Abonneer Log in

Wat kan ik weten, wat mag ik hopen, wat moet ik doen?

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 77 tot 83

'Life is what happens to you while you are busy making other plans', schreef John Lennon. Wie had kunnen voorspellen dat een nauwelijks 120 nanometer groot nucleïnezuur omhuld met wat eiwitten op minder dan een maand tijd erin zou slagen zo ongeveer de volledige wereld tot stilstand te brengen? In dat licht is elke poging om een blik te werpen op de toekomst futiel. Desalniettemin kunnen we een poging wagen, zolang we de juiste waarde toekennen aan elke voorspelling: die is heel gering.

WAT KUNNEN WE WETEN?

Wil je voorspellingen maken, dan is het een goed idee te vertrekken vanuit wat je al weet. Een eerste verrassend gegeven is dat COVID-19 minder dodelijk is dan aanvankelijk gevreesd. Op de dag dat ik dit schrijf (20 april) wordt het sterftecijfer van een reëel besmette groep berekend tussen de 1,2 en 0,6% gebaseerd op de ervaring met het cruiseschip Diamond Princess.1 Ter vergelijking: tijdens de Spaanse griepepidemie (1918-1920) werd een kwart van de wereldbevolking besmet en stierf 10% van de geïnfecteerden; door de pest stierf er bij ons 30% van de integrale bevolking.

Voor alle duidelijkheid: corona is erg, in de zin van erg besmettelijk, met zware en langdurige symptomen bij wie ziek wordt en een reële kans op overlijden bij mensen met een verlaagde immuniteit. Als er relatief weinig doden vallen, zegt dat met name veel over de kwaliteit van de gezondheidszorg. Het is geen toeval dat Duitsland, met zijn 8 ziekenhuisbedden per 1.000 inwoners (België: 5,8; Nederland: 3,2) en 34 IC-bedden per 100.000 inwoners (België: 16; Nederland: 7) tot de landen met het laagste sterftecijfer behoort.2 Het aantal coronadoden in de VS zullen we nooit kennen, zelfs niet bij benadering. Hun peperdure gezondheidszorg bedient slechts een minderheid en hun rapportage zal even betrouwbaar zijn als de Chinese.

Op grond van deze medische gegevens is het gerechtvaardigd te verwachten dat het aantal overlijdens in landen met een goede gezondheidszorg beperkt zal blijven. De coronacrisis is vooral een crisis op een ander vlak: ze legt de zwaktes van het mondiale economische systeem bloot. Om er enkele te noemen: verregaande afhankelijkheid (80% van onze medicijnen komt uit India en China), 'groei' als eufemisme voor een steeds hogere schuldenberg en een structureel toenemende ongelijkheid.

Dat brengt mij bij iets wat we al wisten maar eigenlijk niet willen weten: de mondiale vrijemarktsamenleving heeft de gedaante aangenomen van de 'Herald of Free Enterprise' die met wijdgeopende boegdeuren haar eigen ondergang tegemoet vaart.3 Kort samengevat: er is geen vrije markt meer, maar een gesloten veld waar een steeds kleiner aantal 'spelers' de regels herschreven hebben uit eigenbelang. Hoe dit in het verleden afliep, valt te lezen in een historisch goed onderbouwde studie van de Nederlandse hoogleraar Bas van Bavel: dit resulteert in een maatschappelijke puinhoop, waarvan de VS ondertussen een hedendaagse illustratie bieden.4 Dat de pandemie effecten zal hebben op deze neerwaartse evolutie, is duidelijk. De vraag is welke effecten: systeembevestigend of -wijzigend?

Tot slot is er nog een derde feit waar we niet langer onze ogen voor kunnen sluiten: de steeds meer voelbare klimaatverandering in combinatie met de alarmerende daling van de biodiversiteit. Er is zelfs een duidelijk verband met de huidige pandemie: ze delen dezelfde oorzaak, met name onze economisch bepaalde levenswijze van pakweg de voorbije honderd jaar.

Wat kunnen we hopen, wat moeten we vrezen? Beschrijven wat er zou kunnen gebeuren, kan een leidraad bieden om te weten wat we moeten doen, de laatste van de drie kantiaanse vragen. Concreet: waartegen kunnen we ons best verzetten, welke wijzigingen kunnen we beter aanmoedigen? Ik heb er twee geselecteerd, beide een uitvergroting van een bestaande tendens. De eerste betreft een toename of afname van ongelijkheid; de tweede betreft een gewijzigde houding tot de natuur.

WAT KUNNEN WE HOPEN?

