Log in

De nieuwe beroepsziektes

SOLIDARITEIT ONDER DRUK?

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 59 tot 67

Hoewel onze levensduur en -kwaliteit nooit hoger lagen, zien we in Europa een verbijsterende toename van depressie en mentale stoornissen. Nooit eerder hadden we zoveel stress gerelateerde aandoeningen als vandaag. Ze zijn typisch voor deze maatschappij; equivalent aan de stoflong en loodvergiftiging van weleer. Het neoliberalisme maakt ons ziek, en toch wordt gezondheid steeds meer gezien als iets waar je zelf verantwoordelijk voor bent. Ook in de psychiatrie en de klinische psychologie wordt de impact van de sociaaleconomische omgeving in zowel de behandeling als het onderzoek op een dusdanige manier genegeerd, dat ik mij bij tijd en wijlen beschaamd voel tot deze beroepsgroep te behoren.1

SOLIDARITEIT ONDER DRUK?

Armoede bestrijden: de oplossing ligt bij de mensen zelf?
Frederic Vanhauwaert
De verzorgingsstaat: stevig en gegeerd, maar kwetsbaar
Paul Callewaert, Evelyne Hens en Mark Elchardus
Samen voor ons eigen
Jill Coene en Danielle Dierckx
De nieuwe beroepsziektes
Paul Verhaeghe

TOENAME DEPRESSIE

Binnen de EU kunnen we een ranglijst opstellen van ziektes met de grootste impact op levensduur en kwaliteit. Op nummer een staan de cardiovasculaire aandoeningen met 22,9%, op nummer twee de neuropsychiatrische aandoeningen met 19,5% en pas op nummer drie de kankers met 11,4% (Bertollini, 2012, p. 41). In het EU-rapport wordt gewezen op de verbijsterende toename van depressie en ruimer, van mentale stoornissen.
Dit is, op zijn zachtst uitgedrukt, vreemd. Onze levensduur en levenskwaliteit zijn nog nooit zo hoog geweest als vandaag. Bovendien leven wij zonder twijfel in een van de veiligste regio’s ter wereld, hebben we nog nooit in onze geschiedenis zoveel kwaliteitsvol onderwijs en gezondheidszorg gehad voor ongeveer iedereen, en nog nooit waren de openbare voorzieningen zo goed.
Die vaststellingen zijn voor heel wat mensen een reden om een veroordeling uit te spreken over de groep die uit de boot valt. Al die depressievelingen, dat zijn toch zeurderige types die hun verantwoordelijkheid niet kunnen of willen dragen; erger nog, het zijn ronduit profiteurs die ons systeem om zeep aan het helpen zijn. Daarbij volgt dan de vaststelling dat onze gezondheidszorg stilletjes aan onbetaalbaar wordt, dat een drastische besparing meer dan noodzakelijk is, en dat we die het best kunnen realiseren door die profiteurs uit het systeem te gooien. Het recente onderzoek van Mark Elchardus, uitgevoerd in opdracht van de socialistische ziekenbond, toont aan dat een op drie Vlamingen in die richting begint te denken.

ZIEKTE IS EEN ZAAK VAN HET INDIVIDU…

Deze redenering berust op een impliciete, en alleen al daardoor des te belangrijkere, aanname: gezond of ziek zijn, is een zaak van het individu. Het is dan ook zijn of haar verantwoordelijkheid. De organisatie van onze gezondheidszorg sluit daar grotendeels bij aan, in die zin dat het accent op de individuele patiënt en op het curatieve ligt.
Deze aanname is ondertussen een politieke overtuiging geworden, met verregaande implicaties voor het denken over en het organiseren van zorg. Als ziekte een zaak van het individu is, dan gaat alle aandacht noodzakelijkerwijs naar de behandeling van het individu en naar diens eigen aandeel in de eigen ziekte. Verzorgt hij zijn lichaam wel, eet en drinkt hij gezond, slaapt hij voldoende? Kortom: neemt hij zijn verantwoordelijkheid wel?

