams Blok voor ‘het inschrijven van het soevereine beginsel ‘Eigen volk eerst’ in de Europese verdragen, hiërarchisch gevolgd door het principe van de ‘Europese voorkeur’, wat betekent dat Europeanen een politieke voorkeursbehandeling krijgen op de inwoners die geen staatsburger zijn van een EU-lidstaat’ (2004b). De culturele eigenheid van elk van de Europese volkeren is derhalve onaantastbaar, waardoor niet alleen een eengemaakt of federaal Europa in de ogen van de partij onmogelijk is, maar ook het theoretische construct van een (gedeeld) Indo-Europa zelf ondermijnd wordt. De inzet van het Vlaams Blok is in de eerste plaats het recht op een (plaats voor de) eigen cultuur.
De tegenstand van het Vlaams Blok tegen een eengemaakt of federaal Europa toont de limieten van zijn Europeanisme. Eigen volk eerst, ook in Europa, lijkt wel het credo. Twee beleidsdomeinen vormen hierop een uitzondering. Op het vlak van defensie en buitenlands beleid klaagt het Vlaams Blok voornamelijk de zwakheid en machteloosheid aan van Europa tegenover de twee supermachten, vooral de Verenigde Staten. Daarom roept de partij op tot een sterk en weerbaar Europa met een krachtdadige defensiemacht. Dit refereert aan de Europese rijksgedachte en de droom van een groot en blokvrij Midden-Europa, dat geografisch reikt van de Atlantische Oceaan tot aan de Oeral en dat volledig onafhankelijk van de Verenigde Staten en Rusland een leidende positie in de wereldpolitiek inneemt.
Maar ondanks het gepredikte anti-Amerikanisme blijft het Vlaams Blok de Verenigde Staten zien als de natuurlijke bondgenoot in de bestrijding van het externe gevaar. Voor de val van de muur vormde het communisme de grootste dreiging, nu ligt de klemtoon op het islamitische gevaar. In deze context volgt het Vlaams Blok, weliswaar met enige amendementen, de Huntington-these dat de hedendaagse conflicten in de strijd tussen verschillende beschavingen in belangrijke mate cultureel of etnisch geïnspireerd zijn en dat de hedendaagse dreiging vooral uitgaat van de islam.19 In de gemeenschappelijke strijd van het Westen tegen de islam pleit de partij voor meer transatlantische eenheid en de uitbouw van een krachtdadige westerse wereldpolitiemacht.

Vlaams Belang, andere internationale visie?

