Log in

Tussen kreten en gefluister

Verkiezingen en verfransing in de Vlaamse Rand

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 9 (november), pagina 39 tot 45

Het uitgangspunt: de Franstaligheid neemt toe

Gemeenteraadsverkiezingen spelen zich af in vele gemeenten die elk hun eigen verhaal hebben. De inzet van de verkiezingen, de concrete thema’s van de campagne en het politieke personeel variëren van de ene gemeente tot de andere. Toch zijn er ook diverse grensoverschrijdende onderwerpen en betekenissen die toelaten om de uitslagen van de gemeenteraadsverkiezingen te bekijken vanuit een perspectief dat de louter gemeentelijke inzet overschrijdt. Zo is er in Brussel en in de gemeenten die behoren tot de ‘Vlaamse Rand’ ook steeds een communautaire inzet. Dat zijn immers de gemeenten waar Nederlandstaligen en Franstaligen, al dan niet in taalvrede, met elkaar samenleven.
Dat was op 8 oktober 2006 niet anders. Zo werd meteen vastgesteld dat de lijst ‘Samen’, een kartel van CD&V, sp.a en VLD, in de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode er niet in geslaagd was om een tweede rechtstreeks verkozen Nederlandstalige schepen te bemachtigen. In Kraainem werd zelfs geen enkele Nederlandstalige schepen verkozen. In Drogenbos verloor de Vlaamse lijst ‘Accent’ een zetel en ook in Linkebeek raakten de Nederlandstaligen een zetel kwijt. Deze gebeurtenissen werden en worden steevast geduid als deel van een gekende algemene evolutie: de achteruitgang van het Nederlands in de Rand vanwege de toenemende aanwezigheid van Franstaligen, die zich bovendien niet wensen aan te passen. Het is overigens interessant te noteren dat de politieke elites van beide taalgroepen hier vertrekken vanuit eenzelfde lezing van de feiten. Ook aan Franstalige kant leeft immers de overtuiging dat de Franstalige lijsten alweer vooruitgang geboekt hebben. Aan Vlaamse kant leidt dit dan tot een defensieve reactie, terwijl de Franstaligen van mening zijn dat de faciliteiten in slechts zes gemeenten ontoereikend zijn om hen de nodige bescherming te bieden.
In deze bijdrage pogen we aan de hand van de harde cijfers een beeld te schetsen van die evolutie van Franstalige stemmen. Daarbij nemen we het totaal aantal uitgebrachte stemmen in de gemeenten van Halle-Vilvoorde als basis. Dat is breder dan wat in de Vlaamse Beleidsnota’s de ‘Vlaamse Rand’ wordt genoemd.1 Die Vlaamse Rand omvat 19 gemeenten, waarvan zes faciliteitengemeenten. Het gaat om Asse, Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Machelen, Meise, Merchtem, Overijse, Sint-Pieters-Leeuw, Tervuren, Vilvoorde, Zaventem en de 6 faciliteitengemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem. In Halle-Vilvoorde liggen verder ook nog Affligem, Bever, Galmaarden, Gooik, Halle, Herne, Kappele-op-den-Bos, Lennik, Liedekerke, Londerzeel, Opwijk, Merchtem, Pepingen, Roosdaal, Ternat en Zemst. We bekijken dus een verzameling van 35 gemeenten, die samen goed zijn voor ruim 420.000 kiezers.
Bij parlementsverkiezingen of Europese verkiezingen hebben al deze kiezers ook de mogelijkheid om te stemmen op de lijsten die in Brussel-Halle-Vilvoorde ingediend worden door de Franstalige partijen. Zij hebben daarbij dan een keuze uit het hele ideologische palet dat aan Franstalige kant wordt aangeboden. Bij gemeenteraadsverkiezingen is dat niet het geval. Daar krijgen de kiezers per gemeente een gevarieerd partijpolitiek aanbod, met in een aantal gemeenten ook een lijst - nu meestal ‘Union Francophone’ genoemd - die in eerste instantie een taaletnische lijst is. Zij mobiliseert de Franstaligheid, net zoals de Vlaamse eenheidslijsten dat doen met de Nederlandstaligheid in de faciliteitengemeenten. Dat Franstalige aanbod laat ons toe na te gaan hoeveel kiezers effectief, in eerste instantie, als Franstaligen mobiliseerbaar zijn. Zij zijn als het ware de ‘harde kern’ van de electorale Franstaligheid in Halle-Vilvoorde. Dat aantal is daarom ook kleiner dan het aantal stemmen uitgebracht op de diverse Franstalige partijen bij federale en bij Europese verkiezingen.
De vraag die wij willen beantwoorden is: groeit deze harde kern? Neemt de electorale Franstaligheid in Halle-Vilvoorde toe? Verwacht kan worden dat de Franstalige identiteit makkelijker mobiliseerbaar is in tijden van communautaire spanning. De voorbije jaren was er dan ook heel wat te doen rond de Franstalige aanwezigheid in de Vlaamse Rand. Er waren de omzendbrieven-Peeters die de faciliteiten restrictiever interpreteren dan voorheen, er was het lang aanslepende en nog steeds hangende debat over de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, er waren de zomerse uitspraken van Yves Leterme over het intellectuele onvermogen van de Franstaligen in de Rand, en in de weken voor de verkiezingen waren er diverse brandhaardjes over de taal waarin de oproepingsbrieven verstuurd werden in een aantal gemeenten.
We bekijken de Franstalige stemmen vanaf 1976. Daarbij hebben we breed gerekend: lijsten die niet expliciet ééntalig Nederlands zijn, hebben we als Franstalig beschouwd. Precies omdat zowel aan Nederlandstalige als aan Franstalige kant beweerd wordt dat de Franstaligheid toeneemt, hebben we zelfs de Franstaligheid niet restrictief ingevuld. We zullen evenwel aantonen dat de gemeenteraadsverkiezingen in het arrondissement Halle-Vilvoorde geen spectaculaire toename van het percentage stemmen voor Franstalige partijen laten zien. Daarbij moet echter wel een onderscheid gemaakt worden tussen de zes faciliteitengemeenten en de rest van Halle-Vilvoorde. In de faciliteitengemeenten is het aandeel Franstalige stemmen spectaculair groter dan elders én neemt dat aandeel elke keer toe.

