Abonneer Log in

Begrip voor gast én gastsamenleving

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 30 tot 34

Migratie, integratie en samenleven in diversiteit. Als het over deze onderwerpen gaat, staan de maatschappelijke zenuwen erg gespannen. We zitten vast in een loopgravenoorlog. Het politiek maatschappelijk antwoord op de agressieve bokshandschoen van extreemrechts, is echter niet de gebalde vuist maar de uitgestoken hand. Om het wij-zij-denken te overstijgen, is nood aan feiten, combinatiedenken en wederkerige empathie. En een minister van Samenleven.

EMPATHIE IS (NIET ALTIJD) FANTASTISCH

Goed doen is geen zaak van links alleen
Ignaas Devisch
Empathie kan een gevaarlijk wapen zijn
Bieke Verlinden
Hoe we grote instellingen zijn gaan wantrouwen
Evelien Tonkens
Begrip voor gast én gastsamenleving
Patrick Loobuyck
De ontmenselijking van de werkzoekende
Steven Genbrugge
Is er nog tijd voor de patiënt?
Rik Thys

In het najaar van 1999 ging ik aan de slag bij de Stichting Gerrit Kreveld, de uitgever van dit blad. Pas afgestudeerd mocht ik er nadenken, schrijven, overleggen en bijeenkomsten organiseren in het kader van een project: 'Asiel en migratie als uitdaging voor de sociaaldemocratie'. Ik leerde snel dat er weinig thema's zijn waar zo passioneel over gedebatteerd wordt als de multiculturele immigratiesamenleving. Moet het uitwijzingsbeleid strenger? Moet de huwelijksmigratie ingetoomd worden? Is regularisatie van mensen zonder papieren rechtvaardig? Is er nood aan extra arbeidsmigratie? Kan inburgering verplicht worden? Wat met de hoofddoek en de islam? Moeten vreemdelingen snel stemrecht krijgen of moeten ze snel Belg kunnen worden? Mensen die op veel andere domeinen gelijkgestemd zijn en in dezelfde politieke partij zitten, konden hierover hartstochtelijk met elkaar van mening verschillen.

Migratie, integratie, islam, identiteit, samenleven in diversiteit: de onderwerpen raken meer dan 17 jaar later nog steeds een emotionele snaar en beroeren nog meer dan toen de hele samenleving. Het zijn nog steeds splijtzwammen. Door de opkomst van sociale media is het debat nog scherper en heftiger. Op Facebook, Twitter en internetfora laten mensen zich gaan. Soms onnadenkend respectloos. Soms elitair denigrerend. Soms overdreven politiek correct. Soms ongegeneerd racistisch. Dat gebeurde vroeger natuurlijk ook op café en in salons, alleen las toen niet iedereen mee.

LOOPGRAVENOORLOG

Maar er is meer. De uitingen op sociale media zijn slechts symptoom. Veel mensen hebben de indruk dat de leefbaarheid van de samenleving onder druk staat. Sommigen zien hun manier van leven bedreigd door diversiteit en globalisering. Er heerst een ongemakkelijke sfeer van wantrouwen en steeds meer mensen blijken bereid om grondrechten tussen haakjes te zetten om de islam te bestrijden of veiligheid te garanderen. Sinds Hendrik Bogaert eind 2017 het essay In vrijheid samenleven publiceerde, heeft zelfs het actief pluralistische CD&V iemand in de rangen die hoofddoeken gewoon op straat wil verbieden. Il faut le faire!

Anderen wijzen erop dat de samenleving kreunt onder discriminatie, bekrompen nationalisme en extreemrechtse populistische praat. De samenleving baadt in alledaags en structureel racisme; en er is nauwelijks iemand die er echt tegenin durft te gaan. Samengevat: voor de één zijn het de moslims, voor de ander de fans van Trump en Wilders die de boel verzieken. Beide groepen maken een tegengestelde analyse, maar zijn het erover eens dat het serieus de verkeerde richting uitgaat en zo niet verder kan.