Het probleem met corona – cynisch uitgedrukt – is dat er zo weinig mensen sterven. De COVID-19-epidemie zal in de demografische statistieken niet veel meer dan een rimpeling opleveren. Na de Tweede Wereldoorlog was er een tekort aan arbeidskrachten en lag Europa in puin, zowel letterlijk als politiek, wat het uittekenen van een nieuwe samenleving vergemakkelijkte. Dit lijkt nu niet het geval te worden. Corona zal wel de schuldenberg die er al was nog exponentieel doen toenemen, met als risico een economisch debacle. Een dalende economie betekent stijgende werkloosheid – een trend die het voorbije decennium al duidelijk was, eerst door delokalisatie (meer werklozen hier, omwille van goedkopere werknemers elders), vervolgens door robotisering (minder werknemers nodig). De kans dat we straks een reusachtige groep werkloze armen zullen hebben, is reëel, met als resultaat een scherp toenemende ongelijkheid.

De oplossing die traditioneel denkende economen nu al naar voren schuiven, is meer groei – als er maar een heropleving komt van voldoende formaat, dan wordt het over een paar jaar weer business as usual: 'opverende' beurzen gecombineerd met files, stress, burn-out en bore-out, en zo kan ik nog even doorgaan. 'Groei' klinkt positief maar is vermoedelijk de grootste leugen van onze tijd. Het enige wat groeit, is de schuldenlast in combinatie met de CO2-uitstoot. Groei is niet de oplossing, wel het probleem.5 De oplossingen liggen elders, in een systeemverandering.

Ik hoop op een economie die ingebed ligt in een samenleving, en niet omgekeerd, zoals vandaag het geval is. Een maatschappij waarin we met zijn allen voorrang geven aan duurzaamheid, aan het opvoeden van kinderen en onderwijzen van jongeren, aan het zorg dragen voor zieken en ouderen. Waarbij de intrinsieke waarde van werken – voor wie of wat werken we eigenlijk? – belangrijker is dan de extrinsieke – promotie en bonussen. Duurzaamheid veronderstelt drie wijzigingen – een andere manier van produceren, van distribueren en van consumeren – waarbij winstmaximalisatie niet langer het motief is. Het meest zichtbare gevolg voor onze manier van leven is dat we met zijn allen veel minder zullen moeten werken. Wat perfect spoort met een geringere noodzaak aan arbeidskrachten.

Volgens een van de meest befaamde economen is dit wel degelijk haalbaar. In 1930 voorspelde John Keynes een werkweek van vijftien uur, op grond van de productiviteitsstijging.6 Dankzij de robotisering is de stijging vele malen hoger dan hij verwacht had, zij het zonder het door hem verhoopte resultaat. In de plaats daarvan zijn we geëvolueerd naar een overproductie van wegwerpgoederen, met meer winst voor een steeds kleinere groep en harder werken voor de massa. Een economisch model dat niet gericht is op winstmaximalisatie en toegespitst is op de productie van duurzame goederen is een voorwaarde om Keynes' voorspelling te realiseren. Een dergelijk model hoeven we niet uit te vinden, het bestaat al: de commons.7

Wie nu aan gemeenschappelijk grasland denkt, heeft het verkeerd; Wikipedia is een betere illustratie. Dit essay is te kort om dit idee grondig uit te werken; wie er meer over wil lezen, verwijs ik graag naar Nobelprijswinnares economie Elinor Ostrom. Kort samengevat luiden de basisregels als volgt. In een common, als productie-, distributie- en consumptiemodel, heeft iedereen medebeslissingsrecht op voorwaarde dat hij of zij langdurig lid is (even profiteren en dan verdwijnen hoort er niet bij); de leden van de common stellen duidelijke regels op over de verdeling van de lusten en de lasten; de regels kunnen te allen tijde gewijzigd worden door de groep; de groep kan individuele leden sanctioneren wanneer ze zich niet aan de regels houden. En ja, uw eerste bedenking is juist: dit zijn de elementaire regels van een democratie.

Als de arbeidstijd sterk gereduceerd wordt, is er niet langer betaald werk voor iedereen. Een bruikbaar antwoord daarop is het voorzien van een basisinkomen. Ongeveer alle ernstige experimenten – met ernstig bedoel ik dat er geen voorwaarden gesteld werden en dat het inkomen voldoende is om rond te komen – tonen hoe een basisinkomen maatschappelijk gezien voornamelijk voordelen oplevert. De verklaring daarvoor ligt minstens op twee vlakken: het geeft mensen meer autonomie en het verkleint de ongelijkheid.

