Abonneer Log in

Represent! Over diversiteit en vertegenwoordiging

50 jaar migratie

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 3 (maart), pagina 21 tot 25

50 jaar geleden sloot de Belgische overheid een bilateraal akkoord met Turkije en Marokko over het aantrekken van arbeidsmigranten om de Belgische economie op peil te houden. Eerst kwamen vooral jonge mannen een handje toesteken, maar al gauw volgden hele families. De Belgische samenleving werd steeds meer divers. Het duurde echter 25 jaar voordat er ook sprake was van de eerste politieke vertegenwoordiging van deze groepen en - ook al zijn er de laatste jaren belangrijke stappen genomen - deze is vandaag nog verre van perfect. In dit essay wil ik de huidige vertegenwoordiging van etnische minderheden onder de loep nemen om van daaruit een paar suggesties te lanceren voor de toekomst. Maar eerst, een beetje geschiedenis.

50 JAAR MIGRATIE

De contouren van de etnische muziek
Pieter-Paul Verhaeghe
Maak van diversiteit een schoolvak
Patrick Loobuyck
Een oorlog herdenken
Rachida Lamrabet
Krachtlijnen voor een divers basisonderwijs
Armand De Meyer
Integratiebeleid 2.0
Milica Petrovic
Represent! Over diversiteit en vertegenwoordiging
Floor Eelbode
Ondermijnt arbeidsmigratie de arbeidsvoorwaarden?
Paul de Beer
Haal discriminatiebestrijding weg bij het Centrum
Dajo De Prins
Proefbruidjes- en bruidegoms
Birsen Taspinar
Nooit volwaardig Belg
Rachida Aziz

BELGIË DOET HET NIET SLECHT...

In 1988 veroverde Fatima Bali als eerste Vlaamse van vreemde afkomst een zitje in de gemeenteraad van Antwerpen voor Agalev. Een etnische minderheid op de lijst was toen nog een uitzondering. In vergelijking met buurlanden Nederland en Engeland, waar migranten konden stemmen sinds respectievelijk 1986 en 1948 en al veel vroeger de lijsten vulden, was België op dat vlak een nakomertje. Pas in 1994 selecteerden verschillende partijen kandidaten van een vreemde afkomst, voornamelijk omdat ze politiek correct wilden zijn en de diversiteit van de samenleving wilden weerspiegelen op hun lijsten. Deze politieke correctheid werd na 2000 aangevuld met meer opportunistische redenen. Door de invoering van de snel-Belg-wet in 2000 en de goedkeuring van het migrantenstemrecht in 2004, groeide de groep kiezers van een etnische minderheid snel aan. De zogenaamde ‘etnische stem’ werd steeds meer een factor van belang tijdens verkiezingen. Politieke partijen van allerlei strekking probeerden dan ook deze stemmen te lokken door ‘vreemde’ kandidaten op hun lijst te plaatsen. Het aantal etnische minderheden op de lijsten steeg en met hen ook het aantal politici die verkozen raakten.

Vandaag doet België het, in vergelijking met de rest van Europa, eigenlijk redelijk goed wat de aanwezigheid van etnische minderheden in de politiek betreft. In het huidige federaal parlement is 8% van de volksvertegenwoordigers van niet-Europese origine. Ter vergelijking: in Engeland is dit maar 4,8% en in Frankrijk slechts 0,4%. Volgens onderzoek is dit vooral te danken aan het proportionele kiesstelsel van België met haar mogelijkheid om voorkeurstemmen te geven. Kandidaten van een etnische minderheid slagen erin om veel meer voorkeurstemmen aan te trekken dan een doorsnee kandidaat en kunnen zo ook vanop zogenaamde onverkiesbare plaatsten op de lijst verkozen raken. Ze halen deze stemmen zowel bij etnische kiezers zelf, als bij autochtone Belgen die de vertegenwoordiging van etnische minderheden willen ondersteunen.

... MAAR VERRE VAN PERFECT

Geen vuiltje aan de lucht dus wat de politieke vertegenwoordiging van etnische minderheden in België betreft? Wel, niet meteen. Er zijn toch een paar kritische kanttekeningen te plaatsen. Eerst en vooral blijkt dat als we het percentage vertegenwoordigers (8% in de Kamer) vergelijken met het aandeel etnische minderheden in de bevolking (volgens recente cijfers is ongeveer een kwart van de Belgische bevolking van vreemde afkomst en komt de helft van deze mensen van buiten de EU), er nog steeds een ondervertegenwoordiging is. Ook op lokaal en regionaal vlak blijven etnische minderheden ondervertegenwoordigd, alleen in Brussel wordt proportionele vertegenwoordiging soms bereikt.

