Log in

Mythes houden meerwaardebelasting tegen

OP DE PLANK VAN MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 9 (november), pagina 4 tot 9

De meerwaardebelasting zit opnieuw in de koelkast. Met drogargumenten en mythes heeft de financiële elite haar privilege - een nulbelasting op meerwaarden - kunnen vrijwaren. Met dit artikel wil ik die mythes ontkrachten en aantonen dat de meerwaardebelasting uiterst geschikt is om de financiële elite te laten bijdragen, dat ze daardoor niet massaal het hazenpad zal kiezen, en dat de huidige regering niet meer maar net minder vraagt aan de grote vermogens dan de vorige regering.

OP DE PLANK VAN MICHEL I

Mythes houden meerwaardebelasting tegen
Inti Ghysels
Hoger, lager: wat met de vennootschapsbelasting?
Sacha Dierckx
Opslag? Niet als het van deze regering afhangt
Lars Vande Keybus
RIP Het Zilverfonds
Jozef Pacolet

De politieke tegenstanders van een meerwaardebelasting op aandelen zeggen dat ze de middenklasse en de kleine spaarder willen ontzien. Bovendien zou zo’n belasting maar een symbool zijn, een symbool dat de economie en het ondernemerschap naar de verdoemenis helpt. En de belastingen zijn al zo hoog. No pasarán dus voor een belasting op meerwaarden.

In een eerder Sampol-artikel hebben Jan Cornillie en ikzelf die argumenten weerlegd.1 We concludeerden dat het niet de middenklasse is die voor de belasting opdraait, dat de meerwaardebelasting niet schadelijk is voor de economie (integendeel), dat het geen symbool is maar verschillende miljarden euro’s kan opleveren, en dat de belastingdruk op financieel vermogen in ons land helemaal niet hoog is.

Vandaag hebben de tegenstanders hun arsenaal aan mythes aangevuld met volgende drogargumenten: een meerwaardebelasting op aandelen is ongeschikt om de ‘echte rijken’ te laten bijdragen, een meerwaardebelasting zal de rijken wegjagen naar het buitenland en deze regering heeft al meer dan genoeg gevraagd van de grote vermogens.

MYTHE 1: "MEERWAARDEBELASTING IS ONGESCHIKT ALS BIJDRAGE VAN DE GROOTSTE VERMOGENS"

Zowat 9 op 10 van de mensen bezit gewoonweg geen aandelen. Dat weten we dankzij de ‘Household Finance and Consumption Survey’ (HFSC) van de Europese Centrale Bank (ECB).2 De participatiegraad van gezinnen in beursgenoteerde aandelen bedraagt 11%. Bovendien blijkt dat voor die kleine groep van aandelenbezitters de mediaanwaarde lager is dan 10.000 euro. De helft van de aandeelhouders bezit dus minder dan 10.000 euro aan individuele beursgenoteerde aandelen. Voor niet-beursgenoteerde aandelen is de participatiegraad 8,5% en de mediaanwaarde 55.000 euro.3 Sarah Kuypers en Ive Marx van het Centrum voor Sociaal Beleid berekenden op basis van de HFSC-gegevens de verdeling van die aandelen naar de positie in de netto-vermogensverdeling. Ze komen tot de vaststelling dat meer dan 80% van de waarde van de aandelen bij de top 10% grootste vermogens zit.4

Feit: 90% van de mensen heeft geen aandelen, hoe kan een meerwaardebelasting dan een belasting op de middenklasse zijn?

Over de verdeling van de inkomens uit vermogen, en meer specifiek voor de meerwaarden op aandelen, tasten we in België in het duister. In Zweden en de Verenigde Staten zijn die gegevens wel bekend. Ze zijn opgenomen in de ‘World Wealth and Income Database’.5 Per inkomensgroep is het gemiddeld inkomen met en zonder meerwaarden op aandelen beschikbaar. Op basis van die gegevens kun je per inkomensgroep het inkomensdeel bepalen dat afkomstig is van de verkoop van aandelen.

Wat leert de analyse voor Zweden? Voor de periode 2000-2013 bestaat het gemiddeld inkomen van de 90% laagste inkomens voor minder dan 2% uit meerwaarden op aandelen. Bij de top 1% is dat bijna 1/3de en bij de top 0,01% bestaat het inkomen voor bijna de helft uit gerealiseerde meerwaarden op aandelen. De situatie in de Verenigde Staten is zeer vergelijkbaar. Het inkomen van de top 1% bestaat eveneens voor 1/3de uit meerwaarden op aandelen, terwijl dat voor de top 0,01% oploopt tot 39% van hun inkomen. Ook voor Frankrijk zien we een gelijkaardig beeld. Een studie door de Franse ‘Conseil des Prélèvements Obligatoires’6 voor de inkomens van 2008 wijst uit dat het inkomen van de top 0,01% voor de helft uit meerwaarden op aandelen bestaat. Voor de top 0,001% is dat zelfs 72%.