Alle mij bekende studies tonen dat maatschappijen met een grote ongelijkheid het op alle vlakken zeer slecht doen. Laat een toenemende ongelijkheid nu net een effect zijn van onze op hol geslagen vrijemarktsamenleving. In 2015 bereikte de wereldwijde ongelijkheid een recordniveau – dat is het besluit van de OESO, niet van een linkse denktank.8 Ook dat kunnen we nu aanpakken. Een herverdeling van de rijkdom door rechtvaardige belastingen – rechtvaardig omdat ze proportioneel zijn aan wat iemand bezit – kan de basis van een aanvaardbare ongelijkheid worden. Onderzoek met sociale zoogdieren toont telkens opnieuw hetzelfde: we zijn bereid een ongelijke verdeling te aanvaarden zolang die maar billijk is. Is dat niet het geval, dan worden we agressief.9 De geschiedenis leert dat het dan slechts een kwestie van tijd is voor de bom ontploft.

De keuze om economie ondergeschikt te maken aan de samenleving, de keuze voor arbeidsduurverkorting en een basisinkomen, voor billijke belastingen, zijn stuk voor stuk politieke beslissingen waardoor ongelijkheid aanvaardbare proporties kan aannemen. In weerwil van wat een kleine minderheid blijft beweren – TINA! (There Is No Alternative!) – zijn deze alternatieven wel degelijk realiseerbaar en betaalbaar.

Een democratische meerderheid vinden voor een billijke herverdeling is geen enkel probleem, een regering die ze uitvoert is een ander paar mouwen. Daarmee zijn we aanbeland bij mijn vrees. In de eindfase van een vrijemarktsamenleving is de vrije markt niet langer vrij, omdat een kleine groep superrijken de politiek letterlijk opgekocht heeft en de wetten via hun lobbygroepen dicteert. Politiek is management geworden, met burgers als 'klanten'. Dit is zo fundamenteel verkeerd dat ik er geen woorden aan ga verspillen.

De geschiedenis toont twee veranderingswegen: geleidelijk of abrupt. Nu zal het abrupt moeten zijn, want de tijd die ons nog rest is zeer kort, omwille van het snel inkrimpende aantal jaren dat ons nog rest om de klimaatverandering leefbaar te houden.

WAT MOETEN WE VREZEN?

De besmetting met het coronavirus zou op toeval berusten, een speling van het lot, net zoals ebola, SARS en MERS, ook toevallig allemaal de laatste decennia. Een dergelijke verklaring is te makkelijk, omdat het ons ontslaat van elke verantwoordelijkheid. Op grond van puur commerciële motieven hebben wij het bedje gespreid voor het virus, door de snelheid en omvang waarmee wij ecosystemen binnendringen en vernietigen in combinatie met onze enorme mobiliteit. Daarmee creëren we de ideale omstandigheden voor een pandemie.10 Samen met de daling van de biodiversiteit en de klimaatverandering levert dit een ongeziene ecologische bedreiging op; in vergelijking daarmee is het economische debacle dat op ons afkomt verwaarloosbaar.

Zowel de pandemie als de ecologische ramp zijn het gevolg van onze levenswijze, die er ook voor zorgt dat de gangbare antwoorden niet verder geraken dan een oorlogsdenken, met een temperatuurstijging die we 'onder controle' moeten houden en een virus als 'vijand' die ten koste van alles 'gestopt' moet worden. Een dergelijke zienswijze illustreert hoe het klassieke westers denken de natuur als iets onder en zelfs buiten ons beschouwt. Wij staan bovenaan de ladder, de scala naturae, wij hebben het recht alles onder ons te gebruiken ('wij' staat hier voor mannen, in deze oudtestamentische visie behoort de vrouw tot de ondergeschikte wezens) zoals het ons zint, dat is ons recht, verleend door God of de natuur zelf ('survival of the strongest'). Dat we dit idee recent omgekeerd hebben – we moeten de natuur koesteren, verzorgen, herstellen – verandert niets aan het inherente basisidee: wij maken geen deel uit van 'de' natuur.

Biologisch gezien is dit onzin. Net zoals de coronaviridae is Homo sapiens een onderdeel van een groter geheel waarbij élke verandering effect heeft op het geheel. Het idee van virussen als uit te schakelen vijanden impliceert een volledig steriele omgeving. In biologische taal: een volledig dode omgeving. Mochten we daarin slagen, dan zou het resultaat erg cynisch zijn: operatie gelukt, helaas is de patiënt erin gebleven. Het onderscheid tussen 'de mens' en 'de natuur' is een illusie die van hybris getuigt, wat bij de klassieke Grieken altijd tot ondergang leidt. In plaats van oorlogsmetaforen hebben we nood aan een ecologisch denken met als centraal idee dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel met een eigen dynamiek. Hoe beter we die leren kennen, des te meer noopt het ons tot nederigheid en des te duidelijker wordt het dat we daar best niet tegenin gaan.