… EN ZE SCHAADT ‘ONZE’ ECONOMIE

De volgende stap is een beschuldiging: als iemand ziek wordt, dan heeft dat te maken met een verkeerde levensstijl, in combinatie met te weinig inzet en karakter. Meer nog: als er te veel dergelijke patiënten komen, dan wordt dat zelfs een bedreiging voor onze maatschappij. Begrijp: voor ‘onze’ economie. Het is een teken aan de wand dat in het hedendaags politiek vertoog maatschappij en economie zo ongeveer synoniem geworden zijn. Waarbij ‘economie’ staat voor een neoliberale aanpak, met alle accent op ‘groei’ en ‘zuurstof voor de bedrijven’.
Ter illustratie citeren we eurommissaris voor Gezondheid en Consumentenzaken Tonio Borg: ‘Roken vermindert de productiviteit, het schaadt de economie. Ik ga binnenkort naar Griekenland waar 40% van de mensen roken. Dat is een kostenfactor waarover gepraat moet worden.’ Net daarvoor lazen wij in een krant: ‘Zelfdoding kost Vlaanderen 600 miljoen euro per jaar, wat een ernstige bedreiging vormt voor onze economie’ (21 januari 2012, De Standaard). En nog een paar jaar vroeger werd in het Verenigd Koninkrijk door de London School of Economics een pleidooi gehouden voor psychotherapie, niet uit bezorgdheid voor de patiënten, wel omdat het toegenomen aantal depressies een bedreiging voor de Britse economie vormt.

PSYCHOLOGIE EN PSYCHIATRIE VERSTERKEN INDIVIDUALISERING

De boodschap is dus duidelijk: ziekte en gezondheid zijn een individuele verantwoordelijkheid, waarbij ‘de maatschappij’ - lees: de economie in haar neoliberale versie - het slachtoffer dreigt te worden. Deze aanname is fundamenteel fout en getuigt van een verregaande blindheid omdat men voor de hand liggende verbanden weigert te zien.
Dit is helaas ook ten zeerste het geval in mijn vakgebied, de psychiatrie en de klinische psychologie, op een dusdanige manier dat ik mij bij tijd en wijlen beschaamd voel tot deze beroepsgroep te behoren. De bevestiging gebeurt op een subtiele manier, met name door systematisch dingen weg te laten, waardoor de indruk ontstaat dat de huidige theorie en praktijk een correcte, wetenschappelijke weergave van de werkelijkheid is. Wat weggelaten wordt, is de impact van de sociaaleconomische omgeving, zowel in de theorievorming, de behandeling, als bij het onderzoek.
Voor alle duidelijkheid: er is meer dan voldoende bewijs dat de omgeving een doorslaggevende rol speelt bij het ontstaan van psychologische en psychiatrische moeilijkheden. Veel meer bewijs dan voor genetische of biologische oorzaken. Het tragische is dat de mainstream opvatting die redenering omkeert, getuige een citaat komende uit het reeds geciteerde rapport van de London School of Economics: ‘Crippling depression and chronic anxiety are the biggest causes of misery in Britain today’ (LSE, 2006: 1, geciteerd in M.Boyle, 2011). Merk op: causes - ze worden niet als gevolgen beschouwd. Nog een stap verder en de slechte sociale omstandigheden waarin die mensen zich bevinden, worden begrepen als een gevolg van hun mentale stoornis, terwijl er veel meer bewijs is voor de omgekeerde redenering.

