Abonneer Log in

Voorspelbaar voorspelbaar

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 12 tot 13

Sterke kopstukken kunnen de algemene trend van hun partij zelden echt omkeren.

De uitslag van 26 mei had een aantal verrassingen in petto. De onvoorspelbaarheid van de stemming is haast voorspelbaar geworden. Ook deze keer werden de verwachtingen op basis van de peilingen niet ingelost. Zo was de winst van Groen kleiner en die van Vlaams Belang groter dan voorspeld. Sommige voorspellingen, daarentegen, zitten systematisch goed. Al meer dan dertig jaar zorgen politicologen op de verkiezingsavond voor een accurate voorspelling van de finale uitslag. Deze voorspelling wordt slechts enkele uren na het sluiten van de laatste stembureaus gemaakt op basis van een beperkt aantal voorlopige uitslagen. De eerste voorspelling dateert al van de memorabele verkiezingen van 24 november 1991. Kris Deschouwer ontwikkelde toen een prognosemodel dat de tand des tijds goed weet te doorstaan en ondertussen vele verkiezingen accuraat heeft voorspeld.

Er is nochtans veel veranderd in de afgelopen dertig jaar. Naast de ontzuiling, springt de toenemende fragmentatie van het Belgische partijlandschap in het oog. Net als bij de afgelopen verkiezingen in andere West-Europese landen kunnen we ook na deze verkiezingen van 26 mei stellen: de grote partijen worden kleiner, de kleine partijen groter. De kiezer is ook steeds minder trouw; en wisselt vaker tussen partijen in de verkiezingscampagne en tussen verschillende verkiezingen. De kiezer stelt zijn/haar keuze steeds langer uit en stemt steeds minder op de traditionele partijen. Ook de manier van campagnevoeren veranderde de afgelopen decennia sterk, met onder meer het toenemend belang van sociale media.

Voorspellen is steeds bijzonder uitdagend, en in deze veranderende context wordt het dat nog meer. Er bestaat binnen politieke wetenschappen een stroming van 'election forecasters'. Daar hebben we ons nooit aan durven wagen; we zijn niet zo moedig als collega Ruth Dassonneville! Na de stembusslag stemgedrag en maatschappelijke veranderingen begrijpen, is als uitdaging reeds ruim voldoende. En toch. Op 26 mei stonden we, samen met Kris Deschouwer, klaar om de verkiezingsresultaten te voorspellen op de VRT. In lijn met de voorbije dertig jaar konden we, op basis van minder dan 10 procent van de stemmen, de finale verkiezingsuitslag accuraat voorspellen. Hoe dat kan? Omdat kiezers bijzonder eensgezind blijken in het belonen of straffen van de verschillende politieke partijen in een gewest. Er zijn grote verschillen in de score die de partijen behalen in de verschillende kantons, maar de mate waarin een partij er op vooruit of achteruit gaat van één verkiezing op de volgende is opvallend homogeen overheen het gewest.

Kijken we bijvoorbeeld naar de score van sp.a bij de verkiezingen van het Vlaams Parlement, dan zien we dat ten opzichte van 2014 de partij ongeveer 25% van haar kiezers verloor. We zien een verlies in alle kieskringen, dat gaat van ongeveer 30% in kieskring Antwerpen tot zo'n 20% in kieskring Limburg. We zien dit patroon van verlies in alle kantons, met slechts één uitzondering: kanton Riemst, waar de partij stabiel bleef. Er is een groot verschil in het aantal kiezers dat sp.a wist te overtuigen overheen Vlaanderen en Brussel: in sommige kantons zoals Sint-Truiden of Wervik stemde 20% van de kiezers voor sp.a, in andere kantons zoals Hoogstraten of Zandhoven wist sp.a geen 5% van de kiezers te bekoren. In al deze kantons betekende dit echter een achteruitgang ten opzichte van 2014 en de regionale verschillen in de verschuivingen tussen verkiezingen zijn over het algemeen niet erg groot.

Deze relatief homogene verschuivingen stellen ons, politicologen, in staat om op basis van een beperkte hoeveelheid informatie over de stemverschuivingen een accurate schatting te maken van de finale uitslag. Dat was dertig jaar geleden zo en dat is vandaag nog steeds zo. Kortom, met een goed model en goede data is de uitslag voorspelbaar voorspelbaar. In de berichtgeving en analyses focussen we echter sterk op personen en regionale verschillen. Ook in de academische literatuur verwachten we door personalisering sterke regionale verschillen in de verkiezingsuitslag; afhankelijk van wie de lijst trekt en hoe sterk een partij traditioneel staat in een bepaalde regio, verwachten we héél andere trends. De praktijk leert ons echter anders. Sterke kopstukken kunnen de winst vergroten of het verlies beperken, maar ze kunnen de algemene trend zelden echt omkeren.

Na het voorspellen, is het tijd om te verklaren. Ook hier zijn goede modellen en data nodig. We hebben het voorrecht dat verschillende politicologen en sociologen financiering hebben verworven om de kiezer te bevragen over zijn/haar stemkeuze. In tijden waarin wetenschap en wetenschappers sterk onder druk staan, is het aangewezen om aan de druk en verleiding van snelle analyses te weerstaan en gedegen wetenschappelijke analyses af te wachten. In de komende maanden kunnen we deze verwachten. Hopelijk kunnen deze analyses op evenveel aandacht rekenen als de speculaties die vandaag het publieke debat beheersen.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 6 (juni), pagina 12 tot 13