Franstalige stemmen in Halle-Vilvoorde

In tabel 1 staat het resultaat van de Franstalige en tweetalige lijsten bij gemeenteraadsverkiezingen in Halle-Vilvoorde sinds 1976. Het hoogste cijfer in de reeks is dat voor 1976, het laagste wordt opgetekend in 1982. Op dertig jaar tijd schommelt het percentage stemmen voor Franstalige en tweetalige lijsten dus met maximaal 1,7%. Het gaat wel degelijk om schommelingen, en niet om een stijgende of neerwaartse trend.

Tabel 1: Evolutie van het percentage stemmen voor Franstalige en tweetalige lijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen in het arrondissement Halle-Vilvoorde

Die vaststelling wordt trouwens ook bevestigd wanneer we kijken naar de uitslagen van de verkiezingen voor het Vlaams Parlement en voor de provincie Vlaams-Brabant (zie tabel 2). Ook daar kunnen Franstaligen niet stemmen voor de verschillende Franstalige partijen, maar alleen voor het taaletnische Union Francophone. Bovendien kunnen dan álle inwoners van Halle-Vilvoorde op de UF stemmen, terwijl dat bij gemeenteraadsverkiezingen beperkt blijft tot die gemeenten waar effectief een Franstalige lijst aanwezig is (zie ook verder).

