Log in

Het liberaal project van Bourgeois I

HET VLAAMSE REGEERAKKOORD ONTLEED

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 7 (september), pagina 71 tot 76

De plannen van de nieuwe Vlaamse regeringsploeg zijn bekend, althans voor een deel: rond het cijferwerk blijft immers nog heel wat mist hangen. De beleidsintenties zijn wel al duidelijk en laten er geen twijfel over bestaan: het liberaal project is volledig terug. Ontvet de welvaartsstaat zodat de ondernemers welvaart kunnen creëren, is de rode draad.

HET VLAAMSE REGEERAKKOORD ONTLEED

De geest van Ling Chi
Bruno Tobback
Het liberaal project van Bourgeois I
Jean-Marie De Baene en Caroline Copers
Breekt Bourgeois I met traditie van sterk verenigingsleven?
Danny Jacobs en Anton Schuurmans
De politieke rol van het middenveld in barre tijden
Pascal Debruyne en Bart Van Bouchaute

De nieuwe Vlaamse regering presenteerde op 23 juli haar beleidsintenties aan het Vlaams parlement en aan de media. Wie de plannen aandachtig analyseert en de obligate retoriek van dergelijke documenten opzij schuift, kan maar één conclusie trekken: het is een fraai liberaal werkstuk geworden. Gwendolyn Rutten kwam tot dezelfde conclusie toen ze te elfder ure werd uitgenodigd om de rangen te versterken. Ze verdedigde het akkoord met een ongezien enthousiasme, ook al had ze er geen jota aan gewijzigd. De achterliggende filosofie is de volgende: bedrijven staan in voor welvaart; geef ze daarom meer ruimte om te ondernemen en leg ze minder lasten op; ontvet daartoe de staat en verschuif de lasten richting gewone mensen: reken de juiste prijs aan voor het gebruik van overheidsdiensten en verminder de buitensporige sociale uitkeringen. Al deze ingrediënten van een liberaal gerecht vinden we terug in dit regeerakkoord.

EERSTE LIBERAAL VOORNEMEN: KOESTER DE ONDERNEMINGEN (EN HUN ORGANISATIES) EN DE REST KOMT VANZELF

Uit gans het regeerakkoord, en uit de economische hoofdstukken in het bijzonder, komt een uitgesproken ambitie tot uiting om de overheid ten dienste te stellen van de ondernemingen. Ondernemingen zullen meer dienstverlening krijgen op maat. Zo wordt het Instituut voor Wetenschappelijk en Technologisch Onderzoek (IWT) ondergebracht in het Agentschap Ondernemen (AO). Het innovatiebeleid wordt daardoor nog meer gericht op de directe bedrijfsnoden en zal ook rechtstreeks aangestuurd worden door de minister van Economie (toevallig afkomstig uit het Voka), zonder een breed samengestelde raad van bestuur als buffer. Terwijl van iedereen inspanningen gevraagd worden, komen er een pak subsidies bij voor ondernemingen en zelfstandigen, zoals het invoeren van Strategische innovatiesteun, de uitbreiding van zones met een fiscaal gunstregime en een uitbreiding van de Winwinlening waarbij particulieren die kapitaal ter beschikking stellen van bedrijven een fiscaal voordeel genieten.

Het blijft niet bij steun en pecuniaire voordelen alleen, ook aan de bovenbouw wordt gedacht: voortaan worden de eindtermen uitgebreid met ondernemerszin en ondernemerschap… terwijl er in het hoofdstuk onderwijs sprake is van een reductie van het aantal eindtermen, maar dit terzijde. Vanuit vakbondszijde was er aangedrongen op aandacht in de eindtermen voor de arbeidsmarktrealiteit (wat zijn mijn rechten en plichten als werkende, wie zijn de spelers op de arbeidsmarkt, enzovoort), maar daar heeft men kennelijk geen oren naar gehad. Let ook op de uitbreiding naar ondernemerschap: van ondernemerszin (lees: creativiteit en initiatief) was al sprake, maar nu gaat het om jongeren vertrouwd te maken met het oprichten en het belang van ondernemingen. En wie zijn daar beter voor geplaatst dan de ondernemersorganisaties zelf, die het voortaan nog meer zullen mogen komen uitleggen op de schoolvloer. Ook dit is een rode draad door het regeringsverhaal: de expliciete opwaardering van de rol van de ondernemersorganisaties bij het uitstippelen en het uitvoeren van het beleid. Lees er het akkoord op na: opwaarderen van de Industrieraad (bestaande enkel en alleen uit industriëlen terwijl er een paritaire sociaaleconomische raad bestaat); een meer evenredige aanwezigheid van de ondernemerswereld in verschillende bestuurs- en adviesraden en het sterker inschakelen van ondernemersorganisaties voor het stimuleren, adviseren en begeleiden van ondernemingen. Dit laatste komt er op neer dat de overheid de bedrijfsbegeleiding steeds minder op zich zal nemen maar dit zal uitbesteden naar Unizo en Voka. Zo zien we nu al dat het begeleiden van bedrijven om falingen te voorkomen, verglijdt van het Agentschap Ondernemen naar werkgevers-vzw’s. Allemaal goed en wel, maar wie ziet er toe op die uitbestedingspolitiek? Juist: de minister van Economie.

