Log in
Interview

Saskia Van Nieuwenhove

‘Waarom worden slachtoffers opgesloten?’

Anderhalf jaar geleden startte Saskia Van Nieuwenhove haar eigen opvanginitiatief voor kwetsbare jongeren: vzw Ne(s)t. Zes meisjes geeft ze op dit moment onderdak. Ze zijn allemaal slachtoffer van gedwongen prostitutie, en afgeklopt als ‘hulpweigerachtig’ in de gesloten tienerpooierslachtofferunits of met een vuilniszak vol kleren op straat beland na hun 18e verjaardag. “Waarom worden de slachtoffers opgesloten en komen de daders eerder vrij?”

Saskia Van Nieuwenhove vangt slachtoffers van mensenhandel op in haar eigen huis, dat dag en nacht onder politiebewaking staat. “Geen overbodige luxe, want tienerpooiers durven tot voor de deur postvatten.” Saskia Van Nieuwenhove staat dag en nacht paraat. Voor de politie, als er weer eens een tienerpooier vervroegd vrijkomt en contact zoekt. Maar ook voor de meisjes zelf. Zij leven vaak ’s nachts – een gevolg van hun vorige leven in de kinderprostitutie. “Er zijn nachten waar ik om het uur word wakker gemaakt. Dan belt Sandra op mijn gsm, vanuit de keuken beneden: ‘Waar liggen de sandwiches?’ Vermoeiend, maar ik kan niet boos zijn op haar. De gruwel die ze heeft meegemaakt, je wil het niet weten.”

Ingrid is één van de meisjes die bij Saskia Van Nieuwenhove inwoont. Ze is als enige wakker als we in de late voormiddag in de living zitten. Af en toe een brutale tussenkomst, een middelvinger zelfs, maar evenzeer gegiechel eigen aan haar leeftijd en vaak ook erg gevat. Ze is net 18 geworden, “moe van haar eigen”, en probeert haar leven weer in handen te nemen. Ze werd van bij de geboorte geplaatst, verhuisde van de ene naar de andere jeugdinstelling en viel ten prooi aan een malafide pooiernetwerk. De rauwheid van haar verhaal laat niets aan de verbeelding over. “Ingrid is de hoofdvogel van de Antwerpse jeugdrechtbanken,” knipoogt Saskia Van Nieuwenhove. “De jeugdrechter moest vaak politiebewaking vragen tijdens de zitting. Ze was agressief, had een chronische slaap- en eetstoornis, een dwangmatig drugs- en drankgebruik, noem maar op. Ingrid was afgeklopt door de jeugdzorg. Geen enkele unit kon haar nog aan. Ten einde raad wees de jeugdrechter haar aan mij toe. Een gok. Maar, kijk, bij mij gedraagt ze zich voorbeeldig. Alleen af en toe haar taalgebruik (lacht).”

Bij Saskia Van Nieuwenhove komt Ingrid opnieuw boven water. Ze vindt er een warm nest waar niets moet en (bijna) alles mag. Straks gaat ze in Kinepolis naar de Vlaamse film Trio kijken. Eindelijk leidt ze een gewoon leven. Weg van de rigide structuren van de jeugdinstellingen, die zo nefast zijn voor meisjes met enorme trauma’s. “Wat als Saskia er niet was geweest? Dan leefde ik nu op straat,” is Ingrid pijnlijk nuchter.

Zijn er veel meisjes zoals Ingrid?

“Ingrid is het allereerste meisje in Vlaanderen dat het statuut ‘mensenhandelslachtoffer’ kreeg. Er zijn al jaren minderjarige slachtoffers, maar die kregen niet het statuut. Voor meisjes zoals zij voorziet het beleid vaak opsluiting in een gesloten slachtofferunit tot de 18e verjaardag. Daarna volgt de grote leegte en vaak dakloosheid. Sandra, een ander meisje hier, belandde op haar 18e verjaardag om één minuut over middernacht met een vuilniszak vol kleren op straat. Zo erg is de drang naar ‘eindelijk vrijheid’. Maar dan komt het besef: ‘Ik heb niemand en kan nergens terecht’. Ik ben haar om half twee ’s nachts gaan halen in Mechelen.”