TAALGEBRUIK

De manier waarop psychiatrie en psychologie de impact van de sociale omgeving weglaten, heeft alles te maken met een bepaald taalgebruik in combinatie met een bepaalde focus, die in hun onderlinge combinatie ook het onderzoek aan de universiteiten bepalen. Het taalgebruik in de psychologie gaat op een systematische manier moeilijkheden en problemen herdefiniëren als symptomen in het individu, als intrapsychische ‘states’ of ‘traits’ die abnormale proporties hebben aangenomen. De impact van eventuele omgevingsfactoren krijgt slechts aandacht via neutraal klinkende termen zoals ‘life events’ en ‘social support’.
Bovendien wordt die impact geneutraliseerd door de verondersteld echte oorzaak andermaal op het conto van het individu te schrijven, met termen zoals resilience en kwetsbaarheid. Dit is het zogenaamde diathese-stress model: ja, de omgeving speelt een rol, maar individuen worden ziek omdat ze te zwak, te kwetsbaar zijn, omdat ze die omgeving niet aan kunnen. Begrijp: flinke mensen kunnen dat wel.

Ter verontschuldiging van mijn vakgebied: de focus op het individu is geen uitvinding van de psychologie of de psychiatrie. Wij leven al ruim een kwart eeuw in een maatschappij waarin individualisering centraal staat, en dit op grond van de neoliberale Angelsaksische dominantie van het ‘survival of the strongest’ model (en niet ‘fittest’, in hun foute lezing van Darwin en Dawkins). Het idee van de maakbare mens wordt daarin geïnterpreteerd als: elk individu kan en moet het maken, en wie mislukt, die heeft zich niet voldoende ingezet, die heeft te weinig spankracht of is te zwak (Verhaeghe, 2012).
Dit zijn nauwelijks verholen beschuldigingen, waardoor we al snel aan patient blaming gaan doen, of aan een blaming van de onmiddellijke omgeving - meestal de moeders. Dat is vandaag een vaak gehoorde zure oprisping: het moet wel verkeerd lopen met de jeugd, kijk eens naar hun ouders, al die teenage mums in de UK, al dat schorem aan de onderkant die dan nog zeven kinderen baren en er geen zorg voor dragen - zouden we hen niet beter verplicht steriliseren?

SOCIAAL-MEDISCHE PREVENTIEPROGRAMMA’S

Onze levensverwachting en levenskwaliteit zijn nog nooit zo hoog geweest als in de laatste halve eeuw. De verklaring voor die stijging hoeven we niet te zoeken in een curatieve geneeskunde met een exclusieve focus op het individu. Integendeel, die stijging heeft alles te maken met een ruime, sociaal-medische profylactische aanpak die ook grotendeels de vorige eeuw doorgevoerd werd.
Kort samengevat: onze hoge levensverwachting en levenskwaliteit zijn gebaseerd op de uitbouw van rioleringssystemen, het voorhanden zijn van zuiver drinkwater, een betere huisvesting en voeding (met bijvoorbeeld melk op school), inentingen, betere lichaamshygiëne en betere arbeidsomstandigheden. Al die factoren hebben een overduidelijke impact gehad op ons huidig gezond en wel zijn. En ongeveer al die factoren gaan terug op politieke beslissingen die het leven van individuen ingrijpend verbeterd hebben.
Vandaag plukken wij de vruchten van die preventieve gezondheidszorg. We mogen onze voorouders er daar dankbaar voor zijn. Op grond van hun collectieve inzet voor het algemeen belang zijn er een aantal verschuivingen ontstaan. Een eerste is een accentverlegging van preventieve, sociale geneeskunde naar curatieve, individuele zorg. Een tweede is een verschuiving van onverdacht organische ziektes naar immer verdachte psychologische moeilijkheden. Van gezond zijn naar wel zijn, dus. Beide verschuivingen vragen wat toelichting.

Van preventief naar curatief

Dat geneeskunde en zorg vandaag hoofdzakelijk curatief en individueel gericht zijn, is inderdaad het mooie resultaat van een geslaagde profylaxe uit het verleden. We mogen dit niet vergeten. En we moeten beseffen dat het één niet zonder het ander kan. Een exclusief accent op een individuele en curatieve geneeskunde zonder die voorafgaande, preventieve sociale geneeskunde zou veel minder fraaie resultaten opleveren. Kijk naar het huidige Amerikaans zorgmodel, waar ze de duurste en ook de minst efficiënte gezondheidszorg van het Westen hebben.

