Abonneer Log in

De afbraak van de hoogmis van Justitie

HALFWEG MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 19 tot 21

Geachte minister van Justitie,
Geachte heer Koen Geens,

Met stijgende verbazing lees ik iedere week gulzig uw weblog koengeens.be en kan ik niet anders dan toegeven dat u een eerbaar man en een goed mens bent.

Daarom ben ik zo ontgoocheld dat u ons Hof van Assisen en onze volksrechtspraak heeft kapotgemaakt, of beter, in de Kamercommissie Justitie heeft laten kapotmaken door trawanten van N-VA. Het is me daarbij opgevallen dat uw 80 (op 150) instemmers niet gehinderd werden door veel dossierkennis. Bij de stemming, eind februari 2016, dacht ik aan overspannen schoenmakers die niet bij hun leest bleven.

Waarom, meneer de minister, moesten Hof van Assisen en een volledig vrije volksjury weg? Een volksjury die oordeelt vanuit eer en geweten?

Het kan toch niet zijn dat u Assisen hebt laten kapotmaken omdat u, vanuit uw Christelijke, Democratische en Vlaamse inborst niet meer gelooft in andermans eer en andermans geweten. Het Hof van Assisen met zijn openbare zittingen, zijn volledige transparantie en zijn vrije volksjury, wordt door uw nieuwe spelregels leeggeroofd. Assisen, uitgerekend het rechtsorgaan dat heel de wereld ons benijdt omdat het de zuiverste vorm van rechtspraak is: los van ons-kent-ons, los van relaties op de werkvloer, los van belonend genot in de alkoof.

Excuseer me voor de forse intro, meneer de minister. Het was sterker dan mezelf en die kans krijg ik nooit meer. Als oorlogskind word ik oud en er is de verstarring, na jaren als journalist ondergedompeld in andermans miserie en de onmacht van justitie.

Uit beleefdheid had ik moeten beginnen met mij voor te stellen. Maar u kent mij toch niet. Hoewel ik al veertig jaar en langer in de Hoven van Assisen kampeer en daar zelden een proces heb gemist om er zo veel mogelijk te kunnen over schrijven, heb ik u daar - zo min als uw voorgangers - nooit ontmoet, nooitgezien en nooit gehoord. Eenmaal heeft een Jezuïet uit uw pr-team mij een tweet gestuurd. Daarin las ik dat het Hof van Assisen niet verdwijnt. Integendeel, er zouden nog veel moorddossiers voor de volksjury worden gebracht. Ik heb de tweet bewaard maar niet geloofd.

U weet niet wat het Hof van Assisen is, hoewel u op ministerraden, lezingen, politieke samenscholingen en tijdens uw vele optredens in de media als enige specialist ter zake wordt aanhoord en geloofd.

Uw sacrale spreekstijl heeft een verdovendeffect op wie u tegenspreekt of kritische vragen stelt. Daarom vreest u de media niet. U kent het Hof van Assisen uit uw studieboeken en uit wat u zich te gretig en graag hebt laten wijsmaken door universitair gediplomeerde personages. Daarom dat ik u geen slechte mens kan noemen. U bent verblind door uw eigen goede bedoelingen.

U wordt in uw ministeriële wijsheid nooit tegengesproken. De manier waarop u door ambitieuze partijgenoten en andere bevriende politici wordt bejubeld als de Grote Vernieuwer van Justitie en Afbreker van Assisen en Volksjury, is bijwijlen even gênant als doorzichtig. Immers, voor wat hoort wat.

Omdat de arglistigheden en kuiperijen om onze traditie van volksrechtspraak kapot te maken nooit in de serieuze pers worden opgelijst heb ik er, samen met kleindochter Antje Verhoft, een boek over geschreven, 300 pagina’s dik. Exit Hof van Assisen, waarom? (Standaardboekhandel). Uw entourage heeft er zeker voor gezorgd dat u het nooit in handen krijgt.

Bent u een slecht mens?
Een sluwe politicus?
Een ongevoelige professor?
Nee, dat heb ik altijd tegengesproken, in schrijfsels en op lezingen. Als familiemens kleeft er geen modder op u en, als er een hemel bestaat, dan heeft u die daar al verdiend.

Justitie moest hier vanuit de 19de eeuw worden geüpdatet naar de 21ste eeuw met het herschrijven van zowat alle wetten en procedures. Maar bent u écht begaan met moderniseren en humaniseren van Justitie? Of bent u bezig met de armoede van Justitie als strategie? Alles zo goedkoop mogelijk maken, ongeacht de kwaliteit.