Hoeveel meisjes leven zo onder de radar in Vlaanderen?

“Op een mum van tijd hebben me, zonder actief te zoeken, 28 meisjes gecontacteerd. Ze komen als vliegen op suiker. Ik geef op dit moment zes meisjes onderdak. Ik zou zo een veelvoud kunnen opvangen. Maar dan is heel het opzet, het geven van een gezinsvervangend gevoel, weg. De dark number van het aantal minderjarige slachtoffers van pooiers is groot. De eenzaamheid van die meisjes beklemmend. Sinds kort chat ik met een meisje dat recent nog in een gesloten voorziening zat. Nu is ze 18 en zwanger. Ze wil dat ik meter word van haar kind, maar ik ken haar amper. Hoe eenzaam kan je zijn? Een ander meisje met wie ik contact heb, woont uit angst voor haar pooiers tegen de Franse grens. Ze zat tot haar 18e in de gesloten instelling, maar leeft vandaag alleen zonder aangepaste hulpverlening. Haar knie werd verbrijzeld door haar pooier, maar ze kan geen brace betalen. Stuk voor stuk trieste verhalen. Ik detecteer het ene meisje na het andere. U begrijpt: met wat ik allemaal zie, kan ik niet anders dan met hart en ziel vzw Ne(s)t bekendmaken en rond toeteren dat er iets moet veranderen.”

Ziet men u bij de jeugdzorg graag komen?

“Al 15 jaar word ik door sommigen weggezet als ‘demotiverend’ voor de sector. Maar een veelvoud aan mensen uit de jeugdhulp moedigt mijn gevecht net aan. Ik bericht feitelijk en ben al jaren de stem van de kinderen in de jeugdzorg. Weet u dat er opvoeders uit erkende jeugdvoorzieningen hier op hun vrije dag komen bijspringen? Dat doet deugd. Maar het zet ook te denken.”

Uw vzw wordt binnenkort door de Vlaamse overheid officieel erkend en ondersteund als gezinsinitiatief voor tienerpooierslachtoffers. Wellicht geen dag te vroeg?

“Ik doe dit nu alleen. Gelukkig kan ik rekenen op fantastische vrijwilligers. Mensen met een intensieve job komen hier een nachtje slapen of brengen een meisje naar Herentals als dat moet. Met de erkenning van de vzw komt er één voltijdse equivalent bij. Dat is broodnodig. Ik heb ook een schitterende Raad van Bestuur en fijne vrienden die steunen. Het kabinet van Jo Vandeurzen heeft de erkenning erdoor geduwd. De minister beseft dat het huidige actieplan tegen tienerpooiers niet volstaat. Had het aan het Agentschap Jongerenwelzijn gelegen, was de erkenning er minder snel of helemaal niet gekomen. Een aantal machtige ambtenaren heeft het moeilijk met nieuwe privé-initiatieven. Ik snap dat ik daar niet de rode loper uitgerold krijg. Ik leg de vinger op een falende werking. Met vzw Ne(s)t toon ik dat er een alternatief is voor het beleid van beveiligen en opsluiten van slachtoffers van tienerpooiers.”

Kan u een voorbeeld geven van hoe u te werk gaat?

“Vorige zomer plaatste de jeugdrechter Lotte bij mij. Zij is slachtoffer van verschillende straatfiguren met slechte bedoelingen, kende veel geweld in haar kindertijd én was eerder ook geradicaliseerd. Vier jaar lang zat ze in gespecialiseerde units. Ze doorliep ook het befaamde antiradicaliseringsprogramma. Niets werkte. Toen ik ze bij mij kreeg, droeg ze een boerka en at ze niet. Tamelijk snel kwam ze op haar pootjes terecht. De jeugdrechter was in de wolken. Hij moest twee keer kijken om haar te herkennen zonder boerka. En, belangrijk, ze is hier nog. Want in de jeugdunits liep ze 42 keer weg.”