Van gezond naar wel zijn

De tweede verschuiving betreft deze van gezond naar wel zijn. Begrijp: naar psychologische en psychiatrische problemen. Mentale stoornissen worden niet ernstig genomen. Al snel duikt dan een typische vergelijking op: kijk eens naar vroeger, toen mensen loodzwaar werk moesten doen en er nauwelijks gezondheidszorg was, toen waren er pas échte problemen; kijk naar de minder ontwikkelde landen, daar hebben ze échte ziektes. Begrijp: depressie en aanverwanten zijn luxeproblemen, typisch voor doetjes.
Dit is een opvatting waar we ons zo snel mogelijk van moeten bevrijden. Elke maatschappij, zonder uitzondering, heeft haar eigen ziektes, die veel zeggen over die maatschappij. De 19de eeuwse rachitis ten gevolge van kinderarbeid, gebrek aan zonlicht en slechte voeding is zo typerend voor de toenmalige Britse maatschappij dat we nog steeds spreken over de ‘Engelse ziekte’. De huidige stortvloed aan mentale stoornissen typeert dan weer onze maatschappij. We moeten dit durven onder ogen zien. Bovendien zijn zowel rachitis als depressie even ‘echt’.

MENTALE MOEILIJKHEDEN EVEN ‘ECHT’

Waarom gaan wij ervan uit dat een aandoening met duidelijk afgelijnde lichamelijke symptomen zoals koorts en ontstekingen, ‘echter’ is dan moeilijkheden waarbij de aflijning minder duidelijk is?
De uitleg daarvoor is relatief eenvoudig maar helaas nagenoeg onoplosbaar. Kort samengevat: wij denken al meer dan tweeduizend jaar in termen van een opsplitsing tussen lichaam en geest. Dit gaat van start bij de klassiek Griekse filosofie en werd hernomen door de christelijke leer. Via het onderwijs werd deze opsplitsing in ons denken ingeplant, bovendien met een duidelijke morele rangorde: de ziel is het belangrijkste, het lichaam is verderfelijk.
De opdeling hebben wij tot vandaag behouden, met dien verstande dat er vanaf de Verlichting geleidelijk aan een omkering kwam in het bijbehorende morele oordeel. Vandaag is het lichaam het échte, tastbare, wetenschappelijk onderzoekbare object, de geest is een vluchtig iets, meer geschikt voor poëten en pastores. Niet iets om ernstig te nemen. De huidige psychologen en psychiaters buigen zich dan ook allemaal over het brein en de genen, kwestie van niet geassocieerd te worden met die halfzachte toestanden van weleer.
In de praktijk is een dergelijke opdeling tussen lichaam en geest fundamenteel fout - veel mensen in het praktijkveld zijn daarvan overtuigd. Toch slagen we er niet in een holistische benadering uit te werken, omdat we er letterlijk geen woorden voor hebben: ons volledig denken en de bijbehorende opleidingen gaan uit van die splitsing. Daarom is het als probleem nagenoeg onoplosbaar.

STRESS GERELATEERDE AANDOENINGEN

Het is die opsplitsing en het bijbehorende morele oordeel die verklaren waarom wij mentale moeilijkheden niet ernstig nemen en nauwelijks als ‘echt’ beschouwen. Nochtans kennen we al een halve eeuw een duidelijke brug die de wisselwerking tussen lichaam en geest aantoont. Al geruime tijd weten we dat er een bepaalde mediator is, een zelfs meetbare somatische factor die verklaart waarom mensen eronder doorgaan, waarbij dat eronder doorgaan veel verschillende vormen kan aannemen. Die mediator noemen we stress, waarvan de oorzaken en gevolgen zowel lichamelijk als psychisch zijn.

