Abonneer Log in

Een nieuwe beginselverklaring voor de Europese sociaaldemocratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 5 (mei), pagina 64 tot 72

Net als in Vlaanderen is de Europese sociaaldemocratie op zoek naar een nieuwe adem. Na de tegenvallende Europese verkiezingen van 2009 trok de PES - de overkoepelende partij van sociaaldemocraten uit de 28 Europese lidstaten - een vernieuwingsoperatie op gang. Met deze nieuwe gemeenschappelijke Beginselverklaring schaart de Europese sociaaldemocratie zich voor het eerst eensgezind rond een coherent verhaal. Een verhaal dat Europees, nationaal en lokaal bruikbaar is. Net omdat het een duidelijk kader voor maatschappelijke analyse en politieke actie biedt.

Het laatste jaar heb ik dit intensieve proces in goede banen mogen leiden, in overleg met de partijen, militanten, het middenveld en diverse Europese denktanks. De vernieuwingsprocessen van de lidorganisaties, zoals onze sp.a, hebben naar eigen inzicht en context kunnen tanken uit het Europese politiek-filosofische denk- en schrijfwerk. Eind juni keurt de PES haar nieuwe Beginselverklaring goed op een congres in Sofia. De principes van de Beginselverklaring zullen als basis dienen voor het PES-verkiezingsprogramma voor de Europese stembusslag van 2014.

BEGINSELVERKLARING

De vernieuwingsoperatie zou een proces in drie fases worden. In 2011 heeft de PES een kort maar krachtig Waardenprogramma (Declaration of Principles) uitgewerkt. Het programma is gebaseerd op vijf dragende waarden: vrijheid en democratie, gelijkheid en rechtvaardigheid, en solidariteit. In juni van dit jaar wordt de tweede stap afgerond: de goedkeuring van een Beginselverklaring (Fundamental Program) voor de Europese sociaaldemocratie. De PES is de eerste Europese partij die een gespierd toekomstverhaal formuleert over waar het met Europa, haar lidstaten, regio’s en vooral haar burgers naartoe moet. Over Europa wordt vaak in technocratenjargon gepraat. Ik verdenk de herauten van de rechterzijde ervan dit met opzet te doen. Door alles te verdrinken in techniciteit kan men over de hoofden van mensen heen praten. En waar mensen zich van een politiek project afkeren, ontstaat ruimte voor economische ‘laissez faire, laissez passer’. Deze Beginselverklaring vertelt waar de sociaaldemocratie voor gaat, wars van establishmentdenken of een droge regentenmentaliteit. De sociaaldemocratie is steriel als ze doelstellingen van politieke actie niet kan onderscheiden van middelen en beleid. Elke modale Europeaan moet kunnen begrijpen, voelen waarom een ander Europa nodig is.

Het uitgangspunt is eenvoudig: iedereen heeft het recht en de verantwoordelijkheid om goed te leven. Dit uitgangspunt vertaalt zich in noodzakelijke hervormingen op drie domeinen. We hebben nood aan een ander economisch model, een nieuwe politieke economie, die het financieel kapitalisme aan banden legt en oprecht ondernemerschap en werken valoriseert. Op sterke economische fundamenten kunnen we bouwen aan een Europees model van sociale rechtvaardigheid, een Nieuwe Sociale Deal. Tot slot moet het oorspronkelijke idee van een Europa van vrede, voorspoed en vooruitgang in ere hersteld worden. Dat is geen kwestie van ‘meer of minder Europa’, wel van een hedendaagse invulling van Europa als een Unie van Solidariteit, met meer interne samenhang en samenwerking, en meer betrokkenheid bij de rest van de wereld.