Hoe heeft u dat voor mekaar gekregen?

“De gezinsvervangende context hier heeft haar volledig ontdooid. Aan de boerka heb ik nooit enige aandacht geschonken; tot grote verbazing van Lotte zelf, die gewend was dat daar overal tegen werd gereageerd. Na drie weken al vroeg ze een doos om haar boerka op te bergen. En de oorzaak van haar eetstoornis ontdekte ik per toeval bij onze verhuis. We aten spaghetti uit kartonnen bakjes en ineens begon Lotte te eten. Wat bleek? Lotte werd toen ze klein was door haar mama met haar hoofd tegen het bord geslagen als ze niet at. Door die mishandeling weigert ze uit een bord te eten. Nu eet ze wel, maar altijd uit een kartonnen bakje.”

U creëert een warm nest?

“Mijn geheim is… dat ik niets speciaal doe. Bij Lotte kocht een vriendin-vrijwilliger toevallig kartonnen bakjes tijdens de verhuis (lacht). Toeval dus.”

U bent erg kritisch voor de professionalisering van de jeugdzorg.

“Die heeft een woordgebruik gecreëerd dat niemand nog begrijpt. Je kan tegen de meisjes niet zeggen dat ze een beroep kunnen doen op CBAW (Contextbegeleiding in functie van Autonoom Wonen, wv). Dat is als water op een eend. Ze kruipen in hun schulp. Men bestempelt hen als ‘hulpweigerachtig’, terwijl ze de geboden hulpverlening vaak gewoonweg niet verstaan.

De werking van de jeugdzorg is zodanig geprofessionaliseerd dat een directe hulpvraag eerst op een overleg moet worden besproken vooraleer men optreedt. Ikzelf ben ook opgegroeid in de jeugdzorg. Na mijn 18e verjaardag kon ik nog steeds bij mijn opvoeders terecht als ik hulp nodig had; zonder een papierwinkel en een hulpvraag via een A-doc. Dat kan vandaag niet meer. Het is de nefaste professionalisering die ik bedoel. De dood van Jordy (die in 2016 van ontbering in een tentje stierf in de Gentse Blaarmeersen, wv) was pijnlijk. Hij was 19 en had een directe hulpvraag. Daar werd toen een verslag van opgemaakt, maar echte hulp is veel te laat geboden.”

Eens uw vzw erkend is, zal u wellicht ook moeten professionaliseren?

“Om gek van te worden. Het Agentschap zegt dat ik ‘mijn uitstroom efficiënt moeten afbakenen’. Ik blijf me daartegen verzetten. Mijn aanpak werkt net omdat die meisjes hun eigen leven mogen regisseren. Willen ze volgende week op Studio (waar jongeren in een eigen studio wonen onder begeleiding, wv), dan mag dat. Willen ze nog 1 of 2 jaar blijven, ook goed. Dat geeft hen rust. Het Agentschap begrijpt dit maar niet. Zij bieden programma’s aan van zes maanden of twee jaar. Alles in tijdmodules. Maar dan ben je die meisjes op voorhand al kwijt. Ze hebben allemaal hechtingsproblemen. Zodra er een einddatum is, haken ze af. Ze zijn bang om een opgebouwde band weer te moeten breken. Dat probeer ik te vermijden. Ze mogen vertrekken, maar ze mogen ook blijven.”

Uw aanpak werkt. Maar het is wellicht ook vaak zwarte sneeuw zien?

“Tuurlijk. Want ik kan de hechting, zeker als die van kleins af gebruuskeerd is, natuurlijk niet genezen. Crisissen zijn hier schering en inslag. Ik ben vaak kop van jut. Op 24 uur kan ik worden uitgescholden dat ik erger ben dan ‘Beernem’, en kort nadien komen ze smeken of ze mogen blijven en ben ik de beste mama die ze nooit hebben gehad.”