De aanhangers van beide stellingen roepen druk over en weer. Het probleem is 'oikofobie' roepen de Thierry Baudets. Nee, 'islamofobie' roepen de Ico Maly's. En voor de één zijn Theo Francken en Bart De Wever superhelden, anderen beschouwen hen als neonazi's.

Aan egelstellingen, korte lontjes en splijtende vragen geen tekort. Is de samenleving te laks of te mild voor nieuwkomers? Wordt racisme overroepen of onderschat? Geeft de samenleving te veel of te weinig toe aan etnische minderheden? Moeten moslims zich wel of niet distantiëren van terreuraanslagen? Vangen we te veel of te weinig vluchtelingen op? Moeten Vlaanderen en Nederland zich aanpassen aan de superdiversiteit of moeten de nieuwkomers zich assimileren met de waarden en normen van het gastland? Gaan de moslims het hier overnemen, zoals Filip Dewinter voortdurend benadrukt, of hebben moslims nog steeds veel te weinig kansen en inspraak? Kijken de media politiek correct weg van de samenlevingsproblemen, of brengen ze de diversiteit voortdurend veel te negatief in beeld? Leven we onder de dictatuur van een minderheid (islamisering!) of onder de dictatuur van de bange blanke man?

De discussies over deze vragen zijn vaak ongezond gepolariseerd. Het wij-zij-denken viert hoogtij. Autochtonen versus allochtonen, maar ook islamcritici versus islamknuffelaars, politiek correct versus populistisch rechts, zij die voor en zij die tegen Zwarte Piet zijn. Mensen begrijpen elkaar niet meer. Verwarring is troef, de nuance vaak zoek. Het baart me zorgen dat ook diegenen die het op zich eigenlijk goed voor hebben met het samenleven in diversiteit elkaar soms niet meer weten te vinden. In een loopgravenoorlog boeken de strijdende partijen immers geen vooruitgang. Het resulteert veeleer in een dovemansgesprek waarin geen plaats is voor voortschrijdend inzicht.

Hoe kunnen we dit verhelpen? Zonder volledig te willen zijn, geef ik een drietal remedies.

FEITEN

Vooreerst is er het belang van de feiten. Als mensen waarschuwen dat 'de moslims het hier gaan overnemen', vraag dan even of de persoon in kwestie weet hoeveel procent van de bevolking in België moslim is. Als men denkt dat de moslims al 40% uitmaken en kweken als konijnen, dan is het logisch dat men denkt dat hier over afzienbare tijd een moslimmeerderheid komt en de samenleving zich zal moeten onderwerpen aan de islam – een beetje zoals Michel Houellebecq dat in zijn roman Soumission (2015) voorspelt. Alleen zijn beide vooronderstellingen fout. In België is ongeveer 7% moslim en het percentage zal de komende decennia stijgen tot 12 à 15%. Het geboortecijfer ligt inderdaad gemiddeld iets hoger bij moslims, maar zakt over generaties heen.

Als mensen waarschuwen dat we hier overspoeld worden door migranten en asielzoekers, vraag dan even of ze weten hoeveel mensen hier jaarlijks asiel krijgen en of ze weten wat de verhouding is ten aanzien van de vluchtelingenproblematiek in de (buurlanden van de) conflictregio's zelf. Maar ook omgekeerd. Wie denkt dat we onder Theo Francken geen vluchtelingen toelaten, heeft het fout. Het erkenningspercentage bij het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen ligt historisch hoog: 64% in 2016.

Hetzelfde geldt voor cijfers over discriminatie op de woning- en arbeidsmarkt, de kansen en obstakels in het onderwijs, enzovoort. Feiten en cijfers lossen de ideologische tegenstellingen niet op, maar ze kunnen helpen om de emotie en het buikgevoel te overstijgen en de discussie wat redelijker en genuanceerder te laten verlopen.

