Log in

Man Age of Machine Age?

redactioneel

I-Health-behandelaar, kakkerlak-kweker, DNA-paspoortontwikkelaar, kluisexploitant, app-bouwer, plastic soep-opruimer op zee, ethisch hacker, 3D-printer-operator, digitale afkick-expert, space tourist piloot, inkoper voor coöperaties, handelaar in cryptomunten, zonnecel-fabrikant, ruilhandel-makelaar, zeewierboer,... het zijn slechts enkele van de 100 nieuwe beroepen die er volgens Adjiedj Bakas, Nederlands trendwatcher des vaderlands, zitten aan te komen (Megatrends Werk, 2014).

Er wordt druk gespeculeerd over de toekomst van onze arbeid. Het VRT-journaal wijdde er enige tijd geleden een aantal reportages aan. De Standaard laat een van haar ‘correspondenten’ de fabuleuze vooruitgang in robottechnologie uitspitten. Het debat, dat in Angelsaksische media en universiteiten al enkele decennia woedt, vindt ook hier stilletjes ingang. Toch blijft het veelal steken in extremen: ofwel stevent onze samenleving in 2030 af op een dystopische licht-Orwelliaanse ‘The Matrix’-samenleving ofwel op een wonderlijke, geactualiseerde versie van Thomas More’s ‘Utopia’. In dit nummer van Samenleving en politiek schetsen we de contouren van hoe de arbeid en de economie van de toekomst er kunnen uitzien. Zulke vergezichten zijn nodig. Want de toekomst is geen onontkoombaar gegeven, maar het gevolg van politieke keuzes.

AUTOMATISERING EN ONGELIJKHEID

2014 was zonder twijfel het jaar van Thomas Piketty, maar evenzeer van de MIT-professoren Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee. Ze beschreven in hun baanbrekende boek The Second Machine Age. Work, Progress and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies (2014) een nieuw tijdperk waarin automatisering een hele reeks cognitieve taken overneemt, en dat eenzelfde impact als de Industriële Revolutie zal hebben. Dit zorgt voor kansen én onzekerheid. Ja, technologie kan de economische taart vergroten (we moeten alleen nog uitmaken of we dat überhaupt willen). Maar neen, er is geen economische wet die stelt dat iedereen zal winnen bij deze winsten. Carl Frey en Michael Osborne, auteurs van dat andere briljante boek over automatisering The Future of Employment. How Susceptibel are Jobs to Computerisation? (2013), spreken over ‘The Great Decoupling’: de productiviteit gaat alsmaar omhoog, innovaties volgen elkaar in snel tempo op, maar tegelijk stagneren de mediane inkomens en is er een structureel teruglopende werkgelegenheid. Als je door de dubbele bril van Piketty en Brynjolfsson/McAfee kijkt, zie je een onstabiel tijdsgewricht opduiken: de automatiseringsgolf raakt ons op een moment dat de ongelijkheid op haar hoogste peil in decennia staat.

SOCIALE EN ELECTORALE IMPACT

Daar komt nog een extra bezwarend element bij. Daar waar eerdere versnellingen in de geschiedenis vooral de onderkant van de arbeidsmarkt raakten, dreigt deze automatiseringsgolf vooral het middensegment van de arbeidsmarkt te treffen. Voor wie over ‘gemiddelde’ of ‘gewone’ vaardigheden beschikt, zijn de tijden nooit slechter geweest. Zij worden vervangen door machines en gaan een toekomst tegemoet van snel opeenvolgende banen, onzekere inkomens en weinig sociale bescherming. Ze slaan aan het hosselen, gaan deeltijds werken als freelancer, hebben meerdere baantjes, ... het zijn met andere woorden de nieuwe armen van morgen.

Dat heeft een impact op sociaal vlak. Vandaag rust bijna het volledige gewicht van de sociale zekerheid op de schouders van de middengroepen. Doordat hun jobs in snel tempo verdwijnen komen de grenzen van de solidariteit in zicht, de betaalbaarheid van onze welvaartsstaat onder druk. Lagere lonen en minder (goede) jobs doen de inkomsten van de overheid tegenvallen, en vervolgens gaat ook de publieke dienstverlening achteruit. Maar ook op electoraal vlak heeft dit een impact. Aristoteles wist al dat democratie best gedragen wordt door een grote middenklasse. Eens afgegleden, gaat die met de buik stemmen. Een gebrek aan toekomstperspectief schept politieke radeloosheid. Electorale volatiliteit wordt de nieuwe norm. Vraag is of de moderne democratie de uitholling van de middenklasse zal overleven. Vooral de sociaaldemocratische beweging, die traditioneel twee publieken bedient en verbindt, komt nog meer onder druk: haar electoraat raakt verder versplinterd tussen diegenen die voordeel halen uit technologische verandering en diegenen die dat niet doen.

