Abonneer Log in

Optornen tegen dualiserende onderstroom

BRIEVEN AAN MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 100 tot 102

Geachte Staatssecretaris voor Armoedebestrijding,
Mevrouw Elke Sleurs,

U staat voor een zeer belangrijke maar uitzonderlijk moeilijke opdracht. U moet de armoede bestrijden. Maar nergens in de wereld van rijke en ontwikkelde welvaartsstaten zijn er de voorbije drie tot vier decennia nog substantiële successen geboekt op het vlak van het terugdringen van de armoede. De regering wil de sociale minima optrekken naar de Europese armoedegrens. Dat is een zeer nobel en noodzakelijk doel. Iedereen is het er immers over eens dat de sociale minima voor mensen zonder werk een rijk land onwaardig zijn, vooral voor gezinnen met kinderen. Maar, het is zo goed als zeker dat ook deze regering er niet zal in lukken om deze minima tot aan de armoedegrens te brengen. Zelfs in de goede jaren voor de crisis, wanneer de tewerkstelling en de inkomens sterk aan het stijgen waren, kwamen de meeste minima voor werkloze gezinnen niet dichter bij de armoedegrenzen, integendeel. Ook dan was er geen sprake van een daling van de globale armoedecijfers en ook dan waren er sterke aanwijzingen voor een stijgende armoede bij gezinnen met kinderen.

De reden daarvoor is simpel: het beleid moet in toenemende mate optornen tegen onderliggende economische en sociaaldemografische krachten waartegen de welvaartsstaat zich van langsom minder kan wapenen. Het zit zo.

De armoedestilstand - in België net als in andere rijke Europese welvaartsstaten - wordt in het algemeen verklaard door drie factoren. Ten eerste, vertaalt de tewerkstellingsgroei zich onvoldoende in een overeenkomstige vermindering van het aantal gezinnen zonder werk. Nieuwe jobs komen disproportioneel ten goede aan zogenaamde ‘werkrijke’ gezinnen, waar iedereen aan het werk is. Werkarme gezinnen profiteren nauwelijks van de tewerkstellingsgroei: zij zijn vaak laaggeschoold en voor hen is er van langs­om minder plaats op de arbeidsmarkt. Ten tweede, blijven de lonen voor laaggeschoolden structureel achterop. Gedurende de voorbije twee decennia stegen de bruto minimumlonen met één procent bruto. Meer gingen minimumloners er tussen 1995 en 2012 niet op vooruit. Voor uw informatie: het gemiddeld loon steeg in diezelfde periode met ongeveer 14 procent. Ten derde, werd de sociale bescherming voor gezinnen die niet voluit konden profiteren van de tewerkstellingsgroei (nog) minder genereus. Dat heeft alles te maken met de noodzakelijke strijd tegen de werkloosheidsvallen: als de lage lonen al niet volgen, geldt dat a fortiori voor de sociale minima. Uw lovenswaardig voornemen om de minima te laten evolueren in de richting van de armoedegrenzen is dus gemakkelijker gezegd dan gedaan: het veronderstelt een grote inspanning om de ganse onderbouw van de inkomensverdeling op te tillen.

U zal dus moeten optornen tegen een sterke dualiserende onderstroom in de samenleving. Maar, helaas, de stuurknuppels die daarvoor moeten worden bediend, hebt U niet in handen. U zit zelfs niet in de cockpit. Daarom richt ik deze brief ook aan de Eerste Minister en de Ministers van Financiën, Werk, Sociale Zaken en Pensioenen.

Geachte Heer Eerste Minister, Charles Michel, als U het oprecht meent met de armoedebestrijding dan heeft Uw Minister van Financiën, Johan Van Overtveldt, een uitzonderlijk belangrijke rol te spelen. Het inkomen van minimumloners met kinderen schurkt aan tegen de armoedegrens. In 2012 was het inkomen van een hardwerkend eenoudergezin met een minimumloon amper 5% hoger dan de armoedegrens. Wil hij voor fatsoenlijke inkomens zorgen voor hardwerkende minimumloners dan zal hij moeten zorgen voor een nulbelasting op lage lonen. Zijn rol in de armoedebestrijding kan moeilijk overschat worden. Het is daarom een zeer goede zaak dat U de Staatssecretaris voor armoedebestrijding hebt toegevoegd aan de Minister van Financiën. Zij zouden samen een verschil kunnen maken.