Tabel 2: Het percentage stemmen voor de Union Francophone in Halle-Vilvoorde

Het percentage stemmen voor de UF bij de verkiezingen van het Vlaams Parlement bedraagt ongeveer 10-11,5% en schommelt rond 12-13% voor de provinciale verkiezingen, maar vertoont ook geen buitengewone stijging. De evolutie van de UF bij de Vlaamse parlementsverkiezingen en bij de provincieraadsverkiezingen in de kieskring Halle-Vilvoorde verloopt dus in overeenstemming met de evolutie van de Franstalige partijen bij de gemeenteraadsverkiezingen in datzelfde gebied.
Nochtans is het kiezerskorps in Halle-Vilvoorde in de loop van de voorbije 30 jaar flink geëvolueerd. Het aantal ingeschreven kiezers steeg er van 354.436 in 1976 naar 424.351 in 2006. Dat is mede het gevolg van inwijking vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Uit een studie over in- en uitwijkelingen in de Vlaamse Rand tussen 1995 en 2003, en uit bijkomende data voor de periode 20042, blijkt dat de migratiesaldi vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naar alle gemeenten in de Vlaamse Rand positief zijn en tevens continu verlopen. Ondanks deze netto-aangroei vanuit het Brussels Gewest - waarbij verondersteld mag worden dat een groot aantal ervan Franstaligen zijn - brengt dit geen stijging mee van het percentage stemmen voor Franstalige partijen.
Dat betekent dat er zich achter de luide kreten over toenemende verfransing ook vele stille processen afspelen. Taalidentiteit is een complexe aangelegenheid (dit is echter niet de plaats om er uitvoerig op in te gaan). Maar kijkend naar de electorale cijfers beschikken we wel over een interessant gegeven. Bij de jongste parlementsverkiezingen van 2003 werd in Halle-Vilvoorde 19,4% van de stemmen uitgebracht op de Franstalige partijen MR, PS, CDh, Ecolo en FN. Een kleine helft daarvan verdwijnt wanneer de ideologische variatie plaatsmaakt voor enkel een taaletnisch aanbod. Dan blijft een veel kleinere groep Franstaligen over, die de taalidentiteit belangrijker acht dan andere motivaties om hun stemgedrag te bepalen. Dat die harde kern niet groeit bij een voortdurend migratieoverschot vanuit Brussel doet vermoeden dat een aantal Franstalige inwijkelingen geen behoefte voelt om electoraal als Franstalige gemobiliseerd te worden. Dit wijst dus op een voortdurende maar stille electorale integratie (waarmee uiteraard niets gezegd is over andere dimensies van taalaanpassing). Die harde kern van zowat 13%, of 55.000 kiezers, is allicht ook het kiezerskorps dat in een gesplitste kieskring Halle-Vilvoorde op een Union Francophone zou blijven stemmen.

De faciliteitengemeenten: oasis francophone

Het bovenstaande verhaal heeft betrekking op de som van alle gemeenten in Halle-Vilvoorde. Dat is echter geen homogeen gebied. De gemeenten kunnen opgedeeld worden in drie groepen. In de eerste plaats zijn er de gemeenten zoals Gooik en Kappele-op-den-Bos waar nooit Franstalige partijen aanwezig waren. Die groep bestaat in 2006 uit 20 gemeenten, een aantal dat sinds 1976 ongeveer constant is gebleven (tussen 18 en 21).
In een tweede groep zijn er altijd of regelmatig Franstalige lijsten aanwezig bij de gemeenteraadsverkiezingen. Dat zijn de gemeenten Beersel, Dilbeek, Grimbergen, Hoeilaart, Overijse, Sint-Pieters-Leeuw, Vilvoorde en Zaventem.
De derde groep gemeenten in het arrondissement Halle-Vilvoorde wordt gevormd door de zes faciliteitengemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek, Sint-Genesius-Rode, Wemmel en Wezembeek-Oppem. In deze faciliteitengemeenten wordt de verkiezingsinzet in toenemende mate gepolariseerd en is er dus mobilisatie op basis van de taal, zowel voor de Franstaligen als voor de Nederlandstaligen. Het beeld daar verschilt dan ook heel sterk van de rest van Halle-Vilvoorde.
In tabel 3 staat de evolutie van het aantal stemmen voor Franstalige of tweetalige lijsten in elk van de zes faciliteitengemeenten. In 1976 was dat voor de zes samen reeds 60%. In 2006 was het opgelopen tot meer dan 75%.