Nu is er niets mis met steun aan ondernemingen, zullen velen opwerpen. Nee, maar wat staat daar tegenover? Als je afgaat op het regeerakkoord: helemaal niets. Investeren in opleiding, resoluut kiezen voor duurzame producten en diensten, inspanningsverbintenissen om een meer evenredige vertegenwoordiging van kansengroepen te realiseren. Niets hiervan. En dat bewijst nu net het liberaal karakter van dit verhaal: ondernemingen zorgen voor toegevoegde waarde en werk, en verdienen daarom onze steun, stellen de advocaten van het liberalisme. Maar als Vlaanderen een kwart miljoen werklozen telt, uiterst magere resultaten inzake permanente vorming en diversiteit op de werkvloer behaalt, dan is dat volgens diezelfde zeloten de fout van anderen: de overheid die te veel belast, de allochtoon die te laag is geschoold of de werkloze die werkschuw is.

TWEEDE LIBERAAL VOORNEMEN: VERMINDER HET OVERHEIDSBESLAG EN GA VOOR EEN SLANKE OVERHEID

Net nu er meer en meer stemmen opgaan om het begrotingsfetisjisme wat te minderen, kiest de Vlaamse regering voor een begrotingsevenwicht met onmiddellijke ingang vanaf 2015. Om die doelstelling te halen wordt opnieuw het mes gezet in de overheidsdiensten. Met besparingen op de VRT, De Lijn, werkingsmiddelen onderwijs… en de administraties. Tegen 2015 mogen alle beleidsdomeinen een kerntakenplan opmaken, wat ‘een lijst van af te bouwen activiteiten moet opleveren’. En wie zal die hiaten invullen, denk je? Juist: de privé. Wie de kleine lettertjes van het regeerakkoord leest, zal op volgende frasen stuiten: ‘we doen stelselmatig meer een beroep op zelfstandige schatters, landmeters en notarissen’ (zie hoofdstuk bestuurszaken); ‘vanuit een regiefunctie schakelen we voor prioritaire beleidsthema’s de ondernemersorganisaties en andere spelers in (…). We valoriseren ook de rol van de economische vrije beroepen als partners voor verspreiding van overheidsinformatie naar kmo’s en zelfstandigen’ (zie hoofdstuk economie); ‘de werkzoekenden kunnen binnen hun vastgelegd traject naar werk beslissen op welke diensten en bij welke organisatie zij een beroep doen voor begeleiding, bemiddeling en opleiding’ (zie hoofdstuk werk); ‘er wordt een aanbod Nederlands als tweede taal uitgebouwd met private aanbodverstrekkers om hiaten op te vullen’ (zie hoofdstuk onderwijs); ‘de gemeenten krijgen de mogelijkheid om met een private partner in intergemeentelijk verband samen te werken in de sectoren afval en distributie’ (zei hoofdstuk energie)… Nu nog afwachten of al die uitbestedingen minder zullen kosten en minstens dezelfde kwaliteit zullen opleveren. Wat wel al zeker is, is dat er, bovenop de personeelsafslanking met 7% tijdens de vorige legislatuur, straks 2.000 Vlaamse ambtenaren minder zullen zijn. En daarbij houden we nog geen rekening met het afslanken van de provincies.

Men zal natuurlijk tegenwerpen dat we nu eenmaal moeten besparen van Europa en dat het overheidsbeslag sowieso veel te hoog is. Welnu, er worden steeds meer vraagtekens geplaatst bij de besparingsdrift die Europa ons oplegt op een ogenblik dat de economische groei blijft haperen. In zoverre dat de Europese instanties zelf een minder strakke begrotingskalender overwegen. Maar Vlaanderen zat sowieso in een redelijk comfortabele positie, want zo goed als schuldenvrij. Ook de saneringsbijdrage die werd afgesproken in het kader van de zesde staatshervorming kan een besparingsoperatie van 1.100 miljoen euro niet verantwoorden. De reden waarom we dan toch zo diep moeten snijden, wordt verkocht met de slogan ‘snoeien om te bloeien’. Laat ons extra snoeien waardoor er meer ruimte vrijkomt voor welzijn (graag) én voor de economie. Rutten voegde er aan toe dat we extra moeten snijden op Vlaams niveau om meer ruimte te hebben op federaal niveau (Europa evalueert de begrotingsresultaten op lidstaatniveau)… voor een bijkomende lastenverlaging voor de bedrijven. Of dit veel bijkomende jobs zal opleveren valt zwaar te betwijfelen, want als je snoeit in de koopkracht is het maar de vraag wie de vruchten van de ondernemingen zal kopen.

