Abonneer Log in

Oppositie voeren tegen een ongrijpbare Macron

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 42 tot 47

Minder dan een jaar na de verkiezing van Emmanuel Macron ligt het politiek landschap in Frankrijk volledig open. Dit mag niet verwonderlijk heten. Macron is, nog meer dan Sarkozy en Hollande, een politieke kameleon die zijn regeerprogramma ad hoc heeft samengesteld, dwars over de klassieke links-rechtstegenstelling, maar rond een coherent liberaal economisch beleid. Voor de PS is het oppositie voeren tegen een ongrijpbare; het is wachten op een nieuwe generatie van onderuit. La France Insoumise beheerst de tribune, maar zonder beleidsalternatief. En de beweging Génération.s van Benoît Hamon legt voorlopig haar kaarten nog niet op tafel.

LINKS IN EUROPA

Jeremy Corbyn wordt de volgende premier
Geeraard Peeters
Oppositie voeren tegen een ongrijpbare Macron
Frederik Dhondt
SPD en Merkel IV: een oud huwelijk, een nieuwe tijd?
Bjorn Gens

MACRON EN DE NIEUWE POLITIEKE KAART

Economie, niet langer de prima donna van de Franse politiek

Het is geen nieuws dat het programma van Emmanuel Macron weinig coherent is en eclectisch in samenstelling. Toch zijn zowel de snelheid van uitvoering als de strategische keuze om stukken van het electoraat van links en rechts te ontwrichten, aanzienlijke verrassingen. Links heeft zichzelf uiteen gereten rond het economische beleid van Hollande, Valls en… Macron (2015-2017). De economie is traditioneel het koninginnenstuk in het ideologische schaakspel binnen de brede Parti Socialiste. Tegen de verwachtingen in passeerde de hervorming van het arbeidsrecht par ordonnance (naar Belgisch recht: per volmachtenbesluit) zonder verstorend straatprotest. De radicale vakbond CGT, naar gewoonte de grootste, is recent onttroond door de van oorsprong christendemocratische CFDT, een regelmatige bondgenoot van hervormende regeringen. De president aarzelde niet om tegenstanders van zijn hervormingen als fainéants (vadsigaards) te bestempelen; hij maakte zo gebruik van de decennialange traditie in de Franse media om economisch links weg te zetten als verouderd en ongeloofwaardig.

Macron draait de oppositie horendol door tegelijkertijd van twee walletjes te eten. Zijn electorale succes in het dynamische, maritieme Westen van Frankrijk en in de grote steden spoort met de diepgaandere transformaties die het land al sinds de jaren 1970 doormaakt.1 Op die manier verdiept hij elke dag weer de nieuwe kloof tussen economisch liberaal en Europees, en het uitstervende, troosteloze, xenofobe industriële en agrarische Frankrijk. Het is evenwel te vroeg om te stellen dat deze evolutie definitief haar beslag heeft gekregen. Zo'n 80% van de Fransen ging stemmen in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. De verschillen tussen Macron en Le Pen, enerzijds, en Fillon en Mélenchon, anderzijds, waren te klein om veilig te kunnen stellen dat traditioneel links en rechts het electoraat van de president niet meer kunnen aanspreken om zelf opnieuw de grootste te worden.

