Log in

Help, de robots komen

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 5 tot 8

Dit is een verhaal over de toekomst. We staan in deze bijdrage stil bij de ontwikkelingen en opvattingen van en rond het automatiseringsdebat. Velen stellen zich de vraag welke plaats robots zullen krijgen in onze samenleving. Ze zijn razendsnel. Ze denken, rijden, scannen, schrijven, praten, wandelen en rekenen. En allemaal tegelijk als het moet. De rol van de mens als belangrijkste productiefactor neemt hierdoor af. Er is iets op til. Maar nemen robots echt onze jobs over? Tijd om dit debat in een breder perspectief te plaatsen.

DE ARBEID VAN DE TOEKOMST

Help, de robots komen
Jurgen Masure
Welk onderwijs voor de jobs van morgen?
Dirk Van Damme
Jongeren in onzekere banen
Fabian Dekker
Arbeid in dienst van de gemeenschap
Bart Verhaeghe
Werk van betekenis
Mieke Van Gramberen
1 mei : Dag van de Arbeidsduurvermindering
Jeroen Lievens
Vreugdevol werk maken van gedeelde tijd
Dirk Holemans
De Circulaire City-economie
Fons Leroy
Morgen iedereen coöperant?
Amanda Latinne
Diversiteit in de neoliberale arbeidsmarkt
Patrizia Zanoni
Sociale bescherming in onzekere tijden
Valeria Pulignano en Nadja Doerflinger
Sociale zekerheid in tijden van robotisering
Bea Cantillon, Linde Buysse en Wim Van Lancker

HOE ROBOTS MET ONS WERK GAAN LOPEN (OF TOCH NIET?)

De mens krijgt concurrentie van de robots. Het bejubelde en bekritiseerde onderzoek van Carl Frey en Michael Osborne becijferde dat maar liefst 47% van de Amerikaanse jobs op termijn op de tocht staat.1 Deze professoren brachten in 2013 zo’n 702 beroepen in kaart, gecategoriseerd tussen 0 (niet te automatiseren) en 1 (makkelijk te automatiseren). Recreatietherapeuten (0.0028) en toezichthouders op machines kwamen er volgens hun methode het best uit. Telemarketeers, horlogereparateurs, belastingadviseurs, verzekeraars en dataverzamelaars (allemaal 0,99) het slechtst. De Europese denktank Bruegeldeed deze oefening over voor ons continent.2 Voor de EU-28 lag het gemiddelde hoger (54%). Voor België lag het op 50,38%. Uitschieters waren Roemenië (61,93%) en Portugal (58,94%). De ING-studiedienst onderzocht dit vervolgens voor ons land.3 Volgens hen haalt bijna 49% het niet. Vooral administratieve medewerkers (93%), verkopers (61%) en huishoudhulp (67%) dreigen kopje onder te gaan. Besluit: de helft van ons huidige jobaanbod zal anders zijn, of helemaal niet meer zijn. Een vrij onthutsende vaststelling. Maar wat moeten we daar nu eigenlijk allemaal van denken?
De relatie tussen technologische ontwikkelingen en structurele werkloosheid is qua onderwerp vrij controversieel. Je doet net niet aan waarzeggerij. Je kan alleen maar ontwikkelingen vaststellen.

Al vroeg in de Industriële Revolutie raakte een aantal mensen verontrust door technologische aanpassingen, zoals de introductie van de stoommachine. Het meest spraakmakende voorbeeld waren de Luddieten. Deze textielarbeiders uit Midden- en Noord-Engeland vreesden dat de geautomatiseerde weefgetouwen hun jobs zouden inpikken. Ze gingen over tot het systematisch vernietigen van weefgetouwen. Ze koesterden geen haat tegen deze machines, maar voelden wel de angst voor de gevolgen ervan: want wat met inkomensverlies, hongersnood en meer ongelijkheid? Het waren tenslotte gewoon een losse groep individuen die het beste voor-hadden met hun gezinnen.4

Maar terwijl stoommachines (en later elektronische apparatuur) ontslagen tot gevolg hadden, werden er in andere industrieën en sectoren wel nieuwe en meer specifieke jobs gecreëerd. Er vond een verschuiving plaats van geautomatiseerde industrieën naar niet-geautomatiseerde industrieën. In de literatuur staat dit principe bekend als the Luddite fallacy. Iemand als Jo Libeer, tot voor kort gedelegeerd bestuurder van Voka, bleek hier onlangs (impliciet) aanhanger van.5 In 2003 al kwam de rechts-libertaire Canadese professor Alex Tabarrok op de proppen met deze vaststelling: ‘Het is een drogredenering te stellen dat robots ons werk zomaar gaan overnemen. De samenleving heeft nog nooit en masse te lijden gehad onder dit fenomeen. De geschiedenis geeft onheilspellers geen gelijk’.6 Toch neemt dit niet weg dat het gelijk ons binnenkort wel eens kan inhalen. Elke periode van technologische ontwikkeling is kwalitatief anders dan de voorgaande.7

