Abonneer Log in

Labour is geen Remain-partij

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 50 tot 60

De verdeeldheid binnen Labour over Europa heeft de laatste decennia beduidend minder aandacht gekregen dan die bij de Conservatieven. Voor of tegen Europa was bij Labour na 1988 nooit meer een geloofspunt of een existentiële discussie zoals sociaaleconomische thema's dat wél waren en zijn. Voor Tories, daarentegen, botst Europese integratie met hun 'Britishness', met 'Empire' en soevereiniteit, elementen die definiëren wat een Tory altijd geweest is. Die existentiële twijfel tegenover de Europese integratie culmineerde – aangejaagd door de populariteit van UKIP – onder David Cameron in het Brexit-referendum. De onverwachte uitslag heeft de interne strijd bij de Conservatieven in alle hevigheid doen ontbranden en na twee jaar Brexit-onderhandelingen is de kans zeer reëel dat de Fenicische prinses Europa binnenkort haar vierde Tory-premier zal verslinden.[1]

Nochtans was het net toenmalig Labour-leider Hugh Gaitskell die in 1961 de vraag van de Britse soevereiniteit en de primauteit van het Parlement van Westminster op tafel legde bij de kandidaatstelling voor EU-lidmaatschap door de Conservatieve regering-Macmillan. Gaitskells opvolger die tevens premier werd, Harold Wilson, worstelde met het thema. Hij had – na een heronderhandeling van het lidmaatschap – het Brexit-referendum van 1975 nodig om de zaak voor verschillende jaren te pacificeren. De decennia erna evolueerde het standpunt van Labour sterk: van een kordate afwijzing onder de radicaal-linkse partijleider Michael Foot in de jaren 1970 en begin de jaren 1980, tot een voorwaardelijke steun onder Neil Kinnock en meer eurofiele accenten en initiatieven onder New Labour van Tony Blair in de jaren 1990 en daarna.[2]

EN TOEN KWAM JEREMY CORBYN

Er was in al die jaren echter één constante binnen Labour: de eurosceptische standpunten van een backbencher MP uit Islington North, genaamd Jeremy Corbyn. Deze stemde tegen de toetreding tot de EG in het referendum van 1975, tegen de oprichting van de EU in het Verdrag van Maastricht in 1992 en tegen het Verdrag van Lissabon in 2008. Bij het parlementair debat over het Verdrag van Maastricht in 1993 verkondigde hij dat 'a bankers' Europe will endanger the cause of socialism in the UK and in any other country'.[3]

Op het moment dat voormalig Brits premier, David Cameron, een Brexit-referendum beloofde voor na de verkiezingen van 2014 kon Corbyn zich in zijn wildste dromen waarschijnlijk niet voorstellen dat hij een sleutelrol zou krijgen in de aankomende Brexit-saga. Het is net deze euroscepticus die na de desastreuze verkiezingen van 2015 onder Ed Milliband geheel onverwacht de strijd om het leiderschap van Labour wint, net op het moment dat Cameron zijn belofte nakomt en het referendum organiseert.

De kersverse leider, Jeremy Corbyn, zag zich op zijn allereerste congres te Brighton in september 2015 echter al meteen gedwongen om in aanloop naar het referendum (juni 2016) een Remain-standpunt in te nemen na een lawine aan tussenkomsten in die zin van militanten, delegaties, leden van nevenorganisaties en mandatarissen. Het is echter duidelijk dat Corbyn zich in de campagne voor het referendum weinig en halfslachtig heeft ingezet voor Remain. Hij ging zelfs met vakantie tijdens de campagne, verscheen niet op de lancering van de Remain-campagneorganisatie en weigerde een pro-Remain podium te delen met premier Cameron. De dag na het Europees referendum riep Corbyn op om artikel 50 zonder verwijl in te roepen, en in december 2016 stemde hij in het Parlement ervoor dat het VK de EU zou verlaten niet later dan 31 maart 2019. Remain was out of the question.

Gedurende de eerste 18 maanden van het Brexit-proces was de strategie van Corbyn om een ​​reeks negatieve 'rode lijnen' te trekken waarop men de deal van Theresa May zou beoordelen, aanvallen en verwerpen. Het was immers een op voorhand uitgemaakte zaak dat de 'Tory-Brexit' deze zes 'testen' nooit zou doorstaan. In de slotspeech op het partijcongres van 2018 keerde Corbyn zich nog eens expliciet tegen een Tory-Brexit, die hij samenvatte als 'ABritannia that rules the waves and waves the rules'.