DE MIDLIFECRISIS VAN DE EU

De legitimiteit van de Europese Unie staat op een historisch dieptepunt. De crisis van de eurozone, de strenge besparingspolitiek, massale ontslagen en de aanslag op het spaargeld van velen heeft de vervreemding ten aanzien van Europa doen toenemen. Door de crisis zijn de interne tegenstellingen binnen de eurozone en de hele EU pijnlijk aan de oppervlakte gekomen. De stichtende lidstaten, waaronder België, pleiten voor een verdere integratie en een federale versterking van de EU, ook op sociaal en politiek vlak. De Britten en Scandinaven staan traditioneel meer op hun eigenheid, te wijten aan het eilandgevoel of een eigen versie van de welvaartstaat. De besparingspolitiek van de huidige Europese Commissie versmacht een hele generatie jongeren in de zuidelijke landen zoals Spanje, Portugal en Griekenland. Spanje, een land met nauwelijks 60% overheidsschuld, heeft onlangs de kaap van zés miljoen werklozen overschreden. Het Duitsland van Merkel stelt door getreuzel of een gebrek aan doortastendheid permanent de solidariteit in vraag en dus op de helling. In nieuwere lidstaten als Hongarije, Bulgarije of Roemenië zijn democratische grondrechten, de scheiding der machten en persvrijheid vaak niet meer dan begrippen waar regeringsleiders enkel lippendienst aan bewijzen. In Hongarije beknot het Fidesz van Viktor Orban de persvrijheid. Een nieuwe mediawet laat de regering toe om in te grijpen in de inhoud van zowel staats- als commerciële media. In de Bulgaarse kiesstrijd bedient de Minister van Binnenlandse Zaken zich eigenhandig van telefoontaps tegenover politieke concurrenten. In Roemenië probeerde de premier de president buitenspel te zetten door de wetten op het grondwettelijk hof eenzijdig aan te passen. Een democratie onwaardig. Rechtse en linkse populisten in Nederland, Italië, Finland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk overladen het anonieme ‘Brussel’ met alle zonden van Israël. In hun analyse hebben ze niet eens altijd ongelijk. Maar de sociaaldemocratie moet zich verzetten tegen zij die verkondigen dat alle heil in een globale wereld kan komen van almaar kleinere verbanden. Regionalistische nationalisten in Vlaanderen, Spanje en Schotland jutten mensen wel op, maar hebben geen antwoorden op de mondiale uitdagingen van vandaag en bieden geen concrete oplossingen voor morgen.

‘WE NEED TO HAVE THE PEOPLE ON OUR SIDE’

In die context hebben mensen nood aan vaste ankerpunten, maar evengoed aan openheid en een weidse blik. De sociaaldemocratie staat voor een beslissend moment in zijn geschiedenis. Dit Europa is het onze niet. Het ontneemt zijn burgers een hoopvolle toekomst, het legt een hypotheek op het streven dat altijd het onze is geweest: het recht van eenieder op een goed leven in een eerlijke samenleving en een rechtvaardige gemeenschap. Als we, in de geest van Jean Monnet en Karel Van Miert, het Europese project opnieuw als een verbindend idee willen kunnen claimen, moeten we de architectuur ervan grondig herzien en bovenal de mensen aan onze kant krijgen.

Structuren, of het nu de overheid of de markt, de monarchie of de Republiek, de Europese Commissie, het land België of de deelstaat Vlaanderen is, mogen nooit een doel op zich zijn. Elke organisatievorm is een middel om doelstellingen te realiseren die de samenleving wenselijk acht. De definitie en realisatie van die doelstellingen is waar deze Beginselverklaring onze partijen toe wil aanzetten. We spreken mensen individueel aan met een discours van rechten en vrijheden. Maar we aarzelen niet om de Europese gemeenschap te beschouwen als een moreel kader waarin iedere burger, lidstaat en regio met een ander verbonden is en dus ook verantwoordelijkheid draagt. De Beginselverklaring ademt het motto van de onlangs overleden filosoof Ronald Dworkin: ‘iedereen heeft de verantwoordelijkheid om goed te leven’. Een goed leven betekent dat elke man en vrouw voldoende mogelijkheden heeft om keuzes te maken in zijn of haar leven. Keuzes waar hij of zij de samenleving geen schade mee berokkent en meer nog mee vooruit stuwt. Een goed leven in een rechtvaardige gemeenschap garandeert een rijkdom die het materiële overstijgt. Een goed leven betekent dat je leven zin heeft, beloftevol is en voldoening schenkt. Een goed leven betekent ook dat iedereen het recht heeft om zijn eigen unieke zelf te zijn.