Sinds de jaren 1990, en zeker sinds de begindagen van The Internet Age, namen de ideeën over automatisering en de mogelijke gevolgen ervan, een vlucht vooruit. Werknemers zouden niet en masse omgeschoold kunnen worden tot fysici, informatici of technici. Men stelde zich niet alleen de vraag hoe die werkloze massa in hemelsnaam aan werk zou geraken8, maar ook hoe die dan zijn werk als werknemer zou beleven?9 Als je weet een vervangbaar onderdeel te zijn van een strak geoliede automatiseringsmachine, wat dan met arbeid als ‘zingever’? Een grote groep mensen zou dus met moeite het hoofd boven water kunnen houden. Profetische woorden?

De moderne arbeidsmarkt wordt stilaan gekenmerkt door een toename aan goedkope banen in de dienstensector en een afname van beter betaalde functies in de industriële productie. De arbeidsmarkt raakt gepolariseerd. De onder- en toplaag drijven als gigantische ijsplaten verder uit elkaar. Onderzoek aan het Massachusetts Institute of Technology (MIT) treedt dit bij. Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee merken op dat we momenteel een immense automatiseringsgolf doormaken in een nieuw soort machinaal tijdperk waar nu ook de zogenaamde niet-routineuze jobs worden bedreigd. Deze kwalitatieve verschuiving brengt het automatiseringsdebat op een ander niveau. De laatste jaren nam werkgelegenheid in de privésectoren danig af, terwijl de output steeg. Er is dus een ontkoppeling gaande: productiviteit, ontwikkelingsprocessen en innovatie stijgen, maar mediane inkomens dalen, de koopkracht van gezinnen geraakt aangetast en er zijn minder beschikbare jobs.10

Een belangrijke tegenstem was die van econoom David Autor (ook van MIT). Hij twijfelt of technologische verandering wel de grote boeman is voor het immense Amerikaanse jobverlies. Hij geeft grif toe dat er iets gaande is, maar ook dat nog geen enkel onderzoek exact de vinger op de wonde legt. De aard van onze jobs evolueert onmiskenbaar wel. Ze zijn niet meer zo kwalitatief als vroeger. Er zijn een heleboel bullshit jobs bijgekomen (met dank aan David Graeber en de manier waarop de Nederlandse jonge wolf Rutger Bregman deze discussie hierover ook bij ons introduceerde11). Er is een uitholling gaande van de middenklasse.12 Noem hen gerust het nieuwe precariaat (Guy Standing).

De meningen zijn dus verdeeld. Zo’n 48% van heel wat technologieprofessionals en -economen is er evenwel rotsvast van overtuigd dat er binnen tien jaar een hele reeks jobs verdwenen zijn.13 Zo ook Paul Krugman. De Nobelprijswinnaar steekt zijn sympathie voor deze groep ‘Neo-Luddieten’ of ‘maximalisten’ niet onder stoelen of banken. Ook Krugman stelt vast dat er een kwalitatieve verschuiving plaatsvindt, een trend die volgens recent onderzoek van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) niet zal beteren.14

WAT TE DOEN?

Onze samenleving polariseert. Er rommelt wat. Er moet dus iets gebeuren op de lange termijn. De oplossingen van Libeers stuk zijn ontoereikend. De vele analyses uit De Standaard en Knack bieden weinig soelaas. Zij observeren. Maar beleidsmakers kunnen niet op hun lauweren rusten, zelfs al loopt het niet allemaal zo’n vaart.

Iedereen is het er over eens meer te investeren in onderwijs. Van Frey en Osborne tot Bregman, van The Economist tot Brynjolfsson en McAfee. ‘Creativiteit’, stellen Frey en Osborne, ‘is datgene wat aangemoedigd en versterkt moet worden via een sterk verankerd en breed gedragen onderwijsnetwerk. Creatieve en sociale intelligentie blijven ons voordeel ten opzichte van robots. Laat ons daar op inzetten.’

