Abonneer Log in

Over steile ambities en vlakke resultaten

HALFWEG MICHEL I

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 42 tot 44

Mevrouw de minister van Begroting,
Geachte Sophie Wilmès,

Politiek startte de regering-Michel op een stabiel fundament. Na 5 regeringen en een wereldrecord regeringsvorming van 541 dagen in 7 jaar tijd, kon er op 11 oktober 2014 een regering aantreden die zich met een tijdshorizon van 5 jaar tot de volgende parlementsverkiezingen kon toeleggen op haar beleidslijnen. Bovendien was ook afgesproken dat het institutionele geen beleidslijn zou zijn.

Economisch leek het herstel ingezet. Het Planbureau had in juni 2014 al vastgesteld dat de groei sinds het 2de kwartaal 2013 terug aantrok en voorspelde dat dit herstel zich, o.a. onder impuls van groei in de belangrijkste exportmarkten, zou verderzetten. België zat sinds 20 juni 2014 terug in het minder strenge preventieve luik van het Europese Stabiliteits- en Groeipact (SGP) nadat het in 2009 in het correctieve luik (‘het strafbankje’) was terechtgekomen. Begin 2015 kondigde de ECB ook nog haar inkoopprogramma van overheidsobligaties aan waardoor de langetermijnrente kon blijven dalen.

Tegen die achtergrond keurde de regering op 24 april 2015 het stabiliteitsprogramma 2015-2018 goed. U was er toen nog niet bij, mevrouw de minister. Hervé Jamar zat toen nog op Begroting. In dat stabiliteitsprogramma stippelde de regering een ambitieus begrotingstraject uit. Het begrotingstekort zou dalen van 3,2% van het bbp in 2014 tot 0,2% in 2018. Na correctie voor de conjunctuur en eenmalige inkomsten en uitgaven, zou het tekort daardoor in structurele termen evolueren van 2,8% van het bbp in 2014 naar evenwicht in 2018. De verwachte daling van de rente bracht het doel dichter, maar een daling van de rentelasten met 1% tot 2,1% van het bbp in 2018 was onvoldoende om het evenwicht te realiseren. De regering nam zich ook voor om de ontvangsten in procent van het bbp te laten dalen. Evenwicht realiseren zou dus vooral via inspanningen in de primaire uitgaven gebeuren. De overheidsschuld zou dalen van 106,5% van het bbp in 2014 tot 102% in 2018.

Deze doelstellingen bleken al snel te ambitieus. Hoewel de groei in 2015 iets beter was dan oorspronkelijk geraamd, viel het begrotingstekort eind 2015 toch hoger uit dan voorzien. Voor een stuk kon dit toegeschreven worden aan extra uitgaven voor asiel en migratie, al bleef de daling van het begrotingstekort ook structureel achter op de doelstelling die de regering voor zichzelf een paar maand daarvoor had vastgelegd. De overheidsschuld daalde in 2015, maar enkel door de terugbetaling door KBC van kapitaal dat de overheid ter beschikking had gesteld tijdens de financiële crisis.

Niettegenstaande het begrotingstraject 2015-2018 al in 2015 uit koers was geraakt, bevestigde de regering, waar U ondertussen lid was van geworden, in het stabiliteitsprogramma 2016-2019 haar voornemen om een structureel evenwicht te bereiken in 2018.

Dat ook de doelstellingen voor 2016 moeilijk haalbaar zouden zijn, was door de Europese Commissie in haar analyse van het Belgische begrotingsplan ‘16 al opgemerkt. De Commissie raamde het structureel tekort bijvoorbeeld 0,6% hoger dan de regering en voorzag een structurele verbetering van slechts 0,4%, de helft van de inschatting die de regering had begroot. Op 8 maart 2016 werd dit een eerste keer ook duidelijk bevestigd toen het Monitoringcomité stelde dat een bijkomende inspanning van meer dan 2 miljard euro nodig zou zijn om de begroting op koers te houden. Ook de maatregelen die de regering later tijdens de begrotingscontrole in april aankondigde bleken onvoldoende. Op 18 juli stelde het Monitoringcomité terug vast dat het tekort hoger lag dan in april was geraamd.

Uit het begrotingsplan dat de regering bij de Europese Commissie indiende blijkt dat de regering ook in 2016 haar doelstellingen niet zal halen: de regering verwacht een tekort van 3% van het bbp. Structureel bedraagt het tekort voor 2016 volgens de Commissie 2,8% van het bbp (0,8% hoger dan de doelstelling). Ook de schuldgraad stijgt in 2016 verder tot 107% van het bbp.

