Log in

Revolutie met recht

KLIMAATTOP PARIJS

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 87 tot 90

Op 24 juni 2015 velde een rechtbank in Den Haag een ‘historisch’ vonnis in wat ondertussen al klimaatrechtspraak wordt genoemd. Hiermee viel een beslissing over een zaak die de stichting Urgenda en 900 mede-eisers in 2013 opstartten. De rechtbank besliste dat de Staat meer moet doen om de uitstoot van broeikasgassen in Nederland te verminderen. In 2020 moet die uitstoot 25% lager liggen dan in 1990. Deze revolutie met recht, zoals de advocaat in de Nederlandse rechtszaak Roger H.J. Cox het noemt in zijn boek Revolutie met Recht (2011), roept vragen op: over de inhoud (de klimaatverandering), over de juridische aspecten (de rechtsgrond) en over de mogelijke schending van de scheiding der machten.

KLIMAATTOP PARIJS

Onze afspraak met de geschiedenis
Kathleen Van Brempt
Slechts een (veel te kleine) stap voorwaarts
Wendel Trio
Wat U kan doen aan klimaatverandering
Peter Niermeijer
Europa en de mythe van de onzichtbare overheid
Tomas Wyns
Revolutie met recht
Mil Kooyman

OOK IN BELGIË EEN KLIMAATZAAK

De Nederlandse Staat heeft inmiddels hoger beroep aangetekend, vooral om klaarheid te scheppen over de rol van de rechterlijke macht tegenover de andere machten (wetgevende en uitvoerende macht) zeggen ze.

Ook in ons land is er een gelijkaardige dagvaarding lopende van de Klimaatzaak. Elf bekende Belgen uit de media-, bedrijfs-, wetenschaps- en kunstwereld en bijna 9.000 mede-eisers willen via de rechtbank ook onze regeringen dwingen tot het effectief naleven van een engagement om tegen 2020 de uitstoot van broeikasgassen te verminderen met 40% t.a.v. 1990. Er werd op 1 december 2014 al een ingebrekestelling gedaan naar de 4 regeringen (het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest, het Brusselse Gewest en de Federale Staat). Hierop volgde begin maart 2015 een overleg met de 4 betrokken ministers en de vertegenwoordigers van de Klimaatzaak. Dit overleg bracht zoals verwacht geen resultaat. Op 27 april 2015 heeft de Klimaatzaak de 4 betrokken ministers dan ook gedagvaard voor de Rechtbank van eerste aanleg in Brussel. In september werd een kalender opgesteld. Het zal nog minstens anderhalf jaar duren vooraleer er een vonnis wordt uitgesproken.

DE FEITEN

Wanneer een rechter een zaak moet beoordelen, gaat het in de eerste plaats over de juistheid van de feiten. Dat is in deze Nederlandse Klimaatzaak niet anders.

De oliekrimp

Bij het begin van de Industriële Revolutie was hout nog een belangrijke brandstof. Al snel werd het vervangen door andere fossiele brandstoffen: steenkool, olie en gas. Olie heeft als brandstof de 20ste eeuw gedomineerd. Met de toen ogenschijnlijk onuitputtelijke olievoorraden kwam ook de American way of life overgewaaid naar de rest van de wereld. Olie is big business. Eerst Anglo-Amerikaanse maatschappijen. Later, toen de olie in het Midden-Oosten belangrijker werd, kwam de OPEC. Deze oliemultinationals zijn machtige bastions. Ze beschikken over veel geld en doen beroep op een leger lobbyisten. Zij beheersen niet alleen de productie, maar ook de distributie van het zwarte goud.