Daarnaast besefte Corbyn dat een Douane-Unie met de EU, dicht aanleunend tegen de interne markt, de ideale tussenpositie zou vormen tussen hard Brexiteers, hard Remainers en de meegaande meerderheid. Druk van de achterban en het perspectief op het premierschap na de succesvolle verkiezingen van 2017 waren daar niet vreemd aan. Met de Douane-Unie worden voor het VK bovendien twee cruciale problemen opgelost. Ten eerste wordt zo komaf gemaakt met de voor iedereen vervelende 'back stop'. Ten tweede zouden de grensoverschrijdende productieketens intact kunnen blijven, wat Labour in staat stelde een 'jobs first Brexit' te presenteren. Ook de EU en haar lidstaten zien brood in deze tussenpositie. Corbyn heeft dus aangevoeld dat het enige redelijke evenwichtspunt tussen Remain en Leave lag in zo'n Douane-Unie. Dit was voor de eurosceptische Corbyn al een hele sprong, maar een sprong die May (nog) niet kon of mocht maken.

CONSTRUCTIEVE AMBIGUÏTEIT

Eens de onderhandelingen met Brussel voor het grootste stuk voorbij waren (september 2018) en Corbyn zowel zijn rode lijnen als einddoel had vooropgesteld, werd Labour ten volle geconfronteerd met de moeilijkheid om de enthousiaste steun voor 'Bremain' onder haar leden met de zorgen van MP's en lokale mandatarissen in Brexit-kiesdistricten te verzoenen. De Remain-campagne heroriënteerde zichzelf ondertussen volop naar de eis voor een nieuwe People's Vote. Corbyns oorspronkelijke onwil om dit te ondersteunen stelde een groep 'Blairite' (en dus anti-Corbyn) Labour-parlementsleden, geleid door Chuka Umunna, in staat een duidelijke pro-Europese factie te vormen. Mede als reactie hierop zijn ook de pro-Corbyn-pro-Remain leden van de partij druk beginnen uitoefenen voor een tweede People's Vote. Van de 150(!) Brexit-moties ingediend door de lokale afdelingen op haar laatste congres (september 2018) vroegen meer dan 100 de partij om te gaan voor een tweede referendum. Na een nachtelijke marathononderhandeling van de leden met het partijapparaat werd een getrapte consensusmotie gevonden, inclusief een People's Vote in laatste orde. Deze oplossing kreeg de steun van 90% van het Congres. Corbyn vertaalde dit compromis tijdens zijn slottoespraak als een mandaat aan de parlementsleden om de regering-May weg te stemmen en naar algemene verkiezingen te gaan: 'That is why, if Parliament votes down a Tory deal or the government fails to reach any deal at all, we would press for a General Election'. Bij hem toen nog geen vermelding van een tweede referendum of de mogelijkheid van Remain. Brexit-schaduwminister, Keir Starmer, ging daarentegen een stuk verder en herhaalde dat 'nobody excludes Remain as an option' en kreeg hiervoor van het Congres een staande ovatie. Niet te verwonderen aangezien uit recente peilingen blijkt dat dat ongeveer 85% van Labour-leden een nieuw referendum wenst.

De interne en electorale puzzel is aartsmoeilijk voor Labour. Niet zo gek dus dat het Labour-standpunt niet uitblinkt in duidelijkheid en consistentie. Labour rekent erop dat de partij het meest gebaat is bij zogenoemde 'constructieve ambiguïteit'. Zo hoopt men de eurofiele partijleden die een tweede referendum voorstaan en de zorgen van MP's en lokale mandatarissen in Brexit-kiesdistricten – zo'n 60% van de Labour Lagerhuisleden – te verzoenen. Bovendien zijn Corbyn en entourage, zoals al eerder gezegd, zelf een op zijn best koele minnaar van de EU.

Labour hoopt dat deze constructieve ambiguïteit haar toelaat bij de volgende verkiezingen een winnende kiezerscoalitie op te bouwen van zowel middenklasse-Remainers, die hopen Brexit te stoppen, als Leavers uit de arbeidersklasse, die hechten aan Labour. Alvast bij de verkiezingen van 2017 – verkiezingen georganiseerd door May om Labour te vernietigen en onder een ongezien kwaadaardige anti-Corbyn tabloidcampagne – legde dit de partij beslist geen windeieren. Labour presteerde bij deze 'snap election' immers ver boven de verwachtingen en haalde met 40% (30% in 2015 – de grootste sprong sinds 1945) haar beste resultaat sinds 2001.

Om de electorale puzzel nog te bemoeilijken stapte een deel van de eurofiele factie binnen Labour uit de partij en richtte samen met enkele Conservatieven de centristische The Independent Group op.