Alles hangt dus af in welke mate het huidig arbeidsmarktklimaat kwalitatief wordt aangetast. Het debat kan niet langer in de marge worden gevoerd. Politici, beleidsmakers, adviesorganen en brede sociale beweging moeten dit bovenaan de agenda zetten. Er zit een automatiseringsgolf aan te komen. Doen we daar niets aan, of af als nonsens, dan krijgen we idiote politieke reacties, aangedikt met slechte maatregelen, onvoorbereid werk en nul visie op dit brede maatschappelijke probleem. Dan wordt de automatisering een terminale ziekte met uitzaaiingen waar we als samenleving niets meer tegen in te brengen hebben.

We moeten blijven investeren in sociale en educatieve voorzieningen. Werknemers, van welk allooi ook, moeten de kans krijgen zich bij te scholen. Onderwijs in Vlaanderen moet er op afgestemd worden, maar ook vorming op de werkvloer. Enerzijds hebben we wel nood aan ingenieurs, technische middenkaders en professionele informatici, maar we mogen de andere zijde niet uit het oog verliezen. School creatieve, kritisch denkende geesten; individuen die out-of-the-box kunnen denken en er niet voor terugdeinzen de dingen in vraag te stellen. Zo niet, dan dreigt een belangrijk basisbestanddeel van ons sterk socialiserende cement te verdwijnen. En zitten we echt in de penarie.

Noten

  1. Carl B. Frey. en Michael Osborne (2013). The Future of Employment: How Susceptible are Jobs to Computerisation?, OMS working Paper, 71 p., online op: http://www.oxfordmartin.ox.ac.uk/downloads/academic/The\_Future\_of\_Employment.pdf. Frey en Osborne geven toe dat hun methode limieten heeft. De prijs voor arbeid en kapitaal en/of politiek verzet werden niet ingecalculeerd. Ze houden daarnaast ook geen rekening met het feit dat je gewoonweg ook andere dingen kan doen tijdens je werkuren. Dat zijn belangrijke variabelen.
  2. Bowles, J. (2014). ‘The Computerisation of European Jobs’, in: Bruegel - Improving Economic Policy. Op http://www.bruegel.org/nc/blog/detail/article/1394-the-computerisation-of-european-jobs/.
  3. Anthony Baer en Philippe Ledent, De technologische revolutie in België, in: ING Focus - Werk, 9 februari 2015, online op https://about.ing.be/Over-ING/Press-room/Press-article/De-technologische-revolutie-in-Belgie.htm.
  4. Kevin Binfield. Writings of the Luddites. Baltimore, John Hopkins University Press, 2004, pp. 3-7.
  5. Jo Libeer, ‘Wees niet bang van de robot’, in: De Standaard - opinie, 10/02/2015.
  6. Alex Tabarrok, ‘Productivity and Unemployment’, in: Marginal Revolution, 31/12/2003, http://marginalrevolution.com/marginalrevolution/2003/12/productivity\_an.html.
  7. Riccardo Campa, ‘Technological Growth and Unemployment: A Global Scenario Analysis’, in: Journal of Evolution & Technology, Vol 24 (1), February 2014, p. 87.
  8. Jeremy Rifkin, The End of Work. The Decline of The Global Labor Force and the Dawn of the Post-Market Era. New York: Putnam Publishing Group, 1995, pp. 34-39.
  9. Robert Ayres, Turning Point. The End of the Growth Paradigm. London: Earthscan Publications, 1998, pp. 94-98.
  10. Erik Brynjolfsson en Andrew McAfee. The Second Machine Age: Work, Progress, and Prosperity in a Time of Brilliant Technologies. New York/London: W.W. Norton & Company, pp. 107-117.
  11. Rutger Bregman. Gratis geld voor iedereen en nog vijf grote ideeën die de wereld kunnen veranderen. Amsterdam, De Correspondent, 2014.
  12. David Autor. Polanyi’s Paradox and the Shape of Employment Growth. Paper prepared for Federal Reserve Bank of Kansas, Jackson Hole Conference, 22 Augustus 2014, pp. 29-30. Online op: http://economics.mit.edu/files/9835.
  13. Aaron Smith en Janna Anderson, ‘AI, Robots and the Future of Jobs’, in: PEW Research Center - Internet, Science & tech, 06/08/2014, op http://www.pewinternet.org/2014/08/06/future-of-jobs/.
  14. International Labour Organisation, Global Wage Report 2014/15: Wages and income inequality, International Labour Office, Geneva, 2015, pp. 62-63

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 4 (april), pagina 5 tot 8