Ingrid, die languit in de zetel ligt en het gesprek volgt, veert recht: “Fuck you, waarom moet je altijd mijn woorden gebruiken? (lacht) Maar Saskia heeft gelijk: na een tijdje komen we terug bij haar slijmen.”

“Ik ga dat gesprek altijd aan. Niet omdat ze mij als persoon aanvallen, wel om hen duidelijk te maken dat je in de echte wereld vrienden of werkgevers niet zo kan behandelen. Die woede-uitbarstingen zijn nochtans normaal. ‘Ik weet niet waarom mijn hoofd dat doet,’ vertelde Ingrid me gisteren. Ik denk dat dat het eerlijkste antwoord is. Het hoofd zit bloc door al die trauma’s.”

Wanneer beschouwt u uw traject met de meisjes als geslaagd?

“Als ze hun angsten overwinnen, in het dagritme van de maatschappij geraken, hun zelfbeeld goed genoeg is om zelf naar de supermarkt te gaan. Dat soort zaken. Voltijds werken, in combinatie met mama worden, lijkt me utopisch. Ik leg de lat bewust laag. Je mag niet onderschatten wat het is om als tienermeisje gedwongen 20 klanten te ontvangen. Het vertrouwen herstellen is niet eenvoudig. Een crisis kan uit het niets opkomen; een sleutelbos kan aan een klant herinneren. Dat maakt dat het snel hebben van kinderen moeilijk is. Want zo’n crisis brengt natuurlijk het kind in gevaar.”

John Crombez pleitte onlangs voor een tijdelijke kinderstop voor onbekwame ouders.

“Ik kan me daar in vinden, op voorwaarde dat het accent op ‘tijdelijk’ ligt en vanuit de medische wereld gebeurt. In Nederland gebeurt het al. Daar kunnen kinderrechters zich uitspreken over de bescherming van het ongeboren kind vanaf de levensvatbaarheid. De politiek moet er wél ver vandaan blijven. Dit is een noodzakelijk medisch debat, niet een ideologisch.”

Voor Ingrid is deze discussie erg persoonlijk. Ze kwam voort uit een delict, maar reageert nuchter op de vraag of ze voor zichzelf al de oefening heeft gedaan of ze had mogen worden geboren. Ingrid: “Had mijn mama abortus gepleegd, dan zou dat haar volste recht geweest zijn.”

Het is nu 11u ‘s morgens en vijf van de zes meisjes slapen. Is dat altijd zo?

“Veel meisjes leven ’s nachts en slapen overdag. Dat is een gevolg uit hun vorig leven in de prostitutie, waar ze ’s nachts klanten moesten ontvangen. De meisjes waren toen 13-14 jaar en in volle groeiontwikkeling. Hun lichaam heeft zich daar op ingesteld. Vergelijk het met iemand die jaren de nacht bij Volvo heeft gedaan voor wie het ook niet eenvoudig is om een ander ritme aan te nemen. Zonder de horrorfactor dan (lacht groen).”

Slapen betekent wellicht ook: veilig zijn.

“Bij Sandra is het omgekeerd. Die houdt zich dwangmatig wakker. Als ze slaapt, herbeleeft ze zaken.”

U deelt uw huis met zes meisjes; nooit heeft u eens een moment voor uzelf. Hoe houdt u dat vol?

“Veel mensen vragen me dat. Maar ik ben zelf een kind van de jeugdzorg. Ik heb nooit de privacy van een eigen ruimte gekend. Dat verklaart wellicht waarom ik daar gemakkelijk mee kan omgaan. Maar uiteraard mis ik het om eens met mijn vrienden naar een concert te gaan.