COMBINATIEDENKEN

Om de polarisering te doorbreken moeten we de verleiding weerstaan om ons in het eigen gelijk op te sluiten. Durf de eigen, vaak heel eenzijdige denkschema's, bubbels en echokamers eens te bevragen en aan te vullen. Al te vaak reduceren en verdonkeremanen ze de complexiteit van de sociale werkelijkheid. Laat ons opkomen tegen reële vormen van racisme en discriminatie op school, de arbeidsmarkt en de woningenmarkt, maar tegelijk beseffen en zeggen dat er hier al heel wat kansen geboden worden en niet elke Vlaming zomaar als racistisch gebrandmerkt kan worden. Natuurlijk is racisme niet relatief, maar heb er ook oog voor dat de term vaak gratuit als conversatiestopper gebruikt wordt om islamcritici de mond te snoeren of om kritiek op storend gedrag van jongeren van Marokkaanse afkomst af te blokken. Het sociaal, liberaal democratisch samenlevingsmodel is inderdaad superieur aan vele andere, maar laat ons tegelijk zeggen dat onze samenleving er vaak ook nog niet helemaal in slaagt om consequent vrijheid, gelijkheid en solidariteit in praktijk te brengen. De islam en moslims worden al te vaak ongenuanceerd en te veralgemenend bekritiseerd, maar omgekeerd wordt gerechtvaardigde kritiek ook te snel als islamofobe islambashing beschouwd. Links onderschat soms het probleem met de islam als religie, rechts overschat dan weer vaak het probleem met de moslims als medeburgers.

Wie diversiteit hoog in het vaandel voert, heeft ook best oog voor wat ons als politieke gemeenschap verbindt. En wie graag benadrukt dat nieuwkomers zich een nieuwe maatschappelijke cultuur en taal moeten eigen maken, kan verduidelijken dat dit geen eis tot volledige culturele assimilatie impliceert. Inderdaad, diversiteit vergt ook een inspanning van de autochtonen, maar voeg er dan aan toe dat die inspanning niet betekent dat ze alles waaraan ze gehecht zijn zomaar zullen moeten opgeven.

Denkschema's die maar de helft van de realiteit belichten, laten we beter achterwege. Zowel de rechtse morele, culturele paniek als het linkse politiek correcte denken kan gezond verstand en kritische dialoog in de weg staan. Nee, er is geen complot van moslims tegen deze samenleving. En nee, er is ook geen complot van onze samenleving tegen de moslims. De multiculturele samenleving is ook niet zomaar 'fantastisch' of 'failliet', alleen maar 'een broeihaard voor problemen' of 'een verrijking'. Het is een ambivalent fenomeen dat ook zo benoemd en behandeld moet worden.

WEDERKERIGE EMPATHIE

Ten derde wil ik pleiten voor meer empathie in het debat over samenleven in diversiteit. Er wordt te vaak gratuit beschuldigd zonder naar de eigen verantwoordelijkheid te kijken. Er wordt te vaak met de vinger gewezen zonder zich in de situatie en het standpunt van de ander te willen verplaatsen. Volgens de één is de multiculturele samenleving mislukt omdat nieuwkomers niet willen integreren, omdat vreemdelingen de taal niet willen leren en moslims zich niet willen aanpassen. Het andere kamp benadrukt dat nieuwkomers en minderheden niet mogen integreren; het legt de schuld bij de bange blanke man, racisme, discriminatie en het gebrek aan gelijke kansen in het onderwijs en op de arbeidsmarkt.

Zo graaft ieder zich dieper in en kunnen we geen progressie maken. Mensen proberen zich best eens voor te stellen wat het betekent om have en goed achter te laten en als migrant je een weg te moeten zoeken in een samenleving die je helemaal vreemd is, een nieuwe taal te moeten leren, te bosten op allerlei maatschappelijke drempels, discriminatie- en achterstellingsmechanismen. Ik weet dat als je mij nu in China of Rusland zou droppen ik het in mijn leven niet meer klaarspeel om nog die nieuwe taal helemaal onder de knie te krijgen. Heel wat zaken vergen inspanning en kosten tijd. Een plaats zoeken in een nieuwe samenleving is vaak ploeteren en verloopt met vallen en opstaan. Geduld, respect en empathie zijn hier op hun plaats.

