Abonneer Log in

Een nieuw pact met Big Pharma

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 48 tot 53

Als er al lessen kunnen worden getrokken uit wat we nu weten van het coronavirus, dan zijn het lessen van solidariteit, nederigheid en bescheidenheid. Vooral dat laatste, enige bescheidenheid, zou ons als maatschappij sieren. Een onooglijk klein 'beest' krijgt zaken in beweging die niemand voor mogelijk had geacht. Er wordt volop nagedacht over hoe onze samenleving er zal uitzien na de coronacrisis. Toch blijft het relatief stil rond de grote internationale farmabedrijven, beter gekend als 'Big Pharma'. Af en toe lezen we over één van de farmagiganten, zoals Johnson & Johnson, maar dan gaat het steevast over de koortsachtige (what's in a name) zoektocht naar een vaccin. Nochtans zijn er met deze coronacrisis een pak vragen te stellen over Big Pharma. Niet in het minst hoe een nieuwe relatie tussen overheid en Big Pharma er moet uitzien in het postcoronatijdperk.

HOE GROTER DE PANDEMIE, HOE GROTER DE WINSTEN

Zelf zal de Big Pharma wellicht geen lessen trekken uit deze crisis. Integendeel, Big Pharma ziet COVID-19 als een 'once in a lifetime opportunity'. Hoe erger de pandemie, hoe groter de winsten. Op één van de eerste bloedrode beursdagen van dit jaar, slaagde farmagigant Gilead Sciences erin om bijna 5% winst te boeken. De waarde van het bedrijf steeg ondertussen sinds begin dit jaar met 12 miljard dollar. Datzelfde Gilead had op 23 maart van de Amerikaanse FDA het 'orphan-drug' statuut gekregen voor zijn antiviraal middel Remdesivir, veelbelovend in de strijd tegen corona. Het statuut, dat aangeeft dat een geneesmiddel op de markt komt voor een zeldzame aandoening, is gebaseerd op een wet van 1983. Het verleent de aanvrager een absoluut monopolie op het middel voor zeven jaar en is bedoeld voor aandoeningen die in de VS minder dan 200.000 mensen aantasten. Relatief zeldzame aandoeningen dus. Zolang er in de VS geen 200.000 coronagevallen zijn, komt het dus in aanmerking. Als er nu twee begrippen zijn die absoluut niet rijmen, dan zijn het toch wel 'pandemie' en 'zeldzaam'? Ondertussen zijn er al meer dan 700.000 bevestigde besmettingen in de VS, en de teller loopt verder op. Onder druk van de publieke opinie en de politiek trok de firma zijn aanvraag in.

Een andere farmagigant is Roche. Het produceert lysisbuffer (reagens dat gebruikt wordt om de test in het labo uit te voeren) voor coronatesten. Veel laboratoria wereldwijd zijn afhankelijk van deze buffer om op corona te kunnen testen. Alhoewel relatief eenvoudig te maken, wou Roche het 'recept' van zijn 'lysisbuffer' in Nederland niet vrijgeven om het door apothekers te kunnen laten maken en werd zo 'schaarste gecreëerd. Slechts na grote druk van de Nederlandse overheid en publieke opinie werd het recept toch vrijgegeven.

NIET REKENEN OP BIG PHARMA VOOR HET VACCIN

Met behulp van 1 miljard dollar ontwikkelt Johnson & Johnson een nieuw vaccin dat, althans volgens hun zegsman, klaar zou kunnen zijn tegen september van dit jaar en dat aan een 'schappelijke' prijs van tussen de 5 en de 10 euro per vaccin zal worden verkocht. Dit lijkt op eerste zicht een billijke prijs als je vergelijkt met de prijs van vele andere vaccins. Men rekent echter op meer dan 1 miljard vaccins wereldwijd. Als je weet dat de kans bestaat dat dit vaccin niet éénmalig zal zijn maar om de aantal jaren herhaald zal moeten worden, is de rekening snel gemaakt.

In Japan beschikt men over een veelbelovend geneesmiddel, favitravir (Avigan®). Het is een virusremmer die oorspronkelijk bedoeld was voor de griep maar in 2016 reeds gebruikt werd in de ebolaepidemie in Guinea. Het middel blijkt nu ook in de eerste studies uit Wuhan rond de behandeling van COVID-19 effectief. De producent is een Japans dochterbedrijf van het beter bekende merk 'Fujifilm', maar het middel wordt enkel in Japan geproduceerd. Als de firma echter alle rechten opeist, geen garanties wil bieden op markttoegang in Europa of op een billijke prijs, moeten overheden en universiteiten dan nog investeren?

We mogen niet onderschatten hoe sterk financiële overwegingen het geneesmiddelenonderzoek sturen. Een voorbeeld zijn de onderzoeken naar vaccins en medicijnen die ontstonden na de uitbraak van SARS in Azië in 2003 en ebola in West-Afrika in 2014. Na aanvankelijk enthousiasme droogde de financiering vanuit de Big Pharma voor dit onderzoek op, omdat de uitbraken – en daarmee de potentiële winsten – uitdoofden. Veel onderzoek naar een coronabehandeling borduurt nu, jaren later, echter voort op dit soort niet-doorgezette studies.

