Abonneer Log in

Kleur bekennen over de Tobintaks

RECHTVAARDIGE FISCALITEIT

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 4 (april), pagina 71 tot 75

Bijna tien jaar na de financiële crisis wachten we nog steeds op een Europese belasting op financiële transacties, de Tobintaks. Dat uitstel heeft veel te maken met de stugge houding van ons land. Dat onderhandelt met de voet op de rem en de versnellingsbak in achteruit. Tegen mei moet België echter kleur bekennen: meedoen of eruit stappen. Dat laatste zou onvergeeflijk zijn. Met de Tobintaks vangen we immers twee vliegen in één klap: een stabiele inkomstenbron mét heilzame effecten op de gezondheid van het financieel systeem. Daar vandaag geen werk van maken is onbegrijpelijk.

RECHTVAARDIGE FISCALITEIT

Wie spekt de kas van de sociale zekerheid?
Bart Bozek en Wim Van Lancker
Johan Van Overtveldt, minister van Opiniemaken
Mehdi Koocheki
Waarom inkomensongelijkheid geen electoraal thema is
Maarten Hermans
Kleur bekennen over de Tobintaks
Bogdan Vanden Berghe en Sarah Vandenbroucke

VEELBELOVEND

De Tobintaks is een beperkte belasting op financiële transacties om speculatie te ontmoedigen. Het idee is niet nieuw. Al in de jaren 1970 zag Nobelprijswinnaar en Amerikaans econoom, James Tobin, heil in een heffing op valutatransacties als antwoord op de speculatieve flitshandel, waarbij grote bedragen veelvuldig en in sneltempo worden omgewisseld om woekerwinsten te boeken op basis van muntschommelingen.

Aanvankelijk werd het idee weggelachen. Slechts een handvol economen in de marge en ngo’s bleven aan de kar trekken. Niet zonder succes want in juli 2004 stemde het Belgische parlement, weliswaar met een wisselmeerderheid, een wet die een Tobintaks zou invoeren op voorwaarde dat daarover een akkoord zou worden bereikt in de eurozone. In de nasleep van de financiële crisis kreeg het idee op het Europese politieke toneel de wind in de zeilen. Zwaargewichten als Nicolas Sarkozy, Angela Merkel en Manuel Barosso trokken aan de kar; en dichter bij huis ook toenmalig premier Yves Leterme en toenmalig minister van Ontwikkelingssamenwerking Charles Michel.

Omdat niet alle EU-landen mee in bad wilden na het voorstel van de Europese Commissie in 2011, werd in 2013 een formule van versterkte samenwerking gelanceerd. Een ‘coalition of the willing’ met daarin België, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië, Spanje, Portugal, Griekenland, Slovenië, Slovakije en Estland (dat in 2015 uit de groep stapte) zou verder onderhandelen over de invoering van de taks. Op tafel lag een specifieke variant van de Tobintaks die voorziet in een heffing van 0,1% op aandelen- en obligatietransacties en 0,01% op de handel in afgeleide producten.

Als ngo’s hadden we het voorstel graag ruimer gezien, met meer landen, meer financiële transacties, een hogere belasting voor afgeleide producten én met een duidelijke garantie dat de middelen het sociaal beleid en internationale solidariteit zouden versterken. Toch vonden we het voorstel de moeite waard omdat het voor het eerst een transactietaks op internationale schaal zou realiseren.

ZO GEZEGD ZO GEDAAN?

Anno 2017 lijkt er meer op het spel te staan dan een billijke bijdrage van de financiële sector als compensatie voor de miljardenredding na de crisis of een gezond financieel systeem. Op haar 60ste verjaardag kan de Europese Unie best een succes gebruiken. Een doorbraak in het dossier van de financiële transactietaks (FTT) zou duidelijk maken dat Europa wel degelijk vooruit kan, al is het dan op ‘verschillende snelheden’. Ondertussen slepen de onderhandelingen al vier jaar aan en is de groep van tien er nog altijd niet uit. De technische kwesties zijn uitgespit, inhoudelijk zijn we op een zucht van het einde, maar door een manifest gebrek aan politieke wil - ook en vooral van ons land - blijft een doorbraak uit.

