Log in

Trouw blijven aan de beginselen van de open samenleving

BRIEVEN AAN MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 74 tot 76

Geachte heer Jan Jambon,
Beste minister van Binnenlandse Zaken,

U draagt een grote verantwoordelijkheid nu de wereldwanorde ook binnen onze grenzen steeds meer zichtbaar is geworden. Daarom is het goed dat in het federaal regeerakkoord nogal wat ruimte wordt gereserveerd voor de 350 jihadgangers die naar Irak en Syrie zijn afgereisd. De passage is doortrokken van een gevoel van urgentie, en dat behoeft na de aanslag in het Joodse museum van Brussel geen verdere rechtvaardiging. Daarom is het teleurstellend dat de tekst vrijwel geheel in het teken staat van - op zichzelf genomen noodzakelijke - repressieve maatregelen, behoudens een zinnetje: ‘De regering maakt werk van een breed gedragen maatschappelijke mobilisatie in de strijd tegen het gewelddadige jihadisme, onder meer door intensieve dialoog met religieuze verantwoordelijken en het middenveld.’

Wie zo’n dialoog en mobilisatie serieus neemt - en ik ga ervanuit dat u dat doet als vertegenwoordiger van een partij die zichzelf niet tot het establishment rekent - moet toch beginnen met een beschouwing over de motieven die deze jongeren aanzetten tot hun keuze. Daarover lezen we niets in het regeerakkoord, maar uitlatingen van regeringszijde tonen dat - net als in Nederland - het gesprek over de jihadgangers te veel over nihilisme gaat en te weinig over idealisme; te veel over psychologie en te weinig over ideologie.

Er zullen vast fanatici tussen lopen die van het geweld genieten of mensen die in het leven verdwaald zijn, maar het gaat vaak genoeg ook om jongeren die in iets geloven. Hoe merkwaardig het idee van een kalifaat ook klinkt - op het eerste zicht is het toch een beetje terug naar de Middeleeuwen - het staat symbool voor een zuivere geloofsbelijdenis. Het kalifaat is een gedroomde staat waarin de leer en het leven samenvallen en de corruptie van een moderne samenleving ver weg is. Dat is geen onschuldig ideaal, want het verlangen naar zuiverheid is vaak het begin van geweld.

Nu wordt ons van alle kanten verzekerd dat het jihadisme een randverschijnsel is, maar die soms wat wereldvreemde zoektocht van radicaliserende jongeren heeft wel degelijk een bredere context. Nogal wat Europese moslims geven immers een dogmatisch antwoord op de vraag hoe ze hun geloof kunnen belijden in samenlevingen die zo van God los zijn. Landen als Nederland en België behoren in een wereldwijde vergelijking tot de meest geseculariseerde samenlevingen. Onderzoek laat zien dat een meerderheid van de moslims in ons land een traditionele uitleg van het geloof omarmt.

Geachte minister Jambon, in een tijd van polarisatie vallen al snel belangrijke nuances weg. Het is uw taak om orthodoxie, fundamentalisme en radicalisme te blijven onderscheiden. Men kan immers fundamentalistische ideeën koesteren zonder terreur goed te keuren. De Franse islamkenner Rachid Benzine ziet de aantrekkingskracht van het kalifaat voor moslims: ‘Ik ben er zeker van dat de internationale coalitie in het Midden-Oosten niet zal volstaan om het kalifaat te gronde te richten. Precies omdat het idee van een kalifaat voor een deel van de moslims een te realiseren droom is geworden.’

Het idealisme van veel jongeren die kiezen voor de jihad maakt het allemaal niet gemakkelijker - want hun radicalisme heeft een inbedding - en juist daarom is het belangrijk dat moslims zich niet alleen uitspreken over het geweld van de jihadgangers, maar juist ook over de ideeën waarmee ze dat geweld rechtvaardigen. Denk nog eens terug aan het ‘revolutionaire geweld’ van de RAF of de Rode Brigades: slechts weinigen kozen voor het geweld, maar er was in radicaal-linkse kring sympathie voor hun ideeën en acties.