Een eerste oliecrisis (1973) leerde ons wat het betekent als de Verenigde Staten door haar reserves zit en wij afhankelijk zijn van de olie uit het Midden-Oosten. We zaten toen meteen in een economische crisis. Diverse rapporten geven aan dat de productiepiek in de oliewinning bereikt is en dat de oliekrimp wordt ingezet. Tijdelijk bracht de oliewinning in Alaska, op de Noordzee, in Midden-Amerika (Mexico, Venezuela) nog wat soelaas, maar de realiteit is duidelijk: voor de steeds toenemende energieconsumptie zal er steeds minder olie ter beschikking zijn. Dat de oliemultinationals zelf hun investeringen naar nieuwe olievelden verminderen, is veelbetekenend. Als we bovendien weten dat de belangrijkste oliemonopolisten vandaag in risicovolle gebieden opereren waar moslimfundamentalisten de plak zwaaien en waar steeds oorlog dreigt, dan kan je er gif op innemen dat de oliekrimp onvermijdelijk wordt. Een dergelijk tekort zal de westerse samenleving economisch, sociaal en politiek ontwrichten.

Het voornaamste verwijt aan de beleidsmakers is dan ook dat er onvoldoende geïnvesteerd wordt in hernieuwbare energie.

Klimaatverandering

Het Intergovernamental Panel on Climate Change (IPCC), het klimaatwetenschappelijk VN-orgaan, heeft in opeenvolgende rapporten met steeds grotere zekerheid aangegeven dat de klimaatverandering in Europa zal zorgen voor hogere temperaturen, meer neerslag, meer neerslagextremen en meer overstromingen. De opwarming van de aarde is zo duidelijk dat zelfs de grootste klimaatsceptici dit niet meer ontkennen. De discussie blijft wel hoe de klimaatverandering veroorzaakt wordt. De zelfverklaarde wetenschappelijk journalist en scepticus Marcel Crok, onlangs nog uitgenodigd op de fractiedagen van de N-VA, beweert dat de klimaatopwarming niet komt door fossiele brandstoffen en de daarmee gepaarde uitstoot van broeikasgas, maar een natuurlijke cyclus is die niet alarmerend is. Ondertussen hebben talloze wetenschappers overduidelijk aangetoond dat CO2-uitstoot effectief de grote boosdoener is. Als er geen drastische maatregelen worden genomen, overschrijden we de risicogrens van 2° Celsius.

De rechter in Den Haag heeft in elk geval in een omstandig vonnis de feiten erkend.

DE GEVOLGEN

De gevolgen voor het weer en de natuur zijn al geruime tijd zichtbaar (smeltende gletsjers, overstromingen, extreme temperaturen, verdwijnen biodiversiteit). De onvermijdelijke economische en sociale gevolgen blijven onder de radar, maar zullen desastreus zijn. Om te beginnen zal de motor van de economie sputteren, maar zal ook de kost van de klimaatverandering moeten worden gedragen door overheden om een minimum aan welvaartsniveau te kunnen bewaren. Het is overduidelijk dat naast oorlogs- en economische er steeds meer klimaatvluchtelingen zullen komen.

Roger H.J. Cox gaat in zijn boek nog verder. Hij stelt onomwonden dat de democratie faalt. De burger wordt volgens hem niet goed geïnformeerd, de gemaakte afspraken in klimaatverdragen worden niet uitgevoerd en de sterke olielobby bepaalt in grote mate het beleid. Zo slaagden ze er o.m. in om vanaf 2017 de Europese subsidie voor hernieuwbare energie te laten stopzetten. Volgens Cox is de uitdaging van de klimaatverandering dermate groot dat het beleid moet worden gedepolitiseerd (los van partijpolitiek) om maatregelen op lange termijn mogelijk te maken. De enige weg die hij ziet om uit de impasse te geraken, is beroep doen op de rechterlijke macht.

Ook de gevolgen van de klimaatverandering voor mens en natuur worden in het Nederlandse vonnis erkend.

DE RECHTSGROND

De Nederlandse klimaatzaak is gebaseerd op twee elementen: de norm van de goede huisvader (het voorkomingsprincipe) en de schending van de mensenrechten.