Tabel 3: Evolutie van het percentage stemmen voor Franstalige en tweetalige lijsten in de 6 faciliteitengemeenten van Halle-Vilvoorde

Maar het beeld is complexer dan enkel die stijgende trend. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 viel er een _daling _ te noteren in de gemeenten Kraainem, Wemmel en in Wezembeek-Oppem. Ondanks de lichte achteruitgang in drie van de zes faciliteitengemeenten, is de optelsom wel opnieuw een vooruitgang voor de Franstalige partijen. Dat heeft veel te maken met wat er gebeurt in Sint-Genesius-Rode. Dat is met bijna 12.000 kiezers de grootste van de zes en de stijging van de Franstalige stemmen in die gemeente weegt dan ook zwaarder door in het totaal.
Ook bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen stelden we telkens vast dat er faciliteitengemeenten zijn met een toename van de Franstalige stemmen en, hoewel in mindere mate dan in 2006, ook faciliteitengemeenten met een daling. Maar het resultaat voor de zes faciliteitengemeenten samen zorgde telkens weer voor een stijging van de stemmen voor Franstalige lijsten.
Het verschil tussen de faciliteitengemeenten en de andere gemeenten waar Franstalige lijsten opkomen, is enorm. De laagste Franstalige score in een faciliteitengemeente is 65% in Sint-Genesius-Rode. Bij de andere gemeenten waren de hoogste scores in 2006 voor Sint-Pieters-Leeuw, Beersel en Zaventem met telkens ongeveer 20%.
Ook de migratiestromen van en naar de faciliteitengemeenten vertonen een wat verschillend patroon. Uit de studie van Pelfrene blijkt dat de inwijkelingen uit Brussel een voorkeur hebben voor de faciliteitengemeenten in de Vlaamse Rand. Zo bedraagt de migratie-intensiteit, de som van de in- en uitwijkingen, voor de faciliteitengemeenten ongeveer 60 per duizend eenheden van de bevolking. Terwijl dit voor de andere gemeenten uit de Vlaamse Rand tussen de 35 en 40 per duizend bedraagt in de periode 1997 tot 2004. De gemeenten Drogenbos, Kraainem, Linkebeek en Wemmel vertonen daarbij de hoogste migratie-intensiteit. Bovendien constateren we dat de migratie-intensiteit van de faciliteitengemeenten met het Waalse Gewest hoger ligt dan bij de andere gemeenten uit de Vlaamse Rand. De migratie-intensiteit met het Vlaamse Gewest daarentegen is beduidend minder. Een en ander wijst erop dat de faciliteitengemeenten een bijzondere aantrekkingskracht uitoefenen voor de Franstaligen. Het zijn dan ook gemeenten waar reeds een sterke Franstalige aanwezigheid is - anders waren ze in 1963 geen gemeenten met faciliteiten geworden - en waar de inwoners effectief kunnen genieten van taalfaciliteiten. In andere gemeenten van Halle-Vilvoorde is dat niet het geval.
Toch groeit de kiesgerechtigde bevolking in de faciliteitengemeenten niet sneller aan dan in de rest van Halle-Vilvoorde. Integendeel, de groei is trager. In de drie kleinste gemeenten Drogenbos, Kraainem en Linkebeek samen waren er in 2006 minder ingeschreven kiezers (14.109) dan in 1976 (14.758). De drie andere gemeenten groeien wel, maar alleen Sint-Genesius-Rode groeit sneller dan het gemiddelde in Halle-Vilvoorde: van 9.800 kiezers in 1976 naar bijna 12.000 in 2006.
Voor de faciliteitengemeenten moet dus een wat apart verhaal verteld worden. Het totale beeld van Halle-Vilvoorde zou er anders uitzien indien de faciliteitengemeenten er niet waren. Hun gewicht in het geheel is echter niet zo groot. Het gaat tenslotte om relatief kleine gemeenten, die samen iets meer dan 10% van de kiezers van Halle-Vilvoorde verzamelen.
In tabel 4 vatten we de resultaten nog eens samen en presenteren we ook de evolutie van de Franstalige en tweetalige stemmen in Halle-Vilvoorde zonder de faciliteitengemeenten. We stellen dan vast dat de kleine stijging van de Franstalige stemmen in 2006 helemaal op de rekening komt van de faciliteitengemeenten.