Hoewel premier Charles Michel de FTT op de Algemene Vergadering van de VN in september vorig jaar ‘niet meer dan een kwestie van elementaire rechtvaardigheid’ noemde en meermaals de ‘constructieve houding’ van ons land bevestigde, staat koele minnaar van de taks Johan Van Overtveldt op de rem. Tijdens een ontmoeting met een aantal Britse bedrijven in Brussel in mei vorig jaar liet de minister van Financiën zich ontvallen er liever de stekker uit te willen trekken. ‘Er is nog wat masseerwerk nodig om mijn vrienden in de Belgische regering ervan te overtuigen dat het de juiste weg is de onderhandelingstafel te verlaten. Maar het gaat de goede kant op’, liet Van Overtveldt weten aan het Amerikaanse persagentschap Bloomberg.1 Die allergie voor de taks bleek zelfs wat besmettelijk en waaide over naar andere coalitiepartners.

In zijn politieke weerwerk tegen de taks wijst de minister van Financiën vooral op de mogelijk negatieve effecten. Zo zou de FTT de financiering van de Belgische overheidsschuld duurder maken en de pensioenspaarder treffen omdat ook pensioenfondsen de taks moeten betalen. Bovendien vreest de minister, samen met de lobby van de financiële sector, voor de positie van Brussel als financieel centrum. Zeker nu de London City na de Brexit marktaandeel verliest, wil Brussel graag een graantje meepikken. Volgens die financiële lobby zou ook het hypothecair krediet of de financiering voor bedrijven duurder worden, al zal dat vooral afhangen van de mate waarin de banken de kost voor de FTT doorrekenen naar de consument.

Op technisch niveau leidt het Belgische weerwerk alvast tot heel wat overuren. Binnen werkgroepen worden de bezwaren tegen het licht gehouden en vaak ook weerlegd. Zo zou de impact op de kost van schuldfinanciering best meevallen en verwaarloosbaar zijn in vergelijking met de middelen die de handel in staatsobligaties in het laatje brengt. Wat de impact voor de pensioenspaarder betreft, merkte een expert van de Europese Commissie tijdens een hoorzitting in het Federale Parlement fijntjes op dat ‘een groot deel van de activa van de pensioenfondsen de facto al van de FTT zou zijn vrijgesteld’.2 Bovendien zou je van pensioenfondsen net verwachten dat ze, in vergelijking met andere beleggers, bevoordeeld worden door de FTT. Pensioenfondsen zijn bij uitstek ‘geduldige investeerders’ met een beleggingshorizon op lange termijn. En dat ze zich dus niet inlaten met ‘high frequency trading’. Met het risico dat de financiële sector op de vlucht slaat is dan weer rekening gehouden bij het ontwerp van de taks, die zowel bij uitgifte als bij aan- en verkoop zal worden geïnd. Bovendien staan de tien deelnemende landen voor bijna 90% van de economie van de eurozone. Zelfs als België niet meedoet zullen Brusselse banken blijven zaken doen met Frankfurt of Parijs en dus FTT betalen. Zo makkelijk kom je er niet vanaf.

Berekening op basis van impact beoordeling (2013) en inkomstenschatting (2016) door Europese Commissie gebaseerd op initieel FTT-voorstel en transactiedata van 2013 en 2014.

KANTELPUNT

Na moeizame maanden komt deze lente mogelijk een kantelpunt in de onderhandeling. Volgens recente bronnen is België op de laatste bijeenkomst van de ministers van Financiën voor het blok geplaatst. Ons land moet, samen met Slovakije en Slovenië, in mei een beslissing nemen over het compromis dat op tafel ligt. Een keuze dringt zich dus op.3

Voor deze keuze biedt het brede draagvlak onder de Belgische bevolking alvast een leidraad. Een opiniepeiling in opdracht van Oxfam waaraan 1.000 landgenoten deelnamen, toont dat 61% van de Belgen voorstander is van de FTT.4 Zo’n zeven op de tien wil dat de opbrengsten uit de FTT worden gebruikt voor de strijd tegen armoede en klimaatverandering. Bovendien staat de geloofwaardigheid van ons land binnen de EU op het spel. Als aanvankelijk voortrekker van het project kan België zich de verantwoordelijkheid voor de mislukking van de financiële transactietaks niet permitteren.