Wat het eerste betreft, het voorkomingsprincipe, gaat het om de verantwoordelijkheid om maatregelen te treffen om mogelijke schade, ook al is er niet direct een waarneembaar gevaar, te vermijden. Als dat niet gebeurt dan zal schadevergoeding geëist worden van diegene die de schade veroorzaakt heeft. De parallel met de asbestrechtspraak ligt voor de hand. Ook daar werd lang het effect van asbest op kanker ontkend, tot de wetenschap het verband overduidelijk aantoonde. Omvangrijke schadeclaims tegen asbestbedrijven zijn het gevolg.
Het toepassen van het voorkomingsprincipe hoeft niet te betekenen dat dit meteen ook een uitspraak inhoudt over de verantwoordelijkheid. Die stelt zich maar als de schade geleden is. Het is nu veel belangrijker om de mogelijke schade te voorkomen.
Deze zorgplicht van de overheid vinden we ook in onze Grondwet. In artikel 7bis staat: ’bij de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden streven de federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten de doelstellingen na van een duurzame ontwikkeling in haar sociale, economische en milieugebonden aspecten, rekening houdend met de solidariteit tussen de generaties’.

Een tweede rechtsgrond is de schending van de mensenrechten. De gevolgen van de klimaatverandering blijven niet beperkt tot het milieu. Ze bedreigen ook onze grondrechten, zeg maar de mensenrechten, zoals het recht op leven, op openbare orde en veiligheid, eerbiediging van het privéleven en zijn woning, het recht op eigendom, volksgezondheid en een goed leefmilieu. Die grondrechten zijn opgenomen in de Grondwet en op Europees niveau in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Een constante rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens aanvaardt dat een dreigende schending van de mensenrechten volstaat om een zaak aanhangig te maken. Het Europees Hof heeft in diverse zaken arresten geveld waarbij de staten worden veroordeeld tot een onderzoeksplicht, een waarschuwingsplicht en een plicht tot het afwenden van het gevaar, zodra het gevaar redelijkerwijze bekend had kunnen zijn.

Ook de dagvaarding van de Belgische Klimaatzaak baseert zich op de schending van de mensenrechten, de schending van het preventiebeginsel en de schending van het voorzorgsbeginsel. Bovendien wordt er gebruik gemaakt van de burgerlijke aansprakelijkheid (art. 1382 B.W.). In de dagvaarding worden dan ook de verschillende elementen: de oorzaak (klimaatverandering), de schade (huidige en toekomstige) en het oorzakelijk verband tussen beiden aangetoond.

DE TRIAS POLITICA

Toen de Belgische Klimaatzaak in het Kunstencentrum Vooruit te Gent haar actie bekendmaakte, kwam er prompt een scherpe reactie van Mark Van de Voorde, onafhankelijk publicist-columnist, voorheen hoofdredacteur van Kerk & Leven en speechschrijver van Yves Leterme en Herman Van Rompuy. Hij vond het ongehoord dat de scheiding der machten geschonden werd. ‘Montesquieu zou zich in zijn graf omdraaien. Klimaatbeleid is een politieke zaak en kan dus enkel politiek benaderd worden’. Volgens hem komt er geen rechtszaak.

Daar denkt de Nederlandse rechter wel anders over. In een omstandige argumentatie stelt de rechtbank in Den Haag dat de, niet gekozen, rechter in het broze evenwicht tussen de uitvoerende en de wetgevende macht wel een rol te vervullen heeft. Het is aan de rechter om in alle onafhankelijkheid te beoordelen. De rechter treedt trouwens niet in het politieke domein. Hij vraagt de overheid dringende maatregelen te nemen om de CO2-uitstoot drastisch te verminderen, maar zegt niet hoe dit moet gebeuren.

Ook bij de Belgische Klimaatzaak zal deze kwestie op tafel komen, al bestaat er in ons land wetgeving (Wet van 12.01.1993) en rechtspraak (Hof van Cassatie 11.06.2013) die vzw’s de mogelijkheid geeft om inzake leefmilieu de overheid voor de rechter te dagen. Afwachten of de Belgische rechter even moedig zal zijn als zijn Nederlandse collega.

Mil Kooyman
Redactielid Samenleving en politiek

Samenleving & Politiek, Jaargang 22, 2015, nr. 9 (november), pagina 87 tot 90