Mevrouw de minister, de regering startte met een tekort van 3,2%. Vandaag bedraagt het 3%. Volgens de Europese Commissie is het structureel tekort sinds de start van de regering na 2 jaar amper gewijzigd. Het primair saldo is er structureel tussen 2014 en 2016 zelfs 0,5% op achteruitgegaan en tekent nu terug een tekort op. De schuldgraad is tussen 2014 en 2016 gestegen. De regering deed extra inspanningen in het kader van haar asiel-, migratie- en veiligheidsbeleid, maar de omvang ervan is te klein om de afwijking t.o.v. het doel te verklaren. In vergelijking met 2014 is de budgettaire situatie van België in 2016, ondanks de dalende rente, dus niet structureel verbeterd. Met een tekort van 3% en een stijgende schuldgraad, dreigt België zelfs terug op het Europese strafbankje terecht te komen. Tegen die achtergrond verlaagde het ratingsagentschap Fitch eind 2016 de rating voor België van AA naar AA-.

Voor 2017 voorziet het ontwerpbegrotingsplan een tekort van 1,7%. De Europese Commissie en de Nationale Bank van België (NBB) schatten het tekort met 2,3%, net zoals in voorgaande jaren, opnieuw hoger in. Voor de periode tot 2019 voorspelt de NBB een tekort dat blijft schommelen rond 2,3% van het bbp. Aangezien verwacht wordt dat de rentelasten blijven dalen, verwacht de NBB voor de rest van de regeerperiode dus geen structurele verbetering in de inkomsten of primaire uitgaven.

Mevrouw de minister, de regering is halfweg. In tegenstelling tot haar beginperiode, komen de verkiezingen dichterbij, is een verdere daling van de rente lang niet zo zeker en is groei in de belangrijkste Belgische exportmarkten vandaag niet meer vanzelfsprekend. Tegen die achtergrond wordt het begrotingsbeleid ook extern in vraag gesteld. Fitch bijvoorbeeld verwees expliciet naar de verkiezingen en stelde o.a. dat ‘the differences between the parties in the coalition government going into the 2018 local election and 2019 federal election further raise risks around the ability to achieve fiscal targets’.

Het begrotingsparcours deed de geloofwaardigheid van de regering op budgettair vlak geen goed. Als eerste in een lijst van aanbevelingen raadt het IMF de regering bijvoorbeeld aan om haar begroting te baseren ‘on realistic revenue and spending assumptions, and supported by high quality measures.’ Fitch oordeelde: ‘Repeated slippage against government targets is negatively affecting fiscal policy credibility, and reduces confidence in the ability to meet future fiscal targets’. U zal dus, samen met de regering, een geloofwaardig begrotingstraject gebaseerd op concrete en correct ingeschatte maatregelen moeten uittekenen. Ook een betere beleidscoördinatie tussen de verschillende bestuurslagen is door het IMF en de NBB aangestipt als een belangrijk onderdeel van zo’n traject.

Met een tekort van 3% in 2016 en weinig structurele verbetering tot 2019 beschikt de regering niet langer over budgettaire vrijheidsgraden. Nochtans zijn er reële noden die binnen een begrotingstraject gerealiseerd moeten worden. Het groeipotentieel van de economie verhogen, vereist extra inspanningen op het vlak van infrastructuur. De Strategische visie voor Defensie voorziet een stijging van de uitgaven met 0,2%-0,4% van het bbp per jaar vanaf 2020 tot 2030. Ook het Belgische fiscale landschap is aan hervorming toe. Een open economie met een schuldgraad van 107% dekt zich beter in tegen het risico op lagere wereldhandelsstromen of hogere langetermijnrentes. Ook de vergrijzing wordt het best ook verder voorbereid. Het gebrek aan vrijheidsgraden betekent dat de regering de begrotingsruimte voor nieuwe initiatieven eerst zelf zal moeten creëren en zal moeten waken over de budgetneutraliteit ervan.

Beste mevrouw Wilmès, u bent nog maar sinds september 2015 op post. De tweede helft van de regeerperiode belooft voor U als minister van Begroting niet gemakkelijk te worden. De opdracht is immers niet min: een geloofwaardig en ambitieus begrotingstraject uittekenen waarin de toekomst wordt voorbereid in een periode dat de verkiezingskoorts stelselmatig zal toenemen. Er zijn minder hete vuren om voor te staan.

Hoogachtend,

Tom Verbeke
Hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen, KU Leuven

Brieven aan Michel I - federale regering - begroting

Samenleving & Politiek, Jaargang 24, 2017, nr. 1 (januari), pagina 42 tot 44