Liberalisme getemperd door burgerlijkheid

Het economisch liberalisme dat Macrons mensbeeld aanstuurt, is in Frankrijk nog nooit leidinggevend geweest. De president combineert zijn liberale beleid daarom listig met een bevestiging van de natie in haar culturele en historische zelfbeeld. In tegenstelling tot Sarkozy gaat het eclecticisme van Macron niet gepaard met een vernedering van de gevestigde Franse culturele canon. De president doet niet lacherig over La Princesse de Clèves, maar zet een streng conservatief figuur aan het hoofd van het ministerie van Nationale Opvoeding. Een lofzang op dictee, spelling en chronologie in het geschiedenisonderwijs kan op instemming rekenen bij de hogere en middenklasse, rechts én links. De president houdt zich aan de waardigheid van de functie. Ook al ergeren beroepshistorici zich blauw aan het rekruteren van tv-presentator Stéphane Bern als redder van het erfgoed. Macron vernedert de rectoren van de universiteiten niet zoals Sarkozy,2 maar willigt een historische eis in: toegang tot het hoger onderwijs zal niet meer automatisch zijn voor wie een studierichting met bewezen geringere slaagkansen volgde. De diplomatie van Macron is dan weer oertraditioneel Frans, en charmeert de talrijke gepensioneerde kiezers. Wars van ideologische obstakels werkt de president van La Grande Nation zich in de schijnwerpers. Zelfs de feestelijke ontvangst van Trump wordt rimpelloos vergeven.

PARTI SOCIALISTE: LA LUTTE FINALE?

Het Trafalgar van de oude ledenpartij

De Parti Socialiste (PS) haalt de media vooral als het voorwerp van spot en medelijden, met de gedwongen verkoop van de historische partijzetel in de Rue de Solférino of de historische terugval in het ledenaantal. Amper 40.000 personen zouden hun lidgeld nog betalen.3 Minder dan de helft van hen zou nog actief zijn. Nochtans is dit geen absolute graadmeter: het traditionele militantisme, dat een grote fysieke inspanning vraagt van de partijleden, lijkt minder aan te spreken in het tijdperk van de datacratie.4 La République en Marcheheeft een veel losser concept van lidmaatschap, en stemt bijvoorbeeld enkel online over de statuten. Ook La France Insoumise bestaat hoofdzakelijk op het net. Ironisch genoeg begon de PS zelf als eerste met een sociaal netwerk.

Een nieuwe generatie van onderuit?

Bij de gemeenteraads- en departementsverkiezingen van 2014 en de daaropvolgende regionale verkiezingen van 2015 behield de PS - ondanks het catastrofale leiderschap van Hollande5 - een groot aantal lokale bolwerken. Deze mandatarissen staan in nauw contact met de burger. Het wegvallen van Hollande, Ayrault of Valls kan worden opgevangen door burgemeesters van grote (Nantes, Rijsel, Rennes, Montpellier, Straatsburg) en middelgrote steden (Dijon, Clermont-Ferrand), of door regiovoorzitters (Bourgogne-Franche Comté, Occitanië, Bretagne, Aquitanië, Centrum). Het is geen wonder dat afgetreden (en bij de verkiezingen verslagen) premier secrétaire Jean-Christophe Cambadélis pleit voor de renaissance van links als girondijns. Via de decentralisatie kan de partij herrijzen uit lokale of regionale beleidsexperimenten.6 Uiteraard staat dit haaks op de verticaliteit van de Grondwet van de Vijfde Republiek, waarvan Macron handig gebruik maakt (dit laatste eventueel ook om de electorale regels te wijzigen voor lokale besturen).

Vernieuwing door interne democratie?

De PS-militanten gaan op 7 en 8 april naar de stembus voor een klassiek congres. Vier moties bieden zich aan. Elke platformtekst wordt gedragen door partijprominenten, en steunt de kandidatuur van één persoon voor de positie van premier secrétaire. De nieuw verkozen partijraad, proportioneel samengesteld, verkiest dan een nieuwe leider. Het mag verwonderlijk heten dat de verdeeldheid in ancien régime-koterijen blijft voortduren in de sterk gekrompen partij. De historisch economisch liberale groep (Rocard/Strauss-Kahn) zit grotendeels bij Macron en La République en Marche. De securitaire strekking van de partij is met Valls (onafhankelijk parlementslid) en Collomb (minister van Binnenlandse Zaken) vertrokken. Benoît Hamon, winnaar van de primaires maar vernederd in de presidentsverkiezingen, staat op eigen benen.