Het meest vermoeiende is dat ik constant op mijn hoede moet zijn. De situatie kan van het ene op het andere moment ontploffen. Als de politie langskomt voor verhoor, weet ik dat ik Lotte in het oog moet houden. Ze blokkeert volledig als ze de politie nog maar ziet. Haar vuist heeft al eens door mijn voordeur gezeten. Maar ik kan het Lotte niet kwalijk nemen. Elke keer in haar jeugd de politie kwam, werd haar leven letterlijk op stop gezet. Haar papa is veroordeeld voor kindermishandeling én foltering. Ik moet er geen tekeningetje bij maken zeker, als kindermishandeling niet volstond in het vonnis?”

Uw werking teert tot nu toe op giften; toch moest u worden overtuigd om van uw initiatief een vzw te maken.

“Ik vond dat eerst een absurde gedachte; deze meisjes vallen onder de verantwoordelijkheid van Welzijn. Maar ik heb me laten overhalen. Het kon zo niet verder. Zelf heb ik er ook al veel van mijn spaargeld ingestoken. Het is nu wachten tot de erkenning van de vzw definitief in orde is. Voorlopig draag ik alle kosten. En die liggen hoog. Voor elk meisje koop ik onmiddellijk een smartphone. Die van hen is door de speurders van ‘Mensenhandel’ in beslag genomen, uit veiligheid. Het zijn natuurlijk tieners. Maar het is geen luxe. Ik verwacht van hen elk uur het berichtje ‘ik ben OK’ als ze buiten zijn. Tienerpooiers deinzen voor niets terug.

Gelukkig heb ik voor de erkenning al een zeer goede samenwerking met erkende jeugdvoorzieningen en krijg ik voor sommige meisjes een dagtarief. Ook privémensen die mijn project kennen, steunen financieel. Dikke merci voor die giften. Zonder die solidariteit had ik geen zes meisjes een thuis kunnen bieden”.

Los daarvan kost een meisje opvangen in een gezinsvervangend project wellicht een pak minder dan in een zwaar beveiligde unit?

“Absoluut. Een meisje plaatsen in een beveiligde instelling kost meer dan 100.000 euro per jaar. Ik kom toe met zo’n 10.000 euro. Dat is dus 10 keer goedkoper. Bij mij komen de meisjes niets tekort. In Beernem kregen ze oversized trainingspakken. Gelukkig is dat nu veranderd. Ik heb in die anderhalf jaar niet stilgezeten en de minister om een verklaring gevraagd waarom meisjes daar in de onthaalafdeling hun eigen kleren niet mogen dragen. Ik kreeg nooit antwoord, maar de regel werd ‘toevallig’ twee weken na mijn mail ingetrokken. Ook in Beernem hebben ze nu vanaf dag 1 eigen kleren (lacht). Bij mij kopen ze hun eigen kleren, die bij hun persoonlijkheid passen. Zelfs Nike Air Force als ze daar om vragen.”

Ingrid onderbreekt: “Voor alle duidelijkheid: ik heb een zwaar letsel aan mijn voet. Mijn voeten passen niet in gewone schoenen. Daarom moet ik die Nike Air Force hebben.”

“De kosten verschillen sterk van meisje tot meisje. Bij Ingrid valt dat mee, maar bij Lotte is dat een fortuin. Zij zat jaren opgesloten in een instelling zonder identiteitskaart, zonder gekend adres, zonder mutualiteit. Kan u zich dat voorstellen in een rechtsstaat? Dat is tot de dag van vandaag lastig. Bij de dokter betaalt ze altijd de volle pot. Gisteren liet ik haar bloed trekken en urine controleren. Twee keer 85 euro.”

Ingrid: “We zijn dure kinderen. Sigaretten, ja. Maar we moeten ook vaak naar de dokter. (plots schalks) Nieuw ondergoed en bh’s koop je ook altijd, hé Saskia.”

“Wanneer de meisjes bij mij binnenkomen, mogen ze hun ondergoed ritueel kapot knippen. Het is te zot voor woorden, maar in die gesloten units wordt de lingerie waarmee ze op seksadvertentiesites hebben gestaan en klanten hebben ontvangen, gewassen en doen ze die opnieuw aan.”

Dat kan toch niet?