Het internationale vertoog van het Vlaams Blok vertoont drie uitgesproken kenmerken. Ten eerste is de internationale visie van het Vlaams Blok relatief beknopt en behoort ze zeker niet tot de core business van de partij. De internationale politiek krijgt slechts aandacht wanneer er consequenties zijn voor de lokale politiek of wanneer er een koppeling mogelijk is met tastbare kwesties. Het Verdrag van Maastricht wordt herschaald tot stemrecht voor EU-burgers; 9/11 tot de dreiging van de islam; en de Turkse kwestie tot de ondergang van de eeuwenoude Europese erfenis.
Ten tweede zijn de opvattingen over de internationale instellingen nogal dubbelzinnig. De visie op Europa en de internationale politiek ontbeert ideologische helderheid en over heel wat aspecten van het internationale beleid bestaat er geen eensgezindheid binnen de partij. Het Vlaams Blok laat in zijn tijdschrift zelfs een openlijk debat over de Europese Unie en over de houding tegenover de Verenigde Staten toe. Afwijkende meningen op dit vlak zijn geen probleem, aangezien deze standpunten zo goed als geen invloed hebben op het electoraal appeal van de partij.
Ten derde wordt de houding t.a.v. de internationale werkelijkheid relatief vaag omschreven. Hoewel het Vlaams Blok uitgesproken posities inneemt in bepaalde kwesties, is de algemene wereldordening van het Vlaams Blok bovenal utopisch en niet-systematisch uitgewerkt. Zo zijn de onderlinge relaties tussen de (Vlaamse) volksgemeenschap, het Europa der volkeren, Indo-Europa, het sterke Europese rijk en de westerse alliantie niet altijd even duidelijk en zelfs onderling tegenstrijdig.
Dit betekent echter niet dat achter de internationale politiek van het Vlaams Blok geen logica zou zitten. Integendeel, de visie op internationale kwesties bouwt voort op het etnisch-nationalistisch populisme dat de partij steevast in de binnenlandse politiek aanhangt. Net zoals in binnenlandse discussies, is de voorkeur voor en voorrang van het eigen volk het leidmotief van haar internationale beleid. Binnenland én buitenland krijgen zo een plaats in het etnopluralistische wereldbeeld. De slogan ‘eigen volk eerst, altijd en overal’ dient in dit opzicht zeer letterlijk te worden genomen en vormt ook voor de buitenlandse standpunten het uitgangspunt. De relatie met ‘buiten’ is bijgevolg een bijzondere specificatie van de etnopluralistische houding tegenover het (culturele of etnische) ‘andere’. Het Vlaams Blok gaat er immers van uit dat mensen onlosmakelijk verbonden zijn met een bepaalde etnische gemeenschap, dat zowel mensen als etnische gemeenschappen niet gelijk maar gelijkwaardig zijn en dat elke gemeenschap recht heeft op een eigen leefruimte. Het recht op culturele identiteit impliceert het recht op een eigen cultureel-homogeen (woon)gebied in de logica van het Vlaams Blok.
De vraag hoe de partijlijn met betrekking tot internationale kwesties in de toekomst verder vorm zal krijgen, is moeilijk te beantwoorden. Sinds 14 november 2004 is het Vlaams Blok immers omgevormd tot Vlaams Belang. Dit gebeurde nadat het Hof van Cassatie op 9 november 2004 de uitspraak van het Hof van Beroep in Gent bevestigde waarin het Vlaams Blok veroordeeld werd als een racistische en discriminerende partij. Met deze uitspraak raakte het gerecht het wezen van het Vlaams Blok. Aan de ene kant was het ‘eigen volk eerst’-standpunt het alfa en omega van de Vlaams Blok-ideologie, aan de andere kant vormde het radicale anti-vreemdelingenstandpunt de electorale magneet van het Vlaams Blok.
Hoewel bij de omvorming van Vlaams Blok naar Vlaams Belang de scherpste stellingen uit de grondbeginselen geschrapt werden, lijkt de vernieuwing niet veel meer dan een (vormelijke) opsmukoperatie. De toespraak van voorzitter Frank Vanhecke op het ‘stichtingscongres’ laat vermoeden dat er inhoudelijk niet veel zal veranderen aan de partijlijn van de ‘politieke erfgenaam van het Vlaams Blok’: ‘Wij veranderen van naam, maar niet van streken, wij veranderen van naam, maar niet van programma (…) Wij blijven de partij die nooit ‘eigen volk alleen’ heeft gezegd maar die altijd, ook als wij het niet meer mogen zeggen, ‘eigen volk eerst’ zal blijven denken’.20 De toekomst moet echter uitwijzen of en in welke mate de opvattingen van Vlaams Belang over internationaal beleid zullen afwijken van de standpunten van het Vlaams Blok. Of de vernieuwde partij een nieuwe ideologische fundering en andere publieke frames zal uitwerken, is op dit moment een open vraagstuk.

Koen Abts, Maarten Van Craen en Marc Swyngedouw
Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (K.U.Leuven)
SEIN, Onderzoeksgroep Overheid en Samenleving (Universiteit Hasselt)

Noten
1/ Aangezien onze analyse betrekking heeft op de periode waarin de partij de naam ‘Vlaams Blok’ droeg, zullen we verder in dit artikel alleen de naam ‘Vlaams Blok’ gebruiken. In het besluit gaan we kort in op de omvorming in ‘Vlaams Belang’.
2/ Vergelijk Verreyken W., Europa barst! Antwerpen, Tyr, 1994.
3/ Vlaams Blok, juni 1989, 5.
4/ Vlaams Blok, november 1993, 3.
5/ Vlaams Blok Magazine, 7/8, 2000, 14.
6/ Vlaams Blok, juni 1989, 4.
7/ Spruyt M., Grove borstels. Stel dat het Vlaams Blok morgen zijn programma realiseert, hoe zou Vlaanderen er dan uitzien? Leuven: Van Halewyck, 1995.
8/ Vlaams Blok, mei 1994, 7.
9/ Vlaams Blok, mei 1994, 7.
10/ Vlaams Blok, juni 1994, 8.
11/ Dewinter F., Baas in eigen land. Over identiteit, culturele eigenheid en nationaliteit. Brussel: Egmont, 2000.
12/ Vlaams Blok Magazine, oktober 2004: 26.
13/ Vergelijk De Benoist A., Vu de droite: anthologie critique des idées contemporaines. Paris: Copernic, 1978.
14/ Taguieff P., Sur la nouvelle droite: jalons d’une analyse critique. Paris: Descartes, 1994.
15/ Vergelijk Vlaams Blok, juni 1989: 4.
16/ Vlaams Blok, december 1988: 8.
17/ Taggart P., o.c., 2000.
18/ Vlaams Blok, juni 1989: 5.
19/ Vlaams Blok, mei 1997: 7.
20/ Vlaams Belang, congrestoespraak, 14 november 2004.

Vlaams Belang - Vlaams Blok - VB - internationaal beleid

Samenleving & Politiek, Jaargang 12, 2005, nr. 9 (november), pagina 11 tot 22