Daarnaast is de vertegenwoordiging van etnische minderheden nog weinig divers: het gros van alle vertegenwoordigers met een vreemde afkomst is vandaag van Turkse of Maghrebijnse origine. Andere en kleinere groepen etnische minderheden (Afrikaanse of Oost-Europese bijvoorbeeld) slagen er veel minder vaak in een plaats op de lijsten te verwerven of verkozen te worden. Daarenboven blijkt de vertegenwoordiging vooral via sociaaldemocratische partijen - in casu de sp.a en de PS - te gebeuren. Uit onderzoek blijkt dat dit eerder het resultaat is van een specifiek stemgedrag van etnische kiezers, die een historische voorkeur hebben voor kandidaten op de lijst van sociaaldemocratische partijen, dan van specifieke inspanningen die deze partijen leveren.
Dit brengt me bij mijn derde kanttekening: politieke partijen gaan vandaag de dag soms nog te opportunistisch om met de politieke vertegenwoordiging van etnische minderheden. Etnische kandidaten worden op de lijsten gedropt om stemmen aan te trekken, maar partijen deinzen er nog te vaak voor terug om ze ook een verkiesbare plaats aan te bieden en zo duidelijk te investeren in hun politieke vertegenwoordiging. Recent zien we echter wel een aantal etnische minderheden opduiken als lijsttrekker (Meyrem Almaci, Yamila Idrissi), dus mogelijks is de kentering hiermee ingezet. Daarnaast zijn partijen niet altijd even secuur bij het selecteren van kandidaten: ze pakken soms de eerste de beste, zonder na te gaan of die persoon wel voldoende Nederlands spreekt, dezelfde ideologie heeft als de partij of überhaupt geschikt is als politicus. Ook qua begeleiding van nieuwe politieke kandidaten schieten partijen nog te kort. Etnische minderheden zijn vaak nieuwkomers in de politiek en kunnen worden overweldigd door het reilen en zeilen van haar dagelijkse werking. Slechts zelden bieden partijen hiervoor echte ondersteuning aan. Een laatste issue betreft de doorstromingsmogelijkheden van etnische minderheden binnen een partij naar zogenaamde topposities: ook al zagen we de laatste jaren een opkomst van schepenen (Resul Tapmaz in Gent, Güler Türan in Antwerpen) en zelfs een burgemeester (Emir Kir in Sint-Joost-ten-Node) van vreemde origine, het blijft na de korte doortocht van Anissa Temsamani wachten op een eerste partijvoorzitter, staatssecretaris of minister met een niet-Europese afkomst.

Deze bovenstaande zaken hebben een aantal nefaste gevolgen. Ten eerste heb je, naast de voorbeelden van succesvolle politici met een vreemde origine (denk aan Meyrem Almaci of Yasmine Kerbache) ook een groep vertegenwoordigers die niet goed kan aarden in de politiek. Ze vinden de politieke wereld complex en overweldigend en hebben moeite om binnen te dringen in de gesloten en informele netwerken die vaak aanwezig zijn in partijen. Gevolg: een aantal politici van een etnische minderheid verlaat de politiek al na één legislatuur, teleurgesteld en gefrustreerd. Hierdoor krijg je op den duur een soort draaimolen van dergelijke politici, wat een duurzame vertegenwoordiging niet ten goede komt. Daarnaast komt van het opkomen voor de belangen van hun gemeenschap soms niet veel in huis, juist omdat de regels complex zijn, omdat vertegenwoordigers nog onzeker zijn en omdat ze moeten luisteren naar de partijdiscipline. In een situatie waar de etnische gemeenschap vaak nog in een weinig rooskleurige situatie leeft en heel veel verwacht van haar vertegenwoordigers, is dit problematisch. Ten slotte zien we dat ook de ontevredenheid en het wantrouwen t.o.v. politieke partijen groeit: men denkt dat partijen enkel geïnteresseerd zijn in hun eigen hachje en in de extra stemmen die etnische minderheden kunnen aanbrengen, zonder iets te willen doen om de leefsituatie van deze minderheden te verbeteren. Als deze situatie niet verbetert, bestaat de kans dat de etnische gemeenschap zich op den duur gaat afkeren van de bestaande politieke partijen en haar eigen partijen sticht (zoals nu o.a. ook gebeurt in Nederland) of soelaas zoekt bij meer extreme groeperingen. Een toekomstscenario waar veel mensen niet voor te springen staan.