In een eerlijke samenleving krijgen alle mensen respect voor hun identiteit en de kans om iets zinvols te doen. In een eerlijke samenleving blijft niemand achter. De basis van hedendaagse emancipatie ligt vooral bij onderwijs, opleiding en vorming van mensen tot zelfzekere en geïnformeerde burgers, en van burgers tot competente ondernemers en werknemers. Of ondernemende werkmensen.

De samenleving blijft voor ons maakbaar, op voorwaarde dat mensen een horizon, een perspectief zien. Alleen met ideologie - laat staan een Beginselverklaring - zullen we het verschil niet maken. We hebben bovenal de steun van onze bevolking nodig: ’we need to have the people on our side’. De belangrijkste opdracht voor de sociaaldemocratie is daarom om te praten mét en voor de Europeanen en niet alleen over hen of over de Europese instituties. Echte Europese democratie is ons politiek ideaal. Daarom willen de dialoog met de Europeanen aanknopen. We geloven in het overlegmodel van de deliberatieve democratie. Overleg en democratie geven vorm aan de relaties tussen burgers. Politiek staat ten dienste van de gemeenschap en stuurt de economie. Een solide democratie kan niet zonder publieke sfeer. Daarom moeten contacten tussen Europeanen over het hele continent gestimuleerd worden. Erasmus is het bekendste voorbeeld voor studenten, maar ook arbeidsmobiliteit en industriële samenwerking kunnen - in tegenstelling tot sociale dumping en interne delocalisatie - de Europese samenleving versterken. Een echte democratie vraagt ook permanent publiek debat. Daarom hebben we bij de uitwerking van onze Beginselverklaring eerst uitgebreid input gevraagd van het Europese middenveld. Via studiedagen, debatfora, onlinebevragingen, workshops. Essentieel in een overlegmodel is dat alle deelnemers hun individueel of deelbelang weten te overstijgen. Op macroniveau ondersteunen we het Europees Burgerinitiatief. Hoe meer participatie van onderuit hoe beter. Participatie en vertrouwen zijn de sleutelwoorden voor onze politieke doelstelling.

EEN PROGRESSIEF EUROPA BIEDT HOOP VOOR DE TOEKOMST

De EU van de toekomst staat symbool voor meer dan de euro, bezuinigingen en vrij verkeer van personen. In een economisch, sociaal en cultureel geglobaliseerde en geconnecteerde wereld moet de EU het publieke referentiekader zijn waarin mensen zich herkennen en beschermd weten. Pas dan zullen alle Europese burgers zich ook échte Europeanen voelen.

We willen de EU opnieuw laten aanknopen bij zijn oorspronkelijke missie: een Unie van vrede, voorspoed en vooruitgang zijn. De vijf hoger genoemde basiswaarden vormen het nieuwe kompas voor de sociaaldemocratie: vrijheid, democratie, gelijkheid, rechtvaardigheid en solidariteit. Daarmee kunnen we het roer op drie domeinen omgooien. Op de waarden vrijheid en democratie grondvesten we een nieuwe politieke economie: een stakeholderseconomie op mensenmaat als alternatief voor het huidige financiële aandeelhouderskapitalisme. Op de waarden rechtvaardigheid en gelijkheid bouwen we een nieuw model van sociale rechtvaardigheid. Die nieuwe Sociale Dealmoet groeiende ongelijkheid tussen burgers, fragmentatie tussen lidstaten en verarming van de hele EU tegengaan en voorkomen. Dit impliceert het onvervreemdbaar recht van elke Europeaan op een goed leven in een eerlijke samenleving. Sleutels voor dat nieuwe model zijn onder meer een kwaliteitsvol en flexibel onderwijssysteem en goed betaalde, kwaliteitsvolle jobs voor iedereen. Een doorgedreven progressieve politiek in het onderwijs en op de arbeidsmarkt zal onze welvaartsstaten versterken en moderniseren. Tot slot is onze basiswaarde solidariteit uiteraard de kern voor het toekomstige Europa als eenUnie van Solidariteit.