De pijnlijke waarheid is dat we, hoewel we al SARS en MERS hebben gehad, op vandaag nog steeds geen antivirale middelen hebben tegen deze 'familie' van virussen. Het is duidelijk dat overheden en farmaceutische bedrijven de voorbije jaren simpelweg verzuimden om te investeren in de aanmaak van zo'n antivirale middelen.

Eenzelfde verhaal gaat op voor antibiotica. De WHO wees de Big Pharma begin dit jaar al met de vinger voor een gebrek aan nieuwe antibiotica. Zal er dus nu veel veranderen vanuit de hoek van de Big Pharma zelf? Het antwoord is helaas neen.

LUCRATIEVE FINANCIËLE CONSTRUCTIES

Dit mag ook niet verwonderen. De grootste farmaceutische bedrijven zijn de afgelopen twintig jaar steeds minder bezig met onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen en steeds meer met het aangaan van lucratieve financiële constructies. Dat ging ten koste van het uitvinden of produceren van breed toegankelijke geneesmiddelen of vaccins tegen virussen.

In essentie is het verdienmodel van de farmaceuten onhoudbaar. Ze leenden enorme bedragen om overnames te doen zonder dat daar investeringen tegenover stonden. De aandeelhouders onttrokken de afgelopen jaren simpelweg te veel waarde aan de bedrijven. Dat geld is weg en kan nu niet worden gebruikt voor bijvoorbeeld coronaonderzoek.

Daarnaast ging de Big Pharma als een aasgier de markt op om op agressieve manier kleinere groeibedrijven, vaak onderzoekscentra of spin-offs van universiteiten die grotendeels met overheidsmiddelen gefinancierd werden, met veelbelovende molecules in de portefeuille over te nemen aan prijzen die vaak sterk de marktwaarde overtreffen. Zo kocht GlaxoSmithKline in januari 2019 voor iets meer dan 5 miljard dollar het Amerikaanse biotechbedrijf Tesaro, gespecialiseerd in kankeronderzoek. De maximale beurswaarde van datzelfde bedrijf bedroeg op dat ogenblik ongeveer 3 miljard dollar.

We kunnen dus wel de hoop koesteren dat deze coronacrisis farmabedrijven terug naar hun core business zal leiden, met name het zoeken naar nieuwe geneesmiddelen voor fundamentele volksgezondheidsproblemen, maar gezien de feiten is die hoop weinig realistisch.

RELATIE MET BIG PHARMA HERBEKIJKEN

Veel overheden investeren momenteel, onder de mooie verpakking van 'samenwerking' met de Big Pharma, vele miljoenen euro's en dollars in de 'versnelde' ontwikkeling van geneesmiddelen en vaccins voor deze nieuwe 'killer'. Vraag is of dit iets zal veranderen aan de werkwijze van deze farmagiganten.

Verschillende Europese landen pompten vanaf het begin veel geld in onderzoek naar een kuur voor het coronavirus. Een kuur dat dan door de farmaindustrie op de markt gebracht gaat worden, maar waar iedereen met bang hart afwacht naar de prijssetting ervan. Die schrik is gerechtvaardigd, gezien de confronterende voorbeelden uit het verleden. Maar wat kan de overheid dan doen om te zorgen dat nieuwe 'levensreddende' geneesmiddelen en vaccins toch weer niet de 'Pia toer'opgaan?

Zijn dwanglicenties een oplossing? Met een dwanglicentie dwingt de overheid de fabrikant van een geoctrooieerd medicijn om licenties voor dat medicijn te verlenen aan één of meerdere partijen. Dat zegt niet dat dit een kosteloze licentie is. Er wordt gewoon voor betaald, alleen heeft de overheid inspraak in de hoogte van de prijs. Alhoewel dit een optie lijkt, heeft het verleden geleerd dat dit verre van eenvoudig is. Zo wou de Zuid-Afrikaanse overheid in de jaren 1990 bij de aidscrisis haar patentwetgeving verstrengen. Ze voerde een vorm van dwanglicentie in om generieke producten voor de brede bevolking aan betaalbare prijzen beschikbaar te maken. Het leidde tot een storm van processen en Amerikaanse dreigingen met handelssancties. De dwanglicenties werden uiteindelijk weer afgevoerd.

De Belgische overheid investeerde in de laatste vijf jaar bijna 3 miljard euro in de farmasector voor onderzoek naar onder andere geneesmiddelen en vaccins. Er wordt geschat dat de overheden wereldwijd tot een derde van de uiteindelijke factuur betalen. Heeft de maatschappij dan ook niet het recht om een 'eerlijke' prijs te eisen? De coronacrisis is bij uitstek het uitgelezen moment om de relatie met de Big Pharma en haar manier van winstoptimalisatie te gaan herbekijken.