Wie, zoals u, zegt te zoeken naar mobilisatie en dialoog moet preciezer zijn over de ‘religieuze verantwoordelijken’ die in het regeerakkoord als gesprekspartner worden aangeduid. Gevraagd is ook een kritische blik van moslims. Zelfonderzoek binnen de moslimgemeenschappen is heel wat anders dan een schuldbekentenis, maar zou kunnen voortkomen uit een gevoel van verantwoordelijkheid. Zo’n oproep tot zelfonderzoek is geen nieuwe vorm van groepsdruk, maar juist een manier om het pluralisme zichtbaar te maken. Zonder die openlijke meningenstrijd in de moslimwereld zal de strijd tegen het jihadisme in Europa niet worden gewonnen.

Niet alleen de moslimgemeenschappen, maar ook de samenlevingen in Europa moeten zich een paar dringende vragen stellen, onder meer over de betekenis van gelijke behandeling. Uw partij heeft als het om migrantengemeenschappen gaat in de laatste weken op zijn minst een tegenstrijdig beeld opgeroepen, en dan druk ik me mild uit. In de weinig consequente omgang met het beginsel van gelijke behandeling ligt een ander motief voor wrok en radicalisering. Onder moslimjongeren bestaat het gevoel dat er met twee maten wordt gemeten. We moeten de rechtsgelijkheid tot uitgangspunt nemen, en juist u als minister van Binnenlandse Zaken moet dat idee willen belichamen. Daarom valt er wel een vraagteken te plaatsen bij het ontnemen van de Belgische nationaliteit - waarop wordt gewezen in het regeerakkoord - want dat is immers alleen mogelijk bij mensen met een dubbele nationaliteit. Het tijdelijk intrekken van paspoorten is iets anders.

Ook zien we een neiging om onwelgevallige meningen te gaan verbieden. Zeker, bij oproepen tot geweld moet een grens worden getrokken. Tegelijk moeten we vormen van fundamentalisme - of dat nu bestaat uit degenen die zeggen dat de islam geen plaats heeft in een democratie of degenen die zeggen dat de democratie geen plaats heeft in de islam - kunnen verdragen. Dat vraagt wel om ruime meerderheden die begrijpen dat het recht van de één een verantwoordelijkheid is van de ander, die erkennen dat godsdienstvrijheid en godsdienstkritiek bij elkaar horen. Die cultuur van vrijheden en verantwoordelijkheden wordt slecht onderhouden door overheden, die vooral met de mond belijden dat ze zoeken naar maatschappelijke mobilisatie en dialoog. Ik hoop dat u als minister daarin voorop wil gaan in de komende tijd.

Terrorisme is een vorm van psychologische oorlogsvoering. Naarmate samenlevingen zich beter voorbereiden op eventuele aanlagen, zal die oorlogsvoering minder kansrijk zijn, en ook daarom is een open communicatie van overheden zo belangrijk. Het is natuurlijk moeilijk om de collectieve stemming in een samenleving te duiden, maar de reacties in Madrid en Londen op grote aanslagen in 2004 en 2005 laten zien dat de veerkracht van een samenleving om met zulke uitingen van geweld om te gaan groter is dan vaak wordt aangenomen.

Geachte minister Jambon, u bent zich er vast van bewust dat de bemoeienis met de oorlog in Syrië en Irak het risico op aanslagen in ons deel van de wereld verhoogt. Het terrorisme vormt een serieuze bedreiging, maar zal uiteindelijk de samenleving niet ontwrichten. Veel van onze buurlanden hebben ruime ervaring met politiek geweld: Spanje heeft ETA overleefd, Duitsland heeft de ‘loden jaren’ van RAF doorstaan, en Groot-Brittannië de decennia van IRA.

Die eerdere vormen van terrorisme hebben geleerd dat ideeën belangrijk zijn. Zoals gezegd: weinigen hebben uiteindelijk de grens van het geweld overschreden, maar er waren veel meer mensen die wel sympathie hadden voor hun motieven en daden. Daarom is het - soms onbehaaglijke - debat over de mogelijke motieven van de jihadgangers zo wezenlijk. De kernopdracht voor overheden en bestuurders is om juist in tijden van terrorisme trouw te blijven aan de beginselen van de open samenleving; dat is een voorwaarde om deze confrontatie te winnen. Ik hoop dat u deze bezorgde woorden als een teken van verbondenheid, als uitdrukking van een gedeelde opdracht over de landsgrens heen zult willen beschouwen.

Met vriendelijke groet,

Paul Scheffer
Publicist en hoogleraar Europese Studies, Universiteit van Tilburg

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 74 tot 76