Log in

Kerktorenbeleid

BRIEVEN AAN MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 71 tot 73

Geachte Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
Beste meneer De Croo,

Met veel interesse lazen we in het regeerakkoord dat u ‘het Belgische beleid inzake ontwikkelingssamenwerking in lijn wilt brengen met nieuwe uitdagingen en moderne inzichten’. De wereld staat immers voor heel wat uitdagingen, en dat is zacht uitgedrukt. Economische, sociale en ecologische systemen staan wereldwijd onder hevige druk. Sommigen spreken over ‘schokken’, al denken we dat het woord ‘crisissen’ toepasselijker is. Het zijn crisissen die, gezien hun verwevenheid, elkaar versterken en één geheel vormen. En deze globale crisis ‘hypothekeert het ontwikkelingsrendement’, zoals u zo mooi formuleert, van vele bevolkingsgroepen. Immers, geen ontwikkeling op een economisch kerkhof, geen economische duurzaamheid zonder sociale vooruitgang, geen sociale vooruitgang op een dode planeet.

Eén van die nieuwe grote uitdagingen is de toenemende ongelijkheid. Het kruim van de onderzoekswereld roept het reeds vele jaren: de steeds groter wordende ongelijkheid is een wereldwijde bedreiging voor mens en maatschappij. Ongelijkheid is een gevaar voor democratie en ontwikkeling.

Verbaasd waren we dan ook toen we in het regeerakkoord lazen dat de Belgische ontwikkelingssamenwerking zich ‘in de eerste plaats moet concentreren op fragiele staten en post-conflictzones’. Niet dat het werk in deze staten niet belangrijk en noodzakelijk is, maar vooral omdat de middeninkomenslanden in het regeerakkoord nergens te bespeuren zijn. Zoals u ongetwijfeld weet, leeft de meerderheid armen in de wereld in deze landen. Middeninkomenslanden worden geconfronteerd met een gehele set aan uitdagingen, gaande van een democratisch deficit, toenemende ecologische problemen tengevolge van economische ontwikkeling, ... tot ongelijkheid. De economische groei die veel van deze landen hebben doorgemaakt, kunnen we niet omschrijven als inclusief, verre van zelfs. De groeiende sociale onrust in veel van deze landen is een symptoom van deze toegenomen ongelijkheid. De afwezigheid van sociale beschermingssystemen in deze landen, als belangrijk instrument van hervedeling, is boutweg problematisch.

In de Post 2015-onderhandelingen engageerde België zich nochtans om het thema sociale bescherming op de tafel te leggen. In de wetenschap dat een universele sociale bescherming een belangrijk instrument is om de wereldwijde ongelijkheid te bestrijden, en gezien de ervaring van ons land in dit thema hadden we zeker recht van spreken. Maar niets van dit alles vinden we terug in het regeerakkoord. Middeninkomenslanden links laten liggen enerzijds, en ongelijkheid hekelen en sociale bescherming promoten anderzijds, lijkt ons wat contradictorisch. Daarom, beste meneer De Croo, focus niet op fragiele staten, maar op mensen in fragiele leefsituaties.

In het stuk over ontwikkelingssamenwerking staat slechts eenmaal het woord ‘Zuiden’ te lezen, en dat is hoopgevend. Want daaruit zou je kunnen opmaken dat ook ú niet langer meegaat in de klassieke Noord-Zuidopdeling. Deze opdeling behoort immers tot het verouderde ontwikkelingsjargon en is bovendien helemaal niet meer correct. Als we spreken over ontwikkelingssamenwerking, dan hebben we het vaak over globale problemen die iedereen, in Noord en Zuid, aanbelangen. Ontwikkelingssamenwerking is daarom niet langer een instrument strikt voor het Zuiden.

Maar jammer genoeg moeten we vaststellen dat uw globale kijk op ontwikkelingssamenwerking in het regeerakkoord nogal reductionistisch is, waarbij het Noorden zich engageert in ruil voor een prestatie van het Zuiden. Werken in die regio’s die ‘een impact hebben op de migratiestromen naar ons land’, de sectorkeuze laten afhangen van de ‘toegevoegde waarde die we kunnen aanbieden o.a. voor onze bedrijven’, ... dit is helemaal niet in lijn met de moderne inzichten waarover u spreekt.

U zal inzetten op ‘de versterking van het middenveld in ontwikkelingslanden omwille van hun belang voor een duurzame ontwikkeling’. Het versterken van dit middenveld lijkt ons een prima en nobele doelstelling. Een rijk en divers, goed georganiseerd middenveld is, zoals u wel weet, essentieel om te komen tot duurzame ontwikkeling. Het middenveld organiseert debat en creëert draagvlak en betrokkenheid. Het kanaliseert meningen en vormt mee de agenda.

Maar blijkbaar vindt u het middenveld in ontwikkelingslanden waardevoller dan het middenveld in eigen land. Want wat verder in de tekst heeft u het over de rol van de ngo’s, en daar geldt een andere toon. U vindt dat de niet-gouvernementele ontwikkelingsorganisaties in België belangrijk zijn ‘omwille van hun complementair optreden t.o.v. het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de overheid’. Ngo’s zijn meer dan complementair met de gouvernementele samenwerking, beste minister. Ngo’s organiseren ook het debat, vormen mee de agenda, doen aan samenlevingsopbouw en zorgen voor internationale solidariteit. En vergeet de duurzame internationale relaties niet die voortvloeien uit ons werk.

Weer heel wat gemengde en tegenstrijdige boodschappen lijkt ons. Het middenveld in ontwikkelingslanden versterken om duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen, en tegelijkertijd het middenveld in eigen land beperken tot een complementaire rol.

In het regeerakkoord engageert u zich om ‘in de mate van wat budgettair mogelijk is’ de norm van 0,7% van het bnp te bereiken. Dit halfslachtige engagement boezemt ons weinig vertrouwen in. Weet dat het verleden ons leert dat ontwikkelingssamenwerking het geliefkoosde slachtoffer van dienst is bij besparingsrondes. Nochtans is investeren in ontwikkelingssamenwerking een slimme zet. Investeren in ontwikkelingssamenwerking is investeren in het middenveld en in duurzame ontwikkeling. Investeren in ontwikkelingssamenwerking is globale oplossingen zoeken voor globale problemen die iedereen, in Noord en Zuid, aanbelangen. En is het niet een taak van de overheid om te investeren in het middenveld, duurzame ontwikkeling en globale oplossingen?

We lezen het niet bij u, maar horen wel eens zeggen dat ngo’s aan het subsidie-infuus liggen. Niemand ligt graag aan een infuus. Een infuus impliceert ziekte. Ngo’s ontvangen, zoals vele socio-culturele én economische sectoren en actoren, subsidies. En dat is goed. Omdat een overheid gebaat is bij een sterk middenveld. Omdat ontwikkelingssamenwerking, of zeg maar internationale samenwerking, globale problemen aanpakt. Internationale samenwerking is belangrijk, beste meneer De Croo. Want iedereen is stakeholder, ook wij hier.

Met vriendelijke groeten,

Annuschka Vandewalle
Algemeen Secretaris FOS-socialistische solidariteit
David Verstockt
Beleidsmedewerker FOS- socialistische solidariteit

Samenleving & Politiek, Jaargang 21, 2014, nr. 9 (november), pagina 71 tot 73