Log in

Een duim voor Privacy

BRIEVEN AAN MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 98 tot 99

Geachte heer Tommelein,
Beste Staatssecretaris voor Privacy,

Allereerst gefeliciteerd met uw benoeming. I Like. U krijgt alvast een duim omhoog, zoals dat in ons digitaal-minnend tijdperk hoort.

Gezien het woelig klimaat waarin het recht op privacy zich de laatste jaren bevindt, niet in het minst door de toenemende digitalisering van onze samenleving, is deze functie van onmiskenbaar belang. Iets wat ook de huidige regeerploeg terecht constateerde. Dat stemt me alvast hoopvol.

De inlichtingendiensten liggen op de loer, internetbedrijven azen op onze persoonsgegevens en velen lijken de trend te volgen, het aantal bewakingscamera’s neemt ongekende proporties aan en de systemen worden steeds verfijnder, nationale wetgeving zet de Europese databewaarplicht om en de overheid heeft een niet te stillen datahonger.

Inbreuken op het recht op privacy worden vaak gerechtvaardigd als noodzakelijk om de veiligheid in de samenleving te garanderen. Die veiligheid is onontbeerlijk en dus terecht een na te streven goed. Maar dat is privacy evenzeer. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens erkent dit ook, vandaar dat de wetgeving steeds noopt tot een noodzakelijk evenwicht wanneer andere fundamentele rechten met het recht op privacy in aanvaring komen.

Het moet gezegd, dat evenwicht is vandaag de dag zoek geraakt. Meer nog, burgers lijken al lang niet meer te herinneren wat dat recht op privacy nog precies inhoudt of veilig dient te stellen. Haar essentiële waarde als afweerrecht tegen buitensporig overheidsoptreden is ondergesneeuwd. Al lijkt me dit nochtans geen mis te verstane garantie. Het is de basis voor onze vrije en democratische samenleving.

Ik detecteer in het regeerakkoord tal van voornemens die een respect voor privacy in zich dragen. Al valt me daarbij meteen iets op. Het aantal databanken wordt opgedreven, de toepassing van de Camerawet wordt uitgebreid, de informatie-uitwisseling tussen diensten en departementen wordt opgeschroefd… In termen van het ‘meer’-verhaal kan dit tellen. Aan u dus om het juiste evenwicht te vinden én te behouden. Want vanuit een doorgedreven veiligheidsdenken wordt het recht op privacy steevast weggewuifd, maar rechtsbescherming kan pas doeltreffend zijn daar waar het bestaan van het recht minstens wordt erkend én gerespecteerd. Eerder dan het recht op privacy uit te wissen in functie van het nieuwe veiligheidsideaal moeten we het recht intact houden en dienen we ons te beroepen op de voorziene uitzonderingsclausules wanneer dit noodzakelijk is in het licht van criminaliteitsbestrijding. Het is een zaak van mensenrechten om over dat evenwicht te waken, maar vanaf vandaag ook de uwe. Want wie in een vlaag van emotie én persoonlijke betrokkenheid het recht op privacy van tafel veegt, heeft eraan verzaakt ook op momenten wanneer dit recht nét bescherming dient te bieden.

Grondrechten conflicteren niet. Net daarom zijn ze als niet absolute rechten in het leven geroepen. Zo ook privacy en veiligheid. Alleen wanneer we beide rechten naast elkaar laten bestaan kan er echt sprake zijn van de vrije en democratische samenleving waar we met z’n allen voor staan. Mét digitale verbondenheid, zonder het vermarkten van onze persoonlijke levenssfeer; mét transparantie en zichtbaarheid, zonder ongelimiteerde surveillance; mét efficiënte en hedendaagse vormen van criminaliteitsbestrijding maar zonder controle op élke burger. Want een streven naar veiligheid kent geen grenzen en, zodoende, de toegepaste controlemogelijkheden ook steeds minder.

De samenleving die wij voor ogen hebben, daar kan u zich vast iets bij voorstellen. Vanuit gedeelde waarden en normen komen we zeker tot een gelijkluidend verhaal: vertrouwen in burgers, respect voor hun persoonlijke levenssfeer en de bescherming tegen datgene die daarop inbreuken poogt te plegen. Hierin ligt de kern van privacy en meteen ook de kern van uw opdracht. Die basiswaarde van privacy opnieuw aan de oppervlakte brengen en het belang ervan onderstrepen.

Burgers dienen beschermd te worden tegen datavergaring, er niet ten prooi aan worden gegooid. Dus meer datavergaring mag niet gelijk staan aan minder privacy. Ook onze persoonlijke levenssfeer verdient een ‘meer’-verhaal. Meer vertrouwen, meer privacy en meer bescherming.
U leest het. Uw taak is omvangrijk maar allermeest uitdagend. Hier ligt voor u een pioniersrol waarvan ik hoop dat u die met verve zal vervullen. Uw naam duikt voortaan in de digitale archieven als de allereerste Staatsecretaris voor Privacy. Alles wat u hiertoe verricht wordt nooit of te nimmer meer vergeten! Met dank aan Big Brother.

Veel succes. Ik duim!
Met aanmoedigende groeten,

Caroline De Geest
Beleidsmedewerker Privacy bij de Liga voor Mensenrechten

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 98 tot 99