De concentratie van meerwaarden op aandelen bij de allerhoogste inkomens blijkt dus zowel in Frankrijk, Zweden als de Verenigde Staten bijzonder uitgesproken te zijn. Bovendien kunnen we stellen dat Zweden vergelijkbaar met België is. Beide landen worden gekenmerkt door een hoge globale belastingdruk, een relatief gelijke inkomensverdeling volgens de Gini-index, en een hoog financieel gezinsvermogen als % van het bbp. Het is dan ook aannemelijk dat de conclusies voor Zweden ook van toepassing zijn op België. Anders gezegd: meerwaarden op aandelen zijn verwaarloosbaar voor 90% van de mensen terwijl ze de belangrijkste bron van inkomen zijn voor de topinkomens. Een meerwaardebelasting is dan ook met stip een belasting op de grootste vermogens en op de financiële elite.

Feit: de nulbelasting op aandelen maakt dat de financiële elite de helft van haar inkomen vrijgesteld ziet van belasting.

MYTHE 2: "MILJONAIRS ZULLEN MASSAAL DE BENEN NEMEN"

Fiscaal adviseur Jan Tuerlinckx waarschuwt dat miljonairs het grootste exportproduct van Frankrijk zijn en dat we moeten vermijden dezelfde weg op te gaan.7 De Franse vermogensbelasting zou miljonairs wegjagen en zo de Franse overheid 5 tot 10 miljard euro kosten. Duizelingwekkende cijfers. Maar het zijn cijfers die moeilijk te rijmen zijn met het onderzoek van Gabriel Zucman, die zijn doctoraat hierover schreef. Ja, er is delokalisatie van miljonairs. Maar volgens Zucman is dat beperkt tot jaarlijks 0,1% van de belastingplichtigen van de miljonairstaks. Het verlies aan inkomsten door delokalisatie raamt hij op 4,5% van de opbrengst van de Franse miljonairstaks. Dat is allesbehalve dramatisch. De stelling dat miljonairs het belangrijkste exportproduct van Frankrijk zijn, is dan ook van de pot gerukt.

Onheilsverhalen over vluchtende miljonairs en miljardairs keren met de regelmaat van klok terug, telkens het debat op gang komt over belastingen die vooral de meest vermogenden treffen. Ook nu weer in ons land met de meerwaardebelasting. De verhuizing van rijke Belg Alexandre Van Damme naar Zwitserland werd door Geert Noels aangegrepen om iedereen te waarschuwen. Volgens Noels moet het pesten van de rijken nu maar eens stoppen.

Onderzoek naar de migratie van miljonairs en miljardairs schetst evenwel een ander beeld. Tino Sanandaji van Stockholm School of Economics komt tot de, voor hem verrassende, vaststelling dat miljonairs relatief weinig migreren.8 Op basis van de Forbes-lijst van twee decennia komt hij tot de vaststelling dat amper 13% van de 1.625 miljardairs op die lijst in een ander land wonen dan het land waar ze werden geboren. Dat is amper meer dan het aandeel van immigranten in de bevolking van ontwikkelde landen (zowat 10%).

Cristobal Young9 onderzocht de relatie tussen belastingen en migratie. Hij komt tot de vaststelling dat belastingen wel degelijk effect hebben op migratie van miljonairs, maar dat die effecten bijzonder klein zijn. Elites zijn ingebed in de regio waar ze succesvol (geworden) zijn en hun interesse om te verhuizen om fiscale redenen zijn beperkt. Ze zijn ingebed om familiale redenen, maar ook omdat menselijk kapitaal vaak lokaal gebonden is, net zoals de status die ze genieten. Zo is de status van Marc Coucke of Bart Verhaeghe veel hoger in België dan in pakweg Monaco.

Laat ons dus ophouden met de bangmakerij dat de invoering van een meerwaardebelasting een exodus van Belgische miljonairs zou veroorzaken en zo de rest van de bevolking in armoede zou duwen.

MYTHE 3: "GEEN ENKELE REGERING HAALDE ZOVEEL GELD BIJ DE GROTE VERMOGENS ALS MICHEL I"

Sinds de regering-Michel van start is gegaan, probeert ze de schijn hoog te houden dat ze geen regering voor de rijken is, en dat ze wél een ferme bijdrage vraagt van de grote vermogens. Er wordt met de kaaimantaks gepocht, met de speculatietaks, met de verhoging van de roerende voorheffing en met de verhoging van de beurstaksen. In het debat naar aanleiding van de beleidsverklaring van premier Charles Michel claimde MR-fractieleider Denis Ducarme zelfs dat geen enkele federale regering zoveel geld had gehaald bij de grote vermogens als deze. Ook Gwendolyn Rutten blokte de meerwaardebelasting af met de boodschap dat de regering al veel inspanningen van de grote vermogens had gevraagd. Wat is daarvan aan? Niet veel, zo blijkt.