EEN NIEUWE POLITIEKE ECONOMIE: DE STAKEHOLDERSECONOMIE OP MENSENMAAT

Het internationaal financieel kapitalisme heeft het evenwicht tussen verschillende economische stakeholders onderuit gehaald. In onze mondiale financiële economie is kapitaal de enige dominante factor. Alle andere actoren - vooral werknemers, kleinere ondernemers, consumenten, gebruikers van publieke diensten - zijn ondergeschikt of compleet onmachtig gemaakt. Hebzucht regeert. Hebzucht, een vorm van negatieve vrijheid, zuigt vandaag menselijk kapitaal en talent weg uit andere economische sectoren. Sectoren die wel reële economische meerwaarde creëren, nieuwe producten en diensten opleveren en dus hun bijdrage leveren aan maatschappelijke vooruitgang.

Ons project is er op gericht het primaat van de reële economie over de financiële economie te herstellen. Dat is hoogdringend, getuige de aanslag die de dolgedraaide en fundamenteel ondemocratische economie dagelijks pleegt op het leven van 500.000 Europeanen.

Banken moeten opnieuw banken worden. Ze moeten enerzijds spaargelden garanderen en anderzijds investeringen in de economie mogelijk maken. Dat is de basis van een sociale markteconomie waarbij inspraak en participatie van stakeholders onontbeerlijk zijn. Die stakeholders staan vandaag aan de kant: werknemer, consument, ondernemer, investeerder, gebruiker van publieke diensten, spaarder of vrijwilliger. De meeste mensen vervullen meerdere rollen tegelijk, of zijn nu eens werknemer en dan weer ondernemer of spaarder. Ook de gemeenschap en de overheid zijn concrete stakeholders, geen abstracte buitenstaanders.

De vrijheid die wij in de nieuwe economie willen injecteren, is bepalend voor verschillende vormen van ondernemerschap, voor de creatie en duurzame productie van goederen en diensten. In combinatie met die andere dragende waarde, democratie, komt de economie opnieuw in dienst van de mensen. Als alle stakeholders eenzelfde democratische inbreng hebben in de economische besluitvorming wordt onze sociale markteconomie opnieuw een stakeholdereconomie op mensenmaat.

Deze hertimmerde economie creëert zinvolle, redelijk verloonde en kwaliteitsvolle jobs voor iedereen. Groei zonder respect voor alle economische stakeholders en het milieu ondergraaft de sociale cohesie en zet mensen, regio’s en economische blokken tegen elkaar op. Er kan maar sprake zijn van vooruitgang en voorspoed als het goede leven van mensen centraal staat. Daarom moet de ontwrichtende financieel-economische besluitvorming opnieuw onder democratische controle van de andere stakeholders komen. De overheden kunnen via heldere regulering en transparante controle de financiële sector tot haar normale proportie herleiden. De kracht van consumentenverenigingen, beslissingsrecht in bedrijven, winstdeelname van medewerkers in ondernemingen, ook in kmo’s, en nieuwe vormen van coöperatief ondernemen zullen als vanzelf versterkt worden. Investeringen in onderwijs, onderzoek & ontwikkeling, infrastructuur en innovatie zijn de belangrijkste drijfveer van eerlijke en duurzame economische groei.

Dit nieuw groeiconcept rust op drie pijlers: (1) Voor de creatie van goederen en diensten is een rechtvaardige verdeling van de essentiële economische bouwstenen noodzakelijk: kennis, rijkdom, macht en informatie. (2) Om elk talent oprecht eerlijke kansen op opwaartse sociale mobiliteit te bieden zijn emanciperende, moderne welvaartstaten nodig. (3) Hoe kleiner de ongelijkheidtussen rijk en arm, jong en oud, lang- en kortgeschoold, man en vrouw,… hoe sterker de vooruitgang en het goede leven in een gemeenschap.
Een rechtvaardig progressief Europees fiscaal systeem vermijdt sociale dumping. Fiscale harmonisatie gaat interne concurrentie in de EU tegen. Een Europees convergerende fiscaliteit die arbeid en kapitaal in vergelijkbare mate belast, kan een stabiele basis zijn voor de Europese Monetaire Unie. En de EU is een politiek niveau met voldoende impact om achterpoortjes in fiscale wetgeving te sluiten, fiscale paradijzen op de knieën te dwingen en financiële speculatie tegen te gaan. Inzet is de sociale ‘race to the bottom’ te keren. Dit kan door grondige progressieve hervormingen, met respect voor onze basiswaarden. Een Europese stakeholdereconomie op mensenmaat wordt opnieuw een baken van vooruitgang en voorspoed in de 21ste eeuw.