Het komt er nu op aan om compromissen te sluiten en concrete stappen te zetten naar een snelle invoering. Er is immers een kostprijs verbonden aan het aanslepen van de onderhandelingen. Elke dag dat de invoering uitgesteld wordt, loopt de groep landen tientallen miljoenen euro’s mis. Volgens een schatting van de Europese Commissie zou de FTT jaarlijks 22 miljard euro opleveren, oftewel 60 miljoen per dag, 2,5 miljoen per uur en 40.000 per minuut.5 Wanneer we uitgaan van het Belgisch aandeel van 4% dat de Commissie berekende in haar impactstudie, zou de FTT ons land naar schatting meer dan 800 miljoen euro per jaar aan inkomsten opleveren.6 Ter vergelijking, na de financiële crisis pompte de Belgische overheid meer dan 20 miljard euro in het redden van banken.

ZWITSERSE KAAS

Hoewel een compromis een doorbraak kan forceren, moeten we ons ook de vraag stellen of het allemaal nog de moeite waard is. Terwijl de onderhandelingen bleven aanslepen, raakte de taks steeds verder uitgehold. Zo werd de belastbare basis alsmaar smaller door het vrijstellen van allerlei afgeleide producten en draait het compromis dat vandaag op tafel ligt over het vrijstellen van pensioenfondsen. Tekenend in die zin is de recente uitspraak van Duits minister van Financiën Wolfgang Schäuble: ‘Zelfs een Zwitserse kaas moet iets van kaas tussen de gaten hebben, anders is het gewoon een gat’. Zeker is dat de kaas een pak minder vet zal zijn dan toen hij in 2011 op tafel kwam.

Toch zou een doorbraak in mei zeer goed nieuws blijven. Het zou de eerste keer zijn dat een grensoverschrijdende transactietaks het licht ziet en een cruciale eerste stap naar een soortgelijk initiatief op niveau van de G20 of - als we even mogen dromen - op globaal niveau.

Ondertussen blijft het Europees project vastzitten in een doodlopende straat. Ondanks de ruime publieke en politieke steun, en minimale neveneffecten, blijkt het zeer moeilijk werk te maken van een belasting van amper één duizendste op handel in aandelen en één tienduizendste voor derivaten. En daar heeft het Belgisch gedraal een flink aandeel in. Intussen betalen we gemiddeld 55% belastingen op lonen en 34% op bedrijfswinsten, kost de aankoop van een woning ons 10% registratierechten en leggen we dagelijks 21% btw bij op onze consumptie van goederen en diensten. De besparingen gaan door, maar de boodschap dat we allemaal een inspanning moeten leveren, klinkt bijzonder hol. Vandaag is een krachtig signaal van de Belgische regering nodig, een duidelijke keuze voor het algemeen belang en elementaire rechtvaardigheid. Het zou ons alvast een stap dichterbij brengen om de broodnodige investeringen te realiseren in sociaal beleid en duurzame ontwikkeling in binnen- en buitenland.

Bogdan Vanden Berghe en Sarah Vandenbroucke
Respectievelijk directeur en beleidsmedewerker 11.11.11

Noten
1/ http://trends.knack.be/economie/beleid/van-overtveldt-wil-stekker-uit-tobintaks-halen/article-normal-699985.html.
2/ http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/54/2117/54K2117001.pdf.
3/ https://www.euractiv.com/section/economy-jobs/news/belgium-told-to-get-off-the-fence-stop-blocking-ftt/.
4/ Opiniepeiling door Research Now in opdracht van Oxfam International (2016).
5/ Manfred Bergmann, Europese Commissie, DG Belastingen en Douane-unie (juni 2017). FTT - Revenue estimations based on the ‘orders of magnitude’ work of 2015. Te raadplegen via http://stampoutpoverty.org/wf\_library\_post/eu-ftt-could-raise-e22bn/.
6/ Europese Commissie (14 februari 2013). Impact Assessment accompanying the document Proposal for a Council Directive implementing enhanced cooperation in the area of financial transaction tax. Analysis of policy options and impacts. Te raadplegen via http://ec.europa.eu/taxation\_customs/sites/taxation/files/resources/ documents/taxation/swd\_2013\_28\_en.pdf.

rechtvaardige fiscaliteit - Tobintaks - financiële transactietaks

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 4 (april), pagina 71 tot 75