Abonneer Log in

Michel I: eurorealisme in uitvoering?

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 25 tot 29

Gedurende de afgelopen kwarteeuw schopten eurosceptische partijen het in zo goed als elke Europese lidstaat van marginale outsiders tot centrale spelers. Sinds de laatste Europese Parlementsverkiezingen, die te boek staan als een eurosceptische vloedgolf, traden eurosceptische partijen toe tot regeringen in onder andere Italië en Oostenrijk, en verscherpten regeringspartijen in Polen en Hongarije hun eurosceptisch profiel. Hoewel het in België lang uitzonderlijk stil bleef rond Europa, won N-VA in 2014 de verkiezingen met een eurorealistisch programma.

Vijf jaar later blijft dit eurorealisme moeilijk te duiden. Door harde lijnen te trekken in het migratiedebat en door het politieke establishment in vraag te stellen, begint de stijl en het programma van N-VA te lijken op die van eurosceptische partijen in de omringende lidstaten. Toch kiest de partij niet resoluut voor hard euroscepticisme. Waarom? Maar ook, hoe heeft dat specifieke eurorealisme richting gegeven aan de Europese koers van de regering-Michel I? Heeft België zich als braafste leerling in de Europese klas aangesloten bij de relschoppers, of bleef het eurorealisme een clevere campagnestrategie?

HET EUROREALISME VAN N-VA

De 'permissieve consensus' die de eerste decennia van Europese integratie karakteriseerde, leek in België lang vereeuwigd.1 Terwijl burgers in omringende landen EU-verdragen verwierpen in referenda en eurosceptische politici verkozen, bleef de Europese integratie een non-issue in België. De mainstreampartijen dachten er niet aan de EU in vraag te stellen in haar geografisch, historisch en politiek hart. Uitzonderlijke scheldtirades uit radicaallinkse hoek, over de EU als megalomaan, kapitalistisch project, of van radicaalrechts over corrupte eurocraten, werden zelden serieus genomen. Dit ondanks het feit dat Belgische burgers helemaal niet zo verknocht zijn aan Europa als het partijlandschap doet geloven.2

Daar kwam in 2014 verandering in, toen N-VA de Vlaamse kiezer een eurorealistisch programma voorschotelde. Dit werd onthaald als een behoorlijke shift, zeker toen de partij ook in het Europees Parlement de overstap maakte van de groene, regionalistische en pro-Europese EFA (European Free Alliance) naar de conservatief-rechtse, eurosceptische ERC (European Reformists and Conservatives). Deze politieke groep biedt onder meer onderdak aan de Britse Conservatives, deels verantwoordelijk voor de Brexit, en het Poolse Recht en Rechtvaardigheid (PiS), wiens regering uitblinkt in het aan haar laars lappen van EU-akkoorden. Intensieve onderhandelingen met de liberalen van de ALDE waren eerder stuk gelopen op het euro-enthousiasme van Guy Verhofstadt.

Toch koos de partij bewust en nadrukkelijk voor eurorealisme; het 'streven naar een haalbare en gedragen Europese samenwerking', niet voor euroscepticisme. N-VA pleit tegen overbodige EU-regelgeving en -bureaucratie, maar ze pleit ook voor méér Europa in domeinen waarin de EU een meerwaarde kan leveren voor burgers, zoals op vlak van milieu en digitale veiligheid. In deze bewoording komt het eurorealisme niet in de buurt van de krachttermen die de EU in haar geheel bij het groot vuil zetten door Geert Wilders, Marine Le Pen of Nigel Farage. Nergens wordt gepleit voor een 'Bexit' of nog onnozeler, een 'Vlexit'; noch voor stopzetten of afblazen van Europese samenwerking.3 Het eurorealisme past daarmee onder de definitie van 'soft euroscepticism', in tegenstelling tot 'hard euroscepticism'. Geen principiële verwerping van de EU, maar oppositie tegen specifieke kenmerken, aspecten of domeinen van de EU.4

De kritiek van N-VA is vooral gebaseerd op haar begrip van democratische soevereiniteit die dient te overlappen met de Vlaamse natie, en op het principe van subsidiariteit dat voorschrijft dat beslissingen zo dicht mogelijk bij de burger moeten worden genomen. Europese samenwerking staat in functie van de belangen van die natie, en niet meer dan dat. Een supranationaal Europa, waarin burgers transnationale belangen delen en dat kan uitgroeien tot meer dan een som der delen, past niet in die visie.

Toch is er speelruimte tussen eurorealisme en euroscepticisme. Voor wie het wil horen, weerklinkt in het N-VA-discours het geluid dat elders in Europa veel luider klinkt in referenties naar het democratisch deficit, overmatige bureaucratie, en een kloof tussen burger en politiek. Omdat N-VA zich in de afgelopen jaren steeds meer en harder profileert op de kernthema's van eurosceptici – identiteit, open grenzen en legitimiteit van politieke instellingen – lijkt de grens tussen eurorealisme en euroscepticisme soms dunner dan anders.