“Toch is het zo. Er wordt over de persoonlijke bezittingen niet met de begeleiders gesproken. Hun ondergoed is vaak het enige wat die meisjes bezitten. Dat krijgen ze dus terug. Moeten we dan verbaasd zijn dat ze, opgesloten in een beveiligde instelling met ondergoed van hun pooiers, niet meewerken met de politie?”

Ik kan me voorstellen dat de politie één van uw grootste fans is?

“Fan zou ik dat niet omschrijven. Maar de meisjes zeggen hier in deze gemoedelijke sfeer vaak veel meer. In Beernem werden de meisjes uit hun kamer gehaald en in een benepen ruimte bij een agent geplaatst; niemand sprak natuurlijk voluit. Bij mij praten ze allemaal. Ze ontploffen nu ook nog wel als ze hun daders moeten aanduiden in een fotoboek; dat blijft pijnlijk. Maar ze werken mee. De politie heeft eindelijk materiaal. Alleen daarom is mijn initiatief belangrijk. We willen toch allemaal dat die gasten geklist worden?”

Niet alleen dat ze geklist worden, maar ook dat ze langer effectief vastzitten.

Ingrid (plots kwaad): “Dat gebeurt toch nooit. Die klootzakken zijn sneller buiten dan wij.”

“Dat is de rode draad bij al die meisjes: waarom worden de slachtoffers opgesloten en komen de daders eerder vrij? Sandra werd opgesloten toen ze nog geen 15 was. Ze zat 3 jaar en 3 maanden vast in verschillende gesloten tienerpooierslachtofferunits. Haar daders met 8 jaar effectief zaten 2 jaar en 8 maanden vast. Dat is één derde van hun straf. Het maakt de meisjes woedend. ‘Ik heb zeven maanden langer binnen gezeten dan mijn pooiers’. Dan sta ik met mijn mond vol tanden. Daar kan ik niets op zeggen.”

Hoe is het mogelijk dat pooiers slechts één derde van hun straf uitzitten?

“Na de heisa die ontstond bij het kappersbezoek van Michelle Martin in Knokke, in 2012, maakte de politiek beloftes om fysieke integriteitsdelicten op twee derde te zetten. Over exhibitionisme en verkrachting was weinig discussie. Maar mensenhandel lag moeilijker. Daar valt ook een Nepalese fruitplukker zonder papieren onder. Gevolg? Men hield mensenhandel buiten fysieke integriteitsdelicten, waardoor al die tienerpooiers dag op dag na één derde van hun straf vrijkomen. Het is niet te vatten. Ik zie de schade elke dag. Het dossier van Sandra is gruwelijk. Tanden ingeslagen, ribben kapot, pols gebroken, alleen omdat ze even op adem wilde komen tussen twee klanten door. Het geweld en de dwang is enorm.”

Houdt u daarom niet van het woord ‘loverboys’?

“Neen, dat is om een andere reden. Er zijn natuurlijk gevallen waar een loverboy het hart wint van een meisje en haar afhankelijk maakt. Maar dat is niet altijd zo. Sandra werd, op weg naar de winkel, gewoon in de koffer gestoken. Door dat dossier ben ik afgestapt om loverboy als term te gebruiken.”

Wat mogen we u wensen voor de volgende maanden?

“Dat de erkenning van de vzw in orde komt. En dat één van mijn meisjes de overstap kan maken naar Studio (waar jongeren in een eigen studio wonen onder begeleiding, wv). Dat laatste zal voor sommige politieke partijen, voor wie je niet afhankelijk mag zijn van de overheid en de arbeidsmarkt op moet, wellicht niet genoeg zijn. Maar dat is voor deze meisjes onrealistisch. Als ze op Studio genoeg kracht hebben om de muren aan te kunnen, hun bed op te maken en naar de winkel te gaan, dan mogen we al heel tevreden zijn.”

Meer info: www.nestvzw.be.

(De namen in deze tekst zijn schuilnamen)

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 3 (maart), pagina 34 tot 41