EEN NIEUW MODEL VAN SOCIALE RECHTVAARDIGHEID: DE EUROPESE SOCIALE DEAL

We zijn allemaal gelijk geboren. Daarom heeft elke persoon recht op respect voor zijn mensen-, economische, sociale en culturele rechten en vrijheden. Het is de kernopdracht van de Europese sociaaldemocratie om het recht op een goed leven in een rechtvaardige gemeenschap te garanderen. Daarbij staat emancipatie centraal. Iedereen heeft recht op dezelfde eerlijke kansen om vooruit te komen in het leven. Afkomst, religie, geslacht, leeftijd, seksuele geaardheid, etnische of sociale achtergrond mogen daarbij geen barrières zijn. Elk mens draagt ook een verantwoordelijkheid in zijn of haar gemeenschap, de verantwoordelijkheid om goed te leven. Dit betekent dat iedereen bijdraagt aan de gemeenschap, volgens zijn eigen mogelijkheden. Onze nieuwe Europese Sociale Deal wordt belichaamd door deze wederkerige verhouding tussen individu en gemeenschap. Dragende waarden hierbij zijn rechtvaardigheid en gelijkheid.

Via onze Europese Sociale Deal bieden we elke Europeaan materiële zekerheid en bescherming tegen risico’s. Maar we zijn evenzeer doordrongen van het belang van de immateriële kwaliteit van leven: aandacht voor de combinatie werk en gezin, een gezonde leefomgeving, aangename vrije tijd, recht op cultuur, sport, ontspanning, participatie in de samenleving. Allemaal domeinen die essentieel zijn voor het goede leven in een gemeenschap.

Emancipatie van alle Europeanen is de inzet van de nieuwe Sociale Deal. Daarbij zijn drie hefbomen cruciaal.

(1) In een stakeholdereconomie is het belangrijk dat alle actoren de kans krijgen om hun steentje bij te dragen. De stakeholdereconomie is maar evenwichtig als alle economische actoren impact hebben. Kennis en informatie zijn macht. Je hebt maar een ‘gelijk speelveld’ als competenties en informatie eerlijk verdeeld zijn. En als verschillende competenties gevaloriseerd worden. Opleiding en vorming zijn de hoekstenen van de EU. Onderwijs is de sociale zekerheid van de 21ste eeuw. Onderwijs is de belangrijkste gemeenschapsvoorziening. Dit betekent dat iedereen er in gelijke mate recht op heeft. Een goede opleiding biedt mensen economische kansen, gaat vooroordelen en stereotypen tegen en promoot actief burgerschap. Formeel en informeel leren zijn even belangrijk. Kinderopvang, basis- en secundair onderwijs, hoger onderwijs en permanente vorming en bijscholing hebben allemaal hun nut voor het versterken van de economie en de sociale cohesie in een gemeenschap. De uitwisseling van onderwijsmethoden, kennis en studenten binnen de EU moet worden versterkt. De beoordeling en versterking van competenties wordt best Europees geüniformiseerd. Ook inzake leertijd, stages en gelijke onderwijskansen komen er best gelijke standaarden. Uniformisering naar de hoogste onderwijsstandaard - zowel inzake leerwinst als inzake gelijke kansen - is het krachtigste instrument tegen sociale dumping. Pas als alle Europeanen gelijke onderwijskansen hebben, zal ook onze Europese arbeidsmarkt een ‘gelijk speelveld’ worden.