Ooit zal in uw memoires te lezen staan dat u zelf niet geloofde dat de Kamer van Volksvertegenwoordigers uw wetsontwerp om het Hof van Assisen uit te kleden, zou goedkeuren. Deze regering staat nationaal wankel en heerst in de Kamer met een krappe meerderheid tegen minderheid. U vreesde dat enkele advocaten, die als volksvertegenwoordigers schnabbelen voor CD&V, N-VA en Open Vld, zouden tegenwringen. Jawel, aan Vlaamse kant hebben Sophie De Wit, Raf Terwingen en Carina Van Cauter in de Kamer gedaan alsof ze betreurden dat het Hof van Assisen gedegradeerd wordt. In hun stemgedrag was daar niets van terug te vinden.

U beseft toch, meneer de minister, hoe dicht u hier bij de afwijzing was? Hadden deze drie advocaten zich bij de stemming onthouden dan zou de tussenstand niet 80/150 maar 77/150 zijn geweest. En van die 77 ja-stemmers hebben Hendrik Vuye en Veerle Wouters ondertussen N-VA reeds verlaten. Reken zelf uit of u vandaag het Hof van Assisen nog zou kunnen laten wegstemmen.

Ik weet het, meneer de minister, u bent een verstandig man. De weg naar deze vorm van volksverraad werd overigens niet door u voorbereid, maar wel door die andere advocate van N-VA, Kristien Van Vaerenbergh, die de Kamercommissie Justitie vooraf had warm gestookt en al in augustus 2015 in De Tijd had georakeld dat het Hof van Assisen moest verdwijnen.

U wist dat dit niet zou lukken als het op die barse wijze zou worden voorgesteld. Uw denktank verstopte al die veranderingen in potpourri’s. Potpourri II, bijvoorbeeld. Een samenbundeling van pakweg 200 voorgestelde wijzigingen, waarvan er slechts twee te maken hadden met de afbouw van het Hof van Assisen. Afzonderlijk stemmen was niet mogelijk. Het was alle 200 of niets. Nooit eerder was een volksvertegenwoordiging zo tot machteloosheid veroordeeld door de partijvoorzitters, alom bij naam gekend.

Helaas, het gedoe rond de nieuwe wetboeken en spelregels kreeg nauwelijks aandacht in de media. In die periode beleefden de Rode Duivels hun epos en waren er de bommen en kogels in Parijs, Brussel en Zaventem. Tussen twee zelfmoordcommando’s in en het schoonvegen van enkele Brusselse wijken, werd haastig in de Kamer het bestaan van het Hof van Assisen weggestemd. Het bestaat nog op papier maar van de honderd moorddossiers per jaar zullen er voortaan geen tien nog het Hof van Assisen halen. Een zoveelste Belgische traditie die wordt kapotgemaakt.

In plaats daarvan moeten overbelaste correctionele rechtbanken en hoven van beroep zich voortaan prostitueren om arbitraire uitspraken te vellen in moordzaken.

Meneer de minister, ik weet dat u zelf geschrokken bent van de reacties op het kapotmaken van de volksrechtspraak en het Hof van Assisen. U verwachtte applaus en een borstbeeld. Maar het bleef stil. Het was alleen dat handvol rode togadragers, bijna bezweken onder hun eretekens, die u voorhield dat het theatrale Hof van Assisen weg moest, zogezegd omdat deze vorm van feilloos rechtspreken te veel geld kost en omdat gewone burgers toch niet de intellectuele inhoud hebben om goed of kwaad en leugen of waarheid uit mekaar te houden. U heeft deze farizeeërs helaas niet uit uw tempel verjaagd.

Het Hof van Assisen werd sedert 1830 door insiders de hoogmis van Justitie genoemd. Daaraan kwam een einde op de dag dat u, als minister van Cijfers in het team-Di Rupo, door Wouter Beke werd opgevorderd om minister van Justitie te worden bij de debatclub FC Michel.

U heeft veranderd wat eeuwen onveranderbaar bleef.
U heeft afgebroken wat eeuwen onafbreekbaar was.
Uw naam en uw beeltenis zullen nooit vergeten worden.
We zullen beiden allang begraven zijn voordat onze nazaten zullen weten of ze u dankbaar moeten zijn of u moeten vervloeken. Dankbaar voor de sprong voorwaarts. Vervloeken om het stelen van de enige echte macht die ze via een volksjury nog hadden.

Met alle hoogachting,

Gust Verwerft
Gerechtsjournalist en auteur
(www.assisen.be)

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 19 tot 21