Tabel 4: Evolutie van het percentage stemmen voor Franstalige en tweetalige lijsten bij de gemeenteraadsverkiezingen in Halle-Vilvoorde

Conclusie

De gemeenteraadsverkiezingen in de Vlaamse Rand zijn altijd communautair gekleurd. Zowel Nederlandstaligen als Franstaligen hechten veel belang aan het aantal stemmen dat door de Union Francophone of door andere duidelijk Franstalige lijsten behaald wordt. Beide taalgroepen zijn er dan ook van overtuigd dat dit aantal toeneemt en dat op die toename een gepast antwoord moet komen.
Dat algemeen geloof in een toenemend succes van Franstalige stemmen kan alvast voor de gemeenteraadsverkiezingen (en voor de verkiezingen van de Vlaams-Brabantse provincieraad en voor de verkiezingen van het Vlaams Parlement) niet bevestigd worden. Al wat we vinden zijn lichte schommelingen rond een vrij stabiele 12 à 13%. Dat aantal is een stuk lager dan het percentage stemmen uitgebracht op de diverse Franstalige nationale partijen bij parlementsverkiezingen, waarbij de lijsten in Brussel en in Halle-Vilvoorde dezelfde zijn. De Franstalige stemmen voor een ‘Union Francophone’ zijn daarom allicht de stemmen van een harde kern Franstaligen die zich vanwege hun taalidentiteit laten mobiliseren. Dat dit aantal niet stijgt, terwijl er wel een duidelijke migratie van Brussel naar de Vlaamse Rand is, wijst erop dat er achter de luidruchtige harde kern ook stille processen van taalintegratie plaatsvinden.
In een hele reeks gemeenten van Halle-Vilvoorde zijn er geen Franstalige lijsten. In de zes faciliteitengemeenten zijn die dan weer veruit in de meerderheid. Daar worden ook de Nederlandstaligen alleen op hun taalidentiteit gemobiliseerd, en die krachtmeting loopt in het voordeel van de Franstaligen uit. Terwijl in de rest van Halle-Vilvoorde geen toename van Franstalige stemmen te bespeuren valt, is dat in de faciliteitengemeenten wel degelijk het geval. Omdat die relatief klein zijn, wegen ze echter niet zo sterk door in het totale prentje. De toename van de Franstalige stemmen in de faciliteitengemeenten leidt er ook toe dat de electorale Franstaligheid in de Rand in toenemende mate in die zes gemeenten geconcentreerd wordt. Meer dan de helft van de electorale Franstaligheid in Halle-Vilvoorde bevindt zich dus in de zes faciliteitengemeenten.

Fanny Wille en Kris Deschouwer 3
Vakgroep Politieke Wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel

cartoon: © Arnout Fierens

Noten
1/ F. Vandenbroucke, Beleidsnota 2004-2009
2/ Pelfrene E. (2005) In- en uitwijking in de Vlaamse Rand rond Brussel in de periode 1995-2003, Administratie Planning en Statistiek, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap
3/ De auteurs willen graag Kaatje Caluwaerts bedanken voor haar hulp bij het verzamelen en controleren van de resultaten sinds 1976. Alsook Edwin Pelfrene voor het ter beschikking stellen van zeer relevante informatie over migratiestromen van en naar de Vlaamse Rand.

Recente data, bron: FOD Economie - Algemene Directie Statistiek (bevolkingsgegevens op basis van het Rijksregister van de natuurlijke personen). Bewerking: Studiedienst van de Vlaamse Regering (extractie op basis van atomaire data via bevolkingskubussen in Cognos). Aanlevering: Edwin Pelfrene, Studiedienst van de Vlaamse Regering, Vlaamse overheid.

Samenleving & Politiek, Jaargang 13, 2006, nr. 9 (november), pagina 39 tot 45