Toch zijn er opnieuw herkenbare blokken te ontwaren. Olivier Faure, fractievoorzitter in de Assemblée Nationale, krijgt de steun van traditionele éléphants als Martine Aubry of Jean-Marc Ayrault. Hij kan de traditionele centrumlinkse koers van de partij vertegenwoordigen. Hollandist Stéphane Le Foll (oud-minister van Landbouw) is de incarnatie van de afgelopen vijf jaar. Gevallen minister Delphine Batho komt op tegen het systeem. De weinig bekende Luc Carvounas fungeert als kandidaat van de basis. Ten slotte is er Emmanuel Maurel, die de linkervleugel vertegenwoordigt… zonder Benoît Hamon.

Waar zit de strategische ruimte voor de nieuwe PS? In de eerste plaats in het verweesde electoraat van de eeuwig schipbreuk lijdende groenen. Europe Ecologie-Les Verts steunde volop Benoît Hamon in de presidentsverkiezingen, maar verkruimelde in leden, mandatarissen en financiën. In de tweede plaats bij de middenklasse, voor het geval ze zich van Macron zou afkeren. Figuren als François Rebsamen (burgemeester van Dijon, oud-minister van Sociale Zaken) bespelen in de media het ongenoegen tegenover de kordate vluchtelingenpolitiek van Collomb. Ten derde in een strategische alliantie met de Parti Communiste Français, die allergisch is aan het tribunengeschal van Jean-Luc Mélenchon. La France Insoumise bleef buiten de open linkse voorverkiezingen in januari 2017. Als er één linkse kandidaat was geweest in de tweede ronde, dan had Macron niet tegenover Le Pen gestaan. Door zijn afwijzing heeft Mélenchon zowel ideologisch komaf willen maken met de sociaaldemocratie, als de doodsteek geven aan de PS als politieke instelling.

Bankiers en bedrijfsleiders aan de macht

Bij de verkiezingen van de Assemblée strandde de PS op 7%. Maar liefst 250 zetels gingen verloren. Meer dan de helft van de kiezers bleef evenwel thuis, zo'n 15% meer dan in 2012. De lagere socioprofessionele categorieën zijn naar gewoonte ondervertegenwoordigd in de huidige Assemblée. Dit keer zakt echter ook de vertegenwoordiging van de middenklasse: de overwinning van Macron heeft geleid tot een daling van 40% naar 24%. 7
In een telling van CEVIPOF (het onderzoekscentrum binnenlandse politiek van Sciences Po) behoren 28% van de parlementsleden tot de categorie bedrijfsleider, industrieel of vrij beroep. Ambtenaren en onderwijzers (een traditioneel PS-publiek) maken veel minder de dienst uit.

Het succes van Macron is gelinkt aan zijn uitzonderlijke talent om water en vuur selectief toe te dienen aan de Franse patiënt. Hierdoor is de aversie tegen de logica van concurrentie en marktwerking miniem. Naar beeld en gelijkenis van de president verklaren nu meer dan dubbel zoveel Fransen dat ze zich bij het centrum betrokken voelen, dan bij links. De president praat op sommige dagen als Pompidou en Giscard, op andere als Sarkozy of Blair. Een deel van het publiek dat hij aanspreekt, kon voorheen evengoed voor Ségolène Royal, François Hollande of Bertrand Delanoë hebben gekozen. Gezaghebbende centrumlinkse intellectuele figuren, zoals de historicus Jean-Noël Jeanneney, zijn openlijk gecharmeerd door de complexiteit van de president.8 De kans is groot dat zijn beweging bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2020 op die manier Parijs in de wacht sleept. Een grote bedreiging voor Anne Hidalgo, die 2022 al voorbereidt.

JEAN-LUC MÉLENCHON: LA DÉFAITE EN CHANTANT?

Luidkeelse oppositie

De tegenstemmen tegen het beleid van Jupiter in het Élysée komen uit de rangen van een nieuwe beweging, La France Insoumise. Het succes bij de parlementsverkiezingen leidt tot het uitspelen van een paar nieuwe gezichten, waarvan sommigen (zoals de jonge Adrien Quattenens) uit het niets komen. Het leiderschap van Mélenchon is het grootste obstakel om deze beweging als een beleidsalternatief te zien. De steeds wederkerende scheldtirades of de adoratie voor Venezuela geven de limieten aan van de charivari-nummers van Mélenchon. De blijvende aanwezigheid van dit personage is een kans voor de PS om zich te herpakken.