Aan de andere kant is het ook voor de samenleving een uitdaging om met migratie, diversiteit en verandering te leren omgaan. Het is belangrijk om empathisch te zijn met minderheden, maar erken ook maar dat het voor veel 'autochtonen' moeilijk is om met maatschappelijke verandering en diversiteit om te gaan. Verandering, diversiteit en globalisering brengen nu eenmaal gemakkelijk verwarring, angst en onzekerheid met zich mee. Die onzekerheid negeren is dom. Er politiek correct meewarig over doen is ongepast. Ze populistisch uitvergroten is gevaarlijk. Het is zaak om die maatschappelijke onrust in een realistisch perspectief te krijgen en te zoeken hoe ze ontmijnd kan worden.

België ontvangt jaarlijks meer dan 120.000 nieuwkomers, maar ook de gevolgen van de migratie sinds de jaren 1960 worden vanuit maatschappelijk oogpunt nog steeds als nieuw ervaren. Hoe daarmee omgaan? Verschillende geledingen van de samenleving zoals onderwijs, ouder- en ziekenzorg, jeugdwerk en grootstedenbeleid zijn daarin nog zoekend. Neem het onderwijs. Meertaligheid neemt toe, en het is lastig als er midden het schooljaar ook nog eens een anderstalige leerling uit Italië, Syrië of Roemenië bijkomt die nog geen woord Nederlands spreekt. Er moet begrip en ondersteuning zijn voor de uitdaging waarvoor de leerkracht staat. Tegelijk is dat wel de realiteit waarop leerkrachten, hun opleidingen, de scholen en onderwijsinstanties zich moeten instellen. Goed dus dat Vlaams minister van Onderwijs, Hilde Crevits, in het kader van de hervorming van de lerarenopleiding beslist heeft dat er een nieuwe vakgebied komt: Nederlands voor anderstaligen. Je moet er maar opkomen anno 2018, nadat we sinds de jaren 1950 een immigratiesamenleving zijn.

GEBALDE VUISTEN VERSUS DE BOKSHANDSCHOEN

In een reportage over Theo Francken in De Standaard (23 december 2017) laat de populaire staatssecretaris het volgende optekenen: 'Weet u waarom ik volle zalen trek? Omdat mensen willen horen of ik hen begrijp. Heb je The Political Brain van Drew Westen gelezen? Hij beschrijft hoe Bill Clinton tijdens een tv-debat plots een Afro-Amerikaanse vrouw voor zich krijgt. Ze heeft drie kinderen, haar man is vertrokken, ze leeft van voedselbonnen. En ze vraagt: 'Wat gaat u voor me doen?' Clinton antwoordt: 'I can feel your pain'. […] De mensen geloofden hem. En hij won de verkiezingen. Wel, wat doe ik tijdens mijn lezingen? Is dat niet precies hetzelfde? […] Mensen willen ook horen of ik hun zorgen deel. Dáár gaat het over. Dát is de essentie van politiek: voel je de pijn?'

Dit bevat inderdaad een belangrijke les. Spijtig en dom dat N-VA vooral de pijn, angst en onzekerheid van de autochtone Vlaming wil voelen maar weinig compassie toont met minderheden. In een interview met De Morgen (9 september 2017) naar aanleiding van haar boek Zwijg Allochtoon (epo) zegt Rachida Lamrabet over de terreuraanslagen: 'Ja, maar dat trauma treft iedereen. Wij, die deel uitmaken van die cultureel-etnische minderheid, zijn evengoed getraumatiseerd. Ook doordat we vereenzelvigd worden met de daders. Dat is een dubbel trauma.'