De Minister van Werk, Kris Peeters, zal niet alleen moeten zorgen voor meer jobs maar ook voor een betere verdeling ervan. Hij zal daarvoor vooral moeten focussen op laaggeschoolde jobs. Geachte Heer Eerste Minister, als U het oprecht meent met de armoedebestrijding zal uw Minister van Werk zich ook moeten bezighouden met een zinvolle invulling van de sociale correcties op de indexsprong. Hij zal bovendien het werk aantrekkelijker moeten maken voor mensen met lage lonen. Daarvoor is hij wel afhankelijk van de nulbelasting op de lage lonen die uw Minister van Financiën moet instellen.

De Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block, zal haar handen vol hebben met noodzakelijke hervormingen in de gezondheidszorgen. Maar, Geachte Heer Eerste Minister, als U het oprecht meent met de armoedebestrijding zal zij ook tijd moeten vrijmaken om de maximumfactuur en het OMNIO-statuut te verbeteren. Zij zal ook de sociale minima moeten verhogen, rekening houdend met de ruimte die de Minister van Financiën haar zal geven middels de nulbelasting op lage lonen.

De Minister van Pensioenen, Daniël Bacquelaine, moet een structurele hervorming in de steigers zetten. Geachte Heer Eerste Minister, als Uw regering het oprecht meent met armoedebestrijding dan zal hij er moeten op toezien dat de meest kwetsbaren - laaggeschoolde mensen met zware beroepen - volledig uit de wind worden gezet. Hij zal werk moeten maken van fatsoenlijke minimumpensioenen, van uitzonderingen voor zware beroepen en van volwaardige gelijkstellingen ingeval van werkloosheid, ziekte en verloven wegens zorgarbeid. De Minister van Pensioenen zal er ook voor moeten zorgen dat de jongeren en de gezinnen met kinderen niet eenzijdig de kost van de veroudering moeten dragen. Daarvoor moet hij het ganse pensioensysteem op een andere leest schoeien.

Uw regeringsverklaring verwijst op verschillende plaatsen naar de Europese doelstellingen inzake begroting en tewerkstelling. Het is vreemd dat de passage over het armoedebeleid geen enkele melding maakt van de Europese afspraken ter zake. Geachte Heer Eerste Minister, Geachte Heren en Dames Ministers, Geachte Staatssecretarissen, jullie weten toch dat de ‘Europese 2020-strategie’ een vermindering vooropstelt van de armoede in elke lidstaat? Jullie weten dat ook België elke voor- of achteruitgang op dit vlak moet rapporteren aan de Europese instellingen? Als jullie regering het oprecht meent met de armoedebestrijding zou het goed zijn mocht jullie beleid van meet af aan worden afgestemd op de plannen van Commissievoorzitter Jean-Claude Juncker en Eurocommissaris Marianne Thyssen. En vice versa. Want ook Europa heeft nog onvoldoende begrepen dat armoedebestrijding in de eerste plaats een zaak is van lastenverlagingen op lage lonen en van een meer billijke verdeling van werk en welvaart.

Mocht U moedeloos zijn geworden bij het lezen van deze brief, Geachte Mevrouw Sleurs, Europa kan U helpen. Met de Europese stok achter de deur kan U de Eerste Minister en de Ministers van Financiën, Werk, Sociale Zaken en Pensioenen misschien overtuigen van het belang van bovenvernoemde beleidshervormingen. En omgekeerd, met een nulbelasting op lage inkomens zou België het goede voorbeeld kunnen geven aan Europa. Ik wens het U van harte toe.

Met vriendelijke groet,

Bea Cantillon
Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (Universiteit Antwerpen)

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 100 tot 102