TANDJE BIJSTEKEN

Tijd dus voor partijen om een tandje bij te steken en dat kunnen ze op verschillende manieren doen. Door te investeren in een degelijke rekrutering bijvoorbeeld. Enerzijds kunnen partijen proberen om meer kandidaten van een etnische minderheid van binnen de partij aan te trekken. Als partijlid leren etnische minderheden beetje per beetje het reilen en zeilen van de politiek kennen en kunnen ze vaak al experimenteren met kleinere verantwoordelijkheden binnen de partij voordat ze op de lijst staan. Hierdoor zullen ze minder aanpassingsmoeilijkheden hebben eens ze verkozen zijn. Aangezien het aantal leden van een etnische minderheid binnen partijen in het algemeen erg laag is, zullen partijen waarschijnlijk wel een extra inspanning moeten doen om deze leden aan te trekken. Anderzijds kunnen partijen natuurlijk nog steeds extern kandidaten rekruteren. Om hier een degelijke selectie te verzekeren, halen ze de banden met de etnische gemeenschap en met etnische organisaties best sterker aan. Pas als partijen weten wat er leeft binnen een gemeenschap en wie echt geschikte personen zijn, kunnen ze goede kandidaten selecteren.

Daarnaast kunnen partijen ook investeren in een meer diverse rekrutering, door ook kleinere groepen etnische minderheden te benaderen (bijvoorbeeld Afrikaanse of Oost-Europese). Ervaringen in andere landen tonen aan dat de kans groot is dat partijen dit spontaan zullen doen naarmate deze groepen groter worden en/of langer in het land verblijven. Maar ook als dit (nog) niet het geval is kunnen partijen een inspanning leveren, aangezien het belangrijk is dat ook deze groepen toegang hebben tot de politiek.

Verder kunnen partijen rolmodellen van de etnische gemeenschap ondersteunen door te tonen dat ze in hen geloven en door hen een verkiesbare plaats of een toppositie binnen de partij aan te bieden. Partijen kunnen ook voor een betere begeleiding van nieuwe kandidaten zorgen: ze kunnen ze helpen bij het campagne voeren, een introductie geven over de werking van de politiek en wat er van een politicus verwacht wordt en aangeven waar ze informatie kunnen vinden.

Ten slotte kunnen politieke partijen de belangenvertegenwoordiging van etnische minderheden verbeteren door het verdedigen van deze belangen in hun partijprogramma te incorporeren i.p.v. te verwachten dat enkel vertegenwoordigers van een etnische minderheid hiervoor opkomen. Vertegenwoordigers van een etnische minderheid zelf, aan de andere kant, kunnen proberen los te komen van louter etnische belangenverdediging. Door zich met bredere politieke thema’s bezig te houden, worden ze geloofwaardiger en minder inwisselbaar. Partijen kunnen hen hierin ook ondersteunen.

Partijen hebben dus een belangrijke verantwoordelijkheid wat de toekomstige vertegenwoordiging van etnische minderheden betreft. Recent duiken er een aantal positieve signalen op dat partijen dit steeds meer serieus nemen: we zien lijsttrekkers van een etnische minderheid opduiken, etnische minderheden raken verkozen voor een steeds grotere diversiteit van partijen of worden schepen of burgemeester. Het is niettemin belangrijk dat partijen extra inspanningen blijven leveren, want in een goede democratie worden de belangen van alle groepen in de samenleving vertegenwoordigd.

Floor Eelbode
Doctor in de politieke wetenschappen

(Meer info: Eelbode, F. (2013) Yes we can? Parties’ impact on the political representation of ethnic minorities. A comparative case study research at the local level in Belgium and the United Kingdom. Dissertation.)

50 jaar migratie - diversiteit - politieke vertegenwoordiging

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 3 (maart), pagina 21 tot 25