Abonneer Log in

Plus est en vous

HALFWEG MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 52 tot 53

Beste staatssecretaris voor Buitenlandse Handel,
Dag meneer De Crem,

U mag het gerust weten: ik heb altijd een boon gehad voor het flegma waarmee u als minister van Defensie door de Wetstraat flaneerde. Piekfijn uitgedost, onverstoorbaar, even zelf- als trefzeker, een tikje pedant soms, en nooit verlegen om een gespierde uitspraak. Gentleman en Sturm und Drang in één. En niet te beroerd voor enige zelfspot - zo denk ik bij u dikwijls aan een foto van Filip Claus, die hij in 2005 maakte van u op de dijk in Knokke. U staat erop met uw handen in de zij, een minzame glimlach, de rollerskates aangebonden en poserend voor een enorm standbeeld van een rode poedel. Poedel-kapsel: geweldig beeld. Voor journalisten was ‘Crembo’ een cadeau - zeker toen u zich versprak over de aanwezigheid van kernwapens op de luchtmachtbasis van Kleine Brogel.

Tijdens die zeven vette jaren maakte u indruk met uw incasseringsvermogen - ‘politiek is niet voor broekventjes’ - , maar ook met uw daadkracht. Vriend en vijand zullen toegeven dat u het leger ingrijpend hebt hervormd. Die korte passage als vicepremier lag u zichtbaar minder, maar wie maalt erom: u deed het voor de partij. Als een invloedrijk politicus zou u de geschiedenisboeken zijn ingegaan, ware het niet dat u in 2014 naast de ministerposten greep.

Ik heb me al vaak afgevraagd hoe dat toen gelopen is, tijdens de formatiegesprekken. Ah Pieter nog, da’s waar. Dju. Daar moeten ook nog een postje voor vinden. Iemand een voorstel? Wie heeft in hemelsnaam het scenario bedacht waarin u nu meespeelt? Staatssecretaris voor Buitenlandse Handel, een post waar het troostprijsgehalte van afdruipt. De bevoegdheid is immers grotendeels overgeheveld naar de regio’s en die laten geen kans liggen om dat te benadrukken.

Een mens vraagt zich af wat zo’n staatssecretaris eigenlijk doet. Bart De Wever (N-VA) zei het midden 2015 zelfs luidop. ‘Hoe vult die man zijn dagen?’ schamperde hij vanuit New York, en dat over een ‘persoonlijke vriend’. Na die venijnige opmerking diende u de voorzitter van de grootste regeringspartij fijntjes van repliek. Vulgare amici nomen, sed rara est fides, reageerde u. De naam van een vriend is gewoon, maar zeldzaam is trouw. En ook: Pacta sunt servanda. Tussen al die Latijnse spreuken door vond u ook de tijd om een antwoord te geven op zijn vraag. De staatssecretaris voor Buitenlandse Handel is, zo zei u, de beste salesman van de NV België. Hmm... hebben we daar geen diplomatenkorps voor?

Dat die salesman vorig najaar ineens bleek te studeren aan de Harvard Business School in de VS, brak menig klomp. Ook de mijne. U had een punt toen u in Het Laatste Nieuws de ‘weinig kranige houding’ van premier Charles Michel op de korrel nam: u kreeg/krijgt geen vragen in het parlement, en blijkbaar hád hij zijn toestemming gegeven. Als dat allemaal waar is, is de bolwassing van Michel behoorlijk flauw.

Maar de situatie is wel tekenend. Geen vragen van parlementsleden, een vrijwel onzichtbare functie, klaarblijkelijk tijd genoeg voor een prestigieuze opleiding, en dan nog eentje waar iedereen het raden naar heeft. Want hoé dient u precies het land door u bij te scholen over vrijhandelsakkoorden en aanverwanten? Mochten de resultaten nog in voelbare jobs uitgedrukt worden, oké, maar zelfs dat is heel moeilijk in te schatten. De nieuwe Brussels Airlines-verbinding tussen Zaventem en het Indische Mumbai, zegt u? Ik acht de kans reëel dat er meerdere vaders van die overwinning opduiken.

Intussen probeert u op uw eentje de rechterflank van CD&V af te dekken met een rechts discours dat evengoed uit de mond van uw ‘persoonlijke vriend’ zou kunnen komen. Terwijl de partij nog steeds zweert bij de oude lijn van Angela Merkel, stelt u onomwonden dat we het nicht genau geschafft hebben. Mocht pakweg Kris Peeters of Eric Van Rompuy zo’n boude uitspraken doen, er zou spontaan een relletje zijn losgebarsten. Maar bij u passeert dat wonderbaarlijk zonder enige rimpeling. Het besef dat uw flank stilaan een eenmansflank aan het worden is, maar ook dat u voor uw partij blijkbaar quantité négligeable bent, moet toch hard aankomen.

Gelukkig is er Aalter, waar u als titelvoerend burgemeester actiever bent dan ooit. U toverde onlangs een miljoen euro uit uw hoed om de voetbalinfrastructuur in uw gemeente te vernieuwen. Kijk, dat noemen wij nu eens nuttig werk. Sporten is immers goed voor iedereen, een rollerskater weet zoiets.

Als overtuigde katholiek, gevormd bij de jezuïeten van het Sint-Jan-Berchmanscollege in Brussel, huldigt u ongetwijfeld hun leuze: Plus est en vous. Wel meneer De Crem, plus est en vous. Er zit meer in u. Meer dan een staatssecretaris met slechts één bevoegdheid, en dan nog een gedeelde. Meer dan een postje dat u tot de risée maakt van velen, coalitiepartners inbegrepen.

Het siert u dat u er het beste van maakt, maar waarom hebt u niet bedankt voor de eer? Ik laat me vertellen dat uw naasten u destijds afraadden om de troostprijs te aanvaarden. U deed het toch, met de typische koppigheid die we inmiddels kennen. Denkt u soms terug aan dat beslissende moment? En zo ja, hebt u nooit spijt? Straks eindigt uw politieke carrière als dust in the wind - het liedje van Kansas dat ú gebruikte om de Harvard-rel te omschrijven. Dat zou jammer zijn, want u verdient beter. Maar ook het land verdient beter dan een studerende salesman.

Hartelijke groet,
Marjan

Marjan Justaert
Redacteur De Standaard

verscheen eveneens in De Standaard (24 januari 2017)

Brieven aan Michel I - federale regering - handelsbeleid

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 52 tot 53