(2) De sociaaldemocratie is historisch een beweging van werkende mensen. Een werknemer is iedereen die met werken zijn kost verdient of verdiend heeft. Als werknemer of ondernemer, coöperant of vrijwilliger. Iedereen heeft recht op een zinvolle, kwaliteitsvolle en eerlijk verloonde job die aansluit bij zijn of haar competenties en vaardigheden. En iedereen die zijn job behoorlijk vervult, moet perspectief op vooruitgang hebben. Kwaliteitsvolle, volledige tewerkstelling is die andere hoeksteen van onze welvaartstaat en de meest correcte graadmeter voor eerlijke en duurzame economische groei. Elke job moet voldoende materiële zekerheid bieden. Hondenjobs tegen wegwerplonen zijn mensonterend en ondergraven het noodzakelijke draagvlak voor solidariteit in moderne welvaartstaten. Een degelijke job is ook het beste toegangsticket tot een sterke sociale bescherming tegen werkloosheid, ziekte en ouderdom. Europees arbeidsrecht moet worden versterkt om alle Europeanen inspraak te geven bij het bepalen van hun loon- en arbeidsvoorwaarden. Ook medebeheer en winstdeelname zijn moderne vormen die arbeidslegitimiteit en eerlijke en duurzame groei versterken. Het principe van gelijk loon voor gelijk werk is het voornaamste argument tegen uitbuiting, delocalisatie van jobs en ongelijke behandeling van mannen en vrouwen of werknemers uit verschillende lidstaten. Alle werknemers hebben recht op dezelfde sociale bescherming, die van hun werkplek, ongeacht het land of de Europese regio waar ze vandaan komen. Dit geldt ook voor pensioenrechten.

(3) Publieke goederen of gemeenschapsvoorzieningen zijn de dragers van sociale rechtvaardigheid in een gemeenschap. Onderwijs, kinderopvang, veiligheid, justitie, klassieke sociale bescherming als gezondheidszorg en pensioenen, water, openbaar vervoer, energie en een gezond leefmilieu zijn goederen waar iedereen naar zijn noden recht op heeft en iedereen naar zijn mogelijkheden toe bijdraagt.

Gemeenschapsvoorzieningen doen een appèl op ieders individuele en collectieve verantwoordelijkheid en zouden moeten bijdragen tot een gevoel van samen in de boot te zitten. Iedereen brengt in totale en gelijke mate respect op voor het leefmilieu en de openbare orde. Dat is nodig omdat iedereen er evenveel recht op heeft en ook de toekomstige generaties er nog van kunnen genieten. Gemeenschapsvoorzieningen moeten ook kwaliteitsvol zijn en toegankelijk en dus betaalbaar voor iedereen. Remgeld is een middel om verspilling tegen te gaan. De kostprijs van een gemeenschapsvoorziening mag niemand van het gebruiksrecht uitsluiten. Een gemeenschapsvoorziening wordt bij voorkeur niet in economische concurrentie gesteld. En als dat toch gebeurt staat de overheid garant voor universele toegankelijkheid. De kostprijs voor de eindgebruiker of rechthebbende is niet de marktprijs. Het recht op onderwijs of veiligheid is universeel en essentieel om te kunnen genieten van een goed leven in een rechtvaardige gemeenschap. Voor het aanbieden van gemeenschapsvoorzieningen is de subsidiariteit bepalend. Sommige uitdagingen, zoals de zorg voor ons leefmilieu zijn grensoverschrijdend, andere zoals de organisatie van voldoende kinderopvang gebeurt best op lokaal niveau, zo dicht mogelijk bij de bevolking. Nu eens reikt de EU een kader aan, dan stelt ze bindende doelstellingen voorop. Altijd met de ambitie om de hoogst mogelijke kwaliteit en toegankelijkheid voor zoveel mogelijk Europeanen te verzekeren. Bij toegankelijke, kwaliteitsvolle en betaalbare gemeenschapsvoorzieningen zijn efficiëntie en gelijkheid twee kanten van dezelfde medaille.