Het typische van de gevolgen is bijgevolg hun a-typisch karakter. Dat mag dan vreemd klinken, maar er is wel voldoende bewijs voor. Stress werkt in op de neurologische en endocrinologische processen, onder andere door een sterke toename van cortisolproductie. De bedoeling van die toename is het vrijmaken van voldoende energie om de oorzaken van stress op te heffen. Lukt dat opheffen niet, dan spreken we over chronische stress, waarbij het cortisolniveau constant te hoog blijft.
Het bekendste gevolg van een verhoogd cortisolniveau is het dalen van onze immuniteit, waardoor we meer vatbaar worden voor virussen en dus voor ‘echte’ ziektes. Dat is verre van het enige gevolg: chronische stress en verhoogde cortisol liggen aan de basis van hartritmestoornissen, hoge bloeddruk, hartaanvallen en van allerlei ontstekingen. Nog steeds echte ziektes dus.
Maar wat te denken van de volgende groep die evenzeer effecten van chronische stress kunnen zijn: rugpijn, hoofdpijn, spijsverteringsmoeilijkheden, te veel of te weinig eten, verhoogd alcohol-, nicotine en medicijngebruik, ernstige slaapmoeilijkheden. Voor veel mensen zijn dat toch al wat minder echte ziektes.
Dat is nog meer het geval bij de volgende groep stress gerelateerde aandoeningen, met name angst en depressie. O ja, en bij kinderen is er een veralgemeend negatief effect op de groei en de ontwikkeling (een eigentijdse variant op rachitis, zeg maar).

Zoals gezegd: er is ondertussen meer dan voldoende bewijs voor een duidelijk verband tussen verhoogde stress en al die verschillende aandoeningen. Als we met deze wetenschap terugkeren naar het reeds vermelde onderzoek binnen de EU, dan vinden we bovenaan de lijst net die twee groepen waarvan we weten dat ze stress gerelateerd zijn: cardiovasculaire aandoeningen en neuropsychiatrische stoornissen. Samen bepalen zij bijna de helft van onze gezondheidsklachten.
Op zich is dit goed nieuws, want het betekent dat we een belangrijke oorzaak kennen van zo ongeveer de helft van de hedendaagse aandoeningen. Elke officiële instantie die bekommerd is om volksgezondheid weet bijgevolg waar haar aandacht naartoe moet gaan. Concreet: naar het uitdenken van een beleid dat die oorzaak aanpakt, de zogenaamde stressoren. Wat weten we over die oorzaken?

DE NIEUWE BEROEPSZIEKTES

De eerste groep kunnen we samenvatten onder de noemer ‘milieuverontreiniging’, gaande van lawaai tot fijn stof. De gemeenschappelijke factor in deze stressoren is dat zij ons blootstellen aan een continue overprikkeling, die wij op een of andere manier moeten kunnen afvoeren.
Ik stel mij de vraag of we de oorzaak voor de groeiende groep jongeren die hetzij overactief zijn (gegroepeerd onder zogenaamd ADHD), hetzij zich afsluiten van de buitenwereld (wat dan als autisme weggezet wordt), niet moeten zoeken in die overprikkeling. Waarbij de eerste groep afgerekend wordt op hun manier van prikkelafvoer, en de tweede op hun manier van bescherming tegen de overprikkeling.

De tweede groep stressoren is heel nauw gekoppeld aan de eerste, maar terzelfdertijd veel ruimer, met name onze huidige arbeidsorganisatie. Met enige overdrijving kan ik stellen dat we straks nog twee soorten mensen hebben, zij zonder werk en zij met te veel werk.
Hetzelfde EU-rapport vermeldt dat een stijging van de werkloosheid met 1% overeenkomt met een stijging van 0,8% in het aantal zelfdodingen, en met een verdriedubbeling van het aantal depressies en angststoornissen. Elk onderzoek bevestigt dat werklozen en in het algemeen mensen die zich onderaan de sociale ladder bevinden zware stress ervaren. Onder meer omdat ze bovenop hun precaire situatie er nog de beschuldiging bij krijgen profiteurs te zijn.
De andere groep omvat mensen met te veel werk. Het teveel zit niet in de fysieke zwaarte ervan, zoals tot midden vorige eeuw het geval was. Het teveel zit hem in de organisatie van de arbeid en de bijbehorende sociale verhoudingen. Deze stressoren zijn helaas minder tastbaar en meetbaar dan bijvoorbeeld fijn stof.