Trouwens, dat ons overheidsbeslag (verhouding overheidsuitgaven ten opzichte van het globaal inkomen uitgedrukt als BBP) aan de hoge kant is, kan niemand ontkennen. Maar daar passen toch wel een paar kanttekeningen bij. Als we kijken naar de echte overheidsuitgaven en geen rekening houden met de transferten naar de gezinnen, dan zijn we geen uitschieter. En we zijn pas over de 50% gegaan in de slipstream van de financieel-economische crisis. Toen de overheid het falen van de financiële markten moest compenseren.

DERDE LIBERAAL VOORNEMEN: VERSCHUIF DE LASTEN VAN ONDERNEMINGEN EN VERMOGENDEN NAAR DE GEWONE MENSEN

Als je naar de voorgenomen besparingen en nieuwe inkomsten kijkt, zijn de gewone mensen de klos: besparingen op overheidsdiensten, maar ook een hogere prijs voor de dienstverlening en een verstrenging bij het toekennen van sociale rechten of voordelen. Voor heel wat diensten zullen de burgers meer moeten betalen: voor het stads- en streekvervoer dat meer kostendekkend moet in de toekomst - de senioren verliezen alvast hun recht op gratis vervoer; voor het hoger onderwijs dat minder werkingsmiddelen krijgt en dit waarschijnlijk zal verhalen op de studenten via een hoger inschrijvingsgeld (sommigen hebben het over een verdubbeling van de huidige bijdrage van 650 euro); voor water en voor elektriciteit door het afschaffen van het gratis verbruik van een volume water respectievelijk elektriciteit en door het opnemen in de factuur van openbare dienstverplichtingen of distributiekosten; voor kinderopvang door het optrekken van de tarieven, zoals de minimumbijdrage die van 1,56 naar 5 euro per dag wordt opgetrokken; voor sociale bescherming nu de zorgpremie zou toenemen van 25 naar 50 euro - en van 10 naar 20 euro voor mensen met recht op een verhoogde ziekte-uitkering…

Ook de werknemers blijven niet gespaard. Zo bevat het akkoord de expliciete keuze om de aanmoedigingspremies tijdskrediet uniform te maken over alle sectoren heen en te herleiden tot zorgverlof. De oudere werknemers in de social profit verliezen meteen hun aanvullende rechten op landingsbanen zoals destijds afgesproken via sociaal overleg. Ook het pas overgehevelde betaald educatief verlof als recht van werknemers om op eigen initiatief een aantal uren vorming te volgen tijdens de werktijd (met gedeeltelijke compensatie van het loonverlies) is nog verre van gegarandeerd voor de toekomst. De overheidstussenkomst in de opleidingscheques wordt alvast stopgezet voor de hoger geschoolden. En als men de pech heeft om werkloos te worden dan kondigt het regeerakkoord een resem maatregelen aan die wijzen in de richting van een strengere activeringsaanpak, met het activeren van oudere werklozen tot 65 jaar en het voorzien van gemeenschapsdienst als uitschieters.

Eerder toonden we al aan dat de ondernemingen ontzien worden en - integendeel - gekoesterd worden door de nieuwe bewindsploeg. Ook rijke, vermogende mensen hebben geluk. Ook van hen wordt geen enkele inspanning gevraagd, al heeft het Vlaams Gewest voldoende hefbomen om grote vermogens een bijdrage te laten betalen, via registratierechten of erfenis- en schenkingsrechten bijvoorbeeld. Mensen met kapitaal krijgen nog een extra wanneer ze geld ter beschikking stellen aan bedrijven via de Winwinlening.

Deze regeringsploeg blijft dus Oost-Indisch doof voor de vele signalen over de groeiende ongelijkheid in onze samenleving. Ze hecht meer geloof aan het liberaal adagium dat je de rijken moet steunen omdat zij het tenslotte zouden zijn die voor welvaart zorgen waarvan de lagere inkomens op hun beurt profiteren (‘trickle-down effect’ in het jargon). Ze is alvast goed op weg om de stelling te bewijzen dat de belastingdruk meer stijgt onder coalities met liberalen. Want de retributies voor overheidsdiensten gaan gevoelig de hoogte in.