Voor wat de inkomsten uit vermogen betreft, int de federale regering beurstaksen en roerende voorheffing op intresten en dividenden. De speculatietaks zit vervat in de roerende voorheffing, en ook de opbrengst van de kaaimantaks heeft de regering in de begroting geschreven als meeropbrengst in diezelfde roerende voorheffing. De rest van de vermogensfiscaliteit, zoals successierechten, zit bij de gewesten. De evolutie van de inkomsten uit de roerende voorheffing en de beurstaks geven dus een idee van de bijdrage die de federale regering aan de grote vermogens heeft gevraagd.

Onder de regering-Di Rupo namen de inkomsten van de roerende voorheffing toe van 3,2 miljard euro in 2011 tot 5,3 miljard euro in 2014, terwijl de beurstaksen stegen van 131 miljoen naar 192 miljoen euro (Figuur 1). Een toename met respectievelijk 65% en 46%. Voor 2016 kunnen we op basis van de gerealiseerde inkomsten na 8 maanden een inschatting maken voor de totale jaaropbrengst van de zogenaamde ‘Zweedse’ coalitie. Zo stellen we vast dat onder de regering-Michel de roerende voorheffing tussen 2014 en 2016 daalt met 20%. Een daling van meer dan 1 miljard euro. De beurstaksen nemen toe in dezelfde periode met 8%, maar dat komt overeen met amper 16 miljoen euro.

Feit: de inkomsten uit belastingen op vermogen zijn onder de regering-Michel gedaald, na een sterke stijging onder de regering-Di Rupo.

Als we de roerende voorheffing corrigeren voor de eenmalige inkomsten, door de hervorming van de liquidatiebonus onder de regering-Di Rupo en de invoering van de liquidatiereserve onder de regering-Michel, dan wordt het verschil kleiner. Maar ook dan blijft de vaststelling overeind dat de belastingen op financieel vermogen onder Di Rupo zijn toegenomen, terwijl ze onder Michel zijn afgenomen: 1,3 miljard euro meer onder Di Rupo, tegenover 500 miljoen euro minder onder Michel.

CONCLUSIE

Heel even leek het CD&V menens om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren. Maar er is alweer niets van in huis gekomen. De nulbelasting op aandelen blijft bestaan. In deze bijdrage toon ik aan dat Open Vld en N-VA met hun verzet niet de middenklasse maar de financiële elite (alweer) een grote dienst hebben bewezen. Weinig belastingen zijn immers zo gericht op die financiële elite als een meerwaardebelasting op aandelen. De meerderheid zegt al genoeg inspanningen te vragen aan de grote vermogens. Het tegendeel blijkt uit de statistieken van de belastinginkomsten. Dit is een regering voor de rijken en het ziet er niet naar uit dat daar verandering komt.

Inti Ghysels
Studiedienst sp.a

Noten
1/ Jan Cornillie en Inti Ghysels (2015), ‘Tax shift: sociaal én economisch zinvol’, Sampol, februari 2015, pp.36-46.
2/ Du Caju, Ph. (2016), ‘De vermogensverdeling in België : eerste resultaten van de tweede golf van de Household Finance and Consumption Survey (HFCS)’, Economisch Tijdschrift, september 2016, NBB.
3/ Dit wordt ook wel het ‘vermogen uit zelfstandige beroepsactiviteit’ genoemd.
4/ Sarah Kuypers en Ive Marx (2016), ‘De verdeling van vermogenscomponenten naar positie in de netto vermogensverdeling en bruto inkomensverdeling’, CRESUS Policy Brief, juni 2016.
5/ http://www.wid.world/.
6/ Conseil des Prélèvements Obligatoires (2011), ‘Prélèvements Obligatoires sur les Ménages: Progressivité et Effets Redistributifs’.
7/ Jan Tuerlinckx, ‘Frankrijk is geen te volgen voorbeeld’, Trends, 25/8/2016.
8/ Sanandaji, Tino. (2014), ‘The International Mobility of Billionaires’. Small Business Economics 42, pp. 329-338.
9/ Young, Cristobal et al. (2016), ‘Millionaire Migration and Taxation of the Elite: Evidence from Administrative Data’, American Sociological Review 2016, Vol. 81(3), pp. 421-446.

meerwaardebelasting - fiscaliteit - vermogensbelasting - Michel I

Samenleving & Politiek, Jaargang 23, 2016, nr. 9 (november), pagina 4 tot 9