Wat verdeelt links?

De uittrede van Benoît Hamon uit de PS is bedoeld als een – hypothetische - wissel op de toekomst. De Parti Socialiste is van de radar verdwenen bij jongeren, die massaal vallen voor de onlinebeweging van de amusante vlogger Mélenchon. De talrijke – terechte - aanvallen van Hamon op Macron worden in alle mogelijke betekenissen overstemd. De uitslag vorig jaar in Toulouse, Rijsel of Rennes sprak boekdelen. Hamon voelt dat het vermolmde instituut zichzelf overleefd heeft. Een aantal historische figuren van de partij, zoals Aurélie Filipetti (ex-minister van Cultuur) maakten de overstap. Voorlopig is de beweging van Hamon (Génération.s) zeer weinig concreet. Toenadering met La France Insoumise lijkt onvermijdelijk om uitzicht te geven op politieke mandaten en media-aandacht.

Nochtans zijn beiden het fundamenteel oneens over Europa. Hamon verdedigt de ideeën van Thomas Piketty (Sciences Po), die gelooft dat een parlement van de eurozone de discretionaire macht van centrale bankiers en bezuinigende noordelijke landen kan beteugelen. Mélenchon wil het systeem niet aanpassen, maar een volledig nieuw akkoord vanaf nul afdwingen door te bulderen en te bliksemen. Alles zit dus nog altijd even vast als een jaar geleden, toen Hamon en Mélenchon in onhandige en contraproductieve toenaderingsgesprekken vastraakten, en de eerste uiteindelijk zijn kiezers verloor aan de tweede. Nochtans kan alleen een oppositieleider met de profileringsdrang en het retorische talent van Mélenchon, gekoppeld aan de wetenschappelijk onderbouwde inzichten van Piketty voldoende weerwerk bieden aan Macron.

Links lijdt chronisch aan de meer dan vijfendertig jaar aanslepende discussie rond het aanvaarden van de liberale economische spelregels van de Europese integratie.9 Het is een brug te ver om te stellen dat Macron louter een uitgroei van het sociaalliberalisme vormt: zonder de diepgaande sociologische, economische en demografische veranderingen in de Franse samenleving (zie hoger) kon zijn beweging niet floreren. Zonder dertig jaar constante pedagogie over besparingen of hervormingen van zowel links als rechts was er nu geen vruchtbare grond geweest voor Macron.10 Mélenchon gaat ervan uit dat een reformistische benadering per definitie leidt tot verraad aan de idealen van links en onvoldoende een breuk maakt met de economische ordening van de maatschappij. Zijn analyse wordt gedeeld door veel intellectuelen, die met argwaan tot haat kijken naar de liberale ruggengraat van het macronisme11, en de historische dubbele aard van de PS (zowel retorisch radicaal als praktisch reformistisch, zowel Henri Emmanuelli als Jacques Delors) retrospectief als een vorm van verraad bestempelen.12 Links kan voor hen niet meegaan in een politiek van besparing, jacht op werklozen en achteruitgang van arbeidsvoorwaarden. Hierop teert het FN, vaak in voormalige PCF- of PS-bastions.13

De hartsgrondige linkse afkeer van het centrisme vertaalde zich tussen beide rondes van de presidentsverkiezingen in de keuze tussen Le Pen en Macron. Voor het eerst kwamen er stemmen ter linkerzijde die de noodzaak om extreemrechts tegen te houden niet wilden plaatsen boven decennia misnoegdheid over de triomf van economisch rechts. Driekwart van de kiezers namen in april 2017 afstand van 'de UMPS', of de continuïteit van het beleid, ongeacht wie van de twee traditionele kampen de verkiezingen won. Macron, die uit het centrum van de macht komt, versnelt dit beleid juist. Maar de nieuwe president komt openlijk uit voor zijn centrisme, en maakt handig gebruik van de manicheïstische tegenstelling tussen jong en oud, vernieuwing en achteruitgang. Hierdoor kiest hij zijn eigen oppositie: het structureel verliezende kamp. De sluiting van schooltjes op het platteland of het op termijn privatiseren van de SNCF raken niet aan het Frankrijk dat vooruitgaat.