De regering zal beweren dat er geen sprake is van een bloedbad en dat er werk zal worden gemaakt van sociale correcties. Dat valt af te wachten. In elk geval kunnen we die koersrichting niet ondersteunen. Retributies hebben immers het nadeel dat ze niet herverdelend zijn, want ze zijn forfaitair en dus gelijk voor rijk of arm. Financiering van gemeenschapsdiensten uit algemene middelen, gespijsd uit progressieve belastingen, is socialer dan het optrekken van de prijs van het toegangsticket. Zeker als het dan nog eens om wenselijk gedrag gaat zoals het gebruik van openbaar vervoer (door senioren) of het volgen van hoger onderwijs (voor jongeren). Is het ook niet rechtvaardiger om iedereen de kans te geven hoger onderwijs te volgen om daarna de hoger geschoolden die de beter betaalde jobs krijgen meer te belasten via progressieve belastingen?

‘Mensen moeten hun financiële verantwoordelijkheid nemen voor de keuzes die ze zelf maken' en 'het is toch niet aan de gemeenschap om een uitkering te betalen voor een wereldreis’… hoor je dan. Nog afgezien van het feit dat het maar enkelingen zijn die dit doen, gebruikt men dit om veel dieper te snijden en om een einde te stellen aan de mogelijkheid om als oudere werknemer in de zorgsector het werk doenbaarder te maken. Ook bij activeren van werklozen wordt dezelfde framing toegepast. ‘Het is toch niet meer dan normaal dat een werkloze bereid is zijn of haar handen uit de mouwen te steken als die een uitkering ontvangt’. Voor wat, hoort wat… Ja, maar toch niet voor om het even wat te moeten doen? Er bestaat toch nog zoiets als een passende dienstbetrekking of niet? Het is toch niet billijk om mensen te straffen die werk zoeken, maar er geen vinden? En voor wie geen oor heeft naar ethische argumenten: gelooft men nu echt dat gemeenschapsdiensten opleggen deze mensen zal versterken op de arbeidsmarkt? Trouwens voor mensen die heel ver af staan van de arbeidsmarkt is er al de mogelijkheid om beperkt bij te klussen via de Plaatselijke Werkgelegenheidsagentschappen.

Overdrijven we? Maken we een karikatuur van de regeringsplannen? Dat laten we aan de lezer van het regeerakkoord over. Natuurlijk staan er ook goede en sociale dingen in dit akkoord en worden er extra middelen uitgetrokken ten voordele van de welzijnssectoren. Maar we zwegen nog over een aantal sociale minpunten, zoals het ontbreken van een ambitieus armoedebestrijdingsbeleid of de besparingen op het verenigingsleven dat uit de gelekte cijfers blijkt. Maar laat er geen twijfel over bestaan: de winnaars zijn… de ondernemingen. Het anders zo kritische Voka gaf het regeerakkoord niet voor niets een 17 op 20. Uitmuntend met andere woorden.

WAT NU?

Het zal niemand verwonderen dat we als vakbond en als sociale beweging veel van de asociale maatregelen uit dit akkoord niet kunnen aanvaarden. En dan hebben we het nog niet over het federaal regeerakkoord gehad dat in de maak is. Bart De Wever gaf al aan dat het Vlaams akkoord maar een amuse-gueule is in het licht van de opdracht op het federale niveau. We ontkennen niet dat deze regeringsploeg een democratische legitimiteit kent, maar naast de politieke democratie bestaat er ook nog zoiets als een sociaaleconomische democratie gebaseerd op inspraak van vakbonden en sociale partners als het op sociaaleconomisch beleid aankomt. En daar staan we op.

Maar er is meer aan de hand dan een in hoofdzaak rechts regeerakkoord waar we het de komende vijf jaar moeten mee (of tegen) doen. Sommige regeringspartijen zijn ongetwijfeld uit op een regimewissel, waarbij het sociaal welvaartsmodel grondig wordt vertimmerd. Dat blijkt ook uit de federale formatiegesprekken. Het komt allemaal niet uit de lucht gevallen. Alles wat rechts is in dit land heeft de afgelopen jaren zwaar ingezet op een andere politiek: de werkgeversorganisaties, rechtse denktanks en rechts-populistische partijen als de N-VA. Links heeft daar te weinig grip op gekregen. Om de hegemonie van het rechtse verhaal te doorbreken moeten we ter linkerzijde in elk geval veel meer samenwerken en ons verhaal sterker uitbouwen, beter uitleggen en beter communiceren.

Caroline Copers
Algemeen Secretaris van het Vlaams ABVV **
Jean-Marie De Baene
Directeur studiedienst van het Vlaams ABVV**

Bourgeois I - besparingen - liberalisme

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 7 (september), pagina 71 tot 76