Kort samengevat: in West-Europa blijft de druk om te produceren stijgen, terwijl de jobzekerheid alleen maar daalt (‘up or out’, ‘flexjobs’). De prestaties van iedereen worden voortdurend gemeten en afgewogen aan die van de ander; collega’s worden bijgevolg concurrenten, met als gevolg sociale angst en individualisering. Het beslissingsrecht over hoe men zijn job uitvoert verdwijnt. Maar de verantwoordelijkheid over het resultaat neemt wel toe; verantwoordelijkheid zonder macht plaatst mensen in een hulpeloze positie. Onze nine to five jobs zijn dat meer en meer slechts op papier. Hoger opgeleiden zijn overal en ten allen tijde bereikbaar en beschikbaar; lager opgeleiden zullen straks twee jobs combineren. En beiden hebben nog nauwelijks tijd voor kinderen en partner. Die worden dan maar geoutsourcet naar crèches, nannies en therapeuten. Op voorwaarde dat je een nannie kunt betalen, een crèche vindt en de wachtlijst bij de therapeuten niet te lang is.
Het is een Rank and Yank model, waarbij iedereen onder constante druk staat en bovendien op zichzelf teruggeworpen wordt. Ons politiek bestel offert alles op voor een bepaald economisch model en dat maakt mensen ziek, zij het op een minder zichtbare manier dan pakweg een halve eeuw terug. De stoflong en de loodvergiftiging hebben plaats gemaakt voor stress gerelateerde aandoeningen, die zowel het gezond zijn als het welzijn betreffen.
Dit zijn zonder twijfel de beroepsziektes van onze tijd, en niet de ziektes van onverantwoordelijke individuen die hun ellende alleen maar aan zichzelf te danken hebben.

WELKE AANPAK?

De vraag is welke remedies we daarvoor aanwenden. Aangezien dit de volksgezondheid betreft, verwachten we een collectieve aanpak die de huidige beroepsziektes even efficiënt zal doen dalen als het preventieve sociaal-medische beleid uit de vorige eeuw dat deed. Een beleid dat berust op politieke beslissingen en op solidariteit. Dit is helaas niet wat er vandaag gebeurt. In plaats van de oorzaken aan te pakken, bestrijden we de gevolgen. Bovendien doen we dat op een dusdanige manier dat de patiënten nog eens beschuldigd worden ook.
In zo ongeveer elk psychologisch behandelingsmodel van stress wordt het accent gelegd op wat men de perceptie van de stress noemt. Het daarbij aansluitende behandelingsdoel is de wijziging van de manier waarop de patiënt die stress ervaart. Begrijp: de oorzaak ligt bij het individu, hij is de schuld van zijn eigen aandoening, hij moet stress anders leren percipiëren (zie dan uitdrukkingen zoals resilience, weerbaarheid, diathese-stress model). Aangezien een dergelijke psychotherapie maar matige resultaten oplevert, gooit men daar meestal nog een flinke pak medicijnen tegenaan ook. De boodschap blijft dezelfde: het probleem ligt bij de individuele patiënt.
Aan de ruimere, sociaal-maatschappelijke oorzaken raakt men niet. Integendeel, de huidige zogenaamd maatschappelijke programma’s richten zich ook op het individu (denk maar aan individuele begeleidingsplannen, individuele zorgpaden, responsabilisering, enzovoort), kosten handenvol geld en leveren verhoudingsgewijs weinig resultaten op.