FLEXIBEL EN ONSTABIEL

De politiek staat voor een gigantische opdracht maar haar antwoorden van vandaag voldoen niet. Met het flexibeler maken van het arbeidsrecht, wat soepelere werktijden en goedkopere arbeid gaan we er niet geraken. Het onbuigzame arbeidsrecht in ons land is voor de huidige beleidsmakers reden tot frustratie, maar behoedt ons gelukkig voor bruuske aanpassingen. Kijk naar Nederland. Daar voltrok zich de voorbije jaren een ‘modernisering’ van de arbeidsmarkt en steeg het aantal werkenden met meerdere banen, twee mini-jobs of een hoofdbaan gecombineerd met werk als zelfstandige van 12 procent in 2001 tot 16 procent in 2012 (bron CBS). Flex wordt het nieuwe vast. Dat is problematisch voor de opbouw van sociale rechten, maar ook voor het algemene welzijn: uit onderzoek van de VUB en de Universiteiten van Gent en Tilburg blijkt dat werknemers zich het gelukkigst voelen en het best functioneren in een vaste job met vaste uren in een stabiele omgeving.

AMBACHTEN EN ONDERWIJS

Deze flextrend zal trouwens ook steeds meer gelden voor de getalenteerden op onze arbeidsmarkt, maar voor hen is dit minder een probleem; ze komen altijd wel op hun poten terecht. Hebben ook nog een toekomst: moderne ambachten. In het fantastische boek De ambachtsman (2008) zingt socioloog Richard Sennett de lofzang van de vakman die helemaal niet flexibel is, maar integendeel langzaam werkt met als enige doel kwaliteit af te leveren. Sennett pleit in zijn boek voor een andere manier van werken. Het ware vakmanschap maakte de voorbije decennia inderdaad plaats voor vluchtig en weinig prikkelend werk, maar wie weet draagt de automatisering wel de belofte in zich dit om te keren. Want gaan die vreselijke machines ons echt werkloos maken of zorgen ze er integendeel voor dat het saai werk waarmee sommigen gekweld worden, verdwijnt?

Onderwijs moet ons, ook hier weer, redden. De kinderen die vandaag starten in het lager onderwijs stromen tussen 2027 en 2033 de arbeidsmarkt in. Futuroloog Thomas Frey verwacht dat een heel nieuw onderwijstijdperk zal ontstaan: ‘De volgende decennia zal de vraag naar onderwijs substantieel groeien, maar de traditionele onderwijsinstellingen sluiten zo slecht aan op wat toekomstige consumenten willen, dat vele hun deuren zullen moeten sluiten door teruglopende inschrijvingen’. Deze prognose is misschien wat pessimistisch, de basisthese klopt: het onderwijs zal meer moeten doen dan alleen het vak ‘programmeren’ invoeren om de ambachtslui van de toekomst af te leveren. Maar ons onderwijs moet niet alleen verdiepen, ook verbreden. Het aanleren van sociale vaardigheden op school wordt in tijden van robotisering nog belangrijker. De zorgrobot heeft geen sociale vaardigheid, een online-cursus geen inspirerende leerkracht voor het bord,... een menselijke aanpak blijft in de toekomst een onvervangbare meerwaarde hebben. Bovendien is een goede brede scholing nodig om zich te wapenen tegen de volatiele arbeidsmarkt van morgen.

WIJ EN DE ROBOTS

We staan dus voor de dubbele taak om de schadelijke effecten van de automatisering te beperken en om tegelijk voordeel te halen uit de ongelooflijke opportuniteiten van een digitale revolutie. Als we niet kiezen voor de optie om met zijn allen minder uren te werken of het werk onderling te herverdelen (een lovenswaardige maar voorlopig politiek weinig realistische optie), dan rest ons maar één alternatief: meer jobs creëren dan er zullen verdwijnen door technologische veranderingen, zodat het sombere scenario van sociale afbraak geen realiteit wordt. De politiek moet daarom fors inzetten op inclusieve groei, sociale mobiliteit en duurzame tewerkstelling, door middel van nieuwe sociale en publieke investeringen. Ze moet ook een klimaat scheppen waarin innovatie tot bloei kan komen. Want alleen dan zullen machines ook weer mensen aan het werk helpen, in plaats van alleen hun banen in te pikken. En ze moet, zeer zeker, zo snel als mogelijk de sociale zekerheid anders financieren. Een tax shift weg van arbeid is in een gerobotiseerde wereld urgenter dan ooit.

Hoe de digitale revolutie zich zal ontrollen, is niet te voorspellen maar wel te sturen. Het is niet de technologie zelf die bepalend is voor het resultaat; daarvoor zorgen de politieke en economische instituties die haar omkaderen. Als we die in positieve zin weten te hervormen, zal de toekomst geen Machine Age maar wel een Man Age zijn, geen race tegen de machine die de mens per se moet winnen maar wel een verhaal van ‘wij én de robots’. Met nadruk op ‘en’. En in die volgorde.

Wim Vermeersch
Hoofdredacteur Samenleving en politiek

edito - robotisering - automatisering - ongelijkheid

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 1 tot 3