Pandemieën en klimaatverandering verplichten ons tot een radicaal andere toekomstvisie. Maar de huidige machtshebbers – denk Trump – weigeren de toekomst onder ogen te zien, en hopen dat ze alles kunnen behouden zoals het was. De sociale veranderingen die eraan zitten te komen, zullen ze dan ook manu militari proberen tegen te houden. De voorbije jaren zijn de ooit als tijdelijk aangekondigde inperkingen van burgerrechten (bijvoorbeeld ten gevolge van terrorisme) nooit afgevoerd. Overal in de EU wordt het gebruik van apps een deel van de zogenaamde exitstrategie (exit uit de coronaquarantaine), apps op grond waarvan de overheid kan weten of we in contact geweest zijn met iemand die besmet is. Ruimer: waardoor de machtshebber kan weten waar en wanneer ik bij wie ben geweest. En alle EU-staten haasten zich om hun burgers ervan te verzekeren dat de apps gedesactiveerd zullen worden als ze niet meer nodig zijn. Daar geloof ik niets van – de Patriot Act bestaat in de VS nog altijd. In plaats van een 'exit' is dit eerder een verdere intro naar een digitaal gestuurde totalitaire controle, waar Yuval Noah Harari voor waarschuwt.11

Wat ik vrees is een evolutie naar een nieuw feodaal tijdperk, met één procent overlords die niet langer in een kasteel maar wel in 'gated communities' of op 'private islands' wonen. Die een deel van de 99 procent inhuren voor de bediening van een grotendeels gerobotiseerde economie en een nog groter deel om als 'warrior cops' hun klassegenoten op afstand te houden.

VOETNOTEN

  1. 1,2% is de Case Fatality Rate, het aantal overlijdens bij mensen die het virus opgelopen hadden. Op basis van hun studie maakten de auteurs een schatting van het mogelijke aantal besmette mensen in de volledige bevolking én de kans op overlijden (IFR, Infectious Fatality Rate); daarbij komen ze uit op 0,6%. Bij beide berekeningen corrigeerden de onderzoekers voor leeftijd (de gemiddelde leeftijd van cruisereizigers is hoog), maar toch werden hun resultaten bekritiseerd: ze zouden nog steeds een overschatting zijn. Timothy W. Russell et al. Estimating the infection and case fatality ratio for coronavirus disease (COVID-19) using age-adjusted data from the outbreak on the Diamond Princess cruise ship, February 2020. Eurosurveillance, Vol. 25, Issue 12, 26/03/2020. https://www.eurosurveillance.org/content/10.2807/1560-7917.ES.2020.25.12.2000256#abstract_content. Zie ook https://www.nature.com/articles/d41586-020-00885-w.
  2. Bron: https://ec.europa.eu/health/state/country_profiles_nl.
  3. https://nl.wikipedia.org/wiki/Herald_of_Free_Enterprise_(schip,_1980).
  4. Bas van Bavel (2018). De onzichtbare hand. Hoe markteconomieën opkomen en neergaan. Amsterdam: Prometheus.
  5. https://www.newyorker.com/magazine/2020/02/10/can-we-have-prosperity-without-growth.
  6. J.M. Keynes (1930). Economic Possibilities for Our Grandchildren. Essays in Persuasion, New York: Harcourt Brace, 1932.
  7. De Walsche, A. (2010). Elinor Ostrom: een Nobelprijs voor groepswerk. Oikos, 53, 6-13.
  8. OECD (2015), In It Together: Why Less Inequality Benefits All, OECD Publishing, Paris.
  9. Kijk, lach en denk na: https://www.youtube.com/watch?v=meiU6TxysCg.
  10. In de weekendbijlage van DS (18/4) laat Ine Renson een hele rits wetenschappers aan het woord, zowel Amerikaanse, Europese als Aziatische, die allemaal deze vaststelling naar voren schuiven.
  11. Yuval Noah Harari: the world after coronavirus. The Financial Times, 20/03/2020. https://www.ft.com/content/19d90308-6858-11ea-a3c9-1fe6fedcca75.

Samenleving & Politiek, Jaargang 27, 2020, nr. 5 (mei), pagina 77 tot 83