De Europese Sociale Deal is een noodzakelijke voorwaarde om de geloofwaardigheid van de EU te versterken. Alle Europeanen moeten opnieuw overtuigd zijn dat in de globale wereld de EU een voorloper in sociale rechtvaardigheid wil zijn. Het imago van de EU kan best een boost gebruiken. De EU moet opnieuw een veilige thuis zijn.

EUROPA ALS EEN UNIE VAN SOLIDARITEIT

Het Europa van de ‘founding fathers’ was een Unie van vrede, voorspoed en vooruitgang. De legitimiteit van de EU in het naoorlogse Europa stond in het zenit. Volkeren en landen waren de permanente strijd beu en besloten hun historische vetes te overstijgen. Niet uit liefde, maar wel omdat ze beseften dat ze door samen te werken sterker werden. De sociaaldemocratie gelooft dat dat in de geglobaliseerde wereld van vandaag nog meer geldt. Het terugdringen van ongelijkheid tussen arbeid en kapitaal, tussen landen en regio’s en tussen Europese burgers zal de interne cohesie versterken, specialisatie mogelijk maken en onze impact op het internationale toneel vergroten. In een Unie van Solidariteit werken landen en burgers samen aan een gemeenschappelijke toekomst. Eerlijke en duurzame groei, sociale rechtvaardigheid en wederkerigheid binnen en tussen generaties staan daarbij centraal. We willen gevaarlijke clashes tussen Europeanen voorkomen. Betere coördinatie, coherentie en convergentie tussen overheden kan het primaat van de Europese politiek over de mondiale financiële economie herstellen. Een Unie van Solidariteit garandeert Europese sociale minimumstandaarden, als een middel om een eerlijke samenleving te realiseren. Uitbuiting, discriminatie, verarming en sociale dumping moet actief opgespoord, beteugeld en bestraft worden. Het Europees Protocol voor sociale vooruitgang moet duidelijk aangeven dat economische vrijheden enkel kunnen spelen als sociale grondrechten gerespecteerd zijn.

Door haar ontstaansgeschiedenis heeft de EU de geloofwaardigheid om extremisme, xenofobie en discriminatie aan te pakken. Progressieve pleitbezorgers voor een snelle uitbreiding van de Unie naar het Oosten hebben altijd geschermd met de nood aan het exporteren van onze democratische rechtstaat en het afdwingen van respect voor de mensenrechten. Dus mogen we vandaag verwachten dat de EU de democratische grondrechten garandeert van al haar burgers, ook in lidstaten als Hongarije, Bulgarije en Roemenië. En dat ze uitgerust is om dat ook af te dwingen.

Daarnaast moet de Europese Unie van Solidariteit haar plaats op het internationale toneel afdwingen. In een multipolaire wereld met sterke politiek-economische blokken zoals de Verenigde Staten en China, moet de EU zich sterker en met één stem profileren. Inzake internationale samenwerking profileert de EU zich als de sterkste pleitbezorger van een eerlijker spreiding van inkomen, vermogen en macht. De mondiale kloof moet worden gedicht. Dit betekent dat geen enkele internationale actie vanuit de EU het recht mag ondermijnen op zinvolle en goed betaalde kwaliteitsjobs, degelijk onderwijs, klassieke sociale zekerheid en gelijkheid van man en vrouw in de rest van de wereld. De EU zal binnen internationale afspraken in het kader van de VN haar verantwoordelijkheid nemen in de strijd voor vrede en sociale rechtvaardigheid in de hele wereld. De ogen sluiten voor drama’s als dat in Syrië is een Europese Unie van vrede, vooruitgang en voorspoed onwaardig. De EU moet een voorbeeld zijn als vredestichter en een voortrekker inzake wederopbouw van gemeenschappen na conflict. Dat was haar historische opdracht. Die moet ze ook in de globale wereld oprecht vervullen.

Caroline Gennez
Volksvertegenwoordiger in de Kamer en auteur nieuwe basistekst PES (Party of European Socialists)

beginselverklaring - sociaaldemocratie - Europa - PES

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 5 (mei), pagina 64 tot 72