Ook bevat de term 'eurorealisme' wel degelijk een verwijt aan het adres van de EU. Naïef, hoogdravend en idealistisch, gaat ze voorbij aan wat praktisch, haalbaar en wenselijk is voor gewone burgers. 'Realisme' verwerpt ook de idee dat de EU op korte termijn leidt tot Europees burgerschap of identiteit. In een nationalistische ideologie groeien identiteit en burgerschap (en daarmee soevereiniteit) van onderuit, en kunnen die onmogelijk van bovenaf gecreëerd worden door instellingen of beleid.5 De ironie wil dat er geen andere ideologie is die dat in de geschiedenis met meer geweld gedaan heeft.

BELGIUM IN THE MIDDLE

Waarom die speelruimte? Waarom kiest N-VA niet resoluut voor euroscepticisme om de laag hangende electorale vruchten te plukken, naar het succesvol voorbeeld van het Nederlandse Forum voor Democratie? Het antwoord ligt vooral in het verband tussen Europa en het regionalisme. Een realistische visie van een autonomer Vlaanderen bestaat niet zonder een Europees kader. N-VA is zich maar al te goed bewust van de Europese vervlechting van de belangen van een regio als Vlaanderen op economisch, innovatief, academisch en (geo)politiek niveau. Dat is zichtbaar in de manier waarop de partij de Brexit benadert.

N-VA pleit voor een Europa van soevereine volkeren, maar haar soevereine staat valt niet samen met de lidstaat België. Vandaar het aandringen op het openstaan voor interne uitbreiding van de EU. Wie de uiteindelijke dissolutie van België voor ogen heeft, ziet in Europese integratie mogelijk een bondgenoot. Het verschuiven van bevoegdheden in een systeem van multi-level governance biedt kansen aan regio's en lokale besturen om inspraak te krijgen, en macht naar zich toe te trekken. Onder het motto 'Unity in Diversity' geeft de EU rechten en een politieke rol aan sub-nationale identiteiten, talen en groepen. Dankzij het proportionele systeem hebben regionale partijen ook via vertegenwoordiging in het Europees Parlement, met de bijkomende financiering en inspraak, hun positie kunnen versterken.

Het Vlaams-nationalisme verhindert, met andere woorden, de usual suspects uit te pakken met snoeiharde kritiek tegen de EU. In andere lidstaten werd de EU aangegrepen als as van alle kwaad in het discours tegen open grenzen, transnationale solidariteit en 'de elite'. N-VA, net als Vlaams Belang, hadden al een dergelijke zondebok voor handen. Voor nationalisten in Nederland, Frankrijk of Duitsland betekent Europese integratie een ontmanteling van de nationale soevereiniteit. Voor Vlaams-nationalisten is die ontmanteling welkom. Zelfs radicaalrechts weerhoudt zich daarom om euroscepticisme pontificaal op de agenda te zetten. Het verklaart ook waarom het eurorealisme bij N-VA op de voorgrond kwam toen de communautaire kwestie tijdelijk naar de achtergrond werd geschoven.

DE EUROPESE KOERS VAN MICHEL I

Gezien het eurorealisme ruimte laat voor interpretatie, is het moeilijk N-VA af te rekenen op de Europese koers van de regering-Michel I. Toch viel er een eurorealistische stempel te ontwaren op verschillende momenten.

Een eerste, voor de hand liggende manier om de Europese koers van een regering af te meten, is aan de hand van haar stemgedrag in de Raad van de Europese Unie, de vergadering van bevoegde ministers die stemt over Europese wetgeving. Omdat de EU een politiek systeem in the making is, staat elk goedgekeurd wetsvoorstel in de praktijk voor een beetje meer Europa in ons dagelijks leven. Het blokkeren van wetsvoorstellen in de Raad is ook één van de meest effectieve manieren om integratie te dwarsbomen. Frankrijk stemde tegen geen enkel voorstel. Het Verenigd Koninkrijk stemde maar liefst 16 keer tegen. Andere lidstaten die een bovengemiddeld aantal voorstellen wegstemden, zijn inderdaad lidstaten met eurosceptische partijen aan boord: Nederland (9), Oostenrijk (11), Hongarije (11) en Polen (8).