Haar punt is even belangrijk als dat van Francken: wie begrijpt de pijn, angst, trauma's en onzekerheden van de minderheden, migranten of moslims? Alleen dreigt men dan vaak van de weeromstuit te weinig empathie te tonen met de gastsamenleving die op vele punten ook maar haar best doet om mensen te ontvangen, gelijke kansen te geven, grondrechten en sociale rechten te garanderen. Dat dit niet altijd prefect verloopt, moet niet noodzakelijk steeds gekaderd worden in termen van racisme of manifeste onwil. Er ligt nu eenmaal geen uitgewerkt draaiboek klaar voor de situatie waarin we ons bevinden.

Ik begrijp dat mensen die keer op keer op discriminatie, ongepaste clichés en onvermogen van de autochtone meerderheid botsen, gefrustreerd en kwaad zijn. Modeontwerpster en activiste Rachida Aziz schrijft in haar boek Niemand zal hier slapen (epo): 'Er raast een woede in mij om alles wat mij ontnomen is. Ik ben te boos om te verzoenen en te verbinden met een maatschappij die mij dit heeft aangedaan. Zoek in dit boek geen uitgereikte hand naar een systeem dat mij uitspuwde. Er is alleen een gebalde vuist te vinden.'

Alle respect voor de pijn en het aangedane leed en prima dat ze die frustratie van zich af schrijft en mensen wil wakker schudden, maar politiek-maatschappelijk gesproken zijn de gebalde vuisten van de Rachida's niet de beste remedie tegen de bokshandschoen van de boze blanke man.

Dit geldt zowel voor de boze blanke man als voor de boze Rachida's: als kwaadheid allesoverheersend wordt en men met het perspectief van de ander helemaal geen rekening meer wil houden, blijven we in kampen elkaar bestrijden zonder hoop op progressie. Laat ons blijven zoeken en kijken waar de kansen en de uitdagingen, de mogelijkheden en de moeilijkheden liggen die migratie en diversiteit met zich meebrengen zowel voor migranten en minderheden als voor de autochtonen en de gast- en immigratiesamenleving. In plaats van elkaar eenzijdig de schuld te geven of de zwartepiet door te spelen, laat ons met het nodige begrip, geduld en erkenning van elkaars problemen, tekortkomingen, pogingen en inspanningen samen blijven zoeken naar oplossingen en voortschrijdend inzicht om zo het samenleven te versterken.

MINISTER VAN SAMENLEVEN

Om die wederkerigheid in het oog te houden, verbondenheid te stimuleren, inclusie te regisseren en sociale cohesie te versterken kan best ook expliciet politieke verantwoordelijkheid genomen worden. We hebben in dat opzicht niet alleen nood aan een minister van Gelijke Kansen, Integratie en Inburgering, en een staatssecretaris voor Asiel en Migratie, maar ook aan een minister van Samenleven. Het is tragisch dat nogal wat politici die vandaag beweren het land en eigen volk te willen verenigen zoveel mensen tegen elkaar opzetten. Gezien de spanningen die er zijn, is het geen overbodige luxe dat er een politieke instantie bijzondere aandacht besteedt aan de vraag hoe we ondanks diversiteit, nieuwkomers, ontzuiling, secularisering, individualisering en globalisering toch een gemeenschap kunnen blijven vormen waarin iedereen zich thuis kan voelen.

Iemand?

Literatuur

Dit stuk is deels gebaseerd op mijn boek Samenleven met gezond verstand (Polis 2017). Majd Khalifeh verwoordt en illustreert mijn visie inzake wederkerige empathie erg goed in zijn autobiografisch boek Herboren. Hier komt een nieuwe Belg (Van halewyck 2017).

Inzake het wij-zij-denken en het overstijgen van de polarisering en het eigen gelijk zijn deze boeken interessant: Bart Brandsma (2016), Polarisatie. Inzicht in de dynamiek van wij-zij denken (BB in Media); Ruben Mersch (2016), Waarom iedereen altijd gelijk heeft (De Bezige Bij); Alain Van Hiel (2016), Iedereen racist. De multiculturele droom ontleed (LannooCampus).

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 2 (februari), pagina 30 tot 34