Het is niet de bedoeling om hier aan 'pharmabashing' te doen, maar de roep naar een nieuwe vorm van 'samenwerking' tussen overheden en Big Pharma klinkt steeds luider. Zo startte de NHS in het VK een ambitieus publiek-privaat samenwerkingsconsortium op rond het onderzoek naar therapieën voor dit coronavirus met 10-tallen bedrijven waaronder enkele reuzen uit de farmaindustrie.

PATENTENWETGEVING VERANDEREN

Patenten vormen een voorbeeld van intellectuele eigendomsrechten, naast onder andere auteursrechten en handelsmerken. Een patent is een certificaat dat uitgereikt wordt door, of in naam van, de overheid. Het bevestigt dat de uitvinding die het voorwerp van het patent vormt, voldoet aan een aantal wettelijke vereisten.

Een vaak gehoorde stelling in het debat over de toegang tot geneesmiddelen is dat er geen onderzoek over essentiële geneesmiddelen verwacht kan worden zonder sterke en langdurende patenten die een grote mate van bescherming bieden. Deze stelling wordt voorgesteld als algemeen geldend, ongeacht het type van economie of de graad van economische ontwikkeling van een land.

Patenten worden echter vaak misbruikt om generieke geneesmiddelen de toegang tot de markt te ontzeggen. En daarvoor hebben grote farmabedrijven veel over. Vaak gooien ze alle rechtsmiddelen in de strijd met herhaalde en ellenlange procedureslagen tot gevolg. Ook die kosten worden vaak doorgerekend in de torenhoge prijzen voor nieuwe geneesmiddelen.

Verschillende landen overwegen om hun patentwetgeving aan te passen of hebben dit reeds gedaan, waarbij patenten worden opgeheven voor een vastgelegde tijd. Zo haalde Israël een oude regel (1967) voor patentsuspensie van onder het stof om een generiek van Kaletra® (een geneesmiddel met potentiële werking tegen het coronavirus) te kunnen importeren. In het VK wordt overwogen om de zogenaamde 'Crown Rules' (een wet die de overheid toelaat om het patent van een geneesmiddel te gebruiken zonder toestemming van de patenthouder) te activeren, iets wat maar een handvol keer is gebeurd sinds hun oprichting in 1954. Het Duitse parlement stemde een wet die de mogelijkheden om patenten op te schorten uitbreidt, een instrument dat in Duitsland voor de laatste keer werd gebruikt in 1949.

De vraag kan worden gesteld of dit niet verder moet gaan? Is er geen nood aan een grondige herziening van patentregels, en dit niet enkel per land maar op een breder Europees niveau? Moeten patenten een vaste termijn hebben, of kan de duur gemoduleerd worden in functie van opbrengsten, winsten of dringende nood? Deze vragen moeten snel worden opgepakt.

Het feit dat er tot op vandaag weinig of niet geïnvesteerd werd in nieuwe antibiotica of nieuwe antivirale middelen, geeft aan dat de innovatie op dit gebied niet behoeftegestuurd, maar wel aanbod- of winstgestuurd is. Deze pandemie toont de achilleshiel van dergelijke modellen aan. De luide roep om meer dergelijke middelen zou de hefboom moeten zijn om naar een meer behoeftegestuurd model te gaan waarbij overheden vanuit een volksgezondheidsperspectief duidelijk maken waar de noden van hun bevolking liggen en de incentives geven om meer in deze noden te investeren, eerder dan in me-too's van nieuwe, innovatieve maar peperdure gentherapieën.

MEER PRIJSTRANSPARANTIE NOODZAKELIJK

De roep naar meer prijstransparantie klinkt ook steeds luider. Zeker als voormalige CEO's van grote farmabedrijven komen verkondigen dat met vaccins tegen malaria, ebola of COVID-19 nauwelijks geld te verdienen valt. Maar is dat wel zo? Wat is de kost voor de ontwikkeling en de productie van een vaccin? Waarom zoeken farmabedrijven dan koortsachtig naar een vaccin? Wetende dat verschillende studies aangetoond hebben dat de kost voor ontwikkeling en productie vaak minder is dan wat de Big Pharma laat uitschijnen, lijkt de vraag naar een meer transparant prijsmodel relevant.

Moeten overheden niet meer pleiten voor een 'return on investment', en niet enkel op vlak van economische groei of werkgelegenheid maar ook op vlak van toegankelijkheid en prijssetting? De enorme bedragen die met publieke middelen geïnvesteerd worden in fundamenteel onderzoek en in subsidiëring van klinisch onderzoekswerk, zouden het publiek een relevante stem moeten geven in het debat rond de prijs.

En alhoewel risk sharing een gebruikelijke praktijk is, blijven deze overeenkomsten meestal voor datzelfde publiek verborgen. Meer openheid met respect voor de privacy van de bedrijven en een meer gericht gebruik van deze clausules, lijkt een must.

Daarnaast stelt zich steeds prominenter de vraag rond het beheer en de eigendom van data bij onderzoek waarbij datatransacties en datahandel een economische motor buiten proportie zijn geworden. Ook hier lijkt meer transparantie een noodzaak.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 48 tot 53