Log in

Europees nabuurschap op een kruispunt

SOCIALE BESCHERMING VOOR IEDEREEN

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 8 (oktober), pagina 36 tot 40

Met haar programma voor sociale rechtvaardigheid in het Midden-Oosten en Noord-Afrika (MONA) wil Solidar in de eerste plaats het middenveld helpen om te werken aan vrijheid van vereniging en de verwezenlijking van sociaaleconomische rechten. In de tweede plaats wil Solidar mee vormgeven aan het Europese nabuurschapsbeleid. In deze bijdrage wordt nagegaan wat de rol kan zijn van de Europese Unie in de MONA-regio in het bevorderen van een sociale bescherming die berust op mensenrechten. Het Europees nabuurschap staat op een kruispunt.

DE CONTEXT

De Arabische landen hebben in het verleden, dankzij de mondialisering, wel economische groei gekend maar geen groei van de werkgelegenheid (tenzij in de informele sector). De macro-economische stabiliteit die de regeringen nastreven, geeft voorrang aan de liberalisering van de handel en de investeringen, zonder iets te doen aan de ongelijkheid. Ze hopen zo op een ‘trickle down’ van de nieuwe rijkdom. Dit groeimodel verhindert de ontwikkeling en de verwezenlijking van de sociaaleconomische rechten. Het is een model van ‘lege groei’. Het leidt tot meer kwetsbaarheid, veroorzaakt meer externe schokken en vereist meer hulp van buitenaf. De grenzen hiervan kwamen tot uiting in de Arabische Lente. Het ‘eerst groei’-beleid van de Arabische regeringen had geen sociale stabiliteit en geen rechtvaardige samenleving tot gevolg.

Vijf jaar na de Arabische Lente blijft de sociaaleconomische situatie in de MONA-regio erg kritisch. Er is nog steeds geen sociale stabiliteit. De werkloosheid bedraagt er gemiddeld 15%. De meeste mensen leven en werken in precaire omstandigheden, soms zelfs meer dan vroeger. De nieuwe machthebbers nemen onvoldoende afstand van de oude werkwijze. Ze doen te weinig voor de sociaaleconomische ontwikkeling van de hele samenleving.

Een groot deel van de bevolking werkt in de informele sector, dus zonder sociale bescherming en zonder belastingen te betalen. Het maakt de arbeiders erg kwetsbaar. De grote groep werknemers in de moderne landbouw, de visserij en de bosbouw - een derde van het totaal - hebben vaak géén sociale bescherming.

Ten slotte is het recht op vrijheid van vereniging vaak onbestaand of wordt het geschonden. Collectieve onderhandelingen blijven een grote uitdaging in de hele regio. In Algerije, bijvoorbeeld, een land waarmee de Europese Unie een actieplan onderhandelt in het kader van het nabuurschapsbeleid, wordt het recht op vrijheid van vereniging geschonden en worden werknemers en mensenrechtenactivisten aangehouden. Het gaat om mensen die de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) wezen op de gebrekkige toepassing van de internationale Conventie 87 over de vrijheid van vereniging.

SOCIALE BESCHERMING IN DE MONA-REGIO

Alle landen van de regio hebben een formeel systeem van sociale bescherming. Maar als we kijken naar hoeveel mensen er gebruik van kunnen maken, dan zien we grote verschillen: van 8% in Jemen tot 87% in Libië.

Volgens de ramingen van de Wereldbank valt 30 tot 40% van de bevolking onder een of ander formeel systeem van sociale bescherming. Arbeiders in de landbouwsector, zelfstandigen en informele werknemers vallen er meestal buiten.

Het is in die context dat moet worden gekeken naar hoe werklozen, informele werkers en mensen met een laag loon toegang kunnen krijgen tot een minimuminkomen en essentiële sociale voorzieningen.

Volgens Rana Jawad, Noord-Afrika correspondent van BBC, volgt het sociale beschermingsbeleid in de MONA-regio ‘een korte termijn quick fix benadering om het verbruik in stand te houden en de symptomen van de armoede aan te pakken’. Sociale bescherming zou daarentegen moeten berusten op een brede en coherente strategie voor sociale cohesie en sociale rechten. Het moet verder gaan dan armoedebestrijding. Het is een recht op zich.