LABOURS MOTIEVEN

Hoe moeten we de keuze voor zo'n 'constructieve ambiguïteit' van Labour nu verklaren? De Britse linkerzijde is en blijft in de eerste plaats Brits. In het VK bestaat een veel sterkere beleving van de parlementaire democratie. De Britten aanzien de manier waarop de democratische controle op de Europese besluitvorming wordt uitgeoefend dan ook als deficitair. Delen van je soevereiniteit afstaan en daardoor je inspraak- en controlerecht inperken zonder dat er een gelijkwaardig systeem voor in de plaats komt, ligt moeilijk. Concreet betekent het een parlement waar je het grosso modo 50% van de tijd voor het zeggen hebt, inruilen voor het Europees Parlement waar je invloed beperkt tot marginaal is.[4]

Het is niet voor niets dat Labour tot diep in de jaren 1980 dé eurosceptische kracht in de Britse politiek was. Belangrijke delen van Labour en de Britse vakbonden delen immers de overtuiging dat de Europese Unie een neoliberale 'dwangbuis'[5] is waar de vrije markt triomfeert op nationaal georganiseerde arbeid. Of zoals oud-Brexit coryfee, Tony Benn, sprak over zijn tijd als minister in de Raad: 'I came to realise that the EEC – far from being an instrument for the political control of multinationals – was actually welcomed by the multinationals, which saw it as a way of overcoming policies of national governments to which they objected'.[6] Keynesiaans beleid wordt bovendien op het niveau van de lidstaten beteugeld door Europese begrotingsregels en die op staatssteun – dit laatste in het bijzonder een doorn in het oog van Corbyn.

Voor Labour zijn er, last but not least, electoraal goede redenen om minstens 'constructief ambigu' – sommigen zouden zeggen 'warrig' – met Brexit om te gaan. Het is immers dé (verborgen) verkiezingsparadox van 2017 – nochtans succesvolle verkiezingen voor Labour – dat de partij met working class champion Jeremy Corbyn, met meer steun sinds lang van de vakbonden en van de links-militante Momentum-beweging, nog meer kiezers uit de lagere sociale klassen heeft verlóren aan de Conservatieven. Electorale analyses laten duidelijk zien dat, om de volgende verkiezingen te winnen, Labour veel beter moet doen buiten de kosmopolitische, progressieve (universiteits)steden – waar het de stemmen onnodig opstapelt – zoals in de Midlands en het Noorden. Labour, zoals veel andere linkse partijen, heeft het steeds moeilijker om de stem van de arbeidersklasse en cultureel conservatieve bevolking te mobiliseren. Brexit – dat draait rond identiteit en migratie – zet dit op scherp. In totaal 140 vooral working class kiesdistricten die traditioneel Labour toebehoorden, stemden Leave bij het referendum.[7] Nog belangrijker is dat 22 van 25 top _25__ target seats_ voor de volgende verkiezingen Leave-zetels zijn.[8]

NIEUW 'MOMENTUM' VOOR CORBYN?

Ook bij de, op het moment van schrijven van deze tekst, laatste stemming over Brexit-alternatieven in het Lagerhuis (1 april) werd voor geen enkel 'positief' scenario een meerderheid gevonden. Het politieke proces zit dus op regerings- én parlementsniveau volledig strop. Als er nu verkiezingen komen – waar Corbyn op aast – staat hij op het vlak van Brexit voor op de Conservatieven. Het is immers duidelijk dat de geesten (en parlementsstemmingen) steeds meer aan het rijpen zijn richting Douane-Unie als enige redelijk evenwichtspunt tussen Remain en Leave – iets wat Corbyn als eerste heeft beseft. Indien hij erin slaagt om tijdens die verkiezingen een voldoende grote coalitie aan te trekken van Leavers die 'redelijk' zijn of hechten aan Labour, en Remainers die hopen op een tweede referendum onder Labour, kan Corbyn binnenkort misschien zijn eurosceptische schoenen in Brussel zelf gaan aantrekken.

NOTEN

  1. De Bock, J. (2019), 'De Britse linkerzijde en de EU', Liber amicorum Paul Rietjens: een momentopname in veranderende wereldbeelden, Brussel, VUBPress, p. 84.
  2. Ibidem.
  3. Goodall, L. (2018), 'Left for Death? The strange death and rebirth of the Labour Party', Londen, William Collins, p. 163.
  4. Liber amicorum Paul Rietjens (2019), p. 99.
  5. De Ville, F. 'Sociaaldemocratie moet zich uit Europese dwangbuis wringen', Res Publica, januari 2015, pp. 353-368.
  6. Goodall, L. (2018), p. 162.
  7. Eatwell, R. & Goodwin, M. (2018), 'National Populism: the revolt against liberal democracy', Londen, Penguin Books p. xi.
  8. Goodall, L. (2018), p. 285.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 50 tot 60