België stemde 3 keer tegen. Het eerste wetsvoorstel betrof pakketreizen in de toeristische sector, en werd verworpen op basis van een taalkwestie. De andere twee betroffen de befaamde energierichtlijnen, die net na de klimaatbetoging gestemd werden. De regering stemde tegen omdat ze de doelstellingen niet haalbaar achtte en dus onrealistisch, in lijn met de N-VA-slogan.6 Anderzijds werd recent een wetsvoorstel aangenomen in het Europees Parlement dat getrokken werd door Mark Demesmaeker, voorzitter van de N-VA-fractie, betreffende een verbod op microplastics in cosmetische en schoonmaakproducten.7

Een tweede moment waarop N-VA de Europese koers van Michel I wist te sturen deed zich voor in de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd. Michel was niet toevallig de eerste Europese regeringsleider die het geweld tegen vreedzame demonstranten in de nasleep van het referendum voor Catalaanse onafhankelijkheid veroordeelde. Zowel in de regering als in het Europees Parlement spraken N-VA-politici hun nadrukkelijke steun uit voor de Catalaanse onafhankelijkheidsstrijders. Ook in de vlucht van Catalaans premier Carles Puigdemont naar België speelde N-VA een sleutelrol.

Tegen de hoop en de verwachting van de Catalanen alsook van N-VA in, weigerde Europees Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker een bemiddelende rol te spelen in het conflict. Zowel de Europese regeringsleiders als de supranationale mogendheden erkenden de Catalaanse autoriteiten niet. In de ogen van deze laatsten, had een EU die zichzelf oprichtte om democratische zelfbeschikking te vrijwaren zichzelf verloochend toen het de rangen sloot achter de Spaanse regering. Het Europese handelen in de Catalaanse saga zal voor N-VA ongetwijfeld hebben bevestigd dat het op korte termijn niet nodig – noch realistisch – is de EU te vriend te houden in het belang van de Vlaamse onafhankelijkheid.

Het punt waarop de regering uiteindelijk net voor de finish struikelde, is waarschijnlijk ook het domein waarop N-VA haar signatuur het duidelijkst achterliet op Europees niveau. In de vele bijeenkomsten van nationale migratieministers in Brussel wist voormalig staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Theo Francken, België een totaal nieuwe rol aan te meten: die van on-compromitterende dwarsligger. Francken werd zelfs publiekelijk teruggefloten door regeringspartners, nadat hij een standpunt over Artikel 3 van de Mensenrechtenverklaring naar eigen inzicht aanpaste.8 Gezien de urgentie van de vluchtelingencrisis tijdens de afgelopen legislatuur, de stijl en stelligheid waarmee Theo Francken te werk ging en de realiteit dat een hard migratiebetoog in het huidige politieke klimaat onlosmakelijk verbonden is met euroscepticisme, zal het imago van België als braafste jongetje van de klas vooral op dit vlak gesneuveld zijn.

UNIEKE BELGISCHE CONTEXT

De aankomende verkiezingen zullen uitwijzen of eurosceptische kiezers die vijf jaar geleden kozen voor eurorealisme tevreden zijn met dit bilan. Gezien het onbenutte potentieel van eurosceptische kiezers in België, valt niet uit te sluiten dat N-VA een deel van haar kiezers juist op dit thema aan de rechterzijde verliest. Maar voorlopig weerhoudt de unieke Belgische context beide partijen ervan Europa centraal te zetten op de politieke agenda. Pro-Europese partijen elders in Europa werden gedwongen een alternatieve visie uit te werken in reactie tegen radicale, harde eurosceptici. In België hebben zij de kans het thema naar zich toe te trekken in een context die nog redelijk onaangetast is door diepe polarisering. Laat dat een uitnodiging zijn voor een levendig, constructief debat over de richting van het Europees project.

NOTEN

  1. De 'permissieve consensus' beschrijft de door elites veronderstelde, brede steun voor diepere integratie en uitbreiding van het Europees project onder burgers, in de eerste decennia van Europese integratie.
  2. In november 2018 hadden net iets meer Belgen een negatief beeld van de EU (15%) dan Nederlanders (14%). Toch wist Thierry Baudet eind maart de Nederlandse Eerste Kamerverkiezingen te winnen met een 'Nexit' bovenaan op de agenda.
  3. Standpunten uit het N-VA-programma van 2014, 'Verandering voor Vooruitgang': https://www.n-va.be/sites/default/files/generated/files/brochure-attachment/verkiezingsprogramma_n-va_2014.pdf.
  4. Volgens de beroemde definitie van Paul Taggart en Aleks Szczerbiak.
  5. Zie bijvoorbeeld het N-VA-standpunt over de Regio's in Europa: https://www.n-va.be/standpunten/regios-in-europa.
  6. https://www.votewatch.eu/en/term8-directive-of-the-european-parliament-and-of-the-council-amending-directive-2012-27-eu-on-energy-effi.html en https://www.votewatch.eu/en/term8-directive-of-the-european-parliament-and-of-the-council-amending-directive-98-70-ec-relating-to-the-.html.
  7. https://www.euractiv.com/section/energy-environment/news/meps-vote-to-turn-plastic-wastelands-into-fields-of-gold/.
  8. Niemand mag teruggestuurd worden naar een land waar zijn leven in gevaar is.

Samenleving & Politiek, Jaargang 26, 2019, nr. 4 (april), pagina 25 tot 29