Een goed startpunt hiervoor is de ‘sokkel voor sociale bescherming’ van de IAO die met eenparigheid werd goedgekeurd in 2012.1

Een sociale bescherming die armoedeverlichting combineert met sociale verzekeringen voor iedereen vormt een goede basis voor een sterke samenleving en sociaaleconomische ontwikkeling. Dit moet gekoppeld zijn aan decent werk, productieve banen, een degelijk inkomen en veiligheid op het werk. Op die manier kunnen mensen zich persoonlijk ontwikkelen en participeren in de besluitvorming die hun leven beïnvloedt.

EEN KANS OM HET MENSENRECHT OP SOCIALE BESCHERMING TE BEVORDEREN

Het is tegen die achtergrond dat de Europese Unie, die met haar nabuurschapsbeleid een belangrijke rol speelt in de regio, moet nagaan wat de sociale weerslag is van haar extern beleid en een grotere klemtoon moet leggen op de sociale dimensie ervan. Het Middellandse Zeebeleid kwam tot stand in de jaren 1960, met het idee om bevoorrechte relaties te ontwikkelen met de landen van de regio door middel van een aantal vooral op handel gerichte bilaterale associatieakkoorden.

Sinds het Barcelonaproces (in 1995 gestart) is het evenwicht tussen de drie pijlers - economisch, sociaal, politiek - van het Euro-mediterrane partnerschap zoek. Na de opstanden van 2011 bood de EU, in het kader van haar nabuurschapsbeleid, een ‘partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart’ aan om tot ‘diepe democratie’ en ‘duurzame ontwikkeling’ te komen. Het beleid werd echter gekenmerkt door een eurocentrische benadering, met gebrek aan nationaal ‘ownership’. Wat vooral aan het licht kwam, is de onverenigbaarheid van de Europese waarden met haar belangen in termen van markt, veiligheid en mobiliteit.

Op dit ogenblik is het nabuurschapsbeleid aan herziening toe. Dit biedt een mogelijkheid om de relaties met de zuidelijke buurlanden te herbekijken en te heropbouwen op basis van een wederzijds en gelijkwaardig partnerschap, in het kader van de internationale mensenrechtenverdragen, in samenwerking met alle betrokkenen (van onafhankelijke vakbonden, middenveldorganisaties, sociale bewegingen en mensenrechtenverdedigers). Toch lijkt het debat in het Europees Parlement en in de wandelgangen van de Europese Commissie erop te wijzen dat er meer aandacht zal worden besteed aan de samenwerking op het vlak van veiligheid en aan meer marktliberalisering. Een nieuwe onderhandeling van de bilaterale actieplannen biedt nochtans een mooie kans voor de EU en voor het maatschappelijk middenveld om te zorgen voor een geleidelijke verwezenlijking van de sociaaleconomische rechten, een omvattende mensenrechtenstrategie, om te komen tot een universele sociale bescherming aansluitend bij het nieuwe EU-actieplan voor mensenrechten en democratie (goedgekeurd in juli 2015).

DE HERZIENING VAN HET NABUURSCHAP

Solidar werkt nauw samen met zijn leden en partnerorganisaties in de regio om ervoor te zorgen dat de herziening van het nabuurschapsbeleid ook de sociaaleconomische en politieke uitdagingen zal aanpakken. De belangrijke punten zijn volgens het netwerk:

Eén. Een omvattende agenda voor het promoten, in stand houden en verwezenlijken van de sociaaleconomische rechten. Het beleid en de programma’s van de Europese externe relaties zijn gekoppeld aan het internationale recht inzake mensenrechten. Artikel 2 van de associatieakkoorden moet terdege worden nageleefd, zodat de sociaaleconomische rechten worden verwezenlijkt en er een universele sociale bescherming kan worden ingevoerd. Met de herziening kan ook een nieuw bindend concept van ‘voorwaardelijkheid’ worden ingevoerd, om te vermijden dat er selectief wordt opgetreden in functie van de Europese belangen. De leidraad is de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, de Basisconventies van de IAO, het Internationaal Akkoord over economische, sociale en culturele rechten, het EU-handvest van fundamentele rechten, en het Sociaal handvest van de Raad van Europa. De herziening van het nabuurschapsbeleid is ook een uitgelezen kans om het Optioneel protocol inzake sociaaleconomische rechten te ratificeren. Dit kan een sterk juridisch instrument worden om internationale mensenrechtenschendingen aan te klagen, de capaciteit van lokale middenveldorganisaties te vergroten om toegang te krijgen tot internationale hulp, en om armoede, ongelijkheid en uitsluiting te bestrijden.

Twee. Respect voor het arbeidsrecht en voor decent werk. De internationale arbeidsnormen (die de basis vormen voor decent werk en inclusieve ontwikkeling, economische groei met billijke lonen) moeten meer aandacht krijgen. Veel IAO-Conventies zijn niet geratificeerd in de regio. Basisconventies over de rechten van vakbonden en over niet-discriminatie worden niet voldoende nageleefd (zelfs in de landen waar ze werden geratificeerd). Er zijn veel juridische beperkingen en schendingen van de rechten. De handhavingsbepalingen zijn vaak onbestaand of zeer zwak. De herziening van het nabuurschapsbeleid moet zich daarop richten. Belangrijk zijn de vrijheid van vereniging, een stimulerende omgeving voor het middenveld en voor de sociale partners zodat ze met nationale, regionale en lokale autoriteiten kunnen samenwerken om effectieve strategieën uit te stippelen voor decente werkomstandigheden, sociale zekerheid, toegankelijke en kwalitatieve gezondheidszorg, sociale voorzieningen en toegankelijk en kwaliteitsvol onderwijs en levenslang leren.

Drie. Zorgen voor inkomensondersteuning, vooral voor de meest uitgesloten bevolkingsgroepen met steun voor de invoering van sokkels voor sociale bescherming. De MONA-regio heeft de hoogste jeugdwerkloosheidscijfers. Dat was één van de redenen waarom miljoenen jongeren de straat zijn opgegaan tijdens de Arabische Lente. Toch kan slechts een klein gedeelte van de bevolking ook werkloosheidsvergoedingen en andere vormen van sociale verzekering krijgen (zoals pensioen). Het is net iets meer dan 20% in Noord-Afrika, minder dan 20% in het Midden-Oosten. Vandaar dat die inkomensondersteuning bijzondere aandacht verdient en er een stappenplan moet worden uitgetekend voor werkgelegenheid, zonder massale armoede.

Vier. De sociale dialoog met het maatschappelijk middenveld moet een legale rol krijgen. De middenveldorganisaties worden sterk gehinderd in hun werk door legale beperkingen in naam van veiligheid en terrorismebestrijding. Stakingen worden in verschillende landen nog gecriminaliseerd, en collectieve onderhandelingen sterk bemoeilijkt. Ook op dit punt is de herziening van groot belang zodat het middenveld kan bijdragen tot het ontwerp, de uitvoering, het controleren en het evalueren van het beleid inzake sociale bescherming. Er moet een zinvolle sociale dialoog tot stand kunnen komen om geleidelijk aan de sokkels voor sociale bescherming in te invoeren.

Het Europese nabuurschapsbeleid staat op een kruispunt. Democratische en representatieve middenveldorganisaties moeten blijvend worden opgevolgd - nationaal en Europees - om te vermijden dat de agenda volledig wordt bepaald door het punt van de veiligheid.

Conny Reuter
Algemeen secretaris van SOLIDAR
2

Noot
1/ Zie ook het interview met Claire Courteille, verderop dit nummer.
2/ Solidar is de Europese koepel van ngo’s die werken aan sociale rechtvaardigheid in Europa en in de wereld, www.solidar.org.

sociale bescherming - sociaal beleid - Europees nabuurschap

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 8 (oktober), pagina 36 tot 40