Dit verklaart meteen de onmogelijke politieke impasse waarin de PS zich bevindt. Economisch nationalisme promoten als alternatief zou hen afsnijden van de midden- en hogere klasse in de steden. Bovendien zitten nagenoeg alle rechtse partijen (inclusief Les Républicains) al op dit thema, samen met Mélenchon. Ethisch weerwerk bieden over de vluchtelingenkwestie sluit aan bij de culturele bekommernissen van de groepen die voor Macron hebben gestemd, maar dan zijn er nog onderwijs en cultuur, waar de president het Franse publiek op de juiste manier aanspreekt. De PS zal zich moeten vastklampen aan haar lokale boegbeelden en de eeuwige structuur van het politieke debat in de media, tussen rechts (Le Figaro, Le Point, L'Echo, Atlantico­) en links (Libération, NouvelObs, Médiapart). Niet elke woordvoerder van het centrisme beschikt immers over het talent van de CEO in het Élysée.

Noten
1. Hervé Le Bras & Emmanuel Todd, 'Le mystère français' (Paris : Seuil, 2013); Jérôme Fourquet, '1985-2017: quand les classes favorisées ont fait sécession', Fondation Jean Jaurès, 21 februari 2018 [https://jean-jaures.org/nos-productions/1985-2017-quand-les-classes-favorisees-ont-fait-secession].
2. Yves Lichtenberger, Emmanuel Macron & Marc-Olivier Padis, 'La réhabilitation inattendue de l'université au sein de l'enseignement supérieur', Esprit 2007, nr. 12 (december), p. 25.
3. Le Parisien, 25 januari 2018.
4. Zie themanummer Pouvoirs 2018/1.
5. Frédéric Sawicki, 'L'épreuve du pouvoir est-elle vouée à être fatale au Parti socialiste? Retour sur le quinquennat de François Hollande', Pouvoirs 2017, nr. 3, pp. 27-41.
6. Jean-Christophe Cambadélis, 'La Gauche de demain sera girondine' (Parijs: Fondation Jean Jaurès, 2018).
7. Luc Rouban, 'L'Assemblée élue en 2017 et la crise de la représentation', CEVIPOF – Sciences Po, juli 2017 [https://www.enef.fr/app/download/16111856525/LA_NOTE_%2343_vague16.pdf?t=1508336619].
8. Jean-Noël Jeanneney, 'Le moment Macron' (Parijs: Seuil, 2017).
9. Zie bijvoorbeeld Serge Halimi, 'Les années folles', Le Monde Diplomatique, juni 2017, p. 1.
10. Emmanuel Macron, 'Les labyrinthes du politique. Que peut-on attendre de 2012 et après', Esprit, 2011, nr. 3 (maart/april), p. 13.
11. André Burguière, 'La gauche va-t-elle disparaître?' (Parijs: Stock, 2017).
12. Emmanuel Todd, 'Si je fais la somme de ce que les socialistes ont fait, le bon concept est violent et doux à la fois: il s'agit du fascisme rose', Interview met Atlantico, 1 juni 2016; http://www.atlantico.fr/decryptage/emmanuel-todd-fais-somme-que-socialistes-ont-fait-bon-concept-est-violent-et-doux-fois-agit-fascisme-rose-2718343.html.
13. Willy Pelletier, 'Vote FN, une bataille de proximité', Le Monde Diplomatique, juni 2017, p. 11.

Samenleving & Politiek, Jaargang 25, 2018, nr. 3 (maart), pagina 42 tot 47