SOLIDARITEIT ALS SLEUTELWOORD

Ter besluit, in onze maatschappij is er, ten eerste, een duidelijke accentverschuiving ontstaan, van onverdachte somatische ziektes naar mentale moeilijkheden. Van niet gezond zijn naar niet wel zijn.
Ten tweede, de voornaamste oorzaak daarvan is stress ten gevolge van een bepaalde maatschappelijk-economische organisatie. De hedendaagse mentale moeilijkheden zijn, samen met de andere stress gerelateerde aandoeningen, de opvolgers van de stoflong en de loodvergiftiging van weleer.
Ten derde, we hebben dringend een nieuwe sociaal-medische profylactische aanpak nodig. Zolang er voornamelijk gefocust wordt op het individu, zal het aantal mensen die uitvallen alleen maar toenemen.

De richting waarin die aanpak moet gaan, is deze van een duurzame economie ten dienste van de maatschappij, en niet omgekeerd. Duurzaam zowel voor de mens als sociaal wezen, als voor onze omgeving. Dat zal niet vanzelf gaan en tijd vragen. De geschiedenis van de 20ste eeuw leert ons dat de enige manier om dit te realiseren een collectieve aanpak is, waarbij mensen zich in groep verzetten en inzetten, met solidariteit als sleutelwoord.

ANGST MAAKT ONS BLIND

Vandaag doen wij dit duidelijk niet, integendeel. Wij volgen collectief de overtuiging dat we alleen maar individuen zijn en dat alles bij het individu ligt. We zijn erg bang voor wat gaat komen.
De Amerikaanse burger stemt tegen een zelfs minimale collectieve ziekteverzekering. Dat hij daarmee tegen zichzelf stemt, begrijpt hij niet. De Europese burger die afgeeft op die naïeve Amerikanen, beseft niet dat wij ondertussen net hetzelfde doen. De Europese - en bij uitstek de Vlaamse - kiezer is er ondertussen van overtuigd geworden dat de oorzaak van de crisis bij de uitkeringen en de pensioenen ligt, bij de ziekteverzekering, de loonlasten en de loonindexering. En niet bij een kleine groep speculanten die ons monetair systeem failliet gemaakt heeft, daar nog rijker van geworden is en op een systematische manier oplossingen blokkeert.
De eerste uitdaging voor politieke partijen die het belang van de gemeenschap voor ogen houden, is bijgevolg een communicatieprobleem. Hoe kunnen zij een nochtans eenvoudige waarheid duidelijk maken aan hun kiezers?

Paul Verhaeghe
Hoogleraar klinische psychologie, Universiteit Gent.

Noot
1/ Dit is een ingekorte versie van een lezing op de bijeenkomst van de Nederlandse Gezondheidsraad in Utrecht op 1 november.

Bibliografie
- Bertollini, R. (2012). Mental health and the economic crisis: Ways forward. In: Mental Health in Times of Economic Crisis. European Parliament. Directorate general for internal policies.Polic department A: economic and scientific policy. Brussels, 19 june 2012. Proceedings, p.13 en pp. 39-46.
- Boyle, M. (2011). Making the world go away, and how psychology and psychiatry benefit. In: Rapley, M., Moncrieff, J. & Dillon, J. (2011). De-medicalizing misery. Psychiatry, Psychology and the human condition. New York: Palgrave Macmillan, pp. 27-43.
- Vandenbroeck, M. (2003). From crèches to childcare: construction of motherhood and inclusion/exclusion in the history of Belgian infant care. In: Contemporary issues in early childhood, vol. 4, 2, pp. 137-148.
- Vandenbroeck, M., Coussée, F. & Bradt, L. (2010). The social and political construction of early childhood education. In: British Journal of Educational Studies. Vol. 58, No. 2, June 2010, pp. 139-153. Verhaeghe, P. (2012). Identiteit. Amsterdam: De Bezige Bij._ _

solidariteit - beroepsziektes - vezorgingsstaat - welvaartsstaat

Samenleving & Politiek, Jaargang 20, 2